Uiterlijk

 Hoewel ik een hekel heb aan stukjes waarin iets gezegd wordt over 'de mens' - ik denk meteen 'speak for yourself' - wilde ik graag lezen wat Fernando Pessoa begin juni 1934 schreef:

 'De mens mag zijn eigen gezicht niet kunnen zien, want er bestaat niets ergers dan dat. De natuur schonk hem de gave het niet te kunnen zien en niet in zijn ogen te kunnen kijken. Alleen in het water van rivieren en meren kon hij naar zijn gezicht kijken. En de houding die hij daarvoor moest aannemen was symbolisch. Hij moest vooroverbuigen, bukken om de schandd­aad te begaan zichzelf te zien. De schepper van de spiegel heeft de menselijke ziel vergiftigd.'

 Ik dacht aan Narcissus, die ook in het water keek, verliefd werd op zichzelf en gestraft. En vervolgens aan de selfies van nu. Al staan daar meestal ook anderen op dan de fotograaf. Er zijn dwangmatige zelffotografen. Uit onzekerheid, om hun verschijning te controleren? Of toch uit Narcistische ijdelheid?

 Wat Pessoa zegt kan ik hem nazeggen. Het hebben van een uiterlijk was me een plaag.

Tags: 

Uiterlijk

 Hoewel ik een hekel heb aan stukjes waarin iets gezegd wordt over 'de mens' - ik denk meteen 'speak for yourself' - wilde ik graag lezen wat Fernando Pessoa begin juni 1934 schreef:

 'De mens mag zijn eigen gezicht niet kunnen zien, want er bestaat niets ergers dan dat. De natuur schonk hem de gave het niet te kunnen zien en niet in zijn ogen te kunnen kijken. Alleen in het water van rivieren en meren kon hij naar zijn gezicht kijken. En de houding die hij daarvoor moest aannemen was symbolisch. Hij moest vooroverbuigen, bukken om de schandd­aad te begaan zichzelf te zien. De schepper van de spiegel heeft de menselijke ziel vergiftigd.'

 Ik dacht aan Narcissus, die ook in het water keek, verliefd werd op zichzelf en gestraft. En vervolgens aan de selfies van nu. Al staan daar meestal ook anderen op dan de fotograaf. Er zijn dwangmatige zelffotografen. Uit onzekerheid, om hun verschijning te controleren? Of toch uit Narcistische ijdelheid?

 Wat Pessoa zegt kan ik hem nazeggen. Het hebben van een uiterlijk was me een plaag.

Tags: 

Knoop

 Het begon ermee dat ik de boekwinkel een door de New Yorker geprezen verhalenbundel aantrof van de Noorse schrijfster Gunnhild Oyehaug getiteld 'Knopen'. Daar weet ik iets van, de knopen op mijn jas, maar ook die ik leerde bij de padvinderij als de onontwarbare paalsteek en de mastworp.

 Thuisgekomen sloeg ik het titelverhaal meteen op. Een meisje krijgt en zoontje, maar wat zij en de medici ook proberen de navelstreng, waar een knoop in zit, wil niet los. En dat blijft zo. De navelstreng blijkt heel solide en moeder en zoon groeien op als een Siamese tweeling. Waar ze op den duur heel tevreden mee zijn.

 Een van verbazende eigenschappen van de soort is dat mensen zich aan de vreemdste omstandigheden aanpassen. Zo ook hier. Als het jongetje Käre trouwt moet zijn moeder wel bij het echtpaar intrekken. De moeder verblijft in de kamer naast de hunne. Maar dat mislukt.

 Moeder en zoon leven dan vreedzaam tot zij sterft. De oplossing blijkt dat de moeder op het kerkhof zal liggen en dat boven haar graf een huisje voor Käre wordt gebouwd, met een opening voor de navelstreng.

 Daar ziet hij dagelijks de stoeten voorbijgaan waarin altijd een bleek meisje mee loopt. Ze komt langs en hij vertelt haar alles. En hij doet haar en huwelijksaanzoek.

 'Misschien krijg je een kind met net zo'n navelstreng als ik.' 

 Ze zou niets liever willen.

Hoedenoorlog

 Hoe de ondergang van een luxe hoedenwinkel de Eerste Werel­doorlog inluidde. De Hongaar Laslo Nemes brengt in 'Sunset' hoofd en bijzaken onontwarbaar samen, zodat je gaat denken wat is nog wat?

 We zijn in 1913, in Boedapest. De hoeden van de firma Leiter, die eerder in een brand verwoest werd, waarbij het echtpaar Leiter omkomt zijn en blijven schitterend. Dochter Irisz ontdekt het hoe en waarom van het drama.

Oostenrijk-Hongarije gaat ten onder. Aan hoeden, eigenlijk. Erg mooie hoeden.

Meest nachtelijk Boedapest is binnen en buiten spaarzaam verlicht met flambouwen, kaarsen, maar ook gaslicht. Er zijn samenzwer­ingen bij de vleet. De prinses zal hoeden komen passen, maar het hoedenimperium sterft.

Revolutionairen proberen intussen toe te slaan.

De verwikkelingen voeren voor mij te ver om ze te kunnen volgen. Zodat ik overbleef in de eindeloos gerekte chaos van een Titanic-achtige ondergang. Met een gezelschap elegant geklede hoeden-mannequins in een brandende stad.

Zoals een toeschouwer zegt in de film: 'De gruwel van de wereld schuilt achter deze oneindig verfijnde maaksels'.

Aragons Hollandse reis

 In de zomer van 1963 waren Louis Aragon (1897-1982) en zijn vrouw Elsa Triolet in Holland - oa. Tessel, Wassenaar, Utrecht - en schrijft hij gedich­ten. Zijn Hollandse reis is vertaald door Katelijne De Vuyst voor uitg. Vleugels. Dit is een strofe uit de cyclus 'Rotzomer'. Holland, voor een buitenlander bloemenland:

 'Het is net halfzes geweest/ En de bloemist is al dicht/ De bloemen zijn verweesd/ Het is een droef gezicht

 De verkoper is weggegaan/ In de etalage brandt geen licht/ Tot morgen bij dageraad/ Blijft de winkel dicht

 De anjers verpozen/ Net als de orchideeën/ En ook alle rozen/ Komen op ideeën

 Bij de anemonen/ En de korenbloemen/ Zal niemand nog komen/ Om hun geur te roemen

 De asparagus/ Houdt zich kloek/ De boze cactus/ Staat alleen in zijn hoek

 Asters van Amsterdam/ Als de duisternis valt/ Is er geen vrouw of man/ Die je opbeuren kan

 Vergeet elk bloemenfeest/ Ik voel me geheel ontwricht/ Het is net halfzes geweest/ En de bloemist is al dicht

Kruishoutem

 Bij Oudenaarde heet niet meer zo. Het is dit jaar samengevoegd met buurgemeente Zingem en heet nu Kruisem. Zag ik op de VRT. Niemand vertrok een spier. Ik vind het jammer van de naam. Ivo van Strijtem schrijft in zijn 'Een kamer met een tafel en schrijfgerei' het gedicht 'Braambos'. En ja, brand. Braambossen branden daar nog.

 'Braambos is een gehucht/ in een uithoek van Lennik./ Via de Braambosweg ben je er in/ een kleine tien minuten vanaf

 de Kleemstraat. Knobbelig weiland/ knotwilgen en paddestoelen/ ochtendnevel. Er woonde een man/ die twee vrouwen had

 en een tante die voor hem bad/ bij borrel en kaarslicht. Men zegt/ dat er ooit een arend werd gezien/ of een havik. Een adelaar

 zeiden ze daar. Ik zag er slechts/ mussen en koolmeesjes. Maar/ hoorde een nachtegaal op een/ ochtend vol brandnetels

 Napalm in Vietnam. Hier een/ regering van katholieken/ en socialisten. Geen roeping. Altijd/ wel vuur, geen uitslaande brand.' 

Bedrand

 Het was net zulk weer als nu. Zoeven kwam ik langs het Hilton. Met Jan Donkers zat ik daar op vrijdag 28 maart 1969 een uur lang op de rand van het bed waar John Lennon en Yoko in lagen, om de wereld te vertellen dat er geen oorlog kwam als je maar in bed bleef en je haar liet groeien.

 De vitrage en daarachter Buitenveldert. John was levendig tot onrustig. Steeds weer sprong hij in z'n pyjama het bed uit om zijn gitaar te pakken die tegen de muur stond. Een keer om het liedje te laten horen waarmee hij bezig was 'Don't let me down'. Het refrein had hij al, maar de tussenliggende tekst kende hij nog niet van buiten, dus neuri­ede hij die passages.

 Ik had hem nooit eerder ontmoet. Wat me het meest aan hem opviel waren zijn ogen. Anders dan op foto's, zeer sprekend. Yoko trok het laken op tot onder haar kin. En zei bijna niets. 'She's foreign you know,' zei John.

 Ik vroeg nog naar zijn tandartsbezoek. John: 'Ze hebben een soort gouden asbak achter in mijn mond gestopt, waar ik eens tanden had. Ik weet niet wat die tandarts mij gegeven heeft, maar ik was high as a kite toen ik mijn volgende interview gaf.'

 Na een tijdje mochten luisteraars live vrag­en stellen - dat was een voorwaarde van John - die per telefoon binnenkwamen, waarna Peter Flik ze doorgaf op de koptelefoons. Het waren de te verwachten vragen. Yoko prevelde nog iets over vrede. 'Because the sky is blue and we're all...' Tot slot deed John nog een stukje van 'Those were the days', bekend van de tv-serie All in the family.

 Van de uitzending zijn alleen een paar fragmenten bewaard, omdat de chef geld van de VPRO-radio, de heer Waller die uit zuinigheid had laten wissen.

Tags: 

Portretteeren

 Wat kun je aan iemands gezicht zien? Lodewijk van Deyssel maakte zich zorgen over zijn uiterlijk. Niet zonder ironie. Belangrijk was dat hij scheel keek, 'naar buiten'. Harry Prick vertelde me hoe ze in Haarlem over straat liepen en dat toen Van Deyssel voor hem uit ging, hij schalks opmerkte 'Ek neem u waer'.

 Hij schreef in 1932 over geschilderde of gefotografeerde gezichten: 'De hoofdzaak bij portretteeren is, dat men van den te portret­teeren persoon die gelaatsuitdrukking wedergeeft, in welke zijne hoofdzakelijke levensbeschouwing, zoowel als zijn aard zich bevinden.'

 Kan dat? Het is eindeloos geprobeerd. Toch hangt er veel van af. Bij verkiezingen bepaalt het uiterlijk waarschijnlijk een goed deel van de uitslagen.

 En Willem Holleeder is om zo te zien toch een keurige jongen.

 Van Deyssel had het niet over gezichten in beweging. Daaraan zou meer af te lezen kunnen zijn. Maar er is een hele industrie die uiterlijken naar wens kan bijwerken. Het haar van Wilders heeft hem toch eerder geholpen dan tegengewerkt.

 En vanavond dan Theresa May en Jean Claude Juncker in het spel van de gezichten. Achter May's charme lijkt een koppigheid te zitten die haar ongeschikt maakt voor diplomatie. En bonhomme Juncker lijkt haar te slim af. Maar het zou net zo goed andersom kunnen zijn.

Brexitology

 Mijn eerste Haagse straatgevecht was met een Henk die uit Harlingen kwam en pas in de straat was komen wonen. Hij snauwde: 'Ben ie een Fries of ben ie een Hollander?'

 Hij praatte inderdaad een beetje met een accent. Maar verder? Zelf kwam ik net van de Veluwe en werd uitgelachen om mijn accent. Ik had er drie jaar gewoond en inburgeren was moeilijk geweest door het praten. Ik verstond ze niet.

 Het duurde voor ik uit 'Gojmet' 'Ga je mee' kon opmaken. In Eerbeek zei men dat dat 'Eerbeeks' was. In Loenen, een dorp verderop, spraken ze, zei men weer hel anders 'Loens'.

 Al in de twaalfde eeuw haden mensen uit het Noorden aan mensen uit het Zuiden. Die je herkende aan hun tongval. Ik leer dit van Eveline Koolhaas-Grosfeld in haar boek 'De ontdekk­ing van de Nederlander. In 1763 kwam Engelbertus Engelberts als antwoord op Engelse schotschriften - tabloids waren er toen al - zijn 'Verdediging van de eer der Hollandse natie': 'Iedereen weet dat de eigendunk van de Engelsen geen grenzen kent evenals hun minachting voor het buitenland.'

 Deze week is het met Brexit erop of eronder. Het spook van de identiteit waart rond. Michael Flanders en Donald Swann Swann hebben het begrip foreign haarfijn onder worden gebracht in hun 'Song of patriotic prejudice'. Wat maakt die vreemdelingen zo vreemd: 'It's knowing they're foreign that makes them so mad'. Ik denk aan Haagse Riet en Kees met hun onsterfelijke uitspraak na een avondje televisie: 'Het buitenland is toch niet meer te redden.'

The Looming Storm

 Het regent van het begin tot het eind in de Chinese krimi van Dong Hue waarin het decor de handeling overneemt. We zijn in een reusachtige hoogoven, die bestaat uit betonrot en roestend ijzer.

 Het stadje eromheen is een en al rotting en schilfer. Het licht binnen en buiten is duisternis bij dag. Het is 2008, en meer boos weer is op komst. Sinds In the mood for love van Wong Kar-wai zag ik geen mooiere regenfilm.

 Er is een jong meisje vermoord, de waker Yu vindt haar en gaat op z'n eentje achter de dader aan. Waar wie? De ware dader ontsnapt hem. Er zijn meer onopgeloste moorden in de stad. En de politie tast in het duister.

 Zo gaat het daar. De prostituee Yanzi waar hij op valt zit er ook vast. Haar fantasie is een beautysalon in Hongkong.

 Zoals de titel zegt, tenslotte wordt de fabriek opgeblazen in het kader van de vooruitgang. Dat zal de reden zijn dat hij de censuur kon passeren.

 De prachtige kleuren van de natte kleren, de verzopen landjes rondom, de fabriek, de interieurs, de doorgroefde gezichten, dat zijn de redenen om de film te gaan zien.