Sebalds klad

 In het Literatur Archiv in Marbach kwam ik bij het wezen van het kladje. De gefotografeerde gelinieerde velletjes en betikte of beschreven ongelinieerde A4's gooiden me in de wereld van Sebalds klad. Of, is het klad?

 Hij had de gewoonte teksten in handschrift als hij strandde steeds opnieuw te beginnen (er liggen voorbeelden van). Een sinds de PC verdwenen gewoonte. Toch maakt het groot verschil of je op blanco papier of scherm opnieuw begint of dat je - zoals bijna iedereen - gaat zitten rotzooien met bestaande tekst die al voor je neus staat en er om vraagt veranderd te worden. Afgekeurde tekst geeft vaak verkeerde feedback. Je kunt je niet meer uit het - verkeerde - spoor tillen. Anderzijds, blanco is griezelig. Het staart je maar aan. Toch, Sebald ging velletje na velletje voor blanco zitten. En schreef met de hand. Misschien had ie een hekel aan doorhalingen. Hij was ordelijk. Aan deze kladjes kun je zien hoe hij zich uitdrukt. Woordkeus en zinsbouw zo helder en direct als het maar kan. Ik ontcijferde gedeeltelijk nog zo'n velletje handschrift, gefotografeerd op een extra donkere plek. Het maakt kennelijk deel uit van wat aantekeningen over 'waarom schrijf ik'.

 'Ich denke immer dass die richtigen Schriftsteller andere sind. Ich hatte nie die Ambition ein Schriftsteller zu sein. Was ich durch meine Arbeit geworden bin, weiss Ich nicht. Allenfalls konnte ich (...). Ich mache Aufzeichnungen (?) & gehe auf diese Weise gewissen Dingen nach die mich schon die längste Zeit beschäftigen. Dabei (...) es mich, dass Ich den Leuten Sachen vorlege aus meinem Kopf.Eine Erzählungdass sie sich scheinbar mit Leichtigkeit über das schwere Leben erhebt. Wie sie sich konstruiert ist eher (?) ein Rätsel. Sie entstammt vielleicht eine gewisse Privation oder Entbehrung, Phantasie kommt nicht daher, (...) man ein interessantes Lebensgefühl.Zwanghafte Abreise: Schreiben ist eine (...) & eigene Beschäftigung bei denen oft eine tiefe Hoffnungslosigkeit erfasst. Man hat viel Mühe damit. Ist nie Zufrieden - ein grosses probieren & wieder probieren, verbessern & neuschreiben.

Tags: 

W.G.Sebald in Marbach (4)

 Veel hulp bij het achterhalen van het ontbrekende woord in de aantekeningen van Max Sebald. Dank!

 Hoe dan ook, Duits handschrift is anders, wordt anders aangeleerd dan Nederlands, waarover later meer. Roel Idema suggereert 'Grundlinien?'. Maar van Wim Bloemendaal komt al vlug het waarschijnlijker ‘Emotionen’. Wat bevestigd wordt door Jan Hein van der Bruggen. En waarbij ook Wim de Bie zich aansluit. Zodat de zin waarschijnlijk wordt:‘ich glaube dass ein ästhetisches Werk immer Emotionen entspricht’ etc..Vertaald iets als:‘ik geloof dat een esthetisch werk altijd uiting geeft aan emoties die ongelukkig zijn. Het geluk is immers zijn eigen doel, nietwaar? Dus hoeft geluk niet veranderd te worden in schoonheid, maar ongeluk wel.’

Eelco Runia

Eelco Runia (3)

In 'Breukvlak' van Eelco Runia komen schrijvers als Marcel Proust en Theodor Adorno onder vele anderen, voorbij met hun denken over geschiedenis. W.G.Sebald is er ook. Vooral met een passage uit de roman 'Austerlitz'. Daarin is Sebald - of Austerlitz - op zoek naar 'de metafysica van de geschiedenis'.

De wil het verleden terug te vinden, zegt Runia, het verlangen erdoor aangeraakt te worden, en het geloof, ja de wetenschap dat het verleden ook inderdaad in het heden aanwezig is, begint al in het begin van het boek. Dan vertelt Jacques Austerlitz namelijk over een schilderij van de bevroren Schelde door Lucas van Valkenborch, waarop - minuscuul detail - een vrouw in een kanariegeeljakje op het ijs gevallen is. En Austerlitz heeft 'het gevoel dat dat ogenblik nooit voorbij is gegaan'. Het 'onverslijtbare verleden' vind je in dit soort onooglijke details. De voorliefde voor het marginale deelt Sebald met oa. Walter Benjamin, Roland Barthes, Johan Huizinga en anderen. Morgen na 21.00 Is Eelco Runia te horen in de Avonden.

een Duitse heilige in Groningen

Eelco Runia (2)

 Op weg naar Eelco Runia, ver in het Groningse land dit bord, dit gehucht. Ik ben geen bordenfotografeerder, maar bedacht tijdig dat dit een uitzondering moest zijn.

 Immers, ik ging naar Runia om te praten over zijn roman 'Breukvlak', en in dat boek komt de opvatting van W.G.Sebald over geschiedschrijving prachtig voor. Ik moest er zeker naar vragenEn toen dit bord. De echte reden van de foto is natuurlijk dat Sebald zelf in Norwich, waar hij doceerde een 'toevalsclub' heeft gesticht. De deelnemers kwamen wekelijks bijeen en brachten dan elk een 'al te toevallige' gebeurtenis mee om te vertellen. Max Sebald was daar dol op. Hoorde ik van zijn vriendin Ria Loohuizen.En om dit toeval te vervolmaken: Ria Loohuizen woont tegenwoordig in het Friese Surhuizum, niet zo ver van Sebaldeburen..

Tags: 
Sebald met Ria Loohuizen

Sebald in Marbach

 Sinds ik van zijn Nederlandse vriendin Ria Loohuizen - eerder te horen in de Avonden - weet dat W.G.Sebald thuis een grote verzameling foto's en prenten had aangelegd, die na zijn dood in 2001 bij zijn weduwe in Norwich berustte, hoopte ik die eens te mogen inzien.Nu lijkt het erop dat dat gaat kunnen.

 Ria van Hengel, die alle grote werken van Sebald voor De Bezige Bij heeft vertaald, wees me op twee Sebald-tentoonstellingen, die al sinds 22 september aan de gang zijn in Stuttgart en het nabijgelegen Marbach. In Marbach zit het Duitse Literatur Archiv. Het thema van de tentoonstellingen is het onderscheid tussen fictie en werkelijkheid bij Sebald, droom en werkelijkheid. Ik ben dus erg benieuwd naar de 'Marbacher Katalog 62': Wandernde Schatten, getiteld W.G. Sebalds Unterwelt.Erheen dus.

Tags: 
Stuttgart Hbf in 2008

Kwartet (2)

 In het Duitse Steden-kwartet dat de vijfjarige W.G.Sebald zoveel leerde over een vaderland dat hij pas veel later - toen hij al jaren docent was in Norwich, Suffolk - een beetje leerde kennen zat een afbeelding van het Hauptbahnhof van Stuttgart. Een schepping uit 1912, voltooid na WOI, van architect Paul Bonatz die volgens Sebald 'met z'n hoekige brutalistische architectuur al in zekere mate vooruitliep op wat komen ging'.

 'Wat misschien zelfs - als zo'n fantastische gedachtesprong me is toegestaan - voorzien werd in de paar regels geschreven door een Engels schoolmeisje van ongeveer vijftien (te oordelen aan haar handschrift) dat op vakantie was in Stuttgart, aan Mrs. J.Winn, in Saltburn-by-the-Sea in Yorkshire, op de achterkant van een ansichtkaart die ik in handen kreeg aan het eind van de jaren '60 in een uitdragerij van het Leger des Heils in Manchester, en die behalve drie andere grote gebouwen in Stuttgart ook het station van Bonatz laat zien, vreemd genoeg uit precies dezelfde hoek als in ons lang verloren gegane Duitse Steden-kwartet.' Deze Betty schrijft op 10 augustus 1939, drie weken voor de vader van Sebald als militair bij de Poolse grens zou aankomen, dat ze erop uit is geweest, heeft gezonnebaad, een sightseeing heeft gedaan, naar de film is geweest en naar een festival van de Hitler Jugend. Dreiging die besloten ligt in bouwwerken en ansichtkaarten. In een kwartet.

Tags: 
de kaarten
vooroorlogs, donkerbruin, dit moet het zijn

Kwartet

Net stuit ik op het Deutsche Städte Quartett, dat vorig jaar op Interbnet werd aangeboden voor 40 DM.Het kwartet - hoogstwaarschijnlijk - waarvan W.G.Sebald op z'n vijfde zoveel leerde. Het gezin kocht het rond 1949 per postorder van het bedrijf Quelle.

 Vader Sebald was alleen de weekends thuis, hij werkte elders. En zo speelden de vijfjarige Winfried, zijn zusje van acht en zijn moeder in de weekends kwartet, met ofwel de vader of een langskomer als vierde man. 'Mag ik van jou Oldenburg? Heb je Wuppertal? Heb je Worms?' Sebald schrijft in een stuk dat in 2004 in de New Yorker verscheen hoe hij al spelend de namen van de steden leerde lezen. Namen waar hij nooit eerder van gehoord had. Wat stond er op de kaarten? Het nog ongedeelde Duitsland. En daarop waren de vooroorlogse Duitse steden - intact - in donkerbruine kleuren afgebeeld. De Porta Nigra in Trier, de kathedraal van Keulen, de Kraanpoort in Danzig, de oude huizen in Breslau. In zijn herinnering waren het donkerbruine afbeeldingen. Hij kan ze bijna allemaal opsommen: het Zwinger in Dresden, de Holsten poort in Lübeck.

 'Het kwartet markeert niet alleen het begin van mijn leescarrière, maar ook het begin van mijn hartstocht voor geografie, die losbrak snel nadat ik naar school ging. - een verzaligd opgaan in topografie, dat steeds dwingender werd in mijn leven en waar ik eindeloze uren aan besteed heb, gebogen over atlassen en brochures. Alles geïnspireerd door het Stedenkwartet.'En dan vertelt hij hij hoe het tot 1976 duurde voor hij het Hauptbahnhof van Stuttgart - ontwerp van Paul Bonatz dat gespaard bleef - in het echt zag. Veel van de rest was verdwenen.

Tags: 
'Max' Sebald

W.G.Sebald-jaar?

 Wordt 2008 een W.G.Sebald-jaar? De Bezige Bij verspreidde een brochure over Sebald 'Een hommage aan een unieke auteur'.Daarin twee nieuwtjes, in juli zal er een nieuwe vertaling zijn van zijn debuut 'Schwindel, Gefühle'. Zodat dan langzamerhand de hoofdwerken - allemaal vertaald door Ria van Hengel - bij de Bij zijn ondergebracht. Verder bevat de brochure een biografische studie van de Amerikaanse hoogleraar in de Duitse letteren (Columbia University, NY) Mark. M.Anderson: 'Vaders en zoon'. Het stuk verscheen eerder in Bookforum (2006).

 Of Anderson met een complete biografie komt en of die ook in vertaling gaat verschijnen staat er niet bij. Anderson gaat in op de relaties die Sebald had met enerzijds zijn geliefde grootvader (zie wat Ria Loohuizen eerder vertelde in dit log en in de Avonden) en anderzijds met zijn vader, die in 1947 (Sebald was drie) terugkeerde uit de oorlog. Met die vader kwam het nooit meer goed. Merkwaardige parallel met mijn eigen geschiedenis. In dat zelfde jaar 1947 keerde mijn vader terug uit Indië, uit de politionele acties. Ik was vier. Dat ging ook meteen verkeerd. Een kras vorbeeld van 'Sebaldiaans toeval'.

 Mark Anderson gaat ook nog in op Sebalds voornamen. We weten dat hij niet Winfried Georg (te Duits) wilde heten en zich in Engeland waar hij vanaf 1970 doceerde altijd Max liet noemen.Maar Anderson noemt hem nu voluit Winfried Georg Maximilian Sebald. En zo heette hij toch niet echt, getuige bv. het overlijdensbericht dat zijn moeder verstuurd heeft.Ik denk soms - pure speculatie - dat hij die naam Max koos omdat de beste vriend van zijn held Franz Kafka Max heette.

Tags: 

W.G.Sebald en de dood (2)

 Nog steeds geen echte biografie, maar meer en meer publicaties 'rond' het werk van W.G.Sebald. Arnold Mosselman wijst me op een kunstenaarsproject dat verscheen bij ICI Press (Los Angeles, 2007): 'Photography After W.G.Sebald, a collection of original essays and visual projects inspired by the work of W.G. Sebald.'

 De 600 pagina's zag ik nog niet, ik twijfel of ik ze moet zien. Ook van andere zijde werd ik gewaarschuwd. Arnold stuurde wel het korte radio-interview (WDR, mij totnutoe onbekend) uit 1997 over foto's, getiteld 'Schoenendozen', dat erin is afgedrukt. De enige tekst van Sebald zelf in dit boek. Hij geeft een heldere uiteenzetting van de rol van zwart-wit foto's in zijn boeken en in zijn leven. Hij stroopt rommelmarkten af op zoek naar die foto's waar iets specials van uitgaat. Wat? Hij licht toe:

 'Ik geloof dat de zwart-wit foto, of liever de grijze gedeelten in de zwart-wit foto staan voor dat gebied dat zich bevindt tussen dood en leven. In de archaïsche verbeelding had je niet alleen eerst het leven en dan de dood, zoals we tegenwoordig aannemen, er lag een uitgestrekt niemandsland tussen, waar mensen ronddwaalden en waar je niet wist hoe lang je nog moest blijven, of het een voorgeborchte was in de Christelijke betekenis of alleen een woestijn die je moest oversteken voor je de andere kant bereikte.' Vraag: stel je voor dat er een pak beeldende kunst verscheen 'geïnspireerd door het werk van Gerard Reve'.

Tags: 
Wertach in de winter

W.G.Sebald en de dood (1)

 Het boekje 'The emergence of memory' (Seven Stories Press, 2007) bevat vier essays (waarvan een heel mooi van Tim Parks) over, maar ook vier interviews met de schrijver W.G.Sebald. Zeer aan te raden.Sebald, de man die moest oppassen dat hij niet over de rand viel, in dat verleden. Wat tenslotte toch gebeurde, bij z'n auto-ongeluk in 2001.In een gesprek uit 1997 voor de Canadese radio vertelde hij hoe het in zijn jeugd in het Duitse Wertach (1000 meter hoog, nabij de Oostenrijkse grens) ging met de doden.

 Als de grond 's winters bevroren was bleven ze onbegraven. Eerst was er het sterven in de huiskamer, met iedereen erbij, daarna bleven de doden nog drie, vier dagen in huis. Dan moesten ze - stijfbevroren - in een schuur wachten op de dooi voor ze begraven konden worden. Er staat: 'I have always had at the back of my mind this notion that of course these people aren't really gone, they just hover somewhere at the perimeter of our lives and keep coming in on brief visits.'

 Dan praat hij over zijn vertrouwdheid met de dood, en over de zwart-wit foto's die hij verzamelt. Foto's die voor hem de doden oproepen. Eerder las ik in Tijs Goldschmidts 'Kloten van de engel' over de Nalum Papoea's. Hun taal, het Nalum 'kent geen equivalenten voor onze begrippen leven en sterven' citeert hij missionaris Hylkema, de man die hun taal bestudeerde. En dan volgt een beschrijving van de geleidelijkheid waarmee leven en dood hun rol spelen in deze gemeenschap. De grenzen zijn niet zo heel scherp. Net zomin als in het hoofd van W.G.Sebald.

Pagina's