Galanterieën

 Sinds ik de catalogus van het winterseizoen 1880-81 van de Grands Magasins du Louvre in handen kreeg weet ik iets van wat dat inhield: galanterieën. Woordenboeken en naslagwerken schieten tekort als je iets wilt begrijpen van wat daar wordt aangeboden. Terwijl de dames van toen toch onmiddellijk begrepen moeten hebben wat daar werd aangeboden.

 Galanterieën? De ENSIE zegt: 'collectieve benaming voor allerlei voor­werpen van weelde, artikelen van mode en smaak, sierlijke snuisterijen enz., ter versiering eener welingerichte woning, of ook tot opschik en tooi: koopman in galanterieën, magazijn van galanterieën. De vader van Kafka had een winkel in galanterieën. Ik keek ook Zola's Au Plaisir des Dames weer in. En daar vind ik een assortiment luxe artikelen. die zelfs in de Nederlandse versie onbegrijpelijk blijven. Een verdwenen wereld opent zich, een verdwenen taal.

Ach de korsetten! 'Van zwart satin de laine, gestikt en met gekleurde waaiers, bovenaan geboord, voor echt balein wordt ingestaan, gekleurde veter. 18 Francs.' En dan de 'Engelsche laarsjes, geregen, mat chevreau en  genaaid, kurken zolen, chagrijn, leêren hakken, F 7.75.'

Onder de 'meubelstoffen' vind ik 'Camaieux kreton', en Diar­bekir, wol en katoen zonder verkeerden kant, getrouwe navolging der antieke portieres, voor 10 Francs 75 de meter.' En bij de tapijten het 'fluweelachtig moket', gestreept, gechineerd, granite, voor eetzalen, vestibules enz. Maar er zijn ook 'Dekbedden voor kostscholen van satinet in alle kleuren'.

 

 

Rudy’s machines

 Grote mannen als Willem Frederik Hermans en Rudy Kousbroek herken je aan hun voorliefde voor ogenschijnlijk kinde­r­lijk spelen. Hermans prutste aan zijn op het Vossenplein gekochte vloeistofduplicator, maakte er onzinnige gedichtjes voor en Rudy maakte een perfecte katapult uit een Engelse sleutel. We schoten ermee op een boom. Niet gek.

 Maarten Asscher verzamelde nu in ‘Wat nooit eerder gebeurd is’ de ‘mooiste essays over kunst en techniek' van Rudy en ik dacht aan de Zingende Honden, de 'Famous Singing Dogs' van Don Charles die Rudy met liedjes als 'Oh Susannah' tot tranen ontroerden. Waarom? Ook toen ik hem had uitgelegd hoe de geluidsbanden met blafjes in alle toonaarden aan elkaar waren geknipt en het resultaat voorzien van een orkestje was Rudy nog even ontroerd.

 Hier gingen zijn liefde voor dieren en die voor techniek prachtig samen.

 Het stuk dat hij erover schreef ontbreekt in het boek van Asscher. Net als wat Rudy schreef over wat resteerde van de 'Machine van Marly'. Het stadje aan de Seine-oever waar het water werd opgepompt dat de fonteinen van Versailles kon laten spuiten. Rudy raakte bevlogen toen we de vraag stelden hoe de fonteinen van Versailles nu werkten. Hij stormde de trap op en keerde terug met de documentatie. Natuurlijk was hij in Marly geweest. Ik ben daarna ook in Marly wezen kijken. Er is nog wel wat te zien van de decoratie. De houten raderen zijn weg. Van het aquaduct naar Versailles dat bovenop de berg begint rest ook nog wat.

Viollet-le-Duc

 De Notre Dame de Paris was niet - zoals het nu alom wordt voorgesteld - de nationale kathedraal waar koningen gezalfd werden, dat gebeurde in Reims. Ze werden er ook niet begraven, dat gebeurde in St.Denis. Napoleon liet er zich wel tot keizer kronen en De Gaulle werd er begraven. Meer niet.

 Het verwaarloosde gebouw uit de 12de eeuw werd na de revolutie opgeknapt en naar eigen inzicht bijgewerkt door de omstreden Viollet-le-Duc (1814-1879), een romanticus die de gotiek graag verbeterde. Zie het romantisch kasteel van Pierrefonds en de 'Middeleeuwse' oude stad van Carcassone.

 Hij won een prijsvraag en kreeg de opdracht. De flèche, het torentje op de viering dat gisteren wegbrandde was net als veel beeldhouwwerk tijdens de Franse revolutie - toen de kerk een 'tempel van de rede' werd - gesloopt, en een vrije herschepping van Viollet. Net als de waterspuwers en karikaturen op de torens.

 Tijdens de revolutie werd de Notre Dame gebruikt als opslagplaats. Het scheelde een haar of hij was afgebroken.

 Viollet kon van voren af aan beginnen met aankleden en optuigen. Toevoegen en vervangen wat hij wou. Zoals de Maria met kind en twee engelen aan de voorkant onder het roosvenster en de beelden van de koningen van Judah eronder die tijdens de revolutie vernield waren omdat de revolutionairen dachten dat ze Franse koningen voorstelden.

Grands Magasins

 Door een groot geluk kreeg ik de catalogus van de winteraan­bieding 1880-81 van de Grands Magasins du Louvre. Een warenhuis dat alles verkocht of verzond wat je maar kon wensen. Emile Zola (1840-1902) schreef er zijn roman 'Au bonheur des dames' (1883) over, pas nog herdrukt als 'In het paradijs voor de vrouw'.

 Ik blader door de nouveautés van het verleden. De rijkdom, de koopjes. Er zit een vel tussen met uitgeknipte stukjes satijn en zwarte zijde, voor de voelende koopsters-in-spe vingers. Wat dacht u van een van de zes Ochtendjaponnen: 'van zwart of gekleurd cachemire, de rok met breeden plisse, de paletot vanvoren met een jabot vormende plissé en mooie fantaisie knoopen, prijs 39 francs'?

 Of onder de vele parapluies: 'van extra gekookte serge, paragon montuur, prachtige, geheel nieuwe stokken, met en zonder godet, voor heeren en dames, prijs 12 francs 75.

 Er werd zeer veel leer en bont verwerkt, in handmoffen van vossen- of marmottenvel of Canadaasch ottervel, of in rijtuigkleeden. Er is een 'Groote keuze van voetenzakken voor het rijtuig en de kamer, van af 4,74. Voorts 'Groote sortering van Pelzen voor Heeren en geitenvellen jachtbuizen.'

 En Belgische handschoenen, voor de dames, licht geel en carrickgeel, lengte van 8 knoopen.'

 Al lezend word je vanzelf een winkelbediende: 'Anders nog iets gewenscht mevrouw?'

Tags: 

Kassei

 De ere‑kassei is uitgereikt op het wielerbaantje van Roubaix. De mooiste prijs die er bestaat in het wielrennen: een heel grote steen. Aan de 36-jarige Philippe Gilbert uit Verviers, die als een vol­leerd baansprinter, na 270 kilometer kasseien, met wachten en kijken de Keulenaar Nils Politt aftroefde.

 Ach dat wielerbaantje. In een rare buitenwijk tussen versle­ten flatjes. En zo op z'n plaats na 270 kilometers Noord‑Franse bakstenen huizen. De bakstenen waar Agnes Varda ook zo van hield.  Met af toe een ornamentiek van geglazuurde randjes of andere baksteen ver­siering. In Verviers is het net zo, ik ken het.  

 Hier moest een 'Franstalige' winnen. En niet Tiesj Benoot, Van Avermaet, Lampaert of Sepp van Marcke. Terwijl het wereldwonder Sagan langzaam inzakte.

 Het mooie van Parijs-Roubaix is dat heel de wedstrijd gaat over plaveisel. De vele 'kassei‑stroken', die omzoomd zijn met platgefietste paadjes, waarachter het gras begint. Maar o wee, daar staan al toeschouwers. Je ziet de schoenneuzen teruggetrokken worden als de renners komen.

 En de coureurs moeten steeds maar vliegensvlug kiezen of ze een stukje hotsen midden over de stenen zullen kiezen of het paadje, waar ook blubber kan liggen, of anders een stukje grasberm meepikken. Elke centimeter telt. Het regent valpartijen en lekke banden. Nooit is een renner voortdurend zo dicht bij de grond.

Wederopstanding (2)

 Afgelopen najaar riep ik de hulp van lezers in om deze voor mij naamloze plant te redden. Omdat ik al meer dan twee jaar met haar samen­leefde was ik bij haar lot en leven betrokken geraakt. Ze begon onschuldig, laag bij de grond. Stuk voor stuk ontvouwden zich haar bladeren en ze groeide. En geleidelijk drong haar dilemma tot mij ‑ en vast op een plantaardige manier ook tot haar ‑ door. Bijna raakt ze plafond. Hoe zou ze reageren op aanraking? Nooit eerder had ze in haar leven iets aangeraakt.

 En dan? Ik vroeg het aan de weinige plantkundigen die ik ken. Nee, een gat in het plafond hoorde niet tot de mogelijkheden. Zou het wat zijn om de plant halverwege de stam bruut af te zagen en te zien hoe ze daarop reageerde? Zou er een nieuwe top ontspruiten? Of zou ze ster­ven?

 Ik waagde het er na lang aarzelen op. Henk Beentje werd daarbij mijn meest vertrouwde adviseur. Haar naam zou zijn 'dracaena'. Verwant aan de 'drakenbloedboom'. Zie https://www.wikihow.comPrune-dracaena. Zo onschuldig was ze niet. Maar inkorten kon.

 Ik vatte moed en zaagde haar stam vrij kort boven de grond af. De afgeknotte stam zweeg een tijd. 'Maar,' schreef Henk, 'ze zeggen dat de beste tijd in de late lente is ‑ nu maar hopen datti niet al te hard groeit voor eind April! Je kan ze inkorten tot elke gewenste lengte, en dan krijgen ze (volgens de theorie, tenminste) nieuwe scheuten vlak onder de snee/knip. Het afgesneden stuk kun je ook weer in een bak nat zand zetten, en dan is er goeie kans datti ook weer wortel schiet.'

 Alle instructies opgevolgd, en zie ze groeit weer. Het afgesneden stuk ook nog gepoot en kijken wat dat doet. Pasen nadert! Dank je Henk. En ook dank aan de plantkunde van Huub Beurskens.. 

Tags: 

Akwasi

 Autorijden maakt de geest vrij. De steeds wisselende vergezichten zetten gedachten in beweging die meestal kalm in hun hoekjes rusten. Soms moet ik mijn auto in een parkeerhaven zetten om ze te noteren. Het mooiste compliment dat ik op een radioprogramma kreeg was 'ik heb de wagen langs de kant gezet.' Akwasi staat voor Anton Karel Willem Anton Simon Isaak, van Ghanese komaf, rapper, acteur en veel meer. In zijn bundel 'Laten we het er maar niet over hebben' vind ik 'Achter het stuur'. Wat heeft autorijden te maken met uit je neus eten?

 'ik mag niet dichten

tijdens het rijden

het zou niet mogen

het zou niet moeten

 

maar naar wat voor soort goud

loopt meneer in de fiat in zijn neus te zoeken

 

een gevaar op de weg

met een hand aan het roer

als het kan

als het kon

 

en het goud dat hij vond

smolt weg in zijn mond’

Daniil Charms

 Het zou kunnen zijn dat je op en dag genoeg hebt van de schijnbare logica van verhalen en hun afloop in de trant van 'Krijgen ze elkaar?' Nu de verzamelde teksten van Daniil Charms (1905-1942) in vertaling van Yolanda Bloemen verschenen zijn kan ik verzinken in zijn on­gerijmdheden. Hoe rijmen losse eindjes? Bijvoorbeeld in 'De naar buiten vallende oude vrouwen.'

 'Door buitensporige nieuwsgierigheid viel een oude vrouw uit het raam, stortte naar beneden en was er geweest.

 Een tweede oude vrouw boog zich uit het raam om naar de verongelukte te kijken, maar ook zij viel door buitensporige nieuwsgierigheid naar buiten, stortte naar beneden en was er geweest.

 Daarna viel een derde vrouw uit het raam, toen een vierde, en een vijfde.

 Toen de zesde oude vrouw viel, had ik er genoeg van ernaar te kijken en ik liep naar de Maltsevskimarkt, waar naar men zei iemand aan een blinde een gebreide sjaal cadeau had gedaan.'

(1936-1937) 

Tags: 

Daniil Charms

 Het zou kunnen zijn dat je op en dag genoeg hebt van de schijnbare logica van verhalen en hun afloop in de trant van 'Krijgen ze elkaar?' Nu de verzamelde teksten van Daniil Charms (1905-1942) in vertaling van Yolanda Bloemen verschenen zijn kan ik verzinken in zijn on­gerijmdheden. Hoe rijmen losse eindjes? Bijvoorbeeld in 'De naar buiten vallende oude vrouwen.'

 'Door buitensporige nieuwsgierigheid viel een oude vrouw uit het raam, stortte naar beneden en was er geweest.

 Een tweede oude vrouw boog zich uit het raam om naar de verongelukte te kijken, maar ook zij viel door buitensporige nieuwsgierigheid naar buiten, stortte naar beneden en was er geweest.

 Daarna viel een derde vrouw uit het raam, toen een vierde, en een vijfde.

 Toen de zesde oude vrouw viel, had ik er genoeg van ernaar te kijken en ik liep naar de Maltsevskimarkt, waar naar men zei iemand aan een blinde een gebreide sjaal cadeau had gedaan.'

(1936-1937) 

Tags: 

Groot en klein

 De gevolgen van vergroten of verkleinen in de kunst zijn onpeilbaar. Vergroten was een tijdlang in zwang maar miniaturen kwamen er altijd, poppenhuizen, taferelen uitgesneden in ivoor. Beelden op meer dan ware grootte geven het belang, de macht van en koning of keizer als Kim Jong-il. Maar je kunt ook een drol vergroten. 

 Het kleine boeit me meer. Als kind had ik Fleischmann treintjes. Geen Marklin, o nee. Dat had een lelijk middenrail­systeem, en onder de rails het blikken talud. Kinderac­htig! Alles moest net echt zijn. Zo ook de Faller-huisjes en alle decorstukken. Tekenaars als Marcel van Eeden dragen het een leven lang mee. Geen wonder dat hij in Duitsland beroemd is en in Zwitserland woont. De geest van Faller!

 De eigenaar van een modelspoorbaan kijkt als God omlaag. En bestuurt de wereld. 

 Net als Marit Dik, van haar kreeg ik 'Hidden gems', een nog onuitgegeven boekje met afbeeldingen van haar miniatuur-diorama's. Complete voorstellingen met decors en per­sonages die zo in mijn Fleischmann-wagons zouden kunnen stap­pen. Fleischmann, tweerailsysteem, gelijkstroom. Wilde je de trein achteruit laten rijden dan had je een 'ompoler' nodig. Duur ook nog. Oom Wil maakte er zelf een voor me van een enorm onderdeel van godweet een gevonden oud elektrisch apparaat met een reuzenhandel. Een paar draadjes aansluiten en de wereld werkte. Mijn trein reed achteruit!

Tags: