'Max' Sebald

W.G.Sebald-jaar?

 Wordt 2008 een W.G.Sebald-jaar? De Bezige Bij verspreidde een brochure over Sebald 'Een hommage aan een unieke auteur'.Daarin twee nieuwtjes, in juli zal er een nieuwe vertaling zijn van zijn debuut 'Schwindel, Gefühle'. Zodat dan langzamerhand de hoofdwerken - allemaal vertaald door Ria van Hengel - bij de Bij zijn ondergebracht. Verder bevat de brochure een biografische studie van de Amerikaanse hoogleraar in de Duitse letteren (Columbia University, NY) Mark. M.Anderson: 'Vaders en zoon'. Het stuk verscheen eerder in Bookforum (2006).

 Of Anderson met een complete biografie komt en of die ook in vertaling gaat verschijnen staat er niet bij. Anderson gaat in op de relaties die Sebald had met enerzijds zijn geliefde grootvader (zie wat Ria Loohuizen eerder vertelde in dit log en in de Avonden) en anderzijds met zijn vader, die in 1947 (Sebald was drie) terugkeerde uit de oorlog. Met die vader kwam het nooit meer goed. Merkwaardige parallel met mijn eigen geschiedenis. In dat zelfde jaar 1947 keerde mijn vader terug uit Indië, uit de politionele acties. Ik was vier. Dat ging ook meteen verkeerd. Een kras vorbeeld van 'Sebaldiaans toeval'.

 Mark Anderson gaat ook nog in op Sebalds voornamen. We weten dat hij niet Winfried Georg (te Duits) wilde heten en zich in Engeland waar hij vanaf 1970 doceerde altijd Max liet noemen.Maar Anderson noemt hem nu voluit Winfried Georg Maximilian Sebald. En zo heette hij toch niet echt, getuige bv. het overlijdensbericht dat zijn moeder verstuurd heeft.Ik denk soms - pure speculatie - dat hij die naam Max koos omdat de beste vriend van zijn held Franz Kafka Max heette.

Tags: 

W.G.Sebald en de dood (2)

 Nog steeds geen echte biografie, maar meer en meer publicaties 'rond' het werk van W.G.Sebald. Arnold Mosselman wijst me op een kunstenaarsproject dat verscheen bij ICI Press (Los Angeles, 2007): 'Photography After W.G.Sebald, a collection of original essays and visual projects inspired by the work of W.G. Sebald.'

 De 600 pagina's zag ik nog niet, ik twijfel of ik ze moet zien. Ook van andere zijde werd ik gewaarschuwd. Arnold stuurde wel het korte radio-interview (WDR, mij totnutoe onbekend) uit 1997 over foto's, getiteld 'Schoenendozen', dat erin is afgedrukt. De enige tekst van Sebald zelf in dit boek. Hij geeft een heldere uiteenzetting van de rol van zwart-wit foto's in zijn boeken en in zijn leven. Hij stroopt rommelmarkten af op zoek naar die foto's waar iets specials van uitgaat. Wat? Hij licht toe:

 'Ik geloof dat de zwart-wit foto, of liever de grijze gedeelten in de zwart-wit foto staan voor dat gebied dat zich bevindt tussen dood en leven. In de archaïsche verbeelding had je niet alleen eerst het leven en dan de dood, zoals we tegenwoordig aannemen, er lag een uitgestrekt niemandsland tussen, waar mensen ronddwaalden en waar je niet wist hoe lang je nog moest blijven, of het een voorgeborchte was in de Christelijke betekenis of alleen een woestijn die je moest oversteken voor je de andere kant bereikte.' Vraag: stel je voor dat er een pak beeldende kunst verscheen 'geïnspireerd door het werk van Gerard Reve'.

Tags: 
Wertach in de winter

W.G.Sebald en de dood (1)

 Het boekje 'The emergence of memory' (Seven Stories Press, 2007) bevat vier essays (waarvan een heel mooi van Tim Parks) over, maar ook vier interviews met de schrijver W.G.Sebald. Zeer aan te raden.Sebald, de man die moest oppassen dat hij niet over de rand viel, in dat verleden. Wat tenslotte toch gebeurde, bij z'n auto-ongeluk in 2001.In een gesprek uit 1997 voor de Canadese radio vertelde hij hoe het in zijn jeugd in het Duitse Wertach (1000 meter hoog, nabij de Oostenrijkse grens) ging met de doden.

 Als de grond 's winters bevroren was bleven ze onbegraven. Eerst was er het sterven in de huiskamer, met iedereen erbij, daarna bleven de doden nog drie, vier dagen in huis. Dan moesten ze - stijfbevroren - in een schuur wachten op de dooi voor ze begraven konden worden. Er staat: 'I have always had at the back of my mind this notion that of course these people aren't really gone, they just hover somewhere at the perimeter of our lives and keep coming in on brief visits.'

 Dan praat hij over zijn vertrouwdheid met de dood, en over de zwart-wit foto's die hij verzamelt. Foto's die voor hem de doden oproepen. Eerder las ik in Tijs Goldschmidts 'Kloten van de engel' over de Nalum Papoea's. Hun taal, het Nalum 'kent geen equivalenten voor onze begrippen leven en sterven' citeert hij missionaris Hylkema, de man die hun taal bestudeerde. En dan volgt een beschrijving van de geleidelijkheid waarmee leven en dood hun rol spelen in deze gemeenschap. De grenzen zijn niet zo heel scherp. Net zomin als in het hoofd van W.G.Sebald.

Tommy Wieringa
W.G.Sebald

Sebald na Sebald

 Ria Loohuizen stuurt de aankondiging van een 'internationale en interdisciplinaire' studieconferentie over de Duitse schrijver W.G.Sebald in de plaats waar hij laatste tientallen jaren van zijn leven woonde en doceerde, Norwich, East Anglia, in september as.. Men vraagt om geschreven bijdragen, maar zonder veel specificatie.

 Ik vind de aankondiging aan de vage kant. Dit lijkt vooral een hommage te worden. Nu er nog steeds geen echte biografie van Sebald (1944-2001) bestaat zou het me liever zijn als eerst zo veel mogelijk feiten over werk en leven van de schrijver werden verzameld. Zijn grote verzameling foto's en illustraties zou tentoongesteld kunnen worden. Audio en -videobanden waarop hij spreek (bv. het lange New Yorkse tv-gesprek).Intussen vertelde Tommy Wieringa me dat hij nog steeds werkt aan een boek waarin het 'in zee vallende stadje Dunwich (aan de kust bij Norwich) - net als bij Sebald (in: De ringen van Saturnus) een rol speelt. Hij logeerde er vorige zomer in een stacaravan en ging weer terug. Als Tommy's boek tijdig verschijnt zou hij er in Norwich uit kunnen voorlezen. Of anders een voorpublicatie in het Engels?

Ria Loohuizen in Amsterdam
Max Sebald op een partijtje

Ria Loohuizen en Max Sebald

 Mijn kennismaking met de vertaalster en schrijfster 'over wilde planten' Ria Loohuizen was vanavond te horen in de Avonden. Onschatbare ontmoeting. Ze was - als enige Nederlandse - bevriend met de schrijver W.G.'Max' Sebald, wiens werk ik al een aantal jaren koester. Sebald verenigt literatuur en geschiedschrijving op een manier die het hoogstpersoonlijke algemeen geldig lijkt te maken.

 Zijn eerste drie zijn 'reisboeken' waarin hij zich tegelijk door de tijd, steden en landschappen beweegt. En monumentjes en monumenten opricht voor wat de geschiedenis vergat. Daarbij gebruikmakend van raadselachtige illustraties. Sebald was altijd aan het fotograferen en plaatjes aan het verzamelen. Er is een heel archief van bewaard.Hij werd in 1944 in het Allgäu bij de Oostenrijkse grens geboren maar ontvluchtte Duitsland al jong. Wel zou hij steeds over het lot van zijn vaderland blijven schrijven. Hij overleed in december 2001 bij een auto-ongeluk. Uit een brief aan Ria van 17 juni 2000. Het werk waar hij op doelt is zijn roman Austerlitz. 'Things here are more up than down. (...) I am still turning my grindstone. I hope to be through the worst of a scheme of work (which has now occupied me for two years) by the end of the summer. If I'm born again it will be as a mole, I think. I hope that you are well and unchanged....'.

 Ria vertelt hoe gelukkig hij toen was dat de Universiteit hem een geheel jaar vrij zou laten nemen. Een sabbatical om een nieuw boek af te maken. Intussen is hij wereldberoemd. De Amerikaanse Susan Sontag koestert hem als een ware literaire grootheid. Iets wat Sebald onder vrienden 'geen onverdeeld genoegen' noemde. Hij was een sociaal mens ('Als je hem uitnodigde kwam ie altijd. Altijd. Nog nooit iets afgezegd'), maar in zijn schrijven overheerst de eenzelvigheid. Ria: 'Max was iemand die het leed van de hele wereld op z'n schouders meedroeg. Hij kon daar luchtig over doen en grapjes over maken, maar hij leefde heel zwaar.'Sebald kwam uit de bergen en wist van paddestoelen. Samen hebben Ria en hij paddestoelen gezocht en gebakken. In zijn laatste brief, van 22 november 2001, 14 dagen voor zijn dood vroeg hij haar een Nederlandse proefvertaling van Austerlitz na te zien. En nee, die was niet goed.En nu dan die radioserie waarin W.G.Sebald eens goed bij het Nederlandse lezerspubliek wordt geïntroduceerd.

Tags: 
W.G.Sebald (1944-2001)
Michael Hamburger (1924-2007)

Michael Hamburger

 De dichter en vertaler Michael Hamburger (geb. 1924) ontkwam in 1933 als 9-jarige joodse jongen met zijn ouders uit Berlijn naar Engeland. Toen hij in 1947 terugkeerde trof hij het huis in Charlottenburg waar de familie gewoond had vrijwel ongeschonden aan. In juni jl. overleed hij, in Middleton, Suffolk, in het huis waar zijn vriend, de schrijver W.G.Sebald hem meermalen bezocht. Eén zo'n bezoek staat beschreven diens roman 'De ringen van Saturnus'.

 Hamburger vertelt Sebald dat het leek of in dat huis gespaard gebleven interieurstukken als een blikken brievenbus, de gietijzeren trapleuning en het gipsen lofwerk hem samen een rebus opgaven. Als hij die kon oplossen zou hij alles ongedaan kunnen maken.Dan vertelt hij over zijn grootmoeder, die achterbleef en omkwam. Zij was zeer bezorgd om haar goudvissen, die ze elke dag fris afspoelde onder de koude kraan en bij mooi weer in de vensterbank aan de frisse lucht blootstelde. Hamburger vertaalde uit het Duits oa. Celan, Enzensberger, Goethe, Grass, Hölderlin en Rilke. Daarnaast kwamen van hem twintig dichtbundels, kritieken en autobiografisch werk. Een gedicht:

Ave Atque Vale Moments remain, the sculpted, painted, drawn

Split second millennia long,

Current word silenced, ambered into song

Where nothing can change, no bee molest these petals

Which, met, undo me, leave me unborn or dead,Unable to compare,

Let hand, make memory meddle.

Momentous did they seem? Not now, so still. They are, are, are, are, are, the things I see

And will be when they're lost, obliterated,

The model passed away.On this old empty vase glazed patterns dance,

Above it fixed wings beat, the migrant's flight.

Good morning, present, absent ones, good night.

Tags: 
'Max' Sebald en Ria Loohuzen

De afgewende gezichten

 In de VPRO-gids van deze week staat een stukje van mij over de Duitse schrijver W.G.Sebald (1944-2001), die woonde en werkte in Norwich, Engeland. Dat kwam, ik leerde de Nederlandse Ria Loohuizen kennen, die werkte aan het door hem in 1989 opgerichte British Center for Literary Translation. Ze gaf me de foto van zijn graf waar ze een vlier op plantte.Nu bericht ze: 'die vlier in Engeland heeft intussenprachtige bessen voortgebracht.’ Wat volgens de overlevering betekent dat zijn ziel 'is aangekomen'.

 Hier foto's van het grafmonument dat z'n vrienden op de Campus van Norwich hebben opgericht. Een cirkelvormige houten bank, gebaseerd op de 'Ringen van Saturnus', de titel van zijn boek uit 1997 dat in deze omgeving speelt. Op de ringen staat te lezen: 'Unerzähltbleibt die Geschichteder abgewandtenGesichter'Sebalds favoriet, de rode beuk is in het midden geplant. Zegt Ria in Amsterdam: 'Hij heeft geprobeerd die afgewende gezichten een gezicht te geven in z'n boeken.' Ze schetst haar vriend: gekleed als een Engelse gentleman. En heel sociaal: 'Op z'n kantoor wachtten altijd mensen om met hem te praten.

 We hadden heel veel bijeenkomsten, ook etentjes. 's Avonds gingen we vaak een borrel drinken op de campus met een stel mensen en we praatten over alles. Zijn vrouw Ute kwam niet mee. Die hield zich los van zijn professionele leven. Als je hem uitnodigde kwam ie altijd. Altijd. Nog nooit iets afgezegd. Hij is hier een keer geweest. Je kwam hem tegen in Noord soms.' Hij kende Nederland?'Als je vanuit Norwich komt moet je altijd Amsterdam aandoen. En soms knoopte ie daar een paar dagen aan vast.' In z'n boeken is ie tamelijk eenkennig. Iemand die in z'n eentje reist. Dat was ook zo?''Ja. Hij ging altijd alleen.'Dat eenzelvige uit die boeken?'Max was iemand die het leed van de hele wereld op z'n schouders meedroeg. Hij kon daar heel luchtig over doen en grapjes over maken, maar hij leefde heel zwaar.' Later meer.

Tags: 
W.G.Sebald en Janine Rosalind Dakyns

Max en Janine

 De dood waarde rond in Norwich. W.G. 'Max' Sebald, hoogleraar Duits, lag in 1996 lange tijd in het ziekenhuis voor een zware hernia-operatie. Dat verblijf staat beschreven in de opening van zijn roman 'De Ringen van Saturnus' (1997).Daarna gedenkt hij zijn collega Michael Parkinson, de 'man zonder behoeften' die nooit iets voor zichzelf kocht en zelf de kragen van zijn overhemden 'keerde'. En schetst hij een portret van zijn collega Frans Janine Rosalind Dakyns, met wie hij eindeloos over Flaubert kon praten.

 Flaubert die zo bang was voor het schrijven van een verkeerde zin dat hij vaak weken of maanden aan zijn canapé genageld bleef. Janine dacht dat die angst terug te voeren was op de door Flaubert waargenomen voortschrijdende, ook zijn eigen hersens aantastende verdomming.Flaubert zag die als een stofwolk die uit de Afrikaanse woestijn naar Europa voortwoei tot in Rouen. W.G.Sebald overleed in december 2001 bij een auto-ongeluk.Van Ria Loohuizen, die vanaf het begin in 1989 werkte bij het door Sebald opgerichte British Center for Literary Translation, en die ze allebei goed gekend heeft, hoorde ik dat Janine vlak voor Max Sebald is overleden. Later meer.

Tags: 
W.G.Sebald

Grass en Sebald

 Nobelprijswinnaar Günter Grass diende aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in de Waffen-SS. Dat staat in de autobiografie die in september uitkomt. Tegen de Frankfurter Allgemeine zei hij: "Tijdens de oorlog vond ik dat normaal, na de oorlog schaamde ik me er voor aan de zijde van de nazi's te hebben gevochten. Daarom heb ik er zo lang over gezwegen."

 En: "Op mijn vijftiende werd ik in verband met mijn leeftijd afgewezen voor een duikbooteenheid. Twee jaar later mocht ik wel onder de wapens. Ik deed het hoofdzakelijk omdat ik me thuis opgesloten voelde en de Arbeidsdienst waar ik bij zat onvoldoende bevrediging schonk. Pas toen ik in Dresden aankwam, werd mij duidelijk dat ik was ingedeeld bij een SS-divisie. Wat ik heb gedaan, deden vele leeftijdgenoten." Ook de onaantastbare kleine Oskar met zijn blikken trommel is de dans tenslotte niet ontsprongen. Het was eind 1944, Grass was 17 jaar oud. Ja, waarom zo lang gewacht? De autobiografie die gaat verschijnen heet 'Beim Häuten der Zwiebel' (Bij het schillen van de ui). Ik denk dat die titel anders vertaald moet worden, want slaat op het afpellen van de 'rokken' van de ui, rokken waarachter steeds weer een nieuwe verborgen zit tot je tenslotte niets meer over hebt. Als dat zo is - wat ik hoop voor Grass - zou er zelfspot in het spel kunnen zijn.

 Mijn tweede gedachte was 'wat zou W.G.Sebald hiervan gevonden hebben'. Sebald (1944-2001) meende (zie dit log van 15 juli jl.) dat de naoorlogse Duitse literatuur zich heeft onttrokken aan wat hij als de plicht van literatuur - geweten van de natie - beschouwde, namelijk verslag doen van de gruwelen die de geallieerde bombardementen op Duitse steden aan het eind van WOII teweeg brachten. Lees 'Luftkrieg und literatur', waarin hij - als een van de weinigen - Günter Grass en zijn 'Dantzig trilogie' (Die Blechtrommel, Katz und Maus, Hundejahre) spaarde. Onmiskenbaar boeken waarin geprobeerd wordt de verstoorde ervaringswereld van een generatie Duitsers weer te geven. Grass sloot zich - geweten van de natie - bij de opvatting van Sebald aan. Achteraf is dat wat pijnlijk. Zijn Danzig-boeken komen nu in een ander licht te staan. Ik vermoed dat Sebald gezegd zou hebben: 'Erg jammer dat hij zijn SS-dienst niet eerder gebruikt heeft. Grass bevestigt daarmee de cultuur van het (ver)zwijgen die ik aan de kaak wilde stellen.'

W.G.Sebald (1944-2001) na een lezing
Stig Dagerman (1923-1954)

How German is it?

 Zo heet een boekje dat ik bezit. Alleen de titel ervan is goed, dat is genoeg. Duitsland blijft me een raadsel. Deze zomer was een jong en energiek nationaal voetbalelftal dat derde werd onder leiding van de halve Engelsman Klinsmann aanleiding tot een onbegrijpelijke euforie. Hervonden zelfrespect, je niet meer schamen voor je land, juichte men. Een tribune vol Duitse vlaggen.

 Intussen ontmoette ik gisteren weer een jonge Duitse kunstenaar die naar Amsterdam was gekomen en weigerde zijn moedertaal te spreken. Nee, alleen Engels. Het zit diep.Duitsland heeft sinds de Tweede wereldoorlog geleefd in cultuur van zelfhaat. Daarin verschilt het grondig van Italië en Japan, waar geen mens zich meer bewust is van een verloren oorlog. Een andere halve Engelsman, W.G.Sebald breekt zich in zijn 'Luftkrieg und Literatur' het hoofd over de collectieve verdringing van de gebeurtenissen in het Duitsland van 1942-1947. Toen de Luftwaffe eenmaal was uitgeschakeld bombardeerde de Engelse luchtmacht, tot het eind van de oorlog drie jaar lang systematisch. In 400.000 vluchten werden 131 Duitse steden verwoest ten koste van 600.000 burgerslachtoffers. Zonder noemenswaard militair doel. Het ging er louter om de tegenstand van de bevolking te breken.

 Het fenomeen vuurstorm is uit die tijd. Lees Kurt Vonneguts 'Slaughterhouse Five' (1969) over het bombardement op Dresden. De massala verminkingen zijn maar spaarzaam geregistreerd. Na de overgave waren 3,5 miljoen huizen kapot. Men leefde in kelders en gammele noodwoningen, tussen ruines en enorme hopen puin. Ik heb ze nog gezien, in Koblenz en Keulen. Slatuintjes midden in het stadscentrum, tussen de puinbergen. En trams. Sebald (geboren 1944, geëmigreerd naar Norwich) kan niet begrijpen dat er in de Duitse literatuur zo weinig is geschreven over het leven in die jaren. Het was te erg, moet hij concluderen. Zo erg dat ontkenning het enige antwoord kon zijn op wat door velen werd ervaren als een straf van God. Over wat te erg was praat je niet. Anders roep je het weer op.En zo weten we nu bijzonder weinig over wat er in die jaren is gebeurd, en hoe men leefde tussen het puin. De schrijvers, hoeders van het collectief geheugen, schoten jammerlijk tekort. Aldus Sebald. Het beste verslag (1946) van de Trümmerzeit dat ik ken is van een buitenlander, de Zweed Stig Dagerman, door Karst Woudstra vertaald als 'Duitse herfst'.

Pagina's