Indische mensen

 In Den Haag groeide je op tussen de Indische mensen. De buren aan beide kanten, klasgenootjes als René Pasanea en onderwijzers als meneer Von Banniseth. Veel Indische mensen hadden Duitse namen, Duitsland had immers geen koloniën. Bij het jaarlijkse col­lecteren kwam ik bij ze binnen. Je belde en de deur ging op een kier open: 'Kom gauw binnen, zo koud buiten.' En dan het glaasje groene stroop en het stukje spekkoek.

 Indische mensen waren modern, ze hadden als eersten televisie. Ik mocht bij ze naar het voetbal op tv komen kijken. De meisjes hadden als eersten petticoats, de vader van mijn buurjongen speelde weemoedig op een elektrisch versterkte gitaar, die hij in z'n radiotoestel plugde. Een betoverend geluid.

 Onvergetelijk was de verjaardags ontvangst in een piepklein  huisje in de Zuiderparkbuurt. Het was er vol Indische mevrouwen die met z'n allen aan het koken waren. Ik ging me stuk voor stuk aan ze voorstellen zoals me geleerd was.

'Wim Noordhoek.'

'Mevrouw Latupeirissa.'

Maar de volgende was ook een mevrouw Latupeirissa, en de daar op volgende ook. Heel het piepkleine huisje was vol met mevrouwen Latupeirissa, zodat ze na de vierde collectief in daverend gelach uitbarstten.

Tante Nel leerde mij de Tjin Tsjang Babi - zoals een varken piano speelt - waarbij het kind dat nog niks kan alleen de zwarte toetsen in volgorde hoefde aan te slaan en zij er van alles omheen speelde. Zodat het net leek of je kon pianospelen.

2CV

 Mijn Hoger Technisch geschoolde broer had na de begroeting een vaste eerste vraag: 'Zo broer, hoe gaat het met je auto'. Rudy Kousbroek kwam daar in de buurt toen ik mijn 2CV had ingeruild voor een oude Volvo. 'Laten we afspreken,' zei hij, 'dat jij altijd in een 2CV rijdt'

 Zo stond ik te boek. We waren beiden verknocht aan de 2CV, die alles kon. Ontworpen voor het platteland. Je kon er balen hooi in laden als je de stoelen eruit nam - een handbeweging - en het oprolbare dak was 's zomers een uitkomst. Alleen in het matgrijs te krijgen. Bij pech wist iedereen waar wat zat. Rudy meer dan wie ook.

 Toen hij ziek werd zei hij me eens dat het zo jammer was dat zijn hersens, met alles wat erin was opgeslagen straks verloren zouden gaan.

 In zijn 'Wat nooit eerder gebeurd is', zijn postume verzamelbundel met stukjes over kunst en techniek is zijn autoliefde - al zou hij ze liefst uit de steden bannen - alomtegenwoordig. In zijn boekje over de afgedankte auto's die hij rond Parijs opdook in boerenschuren, vaak met broedende kippen erin, staat hoe dat afliep. De banden van zo'n Hispano-Suiza, waarmee hij triomfeerde in de Parijse straten, waren snel versleten en onvervangbaar. Ze werden niet meer gemaakt.  Mooi is wat hij zegt over de jeepvormige Citroen-Mehari met z'n plastic carrosserie, uitgebracht ter gelegenheid van het jubileum en net als de 2CV zonder overbodige toevoegsels. Maar wel een stuk duurder. Het is het idee waarvoor je betaalt.

 Sinds de computer ook in auto's zit is het uit met het sleutelen. Maar in de geest rij ik nog steeds in een 2CV.

Christo: Walking on Water

 Zou Christo het plan van Robert Jasper Grootveld voor een drijvende stad gekend hebben voor hij met maatje Jeanne-Claude zijn drijvende wegen in het Lago d'Iseo bedacht? Verwante geesten zijn het wel.

 De film die Andrey Paounov maakte over hoe het tot stand kwam begint met een uitleg die Christo aan scholieren geeft: hij herhaalt zichzelf nooit, hij heeft een hekel aan het niet-echte, aan virtual reality en digitale namaak. Als je tenslotte over het water loopt voel je de golfslag. Het noodweer tijdens de eerste dagen hielp ook. Niet dat ik daar bij was, al ken ik het meer en heb er een keer dwars overheen geroeid.

Wat er moet gebeuren voor mensenmenigten als Christus over water kunnen lopen liegt er niet om. In 2016, zes jaar na de dood van Jeanne‑Claude gebeurde het Christo. En je ziet de permanente improvisatie bij het oplossen van steeds rijzende problemen. De Italiaans bureaucratie staat machteloos staat tegenover de enorme toeloop, de gemeente laat ongemerkt extra autobussen toe. Straks zijn er 200.000 bezoekers en verzuipen ze.

Na de Rijksdag, het gordijn door de vallei in Colorado en zoveel meer is er nu toch een blik in Christo's keuken. 

En kun je je voorstellen wat er ligt tussen een idee, zijn blik op de werkelijkheid en wat daarbij kan opkomen en de praktische uitvoering. Christo blijkt daarbij als acteur verrassend goed, tot de manier waarop hij tenslotte heel alleen zijn koffer pakt toe.

Tags: 

May's afscheid

 Ze deed alles zoals het moest. Kleedde zich net dat pietsje eigentijds, niet te veel, niet te weinig, met schoenen waarin net dat beetje extravagantie school dat hoop gaf.

 Maar de plicht was haar heilig. Ze had ooit tegen Brexit gestemd, maar het volk wilde het en al was het niet verstandig, ze zou het tegen beter weten in tot het bittere eind uitvoeren.

Vreemd karakter. Trouw aan haar partij tot de ondergang er op volgt.

Een grote bek als die van Thatcher had haar geholpen. Rampen volgden, mar ze kreeg altijd haar zin.

Intussen zullen de grote bekken van Nigel Farage en Boris Johnson triomferen. Krankjorum, die Farage, een partij die ten strijde trekt voor wat allang bereikt is, die Brexit komt er echt wel.

Maar de saga komt tot een eind. Pech voor mij. En voor John Pienaar, Laura Kuenssberg, Kirsty Wark en de onvergetelijke Emily Maitlis van Newsnight.

ps. Referenda over ingewikkelde kwesties, dus nooit doen.

Rotkop

 Daniil Charms schreef op 30 augustus 1934:

 'Zoals bekend heeft Bezimenski echt een rotkop.

Op een keer stootte Bezimenski zijn kop tegen een krukje.

Daarna was de kop van de dichter Bezimenski helemaal niet meer om aan te zien.'

 

Hoe je je kop tegen een krukje kunt stoten wordt niet duidelijk. Misschien was de Sovjetdichter Bezimenski dronken.

In Den Haag zeiden ze: 'Als ik zo'n kop had ging ik er naast lopen.'

Bij sollicitaties is het geen erkend argument. Een personeelschef kan niet zeggen 'Uw kop staat me niet aan'.

Mijn vader noemde zoiets 'een ongunstig voorkomen'.

Het is vandaag verkiezingsdag, ik heb tijdens de campagnes erg veel rotkoppen gezien.

Tags: 

Dagboeken in Extaze

 Nooit heb ik een dagboek bijgehouden. Wat ik opschrijf heeft een direct doel, zoals een brief, een klad voor een stukje of aan­tekenin­gen om iets niet te vergeten. Zo gaat het meestal. Scripta manent, veel vertaald als 'Wie schrijft die blijft' was niet meer dan een aanmaning om een goede boekhouding bij te houden, leerde ik. 

 Het nieuwe nummer van het Tijdschrift Extaze is gewijd aan Dagboeken en daar kom je het dilemma tegen. Is het voor jezelf of voor iets of iemand anders. Dat eerste is zeldzaam. Soms kom je een Romeinse potscherf tegen met een korte liefdesverklaring. Echte dagboeken zijn vaak deels onbegrijpelijk. Cesare Pavese bewerkte zijn 'Leven als ambacht tot literatuur.

 Hein Aalders heeft Slauerhoffs nalatenschap nagezocht op dagboeken en vond ze alleen uit 1925-1927 maar verder wel frappante losse teksten. Zoals een stukje voor de Nieuwe Arnhemse courant uit 1931, waarin 'Slau' uitpakt over Hitler: 'Hij is als de kip zonder kop, die nooit een ei legt en alleen omdat hij zo luid kraaien kan, denkt dat hij een haan is. Dat hij het zelf denkt is niet zo erg. Maar dat een groot deel van het Duitse volk het met hem denkt, is wel erg (...) Als men een hond altijd trompetgeschal laat horen bij zijn maaltijd en ten slotte de maaltijd weglaat en alleen de trompet blaast, dan functioneren de spijsverteringsklieren evengoed; zo worden weer dezelfde sappen afgescheiden. Dit is een bekende fysiologische proef. Bij het Duitse volk is het net zo. Het neemt op het laatst met lawaai alleen genoegen, het watertandt zelfs, het ziet de heilstaat nabij.'

En hij eindigt: 'Hitler is niet de berg die een muis baart. Hij is een muis die een berg zal baren, een berg onheil.'

Tags: 

Robert Crumbs wake-up calls

 Crumb ontmoette ik voor het eerst ergens diep in de jaren '70, via zijn vriend, tekenaar Evert Geradts. Hij landde aan in Amsterdam, in zak en as. Ik interviewde hem en het ging over Zap-comix, maar eigenlijk vooral over geld. De Amerikaanse belasting zat achter hem aan, en dan helpt geen Mr. Natural.

 Omdat zijn tekeningen overal verschenen - zonder dat, in die tijd, copyrights betaald werden - dacht de fiscus dat hij wel heel rijk moest zijn zonder belasting te betalen. De tweede keer was toen hij in 1995 met zijn orkestje The Cheap Suit Serenaders op toernee kwam en bij Gert-Jan Blom logeerde. Hij verzamelt 78-toeren muziek en speelt het ook nog steeds. De Cheap Suits werden opgenomen en uitgezonden. En daarna kwam de expositie in Boijmans in 2005.

 Al die keren gaf hij antwoord op vragen, meest van feitelijke, zakelijke aard. En zweeg hij of speelde. Alle vragen en antwoorden zitten immers in zijn werk. En dat omvat een tijdperk in z'n geheel, een generatie.

 Toen ik Anil Ramdas voor het eerst sprak vroeg hij naar de jaren '60. Daar wilde hij over schrijven. Wat moest hij lezen? Ik zei 'Het verzameld werk van Robert Crumb'.

 Die boodschap is niet doorgekomen.

 Crumb is nu 75 net als ik, en woont in Frankrijk met zijn tweede vrouw Aline. Op internet brengt Leo Mele bijna dagelijks een keuze uit zijn werk en dat van andere tekenaars. Mijn wake-up calls.

 https://www.facebook.com/groups/rcrumb/

Tags: 

De douanier

 Robert Walser bracht me bij een andere dromer, Henri Rousseau (1844-1910). Van wie twee echtgenotes stierven en acht van zijn negen kinderen. Rouseau, die als belastingambtenaar bij de douane werkte en in zijn vrije tijd schilderijen maakte, waarom hij lange tijd werd uitgelachten.

  'Jij en ik zijn de grootste schilders van onze tijd', zei Rousseau tegen de jonge Picasso die voor hem een banket organiseerde in 1908, 'jij in de Egyptische stijl en ik in de moderne'. Picasso zou hem hier later achter zijn rug om uitlachen. Dit doek, 'De Droom' (1910), maakte Rousseau, kort voor zijn dood, voor een mogelijke derde echtgenote. Een vrouw op een divan wijst naar het oerwoud waar ze over droomt. Het oerwoud als 'state of mind'. Hoewel hij Parijs nooit verliet, was Rousseaus droomwereld er een van oerwouden vol exotische dieren en prehistorische planten en bomen. Maar de beoogde vrouw was niet geinteresseerd. En de douanier stierf arm en eenzaam. Zijn kunstenaarsvrienden ontfermden zich over zijn graf: Apollinaire schreef een gedicht dat Brancusi in een mooie steen beitelde. In 1981 was er een Rousseau-expositie in Amsterdam. Het affiche van de leeuw en de slapende vrouw in de woestijn hing in vele Amsterdamse studentenkamers. 

Robert Walser en Henri Rousseau

 In zijn laatste roman dwaalt Robert Walser ongeremd rond. Waarneming en overwegingen wisselen elkaar af zonder dat hij orde schept in de wederwaardigheden van hemzelf en zijn alter ego 'De rover', die de wereld leegrooft aan gedachten en verschijnselen. Vertaald door Machteld Bokhove. 

'Maar het is onverantwoord zo vergeetachtig als ik ben. Ooit kwam de rover immers nadat hij zich even bij een boekdrukkerij had laten zien en met de eigenaar een uurtje had staan kletsen, in het bleke novemberbosje die Henri Rousseau-vrouw tegen, helemaal in het bruin gekleed. Hij bleef getroffen voor haar stilstaan. De gedachte ging door zijn hoofd dat hij in de afgelopen jaren op een treinreis midden in de nacht tegen een vrouw die met hem reisde als het ware sneltreinachtig had gezegd: 'Ik ga naar Milaan.' Net zo dacht hij nu heel  flitsachtig-vlug aan toffees die je in kruidenierswinkels koopt. Kinderen eten dat graag, en meneer de rover at ze ook nog altijd graag zo nu en dan, alsof de liefde voor toffees etc. tot de taken van de roversstand behoorde. Met 'Lieg toch niet!' opende nu die dame in het bruin haar betoverende mond.'

Als Walser er over begint moet ik toch mijn kant van de dingen noteren, van Henri Rousseau, de schilder van varens, die uit de oerbossen overgebleven schermachtige planten waarmee hele heuvels begroeid zijn rondom Terhulpen bij Brussel. En van toffees. De buitenkant is zacht en tenslotte bereik je al zuigend het harde binnenste, waarop je nog lang kunt zuigen als je het niet per ongeluk doorbijt. Maar dit, zoals veel bij Walser, terzijde.

Tags: 

De oorlog opruimen

 Nederland kent geen Rudi Vranckx, voor de puinhopen van Aleppo moet ik naar de VRT. Maar vandaag kwam ik er via Zadie Smith, die in haar opwekkende bundel gedachten over politiek en schrij­verij 'Cha­nging my mind' een gedicht van Wislawa Szymborska aanhaalt: 'Einde en het begin', vertaald door Gerard Rasch.

 'Na elke oorlog

moet iemand opruimen.

Min of meer netjes

wordt het tenslotte niet vanzelf.

 

Iemand moet het puin

aan de kant schuiven

zodat de vrachtwagens met lijken

over de weg kunnen rijden.

 

Iemand moet waden

door het slijk en de as

de veren van canapés,

de splinters van glas

en de bloederige vodden.

 

Iemand moet een balk aanslepen

om die muur te stutten,

iemand het glas in het raam zetten,

de deur in de hengsels tillen. (...)'

 Hier breekt Zadie Smith het gedicht af. En ik ben het met haar eens: deze oorlog moet 'blijven hangen', hoeft niet nabeschouwd te worden. Dat opruimen spreekt me aan. Dat is wat overblijft voor de vrouwen: oorlog als huishouden. Mijn moeder zette de glazen deurtjes van keukenkastjes op de plaats van de kapotte voorruit.