Geel op straat

 Een zeer bepaalde kleur geel verovert de straten. Er zijn vrouwen die het al jaren dragen, als een onuitgesproken geheim. Natuurlijk bestaat het al heel lang. In de kleurenbijbel van Kassia St.Clair vind ik Napelsgeel, chroomgeel en nog zo wat.

 Felgeel is het zelden. Het geeft zich prijs in combinatie met contrastkleuren als kobaltblauw, maar het mooist met licht grijsblauw. Liever niet zwart, dat is wesp, of omleiding. Je ziet het opeens overal.

 St. Clair vertelt over de arrestatie van Oscar Wilde in 1895, die een geel boek onder zijn arm had. Toen de kleur van het gewaagde, de zonde. 'gele boekjes' waren een begrip. Men leefde in 'The yellow nineties'.

 Van Gogh is de geelste schilder, getuige zijn 'Het gele huis' en de zonnebloemen. Al loopt die tint terug 

 Napelsgeel bevatte zwavel en kwam uit de diepte van de Vesuvius, Ook andere gele pigmenten waren giftig. En moeilijk te maken. Urine werd ook wel een grondstof. 

 Tegelijk is geel de tint van het blonde haar dat alom rondgaat. Lang geleden, toen de shampooslagzin 'blondes have more fun' kwam en peroxide overal te krijgen was heb ik wel gedacht 'Waarom blonderen dan niet alle meisje zich'. En zie, ga de straat op

Mach mal Pause

 'Trink Coca Cola.' En meteen er achteraan denk ik de andere slagzin langs de Au­toba­hn: 'Reisen, nicht rasen'. Dit lezend in het tijdsbeeld van Duitsland 1962, in het Duits geschreven door Hein van der Hoeven, zoon van een Oostenrijkse moeder bij  schilderijen van Diederik Gerlach.

 Meermalen was ik er in die jaren en nu zie en lees ik het terug. De lege wegen, de 'ganz nett wieder aufgebaute' Tankstellen en Raststätten. De gokautomaten met drie raderen vol citroenen en het 'Gewinnzahl'. 

 Het artikel in de Bild met oefeningen voor automobilisten die eens in twee uur moesten rekken en en strekken. Ze deden het!

 De sigaretten en het eindeloze praten over auto's. De Amerikaanse troepen met in hun midden Elvis die Muss I'denn (zum Städtele hinaus, und du mein Schatz bleibst hier) zingt. In een poppenkast.

 Het verhaal van 'Mach mal pause' beschrijft een reis van vader en zoon naar Oostenrijk door het Duitsland van toen. Op zoek naar zijn mooie moeder. En ze is er, in Wenen, in zomerjurk met parasol, waarvan de kleuren op elkaar zijn afgestemd. Niet de 'Schlampe' waarover in de familie verteld wordt. Onontkoombaar. Bijna het meisje uit de Cola-reclame. Een uitzonderlijk boekje..

Bij de dood van V.S.Naipaul (1932-2018)

 In deze tijd van volksverhuizingen zoals ze sinds de vroege Middeleeuwen niet meer voorkwamen komt goddank de migranten­literatuur op. De grootste migrant-schrijver was V.S.Naipaul, die uit een familie van Indiase emigranten stammend opgroeide op Trinidad en in Oxford studeerde.

 Naipaul staat bekend als 'reisschrijver', maar zijn onderwerp was eerder migratie. Zoals zijn ouders vanuit India naar Trinidad kwamen kwam hij naar Engeland.

 Een sleutelboek is 'The enigma of arrival', naar het schilderij van Chirico. Je kunt vertrekken, maar wanneer kun je zeggen dat je ergens bent aangekomen. Een thuis hebt gevonden. Daarover - en over Naipaul - schreef Sarah Hart, die uit Engeland komend via Parijs in Leiden belandde een sleutelverhaal.  

 Is het mogelijk ergens aan te komen en daar te leven alsof het je geboortegrond was?

 In zijn meesterlijke, pijnlijk geestige roman 'A house for mister Biswas' brengt Naipaul 'thuis' terug tot de kern, het huis waar je woont. Nooit vergeet ik hoe daarin vader en zoon Naipaul op Trinidad om redenen van sociale status een cricketwedstrijd bezoeken en dan maar moeten doen of ze de spelregels begrijpen.

 En dan de luxe waar ie recht op had. Altijd het sjiekste hotel en als hij een auto kocht een sjieke Engelse wagen en niet zo'n 'Little monkey car'. Hogerop, erkenning. De Nobelprijs is hem niet onthouden.

The road to Mandalay

 Diit gebeurt overal. Met die gedachte verlaat je de bioscoop. Een vluchtpoging naar een beter leven die mislukt. 'Economische vluchtelingen' heette dat tot voor kort. In deze film van regisseur Midi Z gaan migranten niet van Afrika naar Europa maar van het straatarme Myanmar naar Thailand, naar Bangkok.

 Een film waarbij je als toeschouwer niets anders kan doen dan gespannen kijken hoe en wanneer de onderneming zal stranden.

 Mandalay is voor Boeddhisten de 'koninklijke stad', waar je het geluk zult vinden. En even lijkt er iets te lukken. De grensoversteek met mensensmokkelaars. De eerste horde wordt genomen. De jongen Guo en het meisje Lianqing komen levend aan.

 Hij raakt verliefd op haar, het is tenslotte een film. Ze dromen van een eigen restaurant op Taiwan. Maar nu eerst werk zoeken in Bangkok. En de vraag is legaal of illegaal?

 Het meisje kiest voor legaal, de worsteling door de corrupte ambtelijke molens om aan papieren te komen. Wat eindigt in de prostitutie. En dat kan Guo niet kan verdragen.

 Ga het tragisch slot zien. En denk aan de ontelbare lotgenoten, overal.

Maria van Gelre

 Hoe een Frans adellijk meisje vanuit de hoogste Parijse kringen ‑ ze was van 1396 tot 1405 hofdame - in Gelderland belandde door haar huwelijk met Reinald IV, hertog van Gelre.

 Maria van Gelre, over wie nu een tentoonstelling in aantocht is (oktober in het Valkhof). Kunstschrift maakte alvast een themanummer over haar dat net uit is.

 Het Gelderse hof had geen vaste verblijfplaats, verbleef nu eens in Nijmegen, dan weer in Zutphen of op kasteel Roosendael (later bekend van de bedriegertjes). Interessant is hoe dat toeging. Er zijn overblijfselen. Zoals een lap kostbare stof van een van haar elegante en dure gewaden, die ze aan de kerk schonk en die bewaard bleef als bisschopskazuifel.

 Verder een raadselachtige haarkam. En zelfs het deksel van spiegeldoosje (een poeder­doos?) waarop in ivoor staat afgebeeld hoe een vrouw van haar geliefde zo'n prachtig bewerkte kam cadeau krijgt, met aan de ene kant een fijn gedeelte en aan de andere kant grovere tanden. Zo'n kam is er ook, er staat een hele hofhouding op uitgesneden. Ook zijn er wandtapijten, sieraden en zo door. Kortom, Maria bracht Parijs naar Gelderland en had een stevige greep op het Gelderse hof.

 Zo kwam de dure Parijse verfijning in Gelderland terecht.

 Andersom waren er in de zelfde tijd de gebroeders Van Limburg die naar Frankrijk trokken om hun beroemde Riches Heures-boeken te maken.

Kom Tytgats ‘Acht Dames’ zien

 Op maandag 20 augustus is het zover. Eens was het erotisch kaartspel 'Acht dames en een klooster' in tekst en tekeningen van Edgard Tytgat alleen heel soms achter gordijntjes te zien. Nu kan het, op maandag 20 augustus in het Stedelijk Museum Schiedam bij de Tytgat tentoonstelling daar. Het begint om 15.00 uur. Vanwege de kwetsbaarheid is het aantal deelnemers beperkt en aanmelden verplicht op info@stedelijkmuseumschiedam.nl ovv. Huit dames. Haast u, er zijn nog maar weinig plaatsen. Ik zal er er zijn en er wat bij vertellen. Hier vast een tekstfragmentje van Tytgat (die ook terdege kon schrijven!).

*

Monnik Benoit is zo onhandig

geweest om ruiten negen op tafel

te leggen en monnik Prosper

profiteert ervan om zijn tweede

negen te leggen.

Ruitendame verliest haar rok en

haar bloes.

Monnik Benoit is woedend en

jaloers, zij is de lieveling van

monnik Prosper, die heeft haar

kleren heel goed uitgestald over

een stoel die in ieders zicht staat.

 

*

Monnik Benoit neemt wraak ten koste

van de gescheiden Augusta, deze keer

speelt hij zo onhandig dat hij haar alle

kledingstukken doet verliezen die ze

nog om haar lichaam heeft.

'Ruitenboer' pruilt nog steeds omdat

monnik Benoit te hard in haar billen

heeft geknepen. Ze weigert zich te

laten ontkleden door ruitendame.

De dood van Kuifje

 Tekenaar Hergé stierf in 1983, tijdens het maken van Kuifje en de Alfa-kunst, zijn vierentwintigste, onvoltooide. In de bewaard gebleven schetsen zit hiervan een niet mis te verstane aankondiging.

 Het gaat over eigentijdse verdwazing, vooral in kunst. Er duikt een kunstenaar op die de letters van het alfabet in perspex giet. Haddock, die net opgehouden is met drinken treft de letter H (niet toevallig ook het initiaal van Hergé).

 Hergé wilde in zijn jonge jaren zelf kunstschilder worden, maar zag daar van af. Toen hij striptekenaar werd deed hij dat onder een pseudoniem: Hergé (Remi, Georges). Kunst verzamelde hij, in Kuifje vind je komische pastiches van 'moderne kunst'.

 De keren dat ik bij hem was op zijn studio aan de Brusselse Avenue Louise zaten we in een kantoor vol moderne kunst.

 Zo eindigde zijn strip-oeuvre in de Alfa-kunst bij kunst. Ook heel letter­lijk. Een bende van kunstvervalsers (vervalsingen van Gauguin, Renoir, Modigliani, Monet, Picasso) neemt Kuifje te grazen als hij ze dreigt te ontmas­keren. 

 De bedoeling is Kuifje dan in Perspex te gieten, zoals in die jaren mode was met voorwerpen in de kunst. Einde verhaal. Einde van Kuifje.

 De superieure ironie van Hergé.

Tags: 

Open tram

 Dit voor de warmste dag. In Scheveningen en dus ook Den Haag was het vroeger altijd mooi weer. Om dat te onderstrepen reed 's zomers de 'open tram'. Gesloten motor­wagens met een of twee open bijwagens. In andere steden bestond dat niet.

 Hagenaars waren extreem weersgevoelig. Zodra zich opklaringen aandienden stormden ze naar de tramlijnen naar de boulevard, de pier en het strand. Op deze trams, de lijnen, 8, 9, 11 en 14 werden de open bijwagens ingezet. Wagens waar je met een treeplank langszij overal kon opstappen.

 En dan waren er nog de Blauwe Tram en de spoortrein naar het stationnetje Scheveningen.

Conducteurs kregen het lastig met de kaartverkoop. Op het Gevers Deynootplein voor het Kurhaus. Op donderdag droegen de trams het bordje 'Hedenavond vuurwerk Scheveningen'.

 Rotterdammers kwamen met lege flessen die ze aan de stadspompen vulden met duinwater voor de thee thuis. De smaak van het Rotterdams leidingwater was berucht. 

 Vanaf mijn grootouderlijk huis liep ik heel jong naar de Scheveningseweg om de open tram onder de bomen te zien rijden. Ik heb er zelfs in gezeten. Pure toverij, deze opheffing van de scheiding tussen binnen en buiten. De lauwe bries tussen de houten banken.

Tram op het Binnenhof

 Naar de tramschilderijen van Breitner, de paardentrams die wachten op de Dam blijf ik eindeloos kijken. Breitner kende de paarden bij naam. In Den Haag had je geen tramschilder. Toch reden er trams door de poortjes van het Binnenhof.

 Zelfs een stoomt­ram reed er. En het Plein was tot 1924, net als de Dam, het eerste elektrische tram-knoop­punt van de stad. 

 Korte tijd reden paardentrams en elektrische gelijktijdig over het Binn­enhof. De overgangsjaren lagen rond 1905. Het duurde ook nog voor de elektrische HTM-trams het Binnenhof over mochten. Er werden vragen in de Tweede Kamer gesteld. Men vreesde dat ze de ambtenaren zouden storen in hun werk.

 De trams konden eerst niet door de poortjes. Daartoe werden  motorwagens verbouwd tot 'Laagdakkers'. Ze konden hun beugels laten zakken en dan ging het net.

 In 1906 trad bovendien de Motor- en Rijwielwet in werking. waarmee voor het eerst rechtshouden in het verkeer verplicht werd. Voor die tijd reed men waar het zo uitkwam. De tram was een obstakel, veel ongelukken. Het publiek zag er vaak een aantasting van de persoonlijke vrijheid in. Wat mij doet denken aan de Amerikaanse wapenwetten.

Ian Buruma's Japan (2)

 Toen hij als 23-jarige in Japan was aangekomen begon Buruma te onderzoeken. Wat was daar gewoon wat het voor ons niet was. Wat zat er achter het 'vreemde' dat hem naar Japan had getrokken? Hij leerde de taal.

 En bezocht bijvoorbeeld voorstellingen, die daar kermisvermaak zijn. In het 'Groene Centrum' gaat hij met vriend Graham naar een gemeenschappelijk badhuis dat aan onze goudeneeuwse 'stoof' doet denken: 'Graham en ik wasten ons snel en gleden voorzichtig in het bad terwijl alle ogen op ons gevestigd waren.

 Dit was pas het echte Japan, dacht ik toen de gerimpelde boerengezichten opeens allemaal in kakelend gelach uitbarstten 'Moet je die pikken nou eens zien!' krijste een van de oudere dames in het bad, 'moet je de pikken van die buitenlanders eens zien! Ze zijn veel groter dan de jouwe, opa! schreeuwde een corpulente vrouw die minstens tachtig moest zijn.'

 Het mooist is de kermisact van 'De Menselijke Pomp' (een albino), die oranje en gele goudvissen inslikt en dan als de menigte schreeuwt 'geel' of 'oranje' precies de gevraagde kleur uitspuwt. In dit gezelschap uit de 'theatrale onderwereld' hoort ook het meisje dat de kop van en levende kip afbijt.

Ian Buruma mag een kopje thee bij ze komen drinken. Ze blijken in een keurig flatje te wonen. Het 'vreemde' van Japan, de ''absolute Ander' blijft daar onzichtbaar.

Tags: