Eigenbouwer

 In Den Haag vind je, vooral aan de duurdere kant van de stad vreemde, grote gebouwen, opgetrokken in de luxe van de Nieuwe Haagse School. Geen scholen of kantoren, wat wel? Een Haagse geheimzinnigheid.

 Uit nummer 10 van het tijdschrift 'Eigenbouwer' leer ik dat het 'woonhotels' zijn. Vaak in de jaren '20 en '30 opgetrokken, veelal voor oud-Indischgasten, die luxe en personeel gewend waren. Vandaar de ingebouwde restaurants, met luxe tegeldecoraties, beeldjes en houten ornamenten.  

 Ik fietste er als kind langs, was er ook wel binnen als er een tante of vriendje woonde, zoals Alexander Münninghoff in Catsheuvel, naast het Gemeentemuseum of Oldenhove aan de Laan van Meerdervoort, waar ik nog opgetreden heb in het zaaltje.

 Kenner Marcel Teunissen beschrijft ook het eerste, Boschzicht aan de Benoordenhoutseweg. Voor wie geen eigen personeel had waren daar vier portiers en twee piccolo's. De gerant van het restaurant was permanent oproepbaar. Er waren twee entreebalies en lobby's op alle verdiepingen. De gestileerde, marmeren dierfiguurtjes op de trapportalen moet ik nogeens gaan bekijken. Heb ik die vroeger gemist? De moeder van Roeland van Zuylen woonde daar.

 ps. Een eigenbouwer is iemand die bouwt zonder opdrachtgever, in hoofdzaak voor zichzelf. Zo wordt ook het gelijknamige 'Tijdschrift voor goede smaak' van Hans Oldewarris gemaakt. Het kan over bijna alles gaan. Bestellen kan bij oldewarris@box.nl

Zonder een spoor van vrede

 Hanny Michaelis stierf op 11 juni 2008. Uit haar nalatenschap haalde Nop Maas, die ook haar oorlogsdagboeken redigeerde, een jaar later enkele gedichten en aantekeningen. Met foto's die Michele Baudet maakte van haar lege huis aan de Reguliersgracht, waar ik een paar keer was, werd het een klein boekje met deze titel. Waaruit dit, gedateerd 5 maart 1972:

 'Tussen ons in

het witte tafellaken,

borden met kleurige

etensresten, een frivool

stilleven. Ik hoef mijn hand

maar uit te steken om

de jouwe aan te raken. Iets

in de blik waarmee je

de ober zoekt om af te rekenen

weerhoudt me. Terwijl ik

naar mijn koffiekopje staar

lijk je voorgoed onbereikbaar.'

De bange robot

 Er worden essays geschreven door studenten. En beoordeeld door software. Kan een beoordelingssysteem die ene briljante student, die uitzondering die afwijkt van de conventies, eruit pikken?

 Nee. Waarom niet? Computers volgen regels. We moeten ze dus geen taken toevertrouwen die wijsheid vergen. Maar dat doen we wel, steeds meer.

 Nicholas Carr besluit zijn boek 'het ondiepe, hoe onze hersenen omgaan met het internet' met de slotscene uit de film 2001 van Stanley Kubrick (1968), waarin het brein van de computer HAL onttakeld wordt: 'zijn wanhoop als het ene na het andere circuit op zwart gaat, de smekende, bijna kinderlijke manier waarop hij tegen de astronaut zegt: 'Ik kan voelen. Ik kan het voelen. Ik ben bang.'

 En dan zegt Carr: 'De manier waarop HAL zijn gevoelens uit, staat in schril contrast met de gevoelloosheid van de menselijke figuren in de film die hun taken met een bijna robotachtige efficiëntie uitvoeren.'

 De meest menselijke figuur in de film van Kubrick is een machine. Conclusie: 'Als we vertrouwen op computers als middel om de wereld te begrijpen, vervlakt onze eigen intelligentie.'

Tags: 

Wouter Pieterse

 Door de Ideën van Multatuli wikkelen zich naast polemieken en kommentaren de verhalen waarin Woutertje, later Wouter Pieterse de wereld ontdekt. Het is geschreven als een soort weblog, verhaal en verslag dooreen. Hier is het dienstmeisje Leentje uit geweest, maar durft uit schaamte niet zeggen waarheen.

 'Den nacht? Den nacht?'

 Haar moeder zegt dat ze 'heel bedaard zoo tegen elven was thuisgekomen onder begeleiding van de kleermakers-juffrouw van hier-naast.' Leentje moet bekennen dat ze naar de komedie is geweest 'en wel die van den befaamden Jan Gras, den toenmaligen Apollo van de Elandstraat.' Met een stuk van Kotzebue, bekend van 'Kinder der Liebe'.

 En dan moet Leentje vertellen. Niemand van de familie Pieterse was immers ooit naar de komedie: 'Eerst was er muziek juffrouw, en ze speelden heel mooi, en toen het scherm opging was er 'n groot bosch, een vrouw zat te huilen onder 'n boom, en er was 'n baron die haar zoon gevangen nam.'

 De pauze is belangrijk, ze kijken naar het scherm, omdat daarop allerlei geschilderd was, groote beelden in 'n wolk en bloemen, en ’n man die op een instrument speelde, en er vlogen engeltjes omheen... snoepig! En de muzikanten speelden weer, maar begryp nu eens wat, juffrouw? Ze speelden: mooie meissies, mooie bloemen...'.

 - Foei riepen de drie gratiën, Zoo'n gemeene straatdeun.' 

Tags: 

Cold war

 'Cold war' wordt omschreven als een 'fatale romance in zinderend zwart-wit'. Ik zag vooral een stijloefening, waarin weinig ontbrak. Het Oostblok zoals het was, met besneeuwde treinen, grensposten, en dan het Westen. Parijs werd een nachtclub met jazz, op zeker moment zelfs onderbroken door Rock around the clock.

 Tijdsbeelden uit het grote album. Vaardig gedaan. Maar er ontbreekt iets.

 Wat in de liefdesgeschiedenis van Pawel Pawlowski maar spaarzaam doorkomt is het identiteitsverlies achter het IJzeren Gordijn. Het gedwongen zijn voortdurend toneel te spelen, op je  tellen moeten passen. Het zit er wel in, maar hoe het levens misvormde blijft vlak. Tot het wat afgeraffelde slot.

 Nergens wordt de intensiteit bereikt van het thematisch verwante Das Leben der Anderen. Terwijl daar voor de film de kans lag. Je ziet het leven in twee werelden, het vrij gemakkelijk kunnen vertrekken naar de andere kant omdat dat voor kunstenaars - zij zingt, hij componeert - makkelijker was. Maar dan.

 Eenmaal in het Westen aangekomen komt het heimwee. Ze willen terug. Maar naar wat? Naar wie? Het gebeurt, iets te plotseling, iets te pathetisch, met een terugkeer naar de ruïne van het kerkje op een verlaten viersprong in Polen waar hun liefdesgeschiedenis ooit begon.

Gerard Reve en het volk

 Gerard had een hekel aan intellectuelen, zoals zijn gelee­rde broer Karel of de com­munisten die bij zijn ouders over huis kwamen en die hoog opgaven over het volk. Hij zou niets nalaten om ze te treit­eren met politiek incorrecte grappen. 

 Zoals over negers die maar op de tjoe­kie tjoeke stoom­boot terug moesten naar takki-takki oerwoud.

 Het volk was heilig bij communisten en intellectuelen. En dus moest je 'de wijken in, je oor te luiste­ren leggen'. Wat hij zelf trouwens wel degelijk deed, in Schiedam, in Weert, in Veenendaal praatte hij veel met de gewone man.

 Eigenlijk wilde hij ook geen omroeptaxi naar Hilversum voor de opnamen van De Avonden, maar toen hij een keer in de trein tussen demonstranten terecht was gekomen die op weg waren naar het Binnenhof gaf hij toe.

 De chauffeurs werden in Schiedam wel altijd mee naar boven genood en kregen g­esignee­rde boeken mee. Zei de man dan dat hij geen boeken las dan kreeg hij ze toch 'Je kan ze altijd nog cadeau geven.'

 Zijn laatste vriend was ook een volksjongen. Hij vertelde mij vol trots dat Joop niets moest hebben van wat hij noemde 'goddienst, wijsgeerde en troep'. Gerards omgang met Joop was een schop onder de gordel van de intellectuelen.

 Toch bewonderde hij Rudy Kousbroek 'omdat hij zoveel wist', het was kortom 'heel dubbel'.

Tags: 

Donkere dagen

 In de donkere dagen denk ik elk jaar aan Gerard Reve. De eerste keer dat ik hem sprak was in Osdorp, een flatje bij het eindpunt van lijn 17. Het is 1969, als ik als beginnend radioreporter een interview kom opnemen.

 Ik bel aan, hypernerveus. Door de intercom klinkt 'wiedaar'. 

 Bovengekomen zie ik dat de schrijver zich voorbereidt op zijn  verhuizing naar Greonterp. Hij bekijkt me aandachtig. Mijn rossige complexie valt op: 'Jij mag zeker niet te lang in de zon'. En gaat zitten op een houten pakkist - er zijn in die dagen nog geen karton­nen verhuisdozen. Het interview bestaat uit een enkele vraag en een antwoord van ongeveer een kwartier. Opgelucht neem ik de tram. Maar bij thuiskomst blijkt de opname mislukt. Het bandje heeft achterstevoren gelegen zodat ik de stem van Reve alleen als een dof gonzen terughoor. Zwetend bel en vertel meneer Van het Reve dat er iets misgegaan is.

 'Dat geeft toch niks,' zegt hij opgewekt. 'Dan kom je gewoon terug en dan vertel ik het nog wel een keer.'  Ik rijd opnieuw met lijn 17 naar Osdorp, de schrijver gaat opnieuw op de pakkist zitten en ik stel weer mijn vraag. Vrijwel woordelijk geeft hij het zelfde antwoord. Alsof hij het voorleest.

 'Een wonder,' denk ik, 'alsof het gedrukt staat.'

 Nu vind ik aantekeningen gemaakt tijdens de radio‑opnamen van zijn boek De Avonden. Ik zie de schrijver meer dan twintig jaar later terug, in Schiedam. En weer reageert hij eerst op mijn uiterlijk: 'Zoals jij eruit ziet... Zo nog steeds van de bestorming van de Bastille en zo...'.

 Tijdens de opnamen, komt een Tv-ploeg langs. Hoe moet hij gekleed gaan? 'Zal ik mijn lintje dragen?' Hij speldt het op, maar doet het toch weer af. 'Dat lintje is belangrijk voor mij,' legt hij uit, 'als schrijver  neem je toch niet echt aan het leven deel.'

 Ik vertel hem van mijn bezoek aan de kathedraal van Amiens waar ik werd getroffen door een groep buitenmodel stof­zuigers die bijeen stond in een kapel, achterin. 'In Godshuizen moet gestofzuigd worden,' zegt Reve. 'Het deel van de eredienst waarin vrouwen voorgaan.'

 Voor hem waren de foldertjes van het pas­toraat die je altijd voor in zo'n kathedraal in een rekje vindt met advies aan jong verloofden een waar godsbewijs. Zwart-wit, met één steunkleur, want de kerk is arm.

Afrika is overal

 Dat leer je uit het Afrika-nummer van Tijdschrift Terras. Afrika, een continent als een kameleon. Bram Vermeulen maakt een Sahara-serie op tv waarin de straatarme bewoners niet van plan lijken naar Europa te migreren. Dit uit de 'Saharatestamenten' van de Nigeriaan Tade Ipadeola:

 'De deftige kameleon van mijn continent/ Komt in actie bij toverspreuken van affakkelend gas/ En een millennium zand verwordt pertinent/ Tot zeewaartse lozing van gehavende hectaren.

 't Is geen heimelijk spreidende wond/ Losgelaten op wat gisteren nog savanne was/ Geen goedaardige gratie voor de misbruikte grond/ Hongerig naar tekens van een verloren nirwana.

 Onze kameleon verliest ledematen, verliest pigment

 Behalve een dof spectrum en wij, verlamd,/ Bekijken betoverd de woeste afleveringen/ Van een drakendieet. Bloemen en bloed vermengd

 Maar dat volstaat niet tegen de honger/ die oprijst uit de buik van de aarde/ En niets zal volstaan om de woede te bedaren/ Van dit land behalve rauw groen gelach.'

 (vertaling: Annmarie Sauer

Apenheul

 Op het Franse platteland werd na de dood van een postbode in de schuur achter diens huis een enorme berg nooit bezorgde post gevonden. Het mooie van dit bericht was: niemand had in al die jaren iets gemist.

 De facteur had een diep inzicht in de aard van zijn vak. Wie Tati's 'Jour de fête' kent weet wat een postbode is: een idioot.

 Een brief is een indringer. Komt ongevraagd door je brievenbus binnen. Zelden met een prettige boodschap. Mail en facebook hebben voorzieningen waarmee je ongewenste post kunt blokkeren, maar dan nog. Er is een onoplosbaar verschil tussen verzenders en ontvangers.

 Mijn vriend Jan gooit alle post die niet in een witte envelop zit weg. De bruine berichten van de bank, de blauwe van de belasting, alles wat versierd is en vooral die met de drie op hun kant gezette rode kruisjes van de gemeente waar we wonen. Een gewoonte die ik heb overgenomen. Je weet immers wat er volgt, niks goeds.

 De eerste die ik zelf verfrommel - je hebt scheurders en frommelaars, ik ben een frommelaar - zijn die waarop staat 'Gefeliciteerd!'. of erger: 'U heeft een prijs gewonnen'. Meestal een toegangskaar­tje voor de Apenheul.

 ps. Op kerstavond gaat het over 'Briefje in fles' bij de Vorlesebühne in de Utrechtse Molen.

Tags: 

Mark Boog en de duivel

 De hoofdfiguur in Mark Boogs uitzonderlijke roman in verzen 'De rotonde' heeft er genoeg van. Kantoorman Van Dam loopt de stad uit naar een ver kruispunt om daar zijn ziel aan de duivel te verkopen.

 'In zijn lange jas de overblijfselen/ van eerder leven: bonnen, pepermunt,/ een pen, portemonnee gevuld met geld/ dat vaak gebru­ikt is en met kaarten:

krediet-, parkeer-, visite-, korting-./ Koel en ijverig de werkdag als altijd./ Het duurt niet lang voor hij de stad uit is,/ die modderpoel van oud en ouder zeer.'

 Meteen denk ik aan de teksten ('Crossroads', 'Me and the devil') van blueszanger Robert Johnson die zijn ziel verkocht om een muzikaal genie te kunnen worden.

Nog iets: 'Het kruispunt blijkt, het is een barre/ tijd, verbouwd tot een rotonde.

 'De advertentie die hij ooit de krant/ heeft aangeboden: Ziel te koop. Niet duur./ Als nieuw, haast ongebruikt. Gevraagde prijs:/ talent, genie, genot, iets groots en vurigs.

Ik wacht op vrijdagavond bij het kruispunt,/ na zonsondergang. U herkent mij/ aan de lege blik, de grijze jas,/het stof tussen de kaken. Geen reacties.'

En dan het weerkerende motief:

 'Hij ziet de weg.

Hij buigt het hoofd.

Het onweert in de verte.'

Tags: