Sebald in Holland

 Als een gedicht heet 'Door Holland in het donker' en de eerste twee regels luiden 'In de kassen/ loeren de komkommers' lees ik even niet verder. W.G.Sebald kwam vaak in Nederland. Andermans ogen doen een land goed, zoals deze in de gedichtenverzameling 'Over het land en het water'.

 Voor ik verder ga moet ik terug. Naar Sebalds bezoek aan Den Haag in De ringen van Saturnus (ong. 1994). Hij komt op een warme dag aan op Hollands Spoor en logeert in een 'twijfelachtig' hotel aan de Stationsweg. En dan komt deze zin: 'In elk geval zaten in recep­tienis van het zelfs de bescheide­nste reiziger met een gevoel van de diepste terneergeslagenheid vervullende etablissement twee niet meer zo heel jonge, kennelijk met elkaar verbonden heren en tussen hen in, inplaats van een kind zogezegd, een abrikooskleurige poedel.'

 Die avond loopt hij rond door de desolate, dichtgetimmerde - nu goeddeels gesloopte - stationsbuurt vol allochtonen, koopt een zak chips en raakt bijna betrokken in een steekpartij. De dag daarop bereikt hij het Mauritshuis. Daarna besluit hij naar zee te wandelen. Dat is nog ver. Uitgeput valt hij voor het Kurhaus op het strand in slaap en wordt pas 's middags wakker.

 'Ik hoorde het ruisen van de zee, verstond half in mijn droom elk woord Hollands en geloofde dat ik voor het eerst in mijn leven aangekomen was, thuis

 

Tags: 

De gedichten van W.G.Sebald

 W.G.Sebald (1944-2001 blijft op vele manieren onder ons. Al is er nog steeds geen biografie. Nu met de gedichtenbloemlezing 'Over het land en het water'. Sebald, altijd op zoek, altijd onderweg, door het landschap, door de tijd. Als student schreef hij al (1964):

 'Moeilijk te begrijpen/ is namelijk het landschap/ wanneer je in de sneltrein/ van daar naar ginds voorbijrijdt/ terwijl het zwijgend/ toekijkt hoe jij verdwijnt.'

Reizen en reizigers. Landv­e­rhuizers als hij zelf - geboren in Wertach, Schwaben, geëmigreerd naar Norwich, waar hij Duits doceerde. Een schrijver voor deze eeuw van volksverhuizi­ngen. Die slag levert met de vergankelijkheid. En recht wil doen aan wat en wie was. Zoals Beethoven in 'Mölker Bastei' - al spelt hij het anders - het adres van de componist, nu museum, in Wenen (1974):

 'Beethovens kamer/ is opgeruimd nu

 De schilderijen recht/ de gordijnen gewassen/en elke week de vloer/ opnieuw geboend

 Maar de stoel/ achter de vleugel/ is weggehaald

 Toch komt hij soms/ 's nachts wat componeren/ staande

 Als voorschrift alleen/ met de hoorbuis/ luisteren'

Vertaald, als al zijn andere werk door Ria van Hengel.

Tags: 

Grasspriet

 Vanmiddag voor het eerst een grasspriet als boekenlegger gebruikt. In de verzamelde interviews van en met W.G.Sebald: 'Auf ungeheuer dünnem Eis'. Waarin ook het gesprek dat hij in 2001 had met Jean-Pierre Rondas voor de Vlaamse cultuur­zender Radio Klara. Sebald kwam vaak en graag in België, per auto of met de trein, halverwege Schwaben waar hij vandaan kwam en Norwich waar hij als emigré doceerde.

 In de jaren '60 had hij in Brussel een vriendin die als au-pair werkte bij een EEG-burocraat. Zijn roman Austerlitz speelt er voor een deel.

 'Hoe meer ik van het land gezien heb, hoe vreemder het me voorkwam. Het is werkelijk aan de ene kant het centrum van Europa en aan de andere kant leek het me iets totaal extraterritoriaals, een plaats met louter eigenaardige zaken.  En dat beviel me, onmiddellijk, waar ik ook was, in Luik of in de kustplaatsen, Zeebrugge, Oostende. Als je met de trein vanuit Antwerpen in Brussel komt bij het Noordstation, dan rijdt de trein over een viaduct met links onder je een straat  waar je op zondagmorgen de hoeren voor de ramen ziet zitten...'. (..) België komt in mijn boeken bijna overal voor, eens of ergens aan de rand duikt het op. België staat voor mij voor Europa.'

 Het zou mooi zijn als Ria van Hengel ook deze bundel gesprekken vertaalde voor de Bezige Bij. Terzijde: in die nu verdwenen hoerenstraat logeerde ik eens en maakte een nachtelijkse politie-inval mee in een inmiddels afgebroken hotel. Er staan daar nu glazen torens. Ook dat is België. De macht van de ímmobilieën. 

 

Tags: 

De foto's van W.G.Sebald

 Nog niet vertaald zijn de - onder de titel Auf ungeheuer dünnem Eis (Op schrikbarend dun ijs) - gebundelde interviews met W.G.Sebald.

 Waarin ook een gesprek over de foto's die hij in zijn boeken afdrukt. Dat begon, zegt hij, met de Viewmaster die hij als kind bezat, waarmee hij een tweede werkelijkheid - ze waren in stereo - kon binnengaan: 'Met je lichaam ben je nog in je normale kleinburgerlijke werkelijkheid. Maar met je ogen ben je al heel ergens anders, in Rio de Janeiro of bij de Passiespelen in Oberammergau.'

 'Dat gevoel heb ik altijd bij foto's, dat ze een zuigende werking op de toeschouwer hebben en hem uit de werkelijkheid lokken, de irreële wereld in.'

 Sebald gebruikt soms ook foto's uit familiealbums. Het kijken naar foto's van zijn ouders - juist verloofd - uit de oorlog vertelt hem 'dat wij ons op heel dun ijs bewegen, waar we elk moment door kunnen zakken'. En dan zegt hij, in 1999, twee jaar voor zijn eigen dood: 'Je kunt je dat niet voorstellen, dat langzame zich-oplossen van het leven gedurende enkele tientallen jaren.'

 Foto's zijn voor hem bewijzen van de breekbaarheid van ons bestaan.

 

Tags: 

Lore

 De serie Heimat, gefilmd in dorpen op de Hunsrück kampte al met de geloofwaardigheid van decors. De nabijgelegen stad Koblenz kwam veel ter sprake, maar nooit in beeld. Logisch, ik heb in 1954 de Trümmer van het naoorlogse Koblenz gezien. Die bouw je niet na.

 En nu is er Lore, het alom gepre­zen verhaal van een groepje Duitse kinderen van een SS-er dat in 1945 dwars door bezettingszones, inclusief de Russische, van het Schwarzwald naar het Oostfriese wad trekt. Aangevoerd door de seksueel rij­pende Lore. Die - o wonder - ontsnapt aan verkrachting.

 En wat zijn die kinderen dik! En wat zijn hun kleren en schoenen - schoenen werden onmiddellijk gestolen - smetteloos. Nee, 1945 is niet terughaalbaar. Geen verwoeste stad krijg je te zien, zelfs geen dorp. Geweld wordt maar heel spaarzaam aangeduid. Van de vuurstormen na de geal­lieerde bombardementen geen spoor. W.G.Sebald klaagde in zijn Luftkrieg und Literatur al het grote zwijgen over deze periode aan. Lore, van de Australische Cate Shortland bedekt dat zwijgen met een overdaad aan sprookjesachtig gefilmde natuurscènes. Soms denk je bijna de familie Trapp te zien. Ja, okee, één broertje sneuvelt uit pure dommigheid.

 Dramatisch hoogtepunt aan het slot - geloof het of niet - Lore gooit de porseleinen hertjes van haar strenge oma stuk. Ik kwam misselijk buiten.

 

Tags: 

Logies in een landhuis (2)

 De nu vertaalde bundel over zijn lievelingsauteurs begint W.G.Sebald met een overdenking over schrijven: 'die merkwaardige gedragsstoornis die zo nodig elk gevoel in letters moet omzetten en die met verbazende precisie langs het leven heen schiet.'

 Wat hem vooral verbaast is het vaak 'verschrikkelijke uithoudingsvermogen' van de literaten. Schrijven is een verslaving waarmee je vaak nog lang doorgaat als het plezier erin allang verdwenen is. Robert Walser kon zich alleen van de schrijfdwang bevrijden door zich als het ware onder curatele te stellen. Zijn voormalige ziekenoppasser vertelde dat Walser, hoewel hij zich van de literatuur had afgewend, toch altijd een potloodstompje en op maat geknipte papiertjes in zijn vestzak had zitten, en dikwijls wat noteerde. Maar zodra iemand dat zag stopte hij ze snel weg, 'alsof hij was betrapt bij iets verkeerds of zelfs iets schandelijks.'

 Terwijl 'die arme schrijvers die in hun woordenwereld gevangen zitten toch soms perspectieven openen van een schoonheid en een intensiteit die het leven zelf nauwelijks kan bieden.'

 ps. Johnny van Doorn vertelde me graag en vaak over de schrijfdwang van Kerouac, die, teruggekeerd bij z'n moeder maar door bleef tikken op een machine zonder lint. Dat had Sebald er graag bij gehad, denk ik.

Logies in een landhuis (1)

 Heet de nu ook in vertaling verschenen verzameling schrij­versportretten van W.G.Sebald.

 Tegelijk met Jean-Jacques Rousseau, Gottfried Keller en Johann Peter Hebel portretteert Sebald ook zichzelf. Net als in zijn 'reisboeken' en de roman Austerlitz gebruikt hij il­lustraties. Lees wat hij schrijft over zeven bewaard gebleven foto's van Robert Walser: 'zeven heel verschillende fysiono­mische fasen, die je een vermoeden geven van de catastrofe die zich daartus­sen heeft afgespeeld.' Walser eindigde in een Zwitserse inrichting en werd in 1956 dood in de sneeuw gevonden.

 De foto's van 'een van stille zinnelijkheid vervulde jon­ge­ling' tot 'een gebroken man, en ten slotte een volkomen ver­woeste en tegelijk geredde patiënt in een inrichting'. Sebald schetst de tegenstelling tussen Walsers volkomen niet-ijdele, Zwit­sers stijve wezen en de anarchistische, bohème- en dandy-achtige neigingen uit het begin van z'n schrijversloop­baan.

 Zelf vertelt Walser hoe hij van Thun naar Bern wandelde in een 'liederlijk fel­geel hoogzomerpak, lichte dansschoenen' en met een 'opzettelijk wilde, gewaagde, stomme hoed'.

Vlier

 Het voorlopige graf van mijn lievelingsschrijver W.G.Sebald (1944-2001) werd kort na zijn dood gefotografeerd door z'n vriendin Ria Loohuizen.

 Ria, die na de dood van Sebald op het kerkhof van Norwich een vlierstruik plantte. Dit omdat Max en zij allebei de traditie kenden die zegt dat wanneer je dat doet en de vlier gaat in het voorjaar bloeien, de ziel van de gestorvene naar de hemel kan opstijgen. Sebald leerde die verhalen van zijn grootvader, die hem opvoedde en in de hongertijd na WOII eten bereidde van bessen en paddestoelen, waar hij alles van wist.

 Ria nam deel aan z'n vertalers-workshop in Norwich en was bevriend met 'Max'. Ze vertelde me over de 'toevalsclub' die Sebald daar onderhield (elke veertien dagen bijeenkomen en allemaal een mooi toevalsverhaal meenemen, hem ook tussentijds bellen bij een mooi toeval).

 Vandaag kreeg ik van z'n Nederlandse vertaalster Ria van Hengel (Max, een toeval!) bijgaand fotoverslag van een pelgrimage door Sebald-land.  En zie, zo ziet het graf er nu uit. Maar, de struik achter de zerk, is dat wel een vlier?

 ps. Ria meldt dat ze alle nog resterende gedichten en essays van Sebald gaat vertalen. Ze is nu bezig met de gedichten uit Über das Land und das Wasser.

Tags: 

Luftkrieg und Kunst

 W.G.Sebald schreef een vlammend schotschrift over het nagenoeg ontbreken van de vuurstormen in de Duitse literatuur.

 De vuurstormen - Hamburg, Dresden, zoveel meer - vanaf 1942 aangericht door RAF-bombardementen die 600.000 burgers het leven kostten en het einde van de oorlog geen stap dichterbij brachten. Dat was ook niet de bedoeling. Eigenlijk ging het om vergelding, om straf.

 Volgens bevelhebber Sir Arthur 'Bomber' Harris was er een 'poëtische gerechtigheid' aan het werk: 'that those who have loosed these horrors upon mankind will now in their homes and persons feel the shattering strokes of just retribution'. Drieëneenhalf miljoen huizen werden verwoest, de Duitsers ondergingen het en zwegen. Ook de schrijvers, op uit­zonderingen als Heinrich Böll (Der Engel schwieg - pas in 1992 verschenen, te pijnlijk) na. En zo blijft een essentieel stuk Duitse geschiedenis tot op heden vrijwel verzwegen.

 Sebalds 'Luftkrief en Literatur' is in 2004 vertaald als De natuurlijke historie van de verwoesting. Deze zomer komt Logies in een landhuis. Morgen in de Avonden het antwoord dat de Duitse beeldende kunst wél gaf, de kunst van de Trümmerzeit. 

Tags: 

How German is it?

 Vanmiddag in Rotterdam in Boijmans oog in oog met vooral de eerste na-oor­logse Duitse schil­dersgeneratie.

 Wat delen ze? Het moet het lelijke zijn. Waar de Duitse liter­atuur faalde in het verwerken van de oorlog - W.G.Sebald overlaadde de schrijvers in zijn Luftkrieg und Literatur met verwijten - hadden de schild­ers een antwoo­rd. Sigmar Polke, Anselm Kiefer, Gerhard Richter, Markus Lüpertz, Immendorf, Penck en Baselitz vonden in het lelijke hun antwoo­rd op het onbeantwoordbare.

 Lelijk schilderen, de lelijkheid van een wereld van beton en beenderen, van ratten en meloenen (Lüpertz), van een reus die vliegtuigen uit de lucht maait (Dahn en Dokoupil) of een badkuip vol ja wat, gekookte ingewanden (Peter Feiler). En het dan op z'n kop hangen (Baselitz). 

 How German is it? Kijk naar het naoorlogse plaveisel in Saarbrücken of Essen en je weet waar je bent.

Pagina's