Wallace & Gromit in Brexitland

 Elke dag et ik deze onmisbare 'Cream crackers' van Barber uit Birmin­gham. die tot nu toe naar bijna alle Europse landen geexporteerd worden. Tot de Brexit daavoor wieweet stokjes zal steken. Nu ja 'cream'? Ze zijn gortdroog. En altijd denk ik daarbij aan hoe Wallace en Gromit een maanraket bouwen. De maan, die zoals bekend bestaat uit groene kaas, waar ze allebei gek op zijn. Alles werkt, totdat de lancering abrupt door Gromit wordt stopgezet. Ze zijn de crackers vergeten!  

 Gisteren nog zag ik een mevrouw uit Lochristi, de Belgische bloemenstreek, waar ik eens logeerde in Hotel Begonia. In een woud van Sanseveria's. Ze zal 80% van haar omzet verliezen. Bederfelijke waar rijgt het  straks zwaar te verduren onder oeverloze douane controles.

 Ik mís geen episode van de Brexit saga. Elke avond het Engelse News at ten en dan Newsnight met Kirsty of de onmisbare Emily. Die zelfs van hret schimmenspel van Theresa May en Jeremy Corbyn nog iets weten te maken, elke dag weer..

 Een nieuw referendum? Waarom niet.

 Als ik mijn crackers maar krijg.

Marsmans zelfspot

 'Groots en meeslepend' heet de bloemlezing die Jaap Goedegebuure maakte uit Hendrik Marsmans gedich­ten. Zo wilde hij leven, zegt hij in 'De grijsaard en de jongeling.' 'Hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis!' 

 Dat roept de dichter uit en meteen komt er antwoord. Van ouders, de wereld, de dood? Men neemt hem niet al te serieus. Wat volgt is vol zelfspot al vat de dichter in de laatste regel nog wat moed.

 'ga dan niet ver van huis,/ en weer vooral ook het gespuis van vrouwen/ buiten uw hart, weer het al uit uw kamer:/ laat alles wat tot u komt/ onder groote en oorlogszuchtige namen/ buiten uw raam in den regen staan:/ het is slecht te vertrouwen en niets gedaan.

 alleen het geruisch/ van uw bloed en van uw hart het gehamer/ vervulle uw lichaam, verstaat ge, uw leven, uw kluis./ zwicht nooit voor lippen:/ samenzijn is een leugen en alle kussen verraad;/ alleen een hart dat tegen eigen ribben slaat/ is een zuiver hart op een zuivere maat.

 zie naar mijzelf./ ik heb in mijn jeugd/ mijn leven verslingerd aan duizend dingen/ van felle en vurige namen, oproeren, liefdes/ en wat is het alles tezamen nu nog geweest?/ over hoeveel zal ik mij niet blijven schamen/ en hoeveel is er dat misschien nooit geneest?'/ de jongen kijkt door de geopende ramen/ waarlangs de wereld slaat; zonder zich te beraden/ stapt hij de deur uit, helder en zonder vrees.'

 

De twee gezichten van het varken

 Van de site Discarding Images, waar illustraties uit de marge van handschriften verzameld worden leer je over de menselijkheid van het varken.

 Omdat ik bevriend was met varkens weet ik dat ze intelligent zijn en je herkennen. Maar wilde zwijnen kunnen gevaarlijk worden, blijkt uit het Discarding Image waarop van Philips de Schone in het bos overvallen wordt. Rudy Kousbroek hield van Varkens. Frank Koenegracht hield in zijn tuin het hangbuikzwijn 'Knor'.

 Dit genoteerd na het lezen van Madoc, het 'Tijdschrift over de Middeleeuwen' dat in 2016 een 'Dierennummer' uitbracht. Met daarin 'De verzoekingen van de Heilige Antonius' van Jeroen Bosch, waar je heilige ziet naast zijn varken.

 Antonius, beschermheilige van de varkens zorgde ervoor dat ze vrij door de steden konden lopen en - als ze een oorbel droegen - van vriendelijke stedelingen te eten kregen. Het varken wordt enerzijds gezien als een viezerik, die zich wentelt in drek, anderzijds als een vriend. Het Jodendom speelt hierin mee.

 Pascal Bertrand wijdt uit in Medoc. Een groep Koptische monniken was in 2008 te gast in de abdij van Egmond en zag daar een beeld van een van hun heiligen, Antonius, met een duivels en onrein beest, een varken aan zijn voeten!

 Maar ook bij Jeroen Bosch zijn ze vriendjes.

De zaak Maurits-Oldebarnevelt

 In Engeland zou er allang een ijzingwekkende kostuumserie van gemaakt zijn. De controverse Maurits-Oldebarnevelt, de politi­cus tegenover de commandant. De preciesen tegenover de rek­kelijken. Met als einde de executie, Nu heeft Wilfried Uitterhoeve het boek geschreven dat het scenario zo zou kunnen leveren.

 Tijdens het twaalfjarig bestand brandt het conflict los. Maurits ging zijn opponent en enkele van zijn medestanders op het Binnenhof gevangen zetten. De scenarist kan  het verslag van Oldebarnevelts dienaar Jan Francken gebruiken: 'Daar bij de brug ter hoogte van de twee pilaren, kwam Mathieu de Corps, de Franse opperkamerheer van prins Maurits van Oranje naar de koets toe. Hij vroeg of mijn heer boven bij Zijne Excellentie geliefde te komen, waarop mijn heer uitstapte en zei: 'Jan, wacht hier even, je moet me zo de trap op helpen als ik naar de Prins ga,'

 De oude Oldebarnevelt liep met zijn 'stokske'.

 Nadat hij zijn tas en papieren in de kamer van de Staten van Holland had neergezet, heb ik mijn heer bij de arm naar boven geleid, tot aan de kamer ofwel salon waar hij gewoonlijk zijn besprekingen met Zijn Exc. had. (...) Ik hoorde de Prins zeer ontstemd spreken.'

 Jan Francken wordt dan naar een kamertje geleid waar hij onder bewaking moet wachten. En dat omschreven wordt als 'de nachtegalenkamer', waar Maurits, zoals heel Den Haag wist, zijn vrouwen-voor-een-nacht placht te ontvangen. Oldebarnevelt zit gevangen. Hij krijgt maar een bediende mee en zegt 'Dan zal ik Jan bij me houden, die is gewend mij te dienen.' De gevangenschap zal nog maanden duren tot de executie. 

De zaak Oldebarnevelt: Val, proces en executie v an Wilfried Uitterhoeve, uitg. Vantilt.  

Tenenliefde.

 In de liefde wordt de teen meestal overgeslagen. Terwijl toch een vinger tussen twee tenen veel kan oproepen. Maar dan liever mijn eigen vinger dan die van een ander. Zou het 'voetjevrijen' nog bestaan? Onder de tafel? Liefst in een vrij groot gezelschap. Het ontstaat uit een toevallige aanraking. Die zich vervolgens voortzet.

 Het beste is dan - even later - met de wreef onder de voetzool van het meisje zien te komen. Dat - als ze het begrijpt - haar schoen uit laat glijden. En haar daarbij in het gezicht zien.
waarna het superieure genot komt, dat ligt in het 'niks laten merken'. Voeten en tenen zijn ten diepste geheim
Je groeit op met je eigen lichaam. Bijtend op je lip. Wrijvend aan je neus. Krabbend in je kruis.
Wat verwant is met selftalk. Denk niet dat je gek wordt als je steeds maar aan jezelf ruikt, of hardop in je zelf praat.
Tegen jezelf praten is een manier om de persoonlijkheid bij elkaar te houden. Zei de grote psycholoog William James al. Geen teken van naderende waanzin.

Dokter Gerard

  Je kunt mij altijd wat vragen want ik weet bijna alles.’ Zei Gerard Reve soms. Tijdens de radio-opnamen van zijn boek De Avonden was hij zwaar verkouden, net als ik nu. We zaten in de toenmalige VARA-studio.   En daar demonstreerde hij ons (technicus Mark Meeuwis , een  katholieke jongen die veel van zijn moeder hield en die een keer zei ’ Jij bent helemaal niet katholiek Gerard, ik ben katholiek, jij niet.’) en mij hoe je verkoudheid bestrijdt.

 We moesten uit de kantine bekertjes kraanwater halen en  zout, dat waren kleine zakjes. Daarna demonstreerde hij hoe de neus en mondholte gespoeld moesten worden  met zout water.  Je neemt een s lok en ‘spuugt die weer uit via de neus’.  En dat heel  vaak.  Dat gaf wat problemen. Ik had de tekst van het boek gefotokopieerd, zodat het omslaan van de pagina ’s niet te horen zou zijn. Als een pagina gelezen was moest hij hem  naast zijn tafeltje  op de grond laten vallen. Maar het spoelen van zijn neusholte morste hij veel zout water over de tekst. Die helemaal opbubbelde en uitvloeide. Maar het was bij die gelegenheid dat hij mij bezwoer voortaan altijd de griepprik te gaan halen. Gerard speelde graag voor dokter – lees zijn ‘Brieven aan mijn huisarts’  dat juist toen verscheen- en zijn verslag van z’n darm onderzoek in Schiedam  was hilarisch. Eerst begreep ik niet wat hij bedoelde:  ‘Weet je, mijn darmen zijn op de televisie geweest’.

 Hij had natuurlijk mogen meekijken naar het schermpje van de lieve dokter daar. ‘Vrouwen moet je hebben.’

Tags: 

Augustinus

 Nooit raak ik uitgekeken op de kruisiging. De stervende naakte man met onder aan het kruis zijn moeder, zijn vriendin, maar ook altijd een bonte groep vrouwen in de elegant­ste kleren die je maar kunt verzinnen, behangen met juwelen. Ze zien er uit of ze net van de kapper, de kleermaker en de juwelier komen. De stervende zou hun parfums moeten kunnen ruiken.

In dit tafereel vermoed ik de kern van het katholieke geloof. De tegenspraak is schijn. Deze dingen bestaan naast elkaar en zijn daarom elk voor zich niet minder waar. In het Catharijneconvent in Utrecht zag ik eens een tentoonstelling over het kloosterleven. En zie daar lagen in vertaling de kloos­terregel van Augustinus uit het jaar 397 met een in­leiding van Kees Fens. Hoogst verwarrend om eerst al die vrouwen te zien en daarna te lezen wat nonnen ‑ echtgenoten van Christus ‑ allemaal niet mochten.

 'Of u nu loopt of stilstaat, in uw kleding en in al uw bewegingen mag u niemands lust opwekken.'

Wat rook de stervende zoon Gods?

 'Wassen van het lichaam en gebruik van het bad vindt niet voortdurend plaats, maar om de zoveel tijd zoals gebruikelijk, dat wil zeggen eens per maand.'

 'Ook al valt uw oog eens op een man, u mag de blik nooit strak op iemand gericht houden.'

 Kerkvader Augustinus had een vriendin en leefde als een heiden voor hij zich bekeerde. Hij wist waar hij het over had.

Tags: 

Slapine

 De naam Beverley Nichols is voor mij verbonden met het boek 'De boom die was gaan zitten' (1949), dat me op mijn vijfde jaar in het landgoed Huis te Eerbeek werd voorgelezen door tante Ans, toen ik zelf nog niet lezen kon.

 Na haar verhuizing heb ik het boek nooit meer teruggezien. En nu heb ik het opeens in handen. En ontdek ook hoe tante Ans dingen veranderde. Zo maakte ze van Mevrouw Bunzing een Mevrouw Stinkdier, de vrouw waar iedereen voor terugdeinst.  In de zittende boom is een winkel van een oude dame waar de dieren van alles kunnen kopen. Ook het slaapmiddel Slapine. Er is, zoals bekend, veel slape­loosheid onder dieren. Hoe kom je aan Slapine? Let op:

'Altijd, als een kat of een hond of een veldmuis of een ander dier ligt te slapen, zit er in de lucht, die het uitademt, door zijn neus of door zijn mond, een klein beetje Slapine. Die blijft tegen het plafond hangen, of ze vliegt het raam uit. Maar als je een stopfles neemt, en die dicht bij de slapende neus houdt, dan komt er heel wat van de Slapine in de fles en daar blijft het dan zitten. Als je de kurk erop  doet en de juiste toverspreuk over de fles uitspreekt, kun je het wel een maand lang bewaren. En als je het dan weer uit de fles giet, raak je er van in slaap.'

 Eerder beschreef ik al - uit m'n hoofd - hoe de misdadige Sam van Slapine Wakkerine maakt, een soort speed. Lees maar na.

 De plaatjes van Isobel en John Morton Sale heb ik nu weer. Zoals van de heks met haar padden die je in je oog spuwen. En van Mevrouw Stinkdier. En ik ben weer vijf jaar oud.

 Met veel dank aan Mark Olofsen.

Fawlty Towers

 Randy Newman vroeg me eens waarom Europa niet net als de Veren­igde Staten een geheel kon worden. Ik zei dat ik dacht dat het door het taalverschil kwam: 'Als iemand je taal niet of slecht spreekt dan denk je toch dat hij een beetje ie gek is.' En ik haalde Fawlty Towers aan: 'I know nothing, I am from Barcelona.' Niet Basil Fawlty maar Manuel, die raar praat, is gek.

 Op Sardinie kwam ik een Italiaanse schoolklas tegen die blij verrast de buitenlander begon aan te spreken. 'Do you speak English' vroegen ze, aangemoedigd door hun leraar, de een na de ander. Maar als ik 'Yes' zei bleef het stil. Duitsers en Fransen spreken Engels tegen Neder­landers, de lingua franca van de EU.

 Vreemd dat binnenkort de Engelsen, die al geen talen spreken ook geen Europe­anen meer zullen zijn. Wat ze voor hun gevoel al nooit waren. Je hebt Engeland en 'the con­tinent'. De overtocht, de crossing, is voor het gevoel niet alleen een oneindige zeereis, het is een psychische barriere die Napol­eon, noch Hitler ooit durfden oversteken. En nu, vijftien januari 2019 zal de ironie ernst worden.

 Basil Fawlty zal besluiten dat het Verenigd Koninkrijk uit de EU moet, die immers een samens­choling van krankzinigen is. Hoor hoe raar ze praten!

Tags: 

Bestaan

 Veel schrijvers werken met de seizoenen mee. Breekt de lente aan dan fluiten ook in hun roman de vogels de personages om de oren. Fernando Pessoa's Boek der rusteloosheid is geen roman, maar een soort van dagboek van zijn personage Bernardo Soares, en schrijvende kantoorman. Waarin op 8 januari 1931:

 'Ik heb lang niets meer geschreven. Maandenlang al leef ik niet meer, duur ik slechts voort tussen het kantoor en mijn fysiolog­ie, terwijl innerlijk mijn denken en voelen stilstaan. Helaas betekent dat geen rust: rotten is ook een proces.

 Ik heb niet alleen lang niets geschreven, maar ik besta zelfs al lang niet meer. Ik geloof dat ik nauwelijks droom. De straten zijn straten voor me. Ik doe mijn werk op kantoor zonder me van iets anders bewust te zijn, hoewel ik vaak verstrooid ben: in plaats van na te denken slaap ik dan. , maar ik ben wel een ander achter mijn werk.

 Ik besta al lang niet meer. Ik ben volkomen rustig. Niemand onderscheidt mij van wie ik ben. Zojuist merkte ik dat ik ademhaalde, alsof ik dat nu pas of nu pas voor het eerst had gedaan. Ik begin te beseffen dat ik een bewustzijn heb. Misschien kom ik morgenvroeg weer tot mezelf en neem ik de draad van mijn eigen bestaan weer op. Ik weet niet of ik me dan gelukkiger of minder gelukkig zal voelen. Ik weet niets. Ik hef al wandelend mijn hoofd op en zie dat op de helling naar het Kasteel de zon, die er recht tegenover ondergaat, in tientallen ramen brandt met een felle weerschijn van koudvuur. Rond deze harde, vlammende ogen is de helling lieflijk zacht van het einde van de dag. Ik kan me tenminste bedroefd voelen en bedenken dat die bedroefdheid zojuist werd gekruist door het plotselinge tingelen van een tram, die ik met mijn oren voorbij zag rijden, de toevallige stemmen van pratende jongelui en het vergeten gefluister van de levende stad.

 Ik ben al lang niet meer ik.'

Tags: