Trümmer

 'Kennst du den?' vroeg Herribert, met grote ogen, bedoeld om angst aan te jagen. Hij was het zoontje van de leraar Duits in Keulen waar ons gezin vaak logeerde. Hij hield de helft van zijn zwarte zakkammetje onder zijn neus. We speelden in de achtertuin aan de Klettenberggürtel. Een luxe, ongeschonden allee. Gierend van de pret verdween hij.

 Verderop was het anders. De trams reden. Naar het station, dat wel. Maar mijn Duitsland was het Duitsland van de Trümmer. Puinhopen, houten hutten midden in de stad, bidonvilles, met modderige paadjes. Slatuintjes ertussen. Voor een jongen machtig interessant.

 Er waren twee mogelijkheden ofwel, iets was kapot of ganz nett wieder aufgebaut. Nog kan ik niet door Duitsland rijden zonder die blik. Resten van vreemde, Wilhelminische stati­ons en postkan­toren. Waarvan alleen de onderlaag gespaard bleef. Wat de vuurstormen van de geallieerde strafbombardementen van Bomber Harris overlieten. In Hannover zag ik zo'n onderbouw waar stoom­lo­komotieven doorheen tuften door stations van triplex en hardboard, krom­getrokken van het vocht.

 W.G.Sebald heeft de Duitse schrijvers verweten dat ze de vuu­rst­o­rmen onbeschreven lieten. Duitsers wilden de gruwelen niet weer oproepen, zegt Sebald in zijn 'Luftkrieg und Literatur'.

 Maar de Zweedse schrijver en journalist Stig Dagerman maakte het goed in z'n onvergetelijke reportage 'Duitse herfst'. Hij was er in de jaren '40.

 Dat boekje heruitgeven, dat zou nog eens wat wat zijn in een Boekenweek op het thema Duitsland.

 Niemand leert meer Duits op school, terwijl Duitsland onze belangrijkste partner is, niet alleen in de handel.  We zijn een eenkennig landje geworden. 

Op schrikbarend dun ijs

 Zal de Nederlandse titel worden van de - nog onvertaalde - gesprekken van journalisten met W.G.Sebald (1944-2001). Een selectie vol wetenswaardigheden. Vanwaar die titel?

 Kort voor zijn dood zei Sebald tegen een Amerikaanse interviewer dat hij het geloof in 'de controleerbaarheid van zijn eigen biografie' rond zijn vijfendertigste had verloren: 'I'm out of control' is de kern van de zelfbeschrijving die hij geeft. 'Wat zich voordoet is altijd het onverwachte.'

 Ik herinner me de verhalen van vriendin Ria Loohuizen uit Norwich, waar ze met Sebald samenwerkte, over de ‘toevalsclub’ die hij grapsgewijs stichtte. Zie eerder in Avondlog

 Het inzicht in de instabiliteit en onberekenbaarheid van het eigen leven komt in de verzamelde gesprekken in steeds andere samenhangen voor. De beelden die Sebald daarbij gebruikt zijn vaak die van vallen, kantelen of inbreuk.

 Geschokt is hij bijvoorbeeld als het ouder worden van zijn ouders tot hem doordringt en hij moet inzien dat een nu meer dan tachtigjarige 'toen pas tweeëntwintig moest zijn geweest'.

 En dan zegt hij dat hij bij zichzelf heeft vastgesteld 'dat we ons steeds op schrikbarend dun ijs bewegen, dat we elk ogenblik weggerukt kunnen worden, dat het geheel van een breekbaarheid is die je bijna niet toelaat van de ene dag naar de andere te komen, en dat je, als je dat onder ogen ziet eigenlijk weet dat je alleen maar stil zou moeten zitten en je niet bewegen, opdat alles als het kan maar langzaam vergaat.'

 Vier jaar later kreeg Sebald bij Norwich, waar hij woonde, een hartaanval achter het stuur. 

Sebalds geboorteland

 Zo W.G.Sebald (1944-201) iets was dan een reiziger, schreef ik. Hij reisde vaak vanuit Norwich, waar hij doceerde, naar het con­tinent en vooral zijn geboorteland, maar altijd als een bezoeker. Zoals in 'Op een herfstochtend in '94', uit de nu vertaalde gedichtenverzameling Over het land en het water. Helmut Kohl is nog Bundeskanzler.

 'op een onbemand station/ van Wolfenbüttel/ wacht ik op de motor/ wagen van Göttingen naar/ Braunschweig. Schapen/ wolken staan aan de hemel/ af&toe dwarrelt er een blad/ van de bomen een bejaarde man/ in een bruine kniebroek rijdt/ op een damesfiets dwars/ over de rails. Ik hoor

 de klokken luiden herinner/ mij de kathedraal van Naumburg & de domkerken/ van Ulm & Freiburg de/ O.L.Vrouwekerk in München/ lang voorbije oudjaarsavonden/ & andere rampen./ Videotheek Herzog August/ een erwtenworstkleurig/ gebouw met uniforme ramen/ is gesloten maar de kiosk

 tussen de döner kebab/ & kapsalon Wellaform/ is open voor mensen die/ even gauw de Bild komen/ halen of een pornoblaadje./ Op het plein bij een met rode rozen/ begroeid schaarhek/ een klein groepje/ weerbestendige drinkers/ met baarden & baseball

 petjes als gouddelvers/ uit de Australische/ outback zien ze eruit./ De fles Chantré gaat/ rond & vanaf een/ verkiezingsaffiche/ op de reclamezuil/ kijkt de vader van/ het Duitse volk/ bezorgd zijn/ herenigde land in.

Sebald begon pas in 1990 met prozaboeken, maar schreef zijn leven lang al gedichten. Meest prozagedichten. Aantekeningsgewijs.

 

Tags: 

Sebald in Holland

 Als een gedicht heet 'Door Holland in het donker' en de eerste twee regels luiden 'In de kassen/ loeren de komkommers' lees ik even niet verder. W.G.Sebald kwam vaak in Nederland. Andermans ogen doen een land goed, zoals deze in de gedichtenverzameling 'Over het land en het water'.

 Voor ik verder ga moet ik terug. Naar Sebalds bezoek aan Den Haag in De ringen van Saturnus (ong. 1994). Hij komt op een warme dag aan op Hollands Spoor en logeert in een 'twijfelachtig' hotel aan de Stationsweg. En dan komt deze zin: 'In elk geval zaten in recep­tienis van het zelfs de bescheide­nste reiziger met een gevoel van de diepste terneergeslagenheid vervullende etablissement twee niet meer zo heel jonge, kennelijk met elkaar verbonden heren en tussen hen in, inplaats van een kind zogezegd, een abrikooskleurige poedel.'

 Die avond loopt hij rond door de desolate, dichtgetimmerde - nu goeddeels gesloopte - stationsbuurt vol allochtonen, koopt een zak chips en raakt bijna betrokken in een steekpartij. De dag daarop bereikt hij het Mauritshuis. Daarna besluit hij naar zee te wandelen. Dat is nog ver. Uitgeput valt hij voor het Kurhaus op het strand in slaap en wordt pas 's middags wakker.

 'Ik hoorde het ruisen van de zee, verstond half in mijn droom elk woord Hollands en geloofde dat ik voor het eerst in mijn leven aangekomen was, thuis

 

Tags: 

De gedichten van W.G.Sebald

 W.G.Sebald (1944-2001 blijft op vele manieren onder ons. Al is er nog steeds geen biografie. Nu met de gedichtenbloemlezing 'Over het land en het water'. Sebald, altijd op zoek, altijd onderweg, door het landschap, door de tijd. Als student schreef hij al (1964):

 'Moeilijk te begrijpen/ is namelijk het landschap/ wanneer je in de sneltrein/ van daar naar ginds voorbijrijdt/ terwijl het zwijgend/ toekijkt hoe jij verdwijnt.'

Reizen en reizigers. Landv­e­rhuizers als hij zelf - geboren in Wertach, Schwaben, geëmigreerd naar Norwich, waar hij Duits doceerde. Een schrijver voor deze eeuw van volksverhuizi­ngen. Die slag levert met de vergankelijkheid. En recht wil doen aan wat en wie was. Zoals Beethoven in 'Mölker Bastei' - al spelt hij het anders - het adres van de componist, nu museum, in Wenen (1974):

 'Beethovens kamer/ is opgeruimd nu

 De schilderijen recht/ de gordijnen gewassen/en elke week de vloer/ opnieuw geboend

 Maar de stoel/ achter de vleugel/ is weggehaald

 Toch komt hij soms/ 's nachts wat componeren/ staande

 Als voorschrift alleen/ met de hoorbuis/ luisteren'

Vertaald, als al zijn andere werk door Ria van Hengel.

Tags: 

Grasspriet

 Vanmiddag voor het eerst een grasspriet als boekenlegger gebruikt. In de verzamelde interviews van en met W.G.Sebald: 'Auf ungeheuer dünnem Eis'. Waarin ook het gesprek dat hij in 2001 had met Jean-Pierre Rondas voor de Vlaamse cultuur­zender Radio Klara. Sebald kwam vaak en graag in België, per auto of met de trein, halverwege Schwaben waar hij vandaan kwam en Norwich waar hij als emigré doceerde.

 In de jaren '60 had hij in Brussel een vriendin die als au-pair werkte bij een EEG-burocraat. Zijn roman Austerlitz speelt er voor een deel.

 'Hoe meer ik van het land gezien heb, hoe vreemder het me voorkwam. Het is werkelijk aan de ene kant het centrum van Europa en aan de andere kant leek het me iets totaal extraterritoriaals, een plaats met louter eigenaardige zaken.  En dat beviel me, onmiddellijk, waar ik ook was, in Luik of in de kustplaatsen, Zeebrugge, Oostende. Als je met de trein vanuit Antwerpen in Brussel komt bij het Noordstation, dan rijdt de trein over een viaduct met links onder je een straat  waar je op zondagmorgen de hoeren voor de ramen ziet zitten...'. (..) België komt in mijn boeken bijna overal voor, eens of ergens aan de rand duikt het op. België staat voor mij voor Europa.'

 Het zou mooi zijn als Ria van Hengel ook deze bundel gesprekken vertaalde voor de Bezige Bij. Terzijde: in die nu verdwenen hoerenstraat logeerde ik eens en maakte een nachtelijkse politie-inval mee in een inmiddels afgebroken hotel. Er staan daar nu glazen torens. Ook dat is België. De macht van de ímmobilieën. 

 

Tags: 

De foto's van W.G.Sebald

 Nog niet vertaald zijn de - onder de titel Auf ungeheuer dünnem Eis (Op schrikbarend dun ijs) - gebundelde interviews met W.G.Sebald.

 Waarin ook een gesprek over de foto's die hij in zijn boeken afdrukt. Dat begon, zegt hij, met de Viewmaster die hij als kind bezat, waarmee hij een tweede werkelijkheid - ze waren in stereo - kon binnengaan: 'Met je lichaam ben je nog in je normale kleinburgerlijke werkelijkheid. Maar met je ogen ben je al heel ergens anders, in Rio de Janeiro of bij de Passiespelen in Oberammergau.'

 'Dat gevoel heb ik altijd bij foto's, dat ze een zuigende werking op de toeschouwer hebben en hem uit de werkelijkheid lokken, de irreële wereld in.'

 Sebald gebruikt soms ook foto's uit familiealbums. Het kijken naar foto's van zijn ouders - juist verloofd - uit de oorlog vertelt hem 'dat wij ons op heel dun ijs bewegen, waar we elk moment door kunnen zakken'. En dan zegt hij, in 1999, twee jaar voor zijn eigen dood: 'Je kunt je dat niet voorstellen, dat langzame zich-oplossen van het leven gedurende enkele tientallen jaren.'

 Foto's zijn voor hem bewijzen van de breekbaarheid van ons bestaan.

 

Tags: 

Lore

 De serie Heimat, gefilmd in dorpen op de Hunsrück kampte al met de geloofwaardigheid van decors. De nabijgelegen stad Koblenz kwam veel ter sprake, maar nooit in beeld. Logisch, ik heb in 1954 de Trümmer van het naoorlogse Koblenz gezien. Die bouw je niet na.

 En nu is er Lore, het alom gepre­zen verhaal van een groepje Duitse kinderen van een SS-er dat in 1945 dwars door bezettingszones, inclusief de Russische, van het Schwarzwald naar het Oostfriese wad trekt. Aangevoerd door de seksueel rij­pende Lore. Die - o wonder - ontsnapt aan verkrachting.

 En wat zijn die kinderen dik! En wat zijn hun kleren en schoenen - schoenen werden onmiddellijk gestolen - smetteloos. Nee, 1945 is niet terughaalbaar. Geen verwoeste stad krijg je te zien, zelfs geen dorp. Geweld wordt maar heel spaarzaam aangeduid. Van de vuurstormen na de geal­lieerde bombardementen geen spoor. W.G.Sebald klaagde in zijn Luftkrieg und Literatur al het grote zwijgen over deze periode aan. Lore, van de Australische Cate Shortland bedekt dat zwijgen met een overdaad aan sprookjesachtig gefilmde natuurscènes. Soms denk je bijna de familie Trapp te zien. Ja, okee, één broertje sneuvelt uit pure dommigheid.

 Dramatisch hoogtepunt aan het slot - geloof het of niet - Lore gooit de porseleinen hertjes van haar strenge oma stuk. Ik kwam misselijk buiten.

 

Tags: 

Logies in een landhuis (2)

 De nu vertaalde bundel over zijn lievelingsauteurs begint W.G.Sebald met een overdenking over schrijven: 'die merkwaardige gedragsstoornis die zo nodig elk gevoel in letters moet omzetten en die met verbazende precisie langs het leven heen schiet.'

 Wat hem vooral verbaast is het vaak 'verschrikkelijke uithoudingsvermogen' van de literaten. Schrijven is een verslaving waarmee je vaak nog lang doorgaat als het plezier erin allang verdwenen is. Robert Walser kon zich alleen van de schrijfdwang bevrijden door zich als het ware onder curatele te stellen. Zijn voormalige ziekenoppasser vertelde dat Walser, hoewel hij zich van de literatuur had afgewend, toch altijd een potloodstompje en op maat geknipte papiertjes in zijn vestzak had zitten, en dikwijls wat noteerde. Maar zodra iemand dat zag stopte hij ze snel weg, 'alsof hij was betrapt bij iets verkeerds of zelfs iets schandelijks.'

 Terwijl 'die arme schrijvers die in hun woordenwereld gevangen zitten toch soms perspectieven openen van een schoonheid en een intensiteit die het leven zelf nauwelijks kan bieden.'

 ps. Johnny van Doorn vertelde me graag en vaak over de schrijfdwang van Kerouac, die, teruggekeerd bij z'n moeder maar door bleef tikken op een machine zonder lint. Dat had Sebald er graag bij gehad, denk ik.

Logies in een landhuis (1)

 Heet de nu ook in vertaling verschenen verzameling schrij­versportretten van W.G.Sebald.

 Tegelijk met Jean-Jacques Rousseau, Gottfried Keller en Johann Peter Hebel portretteert Sebald ook zichzelf. Net als in zijn 'reisboeken' en de roman Austerlitz gebruikt hij il­lustraties. Lees wat hij schrijft over zeven bewaard gebleven foto's van Robert Walser: 'zeven heel verschillende fysiono­mische fasen, die je een vermoeden geven van de catastrofe die zich daartus­sen heeft afgespeeld.' Walser eindigde in een Zwitserse inrichting en werd in 1956 dood in de sneeuw gevonden.

 De foto's van 'een van stille zinnelijkheid vervulde jon­ge­ling' tot 'een gebroken man, en ten slotte een volkomen ver­woeste en tegelijk geredde patiënt in een inrichting'. Sebald schetst de tegenstelling tussen Walsers volkomen niet-ijdele, Zwit­sers stijve wezen en de anarchistische, bohème- en dandy-achtige neigingen uit het begin van z'n schrijversloop­baan.

 Zelf vertelt Walser hoe hij van Thun naar Bern wandelde in een 'liederlijk fel­geel hoogzomerpak, lichte dansschoenen' en met een 'opzettelijk wilde, gewaagde, stomme hoed'.

Pagina's