Vincent achter het Staatsspoor

 Als gewezen Hagenaar kom ik steeds weer terug bij het verblijf van Vincent van Gogh in de stad, in een appar­tement aan de Schenkweg, achter het station Staatsspoor. Als je over het Schenkviaduct rijdt zou je het huis kunnen zien als het er nog was. 

 Dat huis waar hij een verblijf huurde gaf uitzicht op de twee stations en de gashouder, er waren tuintjes achter, waar je sla kon verbouwen. Hij schreef in januari aan broer Theo over zijn eerste eigen 'studio': 'een kamer en een alkoof, het licht is helder genoeg, want het raam is groot (twee keer zo groot als een gewoon raam), en het ziet min of meer uit op het Zuiden. Ik heb meubelen gekocht in 'originele dorpsveldwach­tersstijl', zoals jij dat noemt, maar ik denk dat de mijne daar veel meer op lijkt dan de jouwe, hoewel jij degeen was die de term introduceerde. Ik heb echte keukenstoelen, bijvoor­beeld, en een echte robuuste keukentafel.' 

Pas zijn de brieven weer uitgegeven door Luijten en Leo Jansen

 'Mauve heeft me wat geld geleend, 100 gulden, om het te huren, te meubileren en het raam en het licht te laten repareren. Nogal een zorg, dat begrijp je.'

(...)

 'En nu, in mijn eigen studio zal ik waarschijnlijk een niet ongunstige indruk maken op sommige mensen, die totnutoe dachten dat ik alleen maar wat knoeide, nietsnutte of rondlummelde (...). Het plan is dat ik doorga met regelmatig naar model te werken. Dat is duur en toch is het de goedkoopste manier.'

Leeg

 Leegstand I is de titel van een tekst van Aafke R­omeijn in de gelijknamige bundel. Er is ook een Leegstand II. Ze eindigen allebei met de nu al dreigende letters V&D. En bevatten louter woorden voor wat er was maar niet meer is. Behalve hier, op papier, en in schilferende letters of afbrokkelende lichtreclames. Hier in Tilburg.

 'Gedenken wij hen die ons zijn ontvallen.

 DA. Mexx. Halfords.

Promiss. Bart Smit. Paradigit.

Dixons. Vogele. Gsus Sindustries.

 

Miss Etam. Free Record Shop. Invito. Aktiesport.

 Schoenenreus.

Men At Work. Scheer en Foppen.

 

The Phone House. Super Trash. Gaastra.

 Kijkshop.

Intertoys. Van Leest. Megapool. Hudson's Bay.

 Didi.

De Harense Smid. Edah. Videoland. Euroland.

C1000. Cora Kemperman. Super de Boer.

 

Expo. Dolcis. Schlecker.

V&D.

 

 Woorden, letters, veelbetekenend bedoeld. Opgespijkerd, aangekleefd vol goede moed. De Hoogstraat in Schiedam, een monument waar ik langzaam kan lopen.

Cuneo

 Als de Giro of de Tour een keer de uithoeken van Piemonte opzoekt heb je kans dat ze in Cuneo terecht komen. De provin­cie hoofdplaats waar ik ziek was. Twee bergrivieren vloeien er samen, de Tanaro en de Stura di Demonte.

 Als topomaan kom ik op zo'n plaats terecht bij de wonderlijke verkeersbrug die tegelijk een spoorbrug is, in twee lagen boven elkaar. Een oplossing die je verder nergens ziet.

 En daar is ook het station, met het hoogtepunt van de lokale topografie, de plaats waar ik me waar ook ter wereld als eerste heenspoed: de stationsrestauratie. De reuzen paaseieren ontbreken niet, noch de luxe chocolaatjes voor moeders in verre delen van het land.

 Rij je de stad uit, de berg op dan kom je op de minst bekende bergpas op de weg naar Frankrijk, de schapenpas. Waar Fausto Coppi eeuwige roem verwierf. Nu wel bestraat.

 Cuneo is sinds de middeleeuwen verrezen in de vork tussen de twee rivieren. Van oeroud tot marmer en glas.

 De kinderprogramma's op tv wisten alles beter dan ik.

Carpaccio

 Voor het eerst in Venetië kwam ik in de Scuola Dalmata terecht, een spelonk vol duister houtwerk uit rond 1500, gebouwd rond schilderijen. Van deze 'Dalmatische school', maakte Carpaccio deel uit. Ik kocht meteen een boek met reproducties van geld dat ik niet had. Waaronder die met de met wapperende habijten voor een leeuw wegvluchtende monniken.

 Maar bovenal van de 'Twee courtisanes', die dat niet blijken te zijn. De op het balkon hangende vrouwen zitten in de zon om hun haar te bleken. Het moet 'Venetiaans blond' worden. Courtisanes zijn ze ook niet, weet H.V.Morton, die ziet dat in Venetië maar de onderste helft van het doek hangt. Het bovenstuk is apart verkocht.

 Morton herdoopt het doek tot 'Studie in verveling'. Toch, hun huisdieren, honden vogels zijn onovertroffen. 

 De Venetiaanse dames droegen ook als schoeisel 'zoccoli' of 'choppines'. Verhoogde hakken, waarmee ze boven iedereen uitstaken.

 'Belachelijk te zien hoe ze hiermee hun gondels in en uitstappen.'

 Ik was ook in Split en zag hoe het zomerpaleis van Diocletianus tot een stad was geworden.

Mole Antonelliana

 In rijke woonhuizen stonden vroeger wel 'pronkstukken'. Voorwerpen zonder functie of reden, zomaar 'voor het mooi'. De glasblazer Bernard Heesen maakt ze nog steeds. Mijn grootmoeder koesterde een gipsen Napoleon met een verguld zwaard, onder een glazen stolp.

 Omdat steden ook huizen zijn herbergen ze ook zulke pronkstukken, zoals Parijs zijn zinloze, betekenisloze Eiffeltoren.

 Iets wat daar op lijkt staat in de binnenstad van Turijn en komt op alle ansichtkaarten voor, maar een ikoon is het nooit geworden.

 De Mole Antonelliana brengt je meteen bij de vraag naar het doel of de bestemming. Het ding is 167 meter hoog en vernoemd naar zijn maker, de architect A. Antonelli. Waar dient het toe? Het werd in 1863 gebouwd als een synagoge. Er zat een tijd een weinig bezocht museum in van de Risorgimento, de eenwording van Italië in de 19de eeuw, die immers begon in Turijn.

 Toen ik er eindelijk eens in kon omdat er toen het filmmuseum gevestigd was. heb ik ook het uitzicht gezien, de kring van Alpen, de je overal in Turijn ziet, in roze avondlicht. De Monte Rosa. Turijn, de voorlopige hoofdstad van het nieuwe Italie moesr een symbool krijgen. de Mole.

 Nietzsche, die hier een belangrijk boek schreef als Ecce Homo, vond het een prachtig symbool. Hij schreef aan zijn vriend Peter Gast in 1888. 'Ik zag de Mole Antonelliana, Vreemd dat hij nog geen naam heeft.'

 'Het meest geïnspireerde bouwwerk ooit gebouwd in een poging omhoog te reiken - het herinnert me aan niemand minder dan mijn Zarathustra. Ik heb het 'Ecce homo' genoemd en in de geest omringd met een uitgestrekte vlakte.'

Garage

 Het zijn heenkomens, plaatsen waar al wat je vreesde uit je handen wordt genomen door mannen in overalls met toverwoorden. 'We zetten hem even op de brug'.

 En daar gaat hij, omhoog in de ruimte met z'n slordig geschilderde muren. En je kijkt in z'n buik, terwijl de Italiaa­nse garagiste z'n diagnose begint. Daarbij woorden prevelend die je zo vlug niet kunt opzoeken.

 We zijn in Pisa, maar niet dat van de bekende prentjes. Dit is een buitenwijk bij het voetbalstadion. De eigenaar heeft affiches van de oude stad aan de muren gehangen. En hij geniet van mijn opluchting als hij 'aha'-achtige geluiden maakt.

 En?  Hij gaat even bellen, de ijzeren trap op naar het kantoortje.

 Het kan morgen klaar zijn.

 De aanrijding verdwijnt in m'n geheugen. De carabinieri met hun opschrijfboekjes, het geluid van de banden van het passerende spitsuurverkeer dat eindeloos over gebroken koplampglas rijdt.

 De garage als onderkomen, toevluchtsoord. Zonder auto is een Italiaan niemand. Een buitenlander al helemaal niet.

Colette in Verdun

 In 1915, midden in de oorlog reisde Colette als journaliste naar Verdun. Er wordt gebombardeerd. Ze praat met de buren.

 'Pas op voor de legerartsen die aan de overkant ingekwartierd zijn!' De De ruiten zingen hoog i-i-i als het kanonvuur aanzwelt en ons dwingt onze stem te verheffen, en de winterzon kondigt vorst aan. Ik kan haast niet wachten om alles te horen, te huiveren, te hopen. Ik vraag 'Is er nog nieuws?' De onderofficier van het ravitailleringsvoertuig fronst zijn wenkbrauwen, trekt aan zijn Vercingetorix-snor en zegt: 'Nou, de stoffeerder is een zwijn!'

 'De...'

 De stoffeerder inderdaad. De boter die hij verkoopt is margarine!'

 'O ja... En verder?'

 'En verder is er bij de pianowinkel net een indrukwekkende lading sardines binnengekomen, Ik ga er zo even heen als ik naar onze paarden ga kijken...'

 'Ja, ja... En verder?'

 'En verder, ' roept de jonge vrouw met bruin haar uit, 'en verder is het een schande dat we drie stuivers moeten betalen voor een prei. (...)

 'Ja, ja, ja..! Maar alstublieft, hoe zit het met de oorlog?'

 ' De oorlog?'

 Vercingetorix staart me aan, zijn argeloze blauwe ogen wijd open. Ik verlies mijn geduld: ' Ja, de oorlog natuurlijk, verdorie. Wat de mensen horen, wat ze lezen wat u doet!'

 De blauwe ogen worden klein van het lachen: 'O ja, natuurlijk, de oorlog... Welnu, dat gaat... Dat gaat heel goed. Maak u niet zo druk...'  

Punt en komma

 De molenaarszoon professor Piet Vroon was zo nieuwsgierig, dat hij niet alleen zich eens aan een molenwiek liet vastbinden en de hele omwenteling zo meemaakte. 

 Ook toen hij een oogoperatie moest ondergaan. Dat – vertelde hij me - zonder verdoving  wilde. Het gebeurde. Hij zag alles, met zijn andere oog.

Maar had achteraf veel vragen. Oa. over de stream of consciousness. Van William James. Ook in de nieuwe bundel van Bernke Klein Zandvoort ‘Veldwerk’ komt veel waarneming voor. oals in dit gedicht:

 ‘gelezen dat we met onze ogen knipperen

niet, zoals eerst werd aangenomen

om onze pupildobber half in de wereld

half onder een laagje water te houden

maar omdat de korte zwarte beelden

onze hersens rust gunnen, zoals komma’s

dobberend op de pagina, midden in een zin

een moment van donkerte invoegen

om de lezer tijd te geven

het voorgaande naar beelden te vertalen

doen we met onze ogen dan niets anders

dan het bijeenknipperen van een stromende werkelijkheid?

Knal

 De hevigste knal, de hoogste vlam. Daar gaat het om met oudjaar in Den Haag, vuurwerkstad. De Japanse kanonslag bestaat nog, maar zevenklappers en gillende keukenmeiden nauwelijks meer.

 De mooiste knal waar ik bij was voltrok zich aan het eind van de Laan van Meerdervoort, bij het eindpunt van lijn 2. Daar stond zo'n zg. 'alarmcel' met de tekst BRAND, ALARM, POLITIE, waar zich soms een eenzame fietsagent meldde bij het hoofdkantoor. Een burger heb ik er nooit zien binnengaan.

 Behalve wij. We maakte bommen uit zwavel, kaliumchloraat en koolstof, gekocht bij de kleine drogist. 'Voor scheikunde op school.'

Ik had begrepen dat een ontploffing in een afgesloten ruimte tien keer zo hard knalt. En zo vulden we fotoblikjes met chemicaliën, wikkelden er ijzerdaad omheen en legde de bom in de alarmcel, met een brandende krant er onder.

 De volgende ochtend waren alle ramen van de alarmcel wit uitgeslagen of gebroken.

 De knal van mijn leven.

Toekomst

 Zes jaar oud was hij, en ging nu naar de Lagere School. Een dreigend gebouw met overhangende dakranden en lange gangen met glimmend zwarte tegels tot boven kindhoogte, met daarboven een streep okeren decoratie, ook van glimtegels. De hele gang door hingen kinderjassen aan haakjes.

 Er werd hem een leeg haakje aangewezen met het nummer 53. 'Dit is voor jouw jas. Je kunt hem nu wel uittrekken. De klaslokalen keek je binnen als je door de gang liep. Klas­sen vol kinderen waarvan sommige rekentafels repeteerden. De armen over elkaar.

 Eindelijk weer thuis vroeg hij tante Lien hoe lang dat zou gaan duren. 'Zes jaar', zei ze. 'En dan?' vroeg hij.

 'Dan ga je naar het gymnasium.' Hoe wist ze dat?

'Hoe lang duurt dát?'  'Ook zes jaar.' 'En dan?'

 'Dan ga je eerst in militaire dienst, en dan studeren'.

 Tante Lien was beslist helderziend.

 'En hoe lang duurt dat?' Haar schatting bedroeg zo'n acht jaar. Twintig jaren toekomst waren dat, bij elkaar. 'En dan?'

 'Dan ga je trouwen en krijg je kinderen. En een baan.'