Geur en smaak

 Het is warm en straks gaat het regenen. Ik verheug me op de geuren die dat losmaakt uit de straatstenen. Ik ruik het al. Maar wat ruik ik? En hoe geef ik daar woorden aan?

 Sinds ik het boekje 'De taal van smaak' van Reinier Spreen in huis heb keer ik terug naar de tijd na het gewelddadige amandelknippen, toen ik opeens veel scherper rook en proefde dan voorheen. De geur van tantes vulde hele kamers achter de schuifdeuren. Maar hoe die te omschrijven? Restjes parfum, oud ondergoed gemengd met lijflucht? Eens kwam ik pe ongeluk - dit was streng verboden - de ouderlijke slaapkamer binnen en hoe het daar stonk!

 En nog verwart zoiets schijnbaar eenvoudigs als de aardappel me hopeloos. Ze ruiken en smaken steeds zo totaal anders: gekookt warm of koud, gebakken, gefrituurd en dan eenmaal of tweemaal, als puree of als chips? Het lijkt van een andere vrucht afkomstig. Proeven doe je vooral met je neus. 

 En, schrijft Spreen: 'Bijna niemand weet dat geuren zo essentieel zijn dat we onze levenslust verliezen als we ze niet meer kunnen ruiken. Mensen die hun reukzin kwijtraken, na een ongeluk bijvoorbeeld, zijn er na ee jaar psychisch veel slechter aan toe dan mensen die blind worden. Ze hebben geen plezier meer in eten en drinken, in hun partner, in seks. Er is een sterke link tussen depressie en een verminderd reukzin.'

 Gerard Reve rook erg lekker, kruidig. 

Tags: 

Het andere Japan

 Vrij vaak kom ik in het Leidse Sieboldhuis, het Japanmuseum. Waar ik altijd eerst de plank met erotische prenten naloop. Omdat er een nieuwe Kunstschrift is over de prenten van onder meer H­okusai en Hiroshige zijn er op 21 en 28 juni ook lezingen van kenner Matti Forrer over nieuw ontdekt werk van Hokusai.

 Omdat Japan zo lang geïsoleerd was en via Decima alleen contact had met Nederland is spannend wat er gebeurde toen de deur op een kier ging. Japan kwam in de mode. Van Gogh schilderde prenten van Hiroshige na en hoe Japans de 'klare lijn' van Hergé was heb ik hem niet kunnen vragen.

 Jeroen Stumpel schrijft dat hij de 'poëtische verbeelding' van de Japanners mist. Tja, de brug in de regen van Hiroshige of de 'Grote Golf' van Hokusai ontbreken. Maar de filmische stijl met doorlopende karakters en de verhaalspanning zijn er in de  Japanse prenten weer niet. Die ontdekten het landschap. En Hergé moest voor kinderen werken.

 Wat Hokusai en Hergé delen is de lichte humor. De mannetjes die in hun roeischip tegen de reuzengolf op proberen te roeien terwijl de toeschouwer ziet dat ze het volgende moment overspoeld zullen worden. Seks was er al evenmin bij de brave katholieke padvinder Hergé, terwijl in Japanse prenten seks en humor juist zo mooi samengaan. Zodat je weer stil moet staan bij wat het Christendom ons allemaal heeft aangedaan.

 Wat Margriet Verhoef vertelt over de samenwerking van Hokusai met zijn begaafde dochter Oi is opzienbarend. Hij riep haar bij die naam: 'Oi, Oi!' En zij antwoordde dan brutaal 'He ouwe, gaat het een beetje?' Dit in een morsig atelier vol luizen.

Tags: 

Potpourri

 Is de titel van een gedicht van Emily Hasler, in de verrassende nieuwe editie van Tijdschrift Terras, die 'Over de gre­ns'­ heet en geheel gewijd is aan vertaalde literatuur, En vol ontdekkingen, zoals dit, getiteld 'Potpourri', vertaald door Jeske van der Velden. Maar eerst. Potpourri of Medley? Daar heb je het. Het Franse gerecht 'pot pourri' of de Engelse 'meddle'-afleiding? Als het draaiorgel begint te spelen let ik op de bruggetjes van het ene melodietje naar het volgende, maar in een gedicht kan zoveel meer.

 'Ik weet niet wie de kopjes op viltjes zette of de herdoopte

tuindoden in schalen deed waar ze rusten, onaangetast

en verstomd als heiligen. Ik weet niet waar, maar de lucht

was een waas, vol talk waaraan de angel van haarspray

nog prikte. Ga zitten. Noteer alles wat zich laat

herinneren op de geparfumeerde bladzij. Tegen de tijd

dat we klaar zijn ken je het niet meer terug. Kent geen rust:

veegt aan, schudt kussens op, vaagt prullen weg. Propt meer

en meer zorgen in de stampvolle lade van het dressoir.

 

 Kijk goed in de hoeken van je stoffige geest. Zeg me dat je dit weet:

welk woord verspert het woord op het puntje van mijn tong?

Bij het raam kan je het zien: de illusie van diepte in opgepoetst hout,

de kreukels in je ochtendgezicht, hoe in elkaar geflanst een dag is.

Gevoel

 Mijn eerste operatie was op mijn elfde het 'knippen' van de amandelen in het Haagse kinderziekenhuis. D verdoving ging met lachgas. Er werd me een rubber masker opgezet met een ballon eraan, waarin ik moest in en uit ademen.

 'Als het klaar is krijg je een ijsje,' werd me verteld. 'Tel maar tot eenentwintig.' zei de dokter met het rubberen voorschoot, 'dat haal je nooit, dan ben je al weg'.

Koppig telde ik. Toen ik twintig bereikte zag ik in een rood waas twee mannen de operatiekamer binnenkomen die opgewekt pratend rubber handschoenen aantrokken.

Ik werd wakker met een moorddadige pijn in mijn keel. Het ijsje smaakte naar stookolie.

De ouders kwamen op bezoek. 'En hoe voel je je? vroeg mijn moeder bezorgd.

'Slecht,' zei ik.

 Mijn vader barstte in een daverend gelach uit.

 Ik dacht hieraan bij het lezen in 'Intimiteiten', van de Belgische psycholoog Paul Verhaege. Kinderen werden toen nog niet geacht gevoelens te hebben. Dat is nu omgekeerd, gevoel is heilig. Verhaege waarschuwt tegen 'het zoveel mogelijk gehoor geven aan onze gevoelens en ze als leidraad voor ons gedrag te gebruiken. Dergelijke aanmoedigingen berusten op een verkeerd idee, namelijk de overtuiging dat mijn gevoelens per definitie 'juist' en 'autentiek' zijn, en uitdrukking geven aan wat ik echt wil, wat ik zelf verlang, dat ze mij toegang verlenen tot wie ik echt ben.'

 Maar ze zijn manipuleerbaar, denk aan de inentingshysterie.

Wegwezer

 Is ie er of is ie er niet? Wie?

 Hans Faverey, de afwezige, meester van het o zo precieze on­gewisse. Onthou dat je uitspreekt 'Faverie'. Zoals ik van Hans Vervoort leerde, die hem kende. Zoek! Het laatste woord dat je ziet als je zijn spoor volgt. Loopt het hier dood? En dan ben je al vaak langs de zee gekomen en de Styx, en hebt de eenhoorn meermalen gezien. Dit uit zijn tweede bundel Gedichten (1972), herdrukt in zijn verzameld werk:

 'Word ik ja geroepen,

 

 word ik nee geroepen.

 

 Ik kan hier niet weg.

Mijn wegwezer is hier.

Zonder tegenbericht

 

kom ik straks.'

Tags: 

Boris

 Het Verenigd Koninkrijk marcheert vastberaden naar de rampspoed genaamd Boris Johnson. Polly Toynbee schrijft het haarfijn op in haar column in de Guardian: hij kan niks en hij deugt niet..

 Helaas: 'Ongeschikt gebleken voor elke functie die hij bekleed heeft. 'En zijn optimisme gaat er in als koek.­' Toyn­bee noemt hem 'rotten to the core'. De Conservatieve parlementsleden die zich achter hem hebben geschaard weten uit ervaring best dat hij niet deugt, maar aarzelen niet het land over te leveren aan zijn grillen en leugens. Ze moeten ook nog om hun zetels denken.

 'Een man zonder capaciteiten, zonder gevoel voor de samenleving, alleen geïnteresseerd in zichzelf. Verteerd door een levenslange ambitie, altijd op zoek naar bijval en geïrriteerd als hij die niet krijgt.'

 Maar wie dan? na Theresa May? Nigel Farage niet, Jeremy Corbyn nog minder, dan in godsnaam Boris maar. Vergeet zijn twee rampjaren op Buitenlandse Zaken. Vergeet zijn ‘vriendschap’ met Trump.

 'Nauwelijks een woord van wat hij zegt is waar, betrouwbaar of zelfs maar in de verte plausibel. Blunderende luiheid. Hij koppelt charlatanerie aan lef. Is het bezwaarlijk dat hij geen koers heeft om uit de chaos van Brexit te raken behalve winderig optimisme. Waarmee hij straks op weg gaat naar Brussel. Waar ze hem maar al te goed kennen.'

Tags: 

Vertaals

 Door Paul Claes kwam ik in de merkwaardige kwaal terecht die in vakkringen 'vertaals' heet.

 Dan slaat m'n brein op hol en produceert zinnen en woorden als 'nihil Sequani respondere sed in eadem tristitia permanere'. Waarbij zich de 'infinitivus historicus' voegt.

 'De Sequani antwoordden niets, maar volhardden in het zelfde verdriet.' Een werkwoord dat niet vervoegd wordt, maar toch zijn werk doet.

 De leraren Van Gelder en Borleffs kijken mij aan vanuit hun diepste diepten. En ik stel ze eindelijk de vragen die ik toen had moeten stellen. Wie waren de Sequani en waarom waren ze zo verdrietig? Wat had Caesar ze aangedaan?

 En hun antwoord is 'dat doet er niet toe, het is maar een voorbeeld. Het gaat om het begrip van deze infinitieven. Maar google souffleert en ik ben in de Franche-Comté, waar de Sequani woonden, rond Besançon.

De Sequani hebben me teruggebracht naar het vertalen zonder te weten wat je vertaalt. Elke les een segment Xenophon zonder te weten waar de marcherende soldaten vandaan komen en waarheen ze op weg zijn. Dat deed er niet toe, zolang je wist hoeveel parasangen ze die dag hadden afgelegd.

O popoi!

Vertaals. Dat is wat je in een vertaald boek leest als de taal van herkomst er doorheen komt. Zo leer ik uit het boekje 'Gouden vertaalregels' van Paul Claes, dat verscheen bij Vantilt.

 Het meest krasse voorbeeld kreeg ik van mijn lerares Grieks op het gymnasium, mej. K.A. van ter Toolen, bijgenaamd To, die me door het eindexamen heen sleepte.

Haar manier van lesgeven was waarschijnlijk identiek aan wat ze zelf ooit had geleerd. Zo werd de Homerische vloek 'O popoi moi' bij haar altijd 'Wat hamer!'. Dat moest en wij deden het na.

Terwijl het waarschijnlijk een Griekse manier van 'verdomme' zeggen was, vol klank. Een klanknabootsing of onomatopee.

Die hamer, vind ik nu, stamt uit een 18de-eeuwse aanroeping van de dondergod Thor, die immers de donder sloeg met z'n hamer. Dat werd er door To niet bij verteld. Ook niet dat een modernere vertaling 'Wee mij!' zou zijn.

De vreemde taal die bij To doorklonk was dus een 19de-eeuws gymnasiaal vertaal-Grieks. Onbegrijpelijk geworden.

O popoi deed me ook meteen denken aan de rinoceros van Albrecht Dürer uit 1515. Een dier waar nauwelijks exemplaren in Europa te zien waren. Zodat alle tekenaars eeuwenlang die van Dürer - die lang niet klopte - natekenden. Ook toen er allang echte neushoorns in dierentuinen te zien waren

Nee, die van Dürer was goed, omdat ie van Dürer was. En o Popoi betekent Wat Hamer! omdat To - ook een soort rino­ceros - het had gezegd.

Hans Faverey

 Voor wie niet of niet meer weet wie Hans Faverey (1933-1990) was, nu zijn vrouw ook gestorven is, dit. Hij werd in Paramaribo geboren, studeerde psychologie en werkte aan de Leidse Universiteit. In 1969 trouwde hij met Lela Zeckovic en woonde in Amsterdam-Zuid. Zijn eerste bundels werden 'onbegrijpelijk' genoemd, maar zijn werk werd later toegankelijker. Klank en ritme doen er veel toe. Hij was een begaafd pianist. Vaak probeert hij de tijd (die alles kapot maakt) stil te zetten. In 1989 bleek dat hij ongeneeslijk ziek was. Dit is zijn gedicht (nr. 2601) uit: 'Hinderlijke goden', 1985.

 'HOE ZIJ RECHT STAAT; DAT IK ZIE

Hoe zij recht staat; dat ik zie

hoe zij dit doet door zo te staan

zoals zij gewoon is: haar voeten

iets uit elkaar, haar armen

 

neerhangend, haar kin iets omhoog;

zo snel denkend, dat haar stem eerst

liever wacht of het de moeite loont

om het te zeggen. Juist zij is het

 

die afkomstig is uit zichzelf. Al

wie haar nadering heeft herkend,

al wie haar stem heeft doordroomd:

die zal zich nooit kunnen vergeten.

 

Hoe onmooi is haar schoonheid.

En hoe welluidend op haar handpalm

alles zal kunnen verstuiven tot het

nooit heeft willen bestaan.

Tags: 

Geld

 Als eenvoudige bezorger in Montréal met bestelbus kom je in een bankoverval terecht waarin iedereen het loodje legt. En daar ligt de buit. Erg veel bankbiljetten in sporttassen. Wat doe je? Je hebt een studie filosofie voltooid, maar wat is wijsheid hier?

 Als je het geld zo laat liggen en je bestelronde vervolgt is de film vlug afgelopen. Of regisseur Arcand moet het verhaal van een dolende filosoof in Montreal tot een onderwerp maken.

Die heeft net nog een prachtig betoog afgestoken tegen zijn vriendin, over intelligentie die een mens niet baat in deze wereld, maar hij verveelt haar, ze zegt hem vaarwel.

En nu? Wat te doen met zakken geld? Niks voorbereid. Geen plan. Naar de hoeren? Hij wordt geadopteerd door een beeldschone prostituee.

Maar het geld? Hij gaat hulp zoeken bij boeven. Die weten van geld verstoppen.

Wat hem bevrijdt uit zijn dilemma blijkt tenslotte wat hij al deed, werken in een centrum voor daklozen. Het oude adagium van Willem Brakman: 'Als je niet weet hoe je verder moet, moet je terug.' En zo keert hij hoogst romantisch met het peperdure hoertje dat hij door het geld leerde kennen terug naar de thuislozenzorg. Vindt zij eigenlijk ook leuker. 'The fall of the American Empire heet de film dan. Tja, driewerf tja.