Raccordo anulare

 De terugweg uit Sicilië in de oude R4 nam veel tijd. Het was nog steeds lelijk weer in april en het landschap langs de hoge autostrada met zijn vele viaducten en tunnels bemoedigde niet. Dit stuk autostrada, vanaf Reggio was nog niet lang open, het was heel stil op de weg.

 Ik moest wakker blijven. Waar was een koffietent? Voorlopig nergens. Wel stonden er heel grote blauw-witte borden met een koffiekop erop en een kilometertal, Salerno was de richting maar de reuzenkoffie kwam maar niet dichterbij. Nu nog 60 kilometer. Het begon te onweren in de bergen rondom. Eindelijk kwam een hoog gelegen barak met het koffiesym­bool in zicht.

 Daar stonden kleumende vrachtwagenchauffeurs zich te beklagen. Het werd donker. Na enig overwegen nam ik de afsla naar een kleine stad. En daar, een uithangbord met Albergo. De eigenaar liet ons handenwrijvend binnen. Onmiddellijk pakte hij mijn hand vast en legde die op een oude radiator in de gang. En jawel, warm! En kamers genoeg. Hier logeerden vaak voetbal elftallen uit verre Italiaanse streken bij uitwedstrijden. Eten was er ook. Er kwam spaghetti met ail e olio. 

 Een dag later verschenen nieuwe raadselborden langs de weg: 'Roma, raccor­do anulare'. Bij elke kilometer aanduiding. Ik moest stoppen om het op te zoeken en vond 'anu­lare, ringvinger'. Pas bij Rome drong tot me door dat 'anula­re' ringweg moest zijn, waar een raccordo een aansluiting op was. Er is een Italië beneden Rome en een daarboven.

Corona Grossa

 Je herkent oude herbergen aan hun poorten, breed genoeg om een rijtuig door te laten naar de binnenplaats en de stallen. Mijn vaste verblijfplaats in Ceva, Piemonte, was er zoéén. Ceva, aan de Tanaro, met een hoger gelegen station en een stationsbar. Heilige plaatsen in Italië.

 Om een Gazzetta te kopen tussen de hoeren die naar Genua zouden reizen en de negers met hun bossen paraplu's, bestemd voor de toeristen die in Genua overvallen zouden worden door een bui, en daarna af te dalen naar de Corona Grossa beneden, naar Arturo.

 De Corona Grossa - dikke kroon - geen ziekte maar een eeuwenoude herberg met een overgroeide binnenplaats en wat kamers rondom. Gedreven door Arturo, die je bij vertrek altijd een fles van zijn eigen wijn meegaf.

 Zijn keuken met het reusachtige houtfornuis was de kern van het bedrijf. Tegen vijven kwamen daar familieleden samen. Altijd met iets voor het eten. Zijn vader met een konijn onder de snelbinder van zijn brommertje, een verre neef met een vis en meer. Sla groeide overal langs de weg. voor hen en voor ons kookte Arturo, vandaag coniglio.

De herberg is verkocht en opgesjiekt, Arturo verdwenen. De binnenstad van Ceva met zijn spoorwegviaduct en arcaden bestaat nog. Nog steeds zullen daar tegen achten de roestige rolluiken omlaag donderen.

Slau

 'Een varend eiland' heet de eerste bloemlezing uit de brieven van Slauerhoff, gemaakt door Hein Aalders. Een heel passende titel. Niet alleen bewoog 'Slau' (1898-1936), zich naast zijn reizen naar het Verre Oosten als Scheep­sarts hij verplaatste zich ook voortdu­rend door Nederland en Europa. Weinig vastigheid, geen huwelijk, geen vaste verblijfplaats.

 Nu is zo'n leven uitzonderlijk. maar als je zijn brieven leest niet ongewoon. Reizend leven deden veel letterkundigen en anderen. Ik vrees dat de luchtvaart daar een eind aan heeft gemaakt. De lange bootreizen leverden - dankzij de verveling - niet alleen veel brieven op, wat aan boord geschreven werd geeft ook een beeld van het leven daar. In een van de brieven aan Arthur Lehning en zijn vrouw Annie pakt Slau - op weg naar een betrekking in Japan - vanuit Port Said uit. De Fransen, Engelsen, Egyptenaren en Italianen gaan van boord. Helaas, 'dan ben ik op de Hollanders aangewezen, waarvan de geschiksten mij natuurlijk nog veraf staan en 't merendeel allerantipathiekst is. Goddank behoef ik niet naar een kleinere Indische plaats, 5 jaar gedwongen met dezelfde categorie om te gaan.'  

 En dan, op 13 september 1925.

 'Morgen hebben wij Sabang en zijn dan daarmee in de Archipel aangeland. Ik vind het een heerlijk idee dat ik er zo spoedig weer uit zal varen. De meesten hier hebben vooruitzichten er 5 a 6 jaar vast te zitten. Affreus.

 De reis gaf voor mij tot nog toe weinig nieuwe sensatie. Alleen een dag flinke storm na 't passeren van Kaap Guardafui. Wij kwamen slechts met zes mensen aan tafel en hadden 't genoegen door een stortzee met stoel en al tegen de verschansing aangesmakt te worden, wat mij op een scheenbeenkneuzing, de scheepsdokter op een verstuikte arm kwam te staan. Het was een schitterend tafreel, mensen en stoelen door elkaar' (...)  'Of ik 't twee jaar zo volhoud is zeer dubieus. Toch zou 't zeer wenselijk zijn, dan kom ik met 6 of 8 mille thuis en kan de uitgeverszaak beginnen. Arthur, bind ik jou in goudleren band, Anneke liefst met mij samen als we zo niet trop a l'etroit zijn. Maar waarlijk, 't is de vraag of ik 't zo lang durchhalt.'

Tags: 

Voordeur

 Het verhaal van Woutertje Pieterse duikt bij vlagen op in de Ideën van Multaltuli. Zo krijg je bij stukjes en beetjes meer te weten over Femke, de door hem vereerde dochter van de wasvrouw. Zou hij haar weer ontmoeten? Hij loopt al vroeg door de Kalverstraat in de richting van het paleis, waar het onverwacht druk is. Hoog bezoek! 

 'Na de Kalverstraat te hebben doorgeslenterd, bereikte hij den Dam. Daar stond een lange reeks van rijtuigen voor en naast het Paleis te wachten. De koetsiers zaten te dutten op den bok, en bleven hierdoor bewaard voor de zonde van 't verwenschen der hooge gasten. die zich blijkbaar hadden voorgenomen 'n hollandse zon te zien opgaan. doch wat laat voor den dag kwamen. Want de zon begon zich reeds te vertoonen en er was prins noch prinses te zien.

(...)

Ok Wouter voelde zich slaperig. Gisteren nog zoud-i zich veel moeite hebben getroost om 'n wezenlijke koning te zien te krijgen - zeker om te weten of zoo'n wezen op MacBeth, Arthur en King Lear gelijkt - maar nu.. och hy gaf er zoo weinig om.'     

Een der vorsten, een dame, is wat vergeten en van haar vier knechten snellen er drie weer het paleis in. Maar de vierde kan de deur niet vinden. Dat verbaast Multatuli niet, 'omdat het achtste wereldwonder (het paleis) eigenlijk geen ingang heeft, 'n bijzonderheid die zeer gevoeglijk voor negende wonder kan doorgaan, en dan ook een der hoofdgronden is van de rechtmatigen trots der Amsterdammrs. Paleizen of Stadhuizen met 'n behoorlijke deur of poort kan men overal te zien krijgen.'

Multatuli slaat de spijker op z'n kop! Het mankeert het 'Paleis' aan een passende, majesteitelijke ingang. De proporties van de gevel deugen niet.

Vroeger, toen Beatrix er nog weleens kwam moest ze altijd door een rare achterdeur naar binnen. Vaak gezien vanuit de Raadhuisstraat.

Tags: 

Pinocchio

 Het regende in Toscane. Even voorbij Pistoia, waar ik het depot van de treinenfabriek Breda had bezocht lag een soort  pretpark langs de weg, bij het plaatsje Collodi. Leeg. Ik ging kijken.

 Er is geen doeltreffender verhaal over liegen dan dat van Pinocchio. Je zou wensen dat de neus van Donald Trump tijdens persconferenties, als hij weer eens het omgekeerde beweerde van gisteren, uitgroeide. Wie is van hout? Pinocchio ("stukje pijnboom") is de houten hoofdper­soon in een boek van Carlo Collodi (1883), verfilmd oa. door Walt Disney (1940).

 In de oeruitgave wordt Pinocchio - schepping van een houtsnijdende schoenmaker - opgehangen om zijn vele stoutigheden. Later wordt ie een mensenkind. Een voorloper van Annie Schmidt's 'Ik ben lekker stout'.

 Pinocchio moet een marionet zijn, zoals alle brave deftige kinderen maar hij wordt een voorloper van Pietje Bell. Met een gouden hart natuurlijk.

 Hij komt bij een marionettentheater terecht, waarvan de baas op een avond nog wat hout nodig heeft voor zijn fornuis.

 "Kom hier, Pinocchio! Jij bent goed als brandhout!" De arme pop begint te huilen. Dan moet er maar een andere pop aan geloven. De Harlekijn. Waarop Pinocchio in snikken uitbarst. Tot verbazing van de marionettenspeler: "Wel, wel. Zo'n held van een pop heb ik mijn hele leven nog niet ontmoet".

 Wat blijft is dat de neuzen van leugenaars in Pinocchio's  omgeving blijven groeien. De leugendetector, zo'n Amerikaanse uitvinding, heeft nog jaren meegespeeld in de rechtspraak.

 Tot Donald Trump bedacht dat zijn leugens 'alternatieve feiten' waren.

Eenzaamheid

 'Wij rusten van twee tot vijf.' Corona bracht de herontdekking van de eenzaamheid.

 Die ik ooit ontdekte door het liedje dat Appie van der Zande en ik in zelfgemaakt Engels zongen terwijl we de Daal en Bergselaan afdaalden: 'Seven lonely days make one lonely week'. 

 Wat was 'lonely'? Meer kwam ik te weten bij het het collecteren voor Humanitas ('alle gezindten'): met rust gelaten worden.

 Sommige huizen gaven geen gehoor als je belde. En dan door de brievenbus kijken in stille huizen. Unieke kijkjes in onbekende werelden. Jassen aan een kapstok, en glimp van een granieten aanrecht. De lucht van een petroleumstel. Het dichtslaan van de tussendeur, ook wel tochtdeur, tussen de vestibule en de gang.

Er werd open gedaan. Een vinger wees op het bordje 'niet storen' achter het glaasje in de deur en zei: 'dat, jongeman, heeft u zojuist gedaan.'

Purmerend

 Het gaat niet goed. Maar hoe niet goed weet niemand. Geraadpleegd word ik intussen wel.

 'U bent op 9 oktober in Gouda geweest, kunt u een paar pluspunten noemen van stad Gouda?'

 'Ja, dat is waar ook,' zeg ik, 'toen was ik in Gouda, en ik heb daar een werkstudent mijn telefoonnummer opgegeven, alleen maar om hem een plezier te doen. Maar ik heb vandaag al een beleggingsadvies gehad vanavond en een coronabelevingsonderzoek, ik ben moe.'

 Zo ontstaat het terugtredend individu. Dat ben ik.

 Het woordje ik lijkt zo klein, zo onschuldig, maar in dit soort gesprekken wordt het een onneembaar obstakel. Dicht bij hik en schrik.

 Er moet iets zijn, maar wat ook weer? De trein staat stil, en het licht is uitgegaan, het wordt snel kouder. Het wordt laat.

 'Kunt u misschien de verwarming wat harder zetten,' vraagt een dame in de trein.

 'Nee mevrouw, dat kan ik helaas niet,' antwoordt de conducteur. 'Dat wordt tegenwoordig centraal geregeld vanuit Purmerend.'

 'O, zit dat zo.'

Ontmoediging

 Er zijn mensen die zich bij alle gelegenheden boven anderen stellen. Mijn vader was er zoéén. Kwam er een timmerman over huis dan sprak hij over hem als 'de beste brave man'. En toen ik voor het eerst voor een blad een verhaaltje had gemaakt was zijn reactie 'denk nu niet meteen dat het wat is'.

 In het leven van Willem Brakman - lees de biografie van Nico Keuning 'Een ongeneeslijk heimwee' - speelde zijn 'vechtvriendschap' met Nol Gregoor zo'n rol. Gregoor was zijn oudere 'leermeester' en deed zich voor als een belangwekkend letterkundige, Willem moest meer dan veertig boeken schrijven om hem de baas te worden.

 Willem moest en zou vertellen. Waar hij kwam ontspon zich een verhaal. Toen we eens in en gehuurd bootje over de Scheveningse Waterpartij voeren overwon Willem zijn angst voor water met een hersenspinsel over wat zich allemaal onder het oppervlak bewoog en het voorzien had op zijn geslachtsdelen. Hij aarzelde lang voor hij in het bootje durfde stappen. Tenslotte liet hij zich er zo'n beetje in vallen. En begon meteen te vertellen.

 Later, aan zee, bij Duindorp, kwam het verhaal van de aangespoelde toeristenlijken, die er - met strandzand overdekt - uitzagen als ongebakken kroketten.

Tags: 

Bethel

 De Haagse Bethelkerk in de wijk Bohemen wordt niet afgebroken hoorde ik van vriend en buurtgenoot Wim de Bie. Wim was geen kerkganger, ik moest. En zo zag ik de veelbelovende organist René Rakier optreden voor een kerk vol Loosduinse tuindersknechts - hun brommers stonden voor - en volgde de jeugdiensten, gehallucineerd door de weerschijn van het glas-in-lood op het parket.

 De kerk stamt uit 1938 en werd gebouwd door Chiel Kuyper, lees ik nu, Nieuwe Haagse School. En het buurtje heette de componistenbuurt. Met een Mozartlaan, een Richard Wagnerlaan, maar ook een Tannhäuserstraat en de Parsifalstraat waar Wim opgroeide. Laan van Meerdervoort, eindpunt van lijn 2, Meer en Bos. Vlak erachter begonnen de tuinderijen van het Westland.

 En dat te midden van de bloemenbuurt. Nog weet ik niet hoe Speenkruid er uit ziet, ik zie het straatje voor me waar onze tante Addy woonde, met oom Koen van de Vrije School. Maar dat was aan de overkant van de Laan van Meerdervoort, de 'langste laan van Europa', in het zicht van de Dalton HBS, waar Kees en Wim op zaten, achter de T-vijver.

 Laatst liep ik er na jaren weer eens rond. Alles was er nog, maar vreemd genoeg, welke straathoek ik ook omsloeg, geen enkel bekend gezicht.

 Was de neutronenbom hier gevallen?

Doppelte Fleischportion

 De heer Hans-Michel Becker, leraar Duits te Keulen kende mijn vader van conferenties. Hij was het joviale type. Mij - de tweede klas gymnasiast beg­roette hij altijd met - oud-Grieks op z'n Duits uitgesproken: 'So Wim, wie steht's mit paidoio'. De verbuiging van het Griekse werkwoord. Keulenaars hebben gevoel voor humor, dat is bekend.

 We gingen ook met de Beckers gezamenlijk met vakantie naar de Côte 'd Azur, waar ze een vaste camping hadden. Er werd soms uit eten gegaan in St. Raphael waarbij de heer Becker altijd een 'doppelte Fleischportion' voor zichzelf bestelde, naar hij zei 'om goed te maken wat hij in de oorlog aan vlees tekort was gekomen'.

 Zijn zoontje Herribert kon die Franse vakanties wel dromen. Vooral het laatste stukje naar de camping waar Hans-Michel ons de bomenrij uitlegde. Eens was Herribert z'n vader voor en zei gapend 'Ja, das sind drei Pinien und eine Eiche'.

 Hans-Michel reed zo lang met de banden van zijn Taunus tot het canvas er doorheen kwam. Een zuinig man. En vertelde avond aan avond over zijn diensttijd in Peenemünde, waar de V2's getest werden. Aan de vakanties met de familie Becker kwam vlug een einde.