Wasserbomben

 Mijn tomaten groeien al aardig. Het zijn wilde, grof van vorm. Niet als de door de Duitsers eens 'Wasserbomben' genoemde, welk woord eens in de Bildzeitung opdook in een artikel over de smakeloosheid van de Westlandse tomaat.

 Ik woonde bij Loosduinen, aan de rand van het kassengebied. Mijn vader kwam uit een boerenfamilie en wilde dat jaarlijks bewij­zen. Met bonenstokken, rabarber, aardappelen. Maar vooral tomaten. Het gevolg was 's zomers elke dag tomaat: tomatensoep, omelet met tomaat, tomatensla, verzin het maar. Aan buren familie raakte je ze allang niet meer kwijt.

 'Je kunt het je ook tegen eten,' zeiden de moeders voorzichtig.

 Dat werd doordraaien. Sloten vol toma­ten zag je in het nieuws.

Kartelrand

 Waar kwam het kartelrandje vandaan dat om oude foto-afdrukken zat? Het moet wel een rest van de schilderij-lijst zijn geweest. Voor mijn juist herdrukte verhalenboekje 'De gabardine regenjas' heb ik oude foto's gebruikt, zoals W.G.Sebald het deed. Foto's als stille getuigen.

 Van sommige huizen of mensen bestaan geen foto's. Onherstelbaar. Sebald wilde net als ik de doden recht doen. Hij deed het door over ze te schrijven en daar wat veelzeggende foto's uit zijn verzameling bij af te drukken. Foto's die binnenkijken in het verleden.

 Zodat iets kan ontstaan wat er tevoren niet was. Tussen twee werelden.

ps. Het was zomaar uitverkocht, maar is nu weer te krijgen bij kleine uitgever Avanti: 'De gabardine regenjas', 21 korte verhalen met wat foto's. Bestellen kan door een mail naar yolnus@xs4all.nl

Mode en politiek

 Wat heeft mode met politiek te maken? Nog pas was het quat­torze juillet en vlogen de straaljagers over de Champs Elyse­es. Om de bestorming van de Bastille in 1789 te gedenken met blauwwitrode rookpluimen. Macron stond eronder in een lange broek, niks bijzonders.

 Sarah Jane Downing schreef verhelderend over de tijd van de grote veranderingen. De vrouwen­mode van de Franse revolutie was licht, golvend en vooral doorschij­nend. Mousseline, niet erg duur werd via Engeland geïmporteerd en al machinaal verwerkt.

  En jawel, het in de hedendaagse politiek mees­t gehoorde woordje is transparant. Marie Antoinette had de zware korsetten al afgeschaft, vergeefs, haar kop ging er toch af.

  De empire met hoge taille maakte korsetten onmogelijk.

  Op de vlucht voor de revolutie weken modeontwerpers en hun rijke klanten uit naar Londen. En daar kwam voor mannen de Engelse country style in de mode, laarzen met omslagen en strakke, driekwart gele geitenleren broeken. 

 Weg waren de verfijnde zijden kousen op de kuit en de kousenbanden. De zwarte pantalon kwam in zicht. Allemaal een lange broek, nu niet meer zwart maar jeansblauw. Noem het democratisering. Een revolutionaire dracht. Nog in 1807 liet de tzaar mannen in lange broek aanhouden door militairen die ze dwongen ze bij de knie af te knippen.

ps. ja de eerste straaljager stootte een wolk rood uit terwijl het blauw moest zijn

Stadioncultuur

 Straks, in Sint Petersburg voetballen de Belgen en Engelsen om brons. De Russische stadions zijn in geen jaren zo vol geweest. Ik dacht aan de verlaten stadions in Rio, Resten van de cultuur van de stadion­bouwers zullen bekeken worden zoals wij nu het Colosseum zien. 'Hoeveel mensen zeg je? Maar konden ze dan niet thuis naar een scherm kijken? Nee, ze wilden samen zijn. En wat deden ze in die dingen de rest van de tijd?

 Mussolini beriep zich graag op het oude Rome. Voorbij was de tijd dat een kluizenaar binnen het Colosseum z'n graan kon verbouwen.

 In 1938 bezocht Adolf Hitler het bij avond. Het werd voor hem van binnen rood belicht en hij was gegrepen. Daar ontstond zijn 'Teorie von Ruinenwert'. Ruïnes waren geen puinhopen maar monumenten van grootheid. Symbolen van macht. Zo wilde hij z'n duizendjarig rijk achterlaten. Er moest steviger, Romeinser, gebouwd worden, onvergankelijk. Zijn architect Speer, zei ‘Ruines, is wat er van je o­verblijft’. Hitlers werkkamer hing vol schilderijen van het Forum van de Franse 18de eeuwer Hubert Robert.

 En straks? Hier, zullen de gidsen in Sint Petersburg zeggen, hier verloor in 2018 Engeland van België. Ze werden genadeloos over de kling gejaagd.

Loden letters

 Meneer Hampe in z'n blauwe jas was voor mij de grootste bezienswaardigheid op de loodzetterij van drukkerij Jacob van Campen aan de Oudezi­jds Voorburgwal. Zijn zetwerk was fout­loos. Het is 1967, het krantje waarvan hij de kopij tikte was het studentenblad Propria Cures.

 Een puur genoegen hem achter zijn machine te zien. Loodzetten ging per regel, de zetter tikt de regel op z'n toetsenbord en laat hem met een druk op de knop vol kokend lood stromen dat vrij vlug stolt tot een loden balkje zetsel met een voetstuk, volgens het linotype-systeem.

 Om twaalf uur precies at meneer Hampe een meegebrachte boter­ham uit een zakje en legde zijn hoofd op het toetsenbord. Hij sliep dan onmiddellijk in en werd om precies een uur wak­ker, waarna hij zijn werk voortzette. Ik heb hem nooit een woord horen zeggen.

 Wat meneer Hampe zette was het zg. broodzetsel van onze stukjes, de koppen en kaders werden door meneer Van Dongen, chef van de zetterij, later toegevoegd, bij de opmaak. Van de opgemaakte pagina’s kregen we een proefdruk om te corrigeren.

 De geur van de zetterij was bedwelmend. En hoe graag liep ik later door de stad met zo’n loden regel in m'n zak. Net de goede zwaarte, heerlijk in de hand. Soms is loodzetsel in oude kranten herkenbaar aan niet weggewerkte randjes.

Sigaret in bad

 'Sigaretten in bed' is de titel van een gedicht van de Braziliaanse, in Berlijn wonende dichter Ricardo Domeneck, opgenomen in 'Het verzamelde lichaam'.. In het zesde deel wordt het bed een bad, als volgt:

 'Ik rook in bad/ maar vergat de asbak/ in de kamer, en ik/ klop de as af in het eigenste/ water, bedenkend/ dat het eenvoudig/ en gepast is,

alsof ik aan het baden/ was in het water/ van de Ganges/ en de verbrande resten/ van de doden voorbijstroomden,

ik daal deze rivier af/ en ik beken/ dat ik niet weet/ waar ze uitmondt.'

 

 (vertaald door Bart Vonck en uitgegeven door Perdu, 2015)

De sprekende stad

 Het Den Haag waar ik bij mijn grootouders van vaderskant aan de Frankenslag (eindpunt lijn 1) ging logeren leerde ik kennen door de stemmen van de tramconducteurs. Veel Haagse straten, lanen en pleinen in de oude stad waren genoemd naar adellijke personen.

 Dat levert lange namen op die veel plaats innemen op straatnaambordjes. En wanneer een tramconducteur ze bij het naderen van haltes moet afroepen wordt het poëzie. Zeker als de naam gevolgd wordt door een ruk aan het leren koord van de wagenbel, welke werd beantwoord door de voetbel van de wagenvoerder. Zodra ik er zelf woonde verkende ik het lijnennet van de HTM.

 Er waren conducteurs die zich de adel van namen als de Waldeck Pyrmontkade toe-eigenden en ze uitspraken als waren ze een lakei aan het hof die hoog bezoek ten paleize op audiëntie binnenleidde.

 Deftigheid weerklonk in de Laan Copes van Cattenburgh, wat ze soms heel adellijk afkorten tot 'Laan Copes'. Dubbele namen worden in de betere kringen teruggebracht tot het eerste naamdeel. 

 Waldeck Pyrmont, dat was koningin Emma, een Duitse prinses zoals de meeste huwelijkspartners van de oranjes. Maar ook legeraanvoerders als De Constant Rebecque kregen hun halte.

 Een lust voor de conducteurs. Naar welke groothertogin de Groothertoginnelaan vernoemd is heb ik nooit geweten. De Frederik Hendriklaan (onder winkelende de dames de 'Fred') was makkelijk. Net als de goed in de mond liggende lanen Van Nieuw Oosteinde en Eik en Duinen. Maar de geheimzinnigheid van de Schedeldoekshaven of de Stille Veerkade heeft het nooit tot tramhalte geschopt.

Voetbaldood

 De Vlaamse separatisten halen de schouders op. Even is er een opleving van Belgitude. Alsof zo'n multicultureel elftal  met een Engelssprekende trainer de natie weer nieuw leven zou kunnen inblazen. Bart de Wever zwijgt, hij heeft vast geen kaartje.

 Onderschat voetbal niet. Nederland is ten prooi gevallen aan een ongekende moedeloosheid, voetbaldood. Spanje en Argentinië net zo. Het wordt niet hardop gezegd, maar je nationale elftal dat ben je zelf. Een overwinning van Lukaku, Hazard en Kevin de Bruyne is jouw overwinning. Al zullen ze vanavond ongetwijfeld verliezen van het minstens zo multiculturele Franse elftal. Maar ook daar winnen Griezmann, Mbappé, Pogba en Kanté het van Le Pen.

 Het is een emancipatie-verhaal. Eens had ik een radiogesprek met de blueszanger en ex-bokser Champion Jack Dupree, geboren in 1910 in New Orleans. En toen woonachtig in Hannover, omdat daar nu eenmaal werk was voor blueszangers.

 Hij zei 'I can do most everything, I can sing, I can play, I can fight, I can cook..' Ik vroeg hem om de omstandigheden voor zwarten sinds zijn jeugd verbeterd waren. Hij dacht na en zei kortweg 'Nee, niet echt'.

 Hoe kom je als Zwarte Amerikaan weg uit de armoede? Films vertellen het oude verhaal, er zijn maar een paar uitwegen: artiest worden, misdadiger, hoer, dealer, topsporter. Welke Afrikaanse succesvoetballer stuurt geen geld naar zijn moeder? Denk daaraan als je die zwarte Belgen en Fransen straks ziet spelen.

Off the map

 In het vermakelijke boekje van Alastair Bonnett met plaatsen die wel bestaan maar net buiten de kaarten vallen, is ook een hoofdstukje over de plekken die in Engeland sinds mensen­heugenis 'Varkensreet' (Hogs back) heten, naar een lieflijke heuvel in Surrey die al door Jane Austen wordt geprezen. In het Nederlands zou je zeggen 'Neukple­kjes'.

 Wat men daar doet heet 'dogging'. Ik zag het op z'n mooist eens in Rome, waar op de parkeerplaats bovenop de Gianicolo een hele rij Fiatjes geparkeerd stond waarvan ik pas na een tijdje bemerkte dat ze allemaal bewogen.

 Sex in de open lucht op een bed van mos, heeft al sinds de oudheid de naam extra opwindend te zijn. Zie ook de wandtapijten en schilderijen waarop de goden zich vermaken. Bonnett slaat wijselijk de insecten over waardoor ik eens in het Bois de Vincennes onder de bulten kwam.

 Sex en geografie zijn nauw verbonden. Er zijn geleerden die volhouden 'natuur is sex'. Het paradijs? Niets anders dan een erotisch landschap.

 Het woord 'dogging', leggen ze uit, komt van de smoes 'ik ga even de hond uitlaten'.

Overloop

 Al wat met huizen en wonen te maken heeft trekt me. Als er van de Peruaan Alejandro Zambra een bundel verschijnt die 'Mudanza: een verhuisbericht' heet moet ik die lezen. Als ik het opensla en het woord overloop keert weer en weer terug ben ik verloren. Overloop, tussen werelden in.

 Overloop, het ideale tussenin-woord. En al vlug blijkt Zambra een tussenin-specialist. Dit is uit de vijfde afdeling:

 'Zo nu en dan begint een geïmproviseerde zin/ opnieuw: de overloop van het trappenhuis/ staat niet veel nauwkeurigheid toe/ en je mist al snel de bewegwijzering wanneer je er/ met volgeladen armen langs loopt. Halftonen/ of nasmaken, littekens in de mond,/ wij misten de schakeringen - bijna niet - die nu overdadig aanwezig zijn wanneer ik/ geduldig beeld voor beeld afga,/ imperfecties in het gezicht, halftonen/ of nasmaken: iemand laat onzeker/ zijn gezicht zien, iemand haalt achterdochtig en energiek/ - met de handen, met de ogen -/ schilfers aangekoekt zand weg,/ beeld voor beeld breekt de nacht aan,/ iemand reist urenlang op de achterste/ rij en weet niet hoe lang zij nog/ te gaan heeft, zij is jong en bleek, jij hebt/ een donkere teint en dat is alles/ wat zich niet onder maar op/ het bed bevond wanneer je kust en gekust wordt, we hielden/ het maar zo, de aanpassingen aan haar rok,/ die lieten we met naalden zitten, de voorzijde,/ de zomen, de insignes, de insecten/ die over de revers kruipen, aan de ononderbroken/ horizon breekt de dag aan (...)'  

 Mudanza van Alejandro Zambra werd uitgegeven door uitgeverij Karaat, in een oplage van 400. ik kreeg nummer 0169.