Engelse rampen

 Wat doen mensen als er een ramp in zicht komt, zoals nu de abrupte, nauwelijks voorbereide Engelse uitstap - 'Operation Yellowhammer' - uit de EU? Vanwaar die gele hamer? Ik vermoed dat dat duidt op de gele hamer waarmee je je ruiten moet inslaan als je auto te water raakt. Maar de Yellowhammer is ook een klein vogeltje, hoor ik van Henk Beentje.

 Hele nachten lees ik Engelse kranten. Vannacht was er het uitgelekte overheidsrapport in de Sunday Times over dreigende chaos en tekorten. Rijen wachtende vrachtwagens die twee en een halve dag niet verder kunnen met hun bederfelijke waar.

 Allereerst krijg je het ontkennen, wat Boris Johnson stijf en strak doet. Bangmakerij is het. Maar ja drie maanden stilstand in de Engelse havens, medicijnen- en voedseltekorten, nota bene voorspeld door de eigen regering.

 Dus nu zou de fase moeten volgen van het langzaam onder ogen zien van de ramp die de volkswil, gestuurd door menners als Johnson en Farage dreigt aan te richten.

 Het kan niet waar zijn. Tot blijkt dat het wel waar is.

 En nu gaat Boris dit weekend naar Biarritz, waar hij hoopt een nieuwe, voordeliger deal met Merkel en Macron te sluiten, waarin ook EU-land Ierland gedupeerd wordt. Vergeet het.

 Zou de Engelse verdwazing daar ophouden? Of in een eeuwig stilstaande vrachtfile in Dover?

 Daarmee sliep ik in.

Tags: 
Erwin Heimann

Schrijver

 Schrijvers en boeken kwamen al in mijn leven voor ik lezen kon. De eerste schrijver die ik in levenden lijve zag was een Zwitser. Ik was zeven. Het gezin mocht een week logeren in zijn historische chalet in het dorp Heiligen­schwendi, hoog boven Thun.

 Op de weg erheen werd mijn vader - de domme Hollander die niet van bergen wist - gecoacht door de schrijver, met veel 'Zurückschalten' en 'Auf dem Motor bremsen'. Vanuit het chalet zag je het Berner Oberland en de Thunersee.

Niet dat ik Heimann ooit heb zien schrijven. Zijn meesterwerk lag wel bij ons thuis op het dressoir en heette 'Mit dem Auto auf du'. Wat, werd me uitgelegd, betekende 'Met de auto op stap'. Luchtige taal voor een hoogst ernstige zaak. Er werd over weinig anders gesproken: de haarspeldbocht, de kokende motor, de grüne Versicherungskarte. ’s Avonds zong hij Zwitserse liederen en begeleidde zichzelf op de banjo.

De tweede schrijver die ik zag was de heer A. van Breda, vader van een schoolvriendje en auteur van 'Plezier met papier'. Waaruit je onder meer kon leren hoe een kraanvogel te vouwen. 'Als je aan z'n staart trekt bewegen zijn vleugels en zijn kop,' legde zoontje Michiel uit.

De heer Van Breda werkte achter glas-in-lood schuifdeuren en wij moesten stil zijn. Wat de schrijver daar deed en hoe er een gedrukt boek uit kon voortkomen bleef me een raadsel.

Middeleeuwse tuinen

 In het Rijksmuseum van Oudheden gaat het over tuinen, 'Aardse paradijzen in oost en west (1200-1600)'. In het bijgaande boekje van Annemarieke Willemsen leer je al vlug de herkomst: de oase. En vandaar beland je in het Paradijs.

 Tuinieren is een goddelijke bezigheid, een stukje schepping verzorgen. De ommuurde tuin is binnen en buiten tegeli­jk. In meerdere zin. Je verzorgt en cultiveert ook jezelf. Denk aan Voltaires 'Il faut cultiver son jardin'. Moestuinen, kruidentuinen, wintertuinen. Wordt het buiten te koud dan zijn er altijd nog de wandtapijten vol mooie meiden, eenhoorns, planten en vogels.

Tuinen zijn lusthoven voor alle zintuigen, vogelzang, kab­belende beekjes, schaduw, zachte briesjes, wist Mattheus van Vendôme in 1175 al. Vooral in woestijnen, krijgt zo'n tuin betekenis. Groen is niet voor niets de heilige kleur van de Islam en komt in alle vlaggen voor.

In de fameuze Roman de la Rose uit 1230 wordt de dichter verliefd op een roos. Maar rozen bloeien uit. De Perzische dichter Saadi schreef in 1258: 'Wat zul je bloemen plukken voor je schaal?/ Mijn Rozentuin bevat ze allemaal!/ De rozen pronken maar vijf of zes dagen; de bloei van deze hof zal niet vervagen.'  

Onuitroeibaar. Schreef niet Joe South nog in 1968 'I never promised you a rose garden'.

The Gas-Man cometh

 Toen ik vanmorgen langdurig zat te wachten op Fred, die de geiser zou komen repareren – ik weet het, niemand heeft nog een geiser – kwam het oude liedje van Michael Flanders en Donald Swann naar boven. Het epos van de Gas-Man. Die zo lijkt op meneer Bollemans uit Kuifje, die de traptree op Molensloot komt herstellen. Engeland is en blijft een standenmaatschappij. De working man en de heer, twee werelden.

 'Twas on a Monday morning/ The Gas-Man came to call;/ The gas tap wouldn't turn - I wasn't getting gas at all./ He tore out all the skirting boards/ To try and find the main,/ And I had to call a Carpenter to put them back again.

Oh, it all makes work for the working man to do!

 'Twas on a Tuesday morning/ The Carpenter came round;/ He hammered and he chiselled and he said: 'Look what I've found!/ Your joists are full of dry-rot/ But I'll put it all to rights.'/ Then he nailed right through a cable and out went all the lights.

Oh, it all makes work for the working man to do!

 'Twas on a Wednesday morning/ The Electrician came;/ He called me 'Mr Sanderson' (which isn't quite my name)./ He couldn't reach the fuse box/ Without standing on the bin/ And his foot went through a window - so I called a Glazier in.

Oh, it all makes work for the working man to do!

 Twas on a Thursday morning/ The Glazier came along,/ With his blow-torch and his putty and his merry Glazier's song;/ He put another pane in -/ It took no time at all -/ But I had to get a Painter in to come and paint the wall.

Oh, it all makes work for the working man to do!

 'Twas on a Friday morning/ The Painter made a start;/ With undercoats and overcoats he painted every part,/ Every nook and every cranny,/ But I found when he was gone/ He'd painted over the gas tap and I couldn't turn it on!

Oh, it all makes work for the working man to do!

On Saturday and Sunday they do no work at all:/ So 'twas on a Monday morning that the Gas-Man came to call!

E.P.Jacobs

 Met mijn vriend de schilder en instrumentenrestaurateur Jan van den Hemel, die dit jaar stierf, maakte ik een pelgrimage naar Jouy-en-Josas, onder Versailles. Omdat dat de omgeving is waar de strip S.O.S. Meteoren van Edgar P.Jacobs zich afspeelt.

 Jacobs, de vriend van Hergé, die hem vereeuwigde als mummie in De Sigaren van de Farao. Omdat Jacobs zo precies naar zijn locaties werkt konden wij met behulp van Michelin-kaarten precies terugvinden waar het landgoed Troussalet zich bevindt waar de boevenbende zich ophoudt die al maanden het weer van Europa beïnvloedt. Regen, almaar regen en mist. De vaste schurk Olrik is er ook weer bij. In hun laboratorium bouwen ze een apparaat dat bolbliksems als wapen maakt en een gekmakende mist.

 Jan en ik maakten dubbele schokken van herkenning door. We herkenden landschapselementen als het viaduct en het huis van Labrousse en vonden onze oorspronkelijke spanning bij het lezen terug, We werden zelf Mortimer en Blake, de merkwaardig Engelse, pijprokende helden van Jacobs. Engelsen zijn dan nog Sherlock Holmes-achtige speurders.

 De spanning bij Jacobs zit hem in de precisie waarmee hij de locaties tekent. Iets wat hij deelt met zijn vriend Hergé. Alles in de decors moet tot in de puntjes kloppen! En dat doet het nog.

Tags: 

Wonen in Amsterdam

 Het eerste woonhuis dat mijn vriendin en ik betrokken lag op een vierde verdieping aan de Kattenburgergracht, naast de Brandweerkazerne. Het was de zolder van een oud pakhuis, die in de vorige eeuw primitief vertimmerd en behangen was tot wat moest lijken op een woonet­age.

 Het dak lekte, zodat op de vliering erboven vele pannetjes stonden en ik af en toe het laddertje op moest om ze in een emmer te legen, die dan het trapje af brengen en leeg­gieten in de goot.

 De schuine ruimten langs de kanten waren afgetimmerd en bleken volgestouwd met afgedankt huisraad van de laatste honderd jaar. Ik vond een papieren zak met afgeknipt mensenhaar en een grote glazen pot met uitgebakken vet.

 Ik kocht een oliekachel, waarvoor blikken olie moesten worden aangesleept, twee stuks, een straat ver. Het aanmaken ging door een asbesten veter die op de bodem lag een beetje te overgieten en dan met vele lucifers in vlam zien te krijgen.

 Er werd een geiser aangelegd door loodgieter P.Hey, en afgeschot met platen asbest.

 Een keer kwamen mijn ouders kijken. Mijn vader zag meteen dat ik de pootjes van de zitbank uit zijn ouderlijk huis, die ik van hem had geërfd, had afgezaagd. Noodgedwongen, anders kreeg ik het ding de trappen niet op. Hij ontstak ik wilde woede.

 Het huis is later afgebrand en herbouwd als een flatje.

Hamsteren

 Nu een Brexit dreigt zonder handelsafspraken met het vasteland beginnen Engelsen te hamsteren. Een op de vijf hamstert voedsel, drank of medicijnen.

 Hamsteren is gezellig. In 1956, tijdens de Hongarije-crisis, toen de BB-folders in de bus vielen, ontstond bij mij het beeld van bij kaarslicht scheepsbeschuit eten in de kelder. Het ging niet door. Trouwens nogal vies, die beschuit.

 Maar nu gaat het in Engeland om drank, om bepaalde soorten huisdierenvoedsel of dure auto's. De regering heeft een minister voor voedselvoorraden aangesteld. En er komt een medicijnen023

633voorraad. Insuline voor suikerzieken wordt penibel.

 Tja, veel voedsel komt uit de EU, van groenten 85%. Uit Nederland vooral uien en tomaten. Het zou 2 tot 3 jaar duren voor ze die zelf kunnen oogsten.

 Maar hamsteren is een mooie Britse traditie. 'Mijn moeder was 95 toen ze drie jaar geleden overleed,' zegt een functionaris. 'Ze gebruikte nooit suiker, maar toen ze overleed en we haar kast openden vonden we 14 zakken suiker.'

 Ik wacht op hamsterfilmpjes met Wallace & Gromit.

Yoeng Poe Tsjoeng

 In het verzameld werk van Slauerhoff staan door hem 'vertaalde' Chinese gedichten waaronder het onvergetelijke De Wijze:

 'Mijn huis is vuil, mijn kinderen, talrijk, krijschen.

De varkens wroeten ronkend in den hof.

Maar bergen, blauw en ver verheven, eischen

Mijn aandacht op, die stijgt uit stank en stof.'

 'Anoniem' zegt het verzameld werk, maar in de uitgave die mijn vriendin erfde wordt Yoeng Poe Tsjoeng genoemd, de verzamelnaam voor poëzie die 'Van geen nut' is.

Mijn vriendin erfde het boekje van haar vader, tekenaar en ontwerper met drie kinderen, voor wie zijn atelier strikt verboden terrein was.

 En altijd weer denk ik aan het verhaal over Hans G. Kresse, de tekenaar en schrijver van Eric de Noorman. Die vele, luidruchtige kinderen had. Er ging nogal eens een inktpotje om.

 De interviewer trof hem aan op de zolder van zijn huis. Waar hij een werkhok had getimmerd, afgeschut met kippengaas tegen spelende kinderen, waarin zijn werktafel stond. Daar ontstonden de avonturen van Eric. En zulke legendarische figuren als Yark de Stijfhoofdige.

Duisternis

 Het nieuwe nummer van Kunstschrift is gewijd aan Tarkovski van en over wiens werk in Eye in september een expositie komt. Wat zou het slagwoord daarbij zijn? Raadselachtig? Geheimzinnig? Je hebt al snel te veel gezegd.

 Dit Londense aquarel van Willem Witsen past er goed in. Waterloo Bridge in 1890. Mijn eigen eerste Londense reis viel in de tijd dat er nog niet anders gestookt mocht worden dan op gas. En dat je in het weekend de stad afspeurde op de shillings waarmee elektrische radiatoren in hotels het een uurtje deden. Met je schoenen aan in bed dan maar. In deze Brexit-tijd een mooi vooruitzicht.

 Toen de stad nog op kolen werd gestookt, 150 jaar geleden, moet het erg geweest zijn, mensen en straten, alles verstikkend zwart.

 De enigen die wat konden beginnen met de duisternis waren kunstenaars als Willem Witsen en Matthijs Maris. En later natuurlijk Tarkovski. Ach, de lantaarnopstekers met hun ladders.

 In 1868 werd Londen de eerste gasverlichte stad. Vooral bedoeld om de inwoners tegen boeven te beschermen. De eerste verkeerslichten werkten op rood en groen gas.

Litteken

 In het 'Over de grens'-nummer van het Internationale Tijdschr­ift Terras vind ik werk van Filippijns-Amerikaanse dichter Jon Pineda, vertaald door Jeske van der Velden. En zie, een Lit­teken, zeldzaam onderwerp, onder 'Samenleven':

 'Bruce Denbigh stak een stok tussen/ de spaken van mijn wiel, en daar vloog ik,/ 'voor heel even, over het trottoir'./ Onder de douche tilt hij zijn kin op en vertelt haar/ het verhaal achter dit litteken. Zij legt/ de plek bloot waar een steen haar hoofd raakte.

'Ik was nog zo klein', zegt ze, lachend,/ 'Ik herinner me alleen dat ik verdwaasd naar huis liep',/ en heel even stroo­mt/ het water in de holte/ van zijn hand als hij er met zijn vinger langs strijkt,/ dan haar lippen aanraakt. 'En deze?' vraagt ze,/ legt haar nagel op de maansikkelvorm die op zijn schouder rust.

'Mijn zus,' zegt hij. Hij vertelt er niet bij/ dat ze al bijna zijn halve leven dood is.

Dat is onnodig, al wil hij bij het afdrogen zeggen/ dat dit litteken de herinnering aan haar stem heeft/ overleefd. 'We hadden ruzie,/ maar ik weet niet meer waarover./

Ze wrijft met haar handdoek over zijn schouder, precies hoe/ zijn zus de gestolde snee depte met een doekje,/ hem een boodschap stuurde boven al zijn gegil,/ die jaren later hier aankomt, als hij voor het eerst hoort/ hoe ze hem wilde troos­ten zonder woorden.'

 Ja, mekaar je littekens vertellen. Ook ik vloog, van mijn fiets af, hoog boven het Valkenbosplein en dit is prikkeldraad, in de duinen.