Zonder woorden

 We zaten bij een oude man voor zijn cafeetje in de avondzon. Beneden ons lag de stad Messina, aan de overkant zag je Reggio Calabria: Scylla en Charybdis. Onze gastheer raakte niet uitgepraat over Antonello da Messina, de beste schilder ooit, wiens werken we moesten zien.

 Vanmiddag kwam ik zijn Annunciazione tegen in de 'Confabulations' van de in januari jl. gestorven John Berger. In een stuk over het onzegbare: 'Voor veel van wat ons overkomt in het leven zijn geen woorden, omdat onze woordenschat te beperkt is. Veel verhalen worden hardop verteld omdat de verteller hoopt dat het vertellen van het verhaal een naamloze gebeurtenis kan veranderen in iets vertrouwds of intiems. We zijn geneigd intimiteit te associeren met nabijheid en nabijheid met een bepaalde hoeveelheid gedeelde ervaringen. Toch kunnen elke dag volkomen vreemden, die nooit een woord gewisseld hebben, een intimiteit delen. Die besloten ligt in het wisselen van een blik, een hoofdknik, een lachje, het ophalen van een schouder.'

 Even woordloos is het schilderij dat Berger hierbij laat zien.

 Op het schilderij uit 1470 heeft Maria juist gehoord dat ze Gods zoon zal baren. Ze slaat haar handen voor haar borst, als om te voelen of het wel waar is, daarbinnen.

 Een gevoel dat Middeleeuwse toeschouwers konden delen.

Ons Fonny

 Veel families, gemeenschappen waarin mensen leven, hebben een centraal karakter waar iedereen zich naar richt. Uit ergernis, liefde of een raadselachtige combinatie van die twee.

 In het boek 'Terug naar Neerpelt' van Lieve Joris over het kinderrijke gezin waar ze uit stamt is het haar grote broer 'Fonny', een mooie, talentvolle jongen, die in een bandje spelt en liedjes schrijft. Zusje Lieve Joris is niet de enige die van hem houdt, ook haar ouders en de rest van de familie. Helaas wordt de verwende Fonny een junk, met een odyssee van kick en afkick in het vizier. .

 Lieve Joris zet haar eigen levensverhaal in het perspectief van haar band met grote broer Fonny. Zo bezien worden haar wereldreizen, waarover ze zulke schitterende boeken schreef ook pogingen tot ontsnappen aan Fonny.

 Neerpelt, even onder Eindhoven aan het Kempisch kanaal is zo'n kleine gemeenschap.

 Het eerste wat opvalt is dat alle personages het bezittelijk voornaamwoord 'onze' of 'ons' meekrijgen. Ons Fonny is het eeuwige lastpak maar ook de lieveling waar Neerpelt niet buten zou kunnen. Waar ook Lieve altijd weer naar terugkeert. Tot het bittere einde toe.

Tags: 

Mandarijn

 Vaak als Donald Trump in beeld komt denk ik aan de woorden van de filosoof Reinold Widemann: 'Wanneer de wereld ten ondergaat zal dat zijn bij meerderheid van stemmen en onder luid applaus.'

 Ik herinner me een rondvraag onder de politicologen van Nederland in NRC‑Handelsblad. We worden bestuurd, zeiden ze door een mandarijnenkaste bestaande uit leden van de grote partijen die de openbare functies onder elkaar verdelen. 

 De politieke partijen, die maar weinig leden meer hebben, functioneren als opleidi­ngsinstituten voor jonge mandarijnen zoals de nieuwe D'66 aanvoerder.

 Waarbij gezegd moest worden, vonden de politicologen, dat die kaste ons land helemaal niet zo slecht bestuurt. Met democratie had het alleen weinig te maken.  

 Was dat erg? Tocqueville, die al in 1835 in De la democratie en Amerique concludeerde dat het niet de verstandigste mensen waren die het tot president schopten, vond van niet. Maar je moest wel oppassen voor de tirannie van de meerderheid.

Balanceren

 De tentoonstelling 'A balancing act' bezoeken, nu in de Amersfoortse Kunsthal KAdE, was een ingrijpende belevenis. Waar, wat en wie zou ik zijn zonder mijn evenwichtsgevoel?

 Ik zou niet meer kunnen gaan en staan, gereduceerd tot een kruipende peuter. Een conditie als die van Steven Hawking.

 Ik weet toevallig na neurologische onderzoeken over mijn instabiliteit iets meer dan niks. Mijn hersens geven mijn ledematen signalen, bijvoorbeeld om een voet vooruit te zetten. Maar wat weinigen weten, er komt uit zo'n bewogen voet ook weer een signaal terug - feedback - dat zegt: 'voet vooruit gezet', zodat mijn hersens - geholpen door de zintuigen - weten waar ik sta in de wereld. 

 Niet erg, lopen met een stok, maar het maakt je bewust van veel. En dat is precies wat de kunstenaars in KAdE ook doen.

 Soms door bewegende kunst te maken, als Alexander Calder of door filmpjes te laten zien als die van bewegingspionier Muybridge, die geïntrigeerd was door het lichaam in beweging. Soms ook door de mens in beweging te betrappen in foto's, zoals de acrobate en fotografe Isabelle Wenzel, die alles zelf doet: instellen van haar zelfontspanner, en dan een krankzinnige houding aannemen net op tijd voor het toestel afdrukt.

 De grote evenwichtskunstenaar Piet Mondriaan heeft geschreven: 'Naarmate het leven aan evenwicht wint zal de kunst geleidelijk verdwijnen'.

 Ja, kunst is streven naar evenwicht, maar zal dat goddank nooit bereiken omdat het perfecte evenwicht de dood is.  Zoals muziek een spel is om het dode punt heen. Net ervoor, net erna. Wat men 'swingen' noemt ofwel 'Schwung'.

Tags: 

Het spel met het evenwicht

 Me vanmiddag in de Amersfoortse Kunsthal Kade onderworpen aan het duwen en trekken aan m'n evenwicht dat de tentoonstelling 'A balancing act' op me losliet.

 Evenwichtskunstenaars kunnen acrobaat zijn zoals Isabelle Wenzel die haar lichaam zozeer meester is dat je steeds denkt 'Dit kan niet'. En dat terwijl ze zich even later ontvouwt als een keurig geklede jongedame of een stapel huishoudelijke a­ttributen. Maar ook schilders, goedbeschouwd alle schilders, zoeken even­wicht, spelen ermee. Dat noem je 'swingen'. Er hangt een citaat van Piet Mondriaan aan de muur dat zijn leven als een zoektocht naar evenwicht weer­geeft.

 Maar het balanceren van alledag kent ieder­een. Zoals Samson Kabalu met zijn meesterlijke video van een op zijn stoel wippende man laat zien. Een stoel waarop hij zit, maar waarop hij achteruit wipt op twee poten. Als een kind. Waarom? Omdat de zwaartekracht altijd trekt. En omdat je altijd op zoek blijft naar het punt waarop je bijna valt. Totdat je moeder of onderwijzer geïrriteerd roept 'Blijf nou eens rustig zitten. Een stoel heeft niet voor niets vier poten.   

 De zwaartekracht willen trotseren, daar komt het altijd weer op neer. Onder en boven? We nemen er geen genoegen mee.

Truus Roeygens en het vergeten

 Kan vergeten leeg zijn? Het mijne is vol driftig rondtas­ten. Je weet of je iets ooit geweten hebt of nooit. Toch kies ik dit gedicht uit het nieuwe Liegend konijn van Truus Roeygens (1964) uit Brugge, een debuut. Om de kwallen en meer. Ze spoelen aan bij Oostenwind, eens was ik een middag lang bezig ze terug naar zee te geleiden. Vergeefs.

 'je staat op de strook met kwallen

die als vergrootglazen naar het blauwe licht staren

 

je ziet dat ik mijn voeten verlies in water en probeer mijn gedachten te redden

je zegt dat duinen als neuzen uit het zand steken en dat er een meeuw

 

laag en wit tusen mijn lippen hangt

je hebt het nooit zien gebeuren

 

maar je kunt het je wel voorstellen

je probeert het, het siert je

 

maar zo werkt dat niet

water en vuur kunnen niet worden gescheiden,

 

het kan niet, maar heel even kwam alles terug

de suikerboonmossel, Legovuurtorens, onze dag- en nachtspieren

 

ik geef je de leegte van vergeten

 

welke leegte is dat niet?'

Planet of the apes?

 Dit intrigerende beeld komt uit de film Planet of the apes (1968) van Franklin Schaffner waarin ruimtevaarder Charlton Heston in een verre toekomst belandt. Hij ziet daar nog net de top van het Vrijheidsbeeld boven de resten van een verwoeste aarde uitsteken. De apen hebben de planeet overgenomen.

 Je gaat je de tsunami's indenken die hieraan vooraf gingen.

 Dit als vervolg op mijn verhaal van gisteren over de architect Soane en zijn schilder Gandy, de 'ruïnebouwers' die rond 1800 net zo in de toekomst keken.

 Er bestaat ook een schilderij van Hubert Robert uit 1808 met de denkbeeldige ruïne van de Grote Galerij van het Louvre.

 In tijden als die van de Franse Revolutie lijkt alles mogelijk.

 In het heden, met klimatologische rampen in zicht wordt Planet of the apes opeens voorstelbaar. Veel staat op losse schroeven wat - net als architectuur - tot voor kort onwrikbaar leek.

 De ruïnes van de toekomst lijken steeds dichterbij te komen.

 

Soane en Gandy

 Een architect die werkelijk eindigde als ruïnoloog was de Engelse architect John Soane (1753-1837), die je niet kunt noemen zonder de man die levenslang zijn werk zichtbaar maa­kte, de schilder Joseph Gandy (1771-1843)

 Romantiek, de tijd van 'follies' als een vervallen tem­peltje dat je in je park liet bouwen. De beroemdste is die van de Bank of England, die werkelijk gebouwd is en in 1925 gesloopt. Soane had hem graag als ruïne gebouwd. Gandy - die in Rome geweest was - heeft toen het vol­tooide gebouw geschilderd en daarna de bank als ruïne.

 Waarom? Dat vraagt Christopher Woodward zich af in zijn boek 'In ruins'. En hij komt met de verhalen die Soane ophing bij de ruïnes die hij werkelijk gebouwd heeft. In 1802 liet hij dit persbericht uitgaan: 'Er zijn onlangs op het landgoed Pitshanger in Ealing overblijfselen ontdekt van een antieke tempel die ik voor de liefhebbers van de oudheid zal beschrijven': De ruïnes van een zuilengalerij achter de keukens, met een altaar dat suggereert dat dit de plek van een Romeinse tempel was, en na verdere opgravingen werd een grote hoorn ontdekt, die me laat concluderen dat het een tempel was gewijd aan Jupiter Ammon'.

 Deze 'vondsten' werden gepresenteerd aan vrienden die naar de summer fair in Ealing kwamen. Natuurlijk was het een grap, bedoeld om de modische handel in oudheden belachelijk te maken. Het gaat verder als Soane bij de sloop van het verbrande oude parlementsgebouw in de ruïnes van het oude Hogerhuis een monnikencel van een 'Padre Giovanni uit de 13de eeuw vindt met de inscriptie 'Alas poor Fanny'. Een liefdesgeschiedenis? Nee, Fanny was de naam van de hond van Soane.

Huis

 Geobsedeerd door huizen - binnen en buiten - als ik ben blijf ik in de bundel van Guillaume Apollinaire (1880-1918) 'Het raam gaat open als een sinaasappel', vertaald door Kiki Coumans, haken aan het gedicht 'Oceaan van aarde', opgedragen aan de schilder Chirico, waarin de Eerste Wereldoorlog doorklinkt.

 'Midden in de Oceaan heb ik een huis gebouwd

De ramen zijn rivieren die uit mijn ogen stromen

Overal over de muren krioelen inktvissen

Hoor hun drie harten slaan hoor hun monden op de ramen kloppen

                        Vloeibaar huis

                        Gloeiend huis

                        Gezwind seizoen

            Vliegtuigen leggen eieren

            Opgepast we gaan het anker uitwerpen

Opgepast we gaan inkt spuiten

Het zou mooi zijn als u uit de hemel kwam

De hemelse kamperfoelie klimt

De aardse inktvissen pulseren

En zovelen van ons zijn hun eigen doodgraver

Bleke inktvissen in de krijtkleurige golven of bleekmondige

            inktvissen

Rondom het huis is deze oceaan die je kent

En die nooit stil is'

Dromen

 In gedichten komen nog wel eens dromen voor, verder lees je ze zelden meer. Ik droom vrijwel elke nacht, altijd langs de zelfde lij­nen. Zoals Gerard Reve het een keer noteerde uit de mond van een jongen die droomde van een huis dat ook weer geen huis was in een stad die ook weer geen stad was etc..

 Waar zou die passage staan?

 Bij mij is het stramien eenvoudiger en altijd eender. Ik moet iets oplossen dat ononplosbaar is. Zoals een adres vinden in Rotterdam dat ook weer niet Rotterdam is. In een buurt die ontstaat terwijl ik zoekend de ene na de andere straat in rijd, me verstrikkend in een opgebroken omgeving.

 Er is altijd haast bij. Er moet iets worden opgelost en het is mijn verantwoor­delijkheid.

 Met romans lezen overdag vergaat het me vaak net zo. Ik begin te lezen, maar val al lezend in slaap. Dat geeft niet want ik lees in mijn slaap gewoon door, zij het dat het boek gaandeweg verandert. Maar terwijl ik doorlees bedenk ik dan vaak 'dit kan nooit', Nescio is nooit in Amerika geweest en ik was daar ook niet bij.

 Soms denk ik in zo‘n droom: 'Ik droom dit dan misschien, maar zo is het boek wel beter'.

Tags: