W.G.Sebald

Grass en Sebald

 Nobelprijswinnaar Günter Grass diende aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in de Waffen-SS. Dat staat in de autobiografie die in september uitkomt. Tegen de Frankfurter Allgemeine zei hij: "Tijdens de oorlog vond ik dat normaal, na de oorlog schaamde ik me er voor aan de zijde van de nazi's te hebben gevochten. Daarom heb ik er zo lang over gezwegen."

 En: "Op mijn vijftiende werd ik in verband met mijn leeftijd afgewezen voor een duikbooteenheid. Twee jaar later mocht ik wel onder de wapens. Ik deed het hoofdzakelijk omdat ik me thuis opgesloten voelde en de Arbeidsdienst waar ik bij zat onvoldoende bevrediging schonk. Pas toen ik in Dresden aankwam, werd mij duidelijk dat ik was ingedeeld bij een SS-divisie. Wat ik heb gedaan, deden vele leeftijdgenoten." Ook de onaantastbare kleine Oskar met zijn blikken trommel is de dans tenslotte niet ontsprongen. Het was eind 1944, Grass was 17 jaar oud. Ja, waarom zo lang gewacht? De autobiografie die gaat verschijnen heet 'Beim Häuten der Zwiebel' (Bij het schillen van de ui). Ik denk dat die titel anders vertaald moet worden, want slaat op het afpellen van de 'rokken' van de ui, rokken waarachter steeds weer een nieuwe verborgen zit tot je tenslotte niets meer over hebt. Als dat zo is - wat ik hoop voor Grass - zou er zelfspot in het spel kunnen zijn.

 Mijn tweede gedachte was 'wat zou W.G.Sebald hiervan gevonden hebben'. Sebald (1944-2001) meende (zie dit log van 15 juli jl.) dat de naoorlogse Duitse literatuur zich heeft onttrokken aan wat hij als de plicht van literatuur - geweten van de natie - beschouwde, namelijk verslag doen van de gruwelen die de geallieerde bombardementen op Duitse steden aan het eind van WOII teweeg brachten. Lees 'Luftkrieg und literatur', waarin hij - als een van de weinigen - Günter Grass en zijn 'Dantzig trilogie' (Die Blechtrommel, Katz und Maus, Hundejahre) spaarde. Onmiskenbaar boeken waarin geprobeerd wordt de verstoorde ervaringswereld van een generatie Duitsers weer te geven. Grass sloot zich - geweten van de natie - bij de opvatting van Sebald aan. Achteraf is dat wat pijnlijk. Zijn Danzig-boeken komen nu in een ander licht te staan. Ik vermoed dat Sebald gezegd zou hebben: 'Erg jammer dat hij zijn SS-dienst niet eerder gebruikt heeft. Grass bevestigt daarmee de cultuur van het (ver)zwijgen die ik aan de kaak wilde stellen.'

W.G.Sebald (1944-2001) na een lezing
Stig Dagerman (1923-1954)

How German is it?

 Zo heet een boekje dat ik bezit. Alleen de titel ervan is goed, dat is genoeg. Duitsland blijft me een raadsel. Deze zomer was een jong en energiek nationaal voetbalelftal dat derde werd onder leiding van de halve Engelsman Klinsmann aanleiding tot een onbegrijpelijke euforie. Hervonden zelfrespect, je niet meer schamen voor je land, juichte men. Een tribune vol Duitse vlaggen.

 Intussen ontmoette ik gisteren weer een jonge Duitse kunstenaar die naar Amsterdam was gekomen en weigerde zijn moedertaal te spreken. Nee, alleen Engels. Het zit diep.Duitsland heeft sinds de Tweede wereldoorlog geleefd in cultuur van zelfhaat. Daarin verschilt het grondig van Italië en Japan, waar geen mens zich meer bewust is van een verloren oorlog. Een andere halve Engelsman, W.G.Sebald breekt zich in zijn 'Luftkrieg und Literatur' het hoofd over de collectieve verdringing van de gebeurtenissen in het Duitsland van 1942-1947. Toen de Luftwaffe eenmaal was uitgeschakeld bombardeerde de Engelse luchtmacht, tot het eind van de oorlog drie jaar lang systematisch. In 400.000 vluchten werden 131 Duitse steden verwoest ten koste van 600.000 burgerslachtoffers. Zonder noemenswaard militair doel. Het ging er louter om de tegenstand van de bevolking te breken.

 Het fenomeen vuurstorm is uit die tijd. Lees Kurt Vonneguts 'Slaughterhouse Five' (1969) over het bombardement op Dresden. De massala verminkingen zijn maar spaarzaam geregistreerd. Na de overgave waren 3,5 miljoen huizen kapot. Men leefde in kelders en gammele noodwoningen, tussen ruines en enorme hopen puin. Ik heb ze nog gezien, in Koblenz en Keulen. Slatuintjes midden in het stadscentrum, tussen de puinbergen. En trams. Sebald (geboren 1944, geëmigreerd naar Norwich) kan niet begrijpen dat er in de Duitse literatuur zo weinig is geschreven over het leven in die jaren. Het was te erg, moet hij concluderen. Zo erg dat ontkenning het enige antwoord kon zijn op wat door velen werd ervaren als een straf van God. Over wat te erg was praat je niet. Anders roep je het weer op.En zo weten we nu bijzonder weinig over wat er in die jaren is gebeurd, en hoe men leefde tussen het puin. De schrijvers, hoeders van het collectief geheugen, schoten jammerlijk tekort. Aldus Sebald. Het beste verslag (1946) van de Trümmerzeit dat ik ken is van een buitenlander, de Zweed Stig Dagerman, door Karst Woudstra vertaald als 'Duitse herfst'.

Haring geeft licht

Nooit horen zeggen, na het afhappen van de eerste Nieuwe 'nee, die smaakt nergens naar'. Slechte haringjaren bestaan niet.

 In mijn Haagse jeugd kwamen haringmannen met bakfietsen door de straat, waarop stond 'De gezonde apotheek' of 'Wees wijs eet haring van Gijs'. Ze hadden ook een 'roep'. Stratenver hoorde je er eentje aankomen die het 'De Hollandse Nieuwe' had versleten tot een loei, die klonk als 'De Nieuweheer'. Hij werd ook De Nieuwe Heer genoemd. Het wonder van de haring staat mooi beschreven in 'De ringen van Saturnus' van W.G.Sebald. Vertaling nu nog uitverkocht, maar door toedoen van oa. Tommy Wieringa in het najaar weer leverbaar. Sebald doet research in de oude haringstad Lowestoft. Eens gold de haring als een schoolvoorbeeld van onuitroeibaarheid van de natuur. Hij vermenigvuldigde zich in ongehoorde aantallen. Hele scholen haring werden op de kusten geworpen. Het meeste bedierf. De haring is taai, zijn doodstrijd duurt soms wel drie uur. Na een paar dagen begint dode haring licht te geven, te fosforesceren. Er is nog geprobeerd daar kunstlicht uit te maken.

Tags: 
nieuw interieur
het zaaltje

Sebalds Wertach

 In september 2005 was ik in het Duitse Wertach in het Allgaü, de geboorteplaats van W.G.Sebald (1944-2001), voor mij de belangrijkste naoorlogse Duitse schrijver en één van mijn helden.

 Sebald ontvluchtte Duitsland en woonde sinds 1970 in Norwich, Engeland. Na een afwezigheid van dertig jaar keerde hij er terug, eind jaren '80. Wanneer precies moet dit najaar een van de aangekondigde biografieën vertellen.Het is november, Max Sebald neemt zijn intrek in de 'Engelwirt', het Gasthof waar de familie Sebald na de oorlog jaren op kamers woonde, boven aan de voorkant. Hij blijft bijna een maand, tot in december, en noteert wat hem invalt over zijn jeugd hier. Hij heeft een kamer op de eerste verdieping aan de voorkant, precies op de plek waar hij met zijn ouders woonde.

 Achter is - nog steeds - het zaaltje. Hier zag hij als kind zijn eerste films, de Wochenschau, en zelfs toneel, de Raüber van Schiller. Het staat beschreven in 'Schwindel, gefühle', vanaf pag. 193 in de Fischer uitgave. In het Engels heet het boek 'Vertigo'. Een meeslepende rondreis langs de oude vierhoek Wenen, Triëst, Venetië, Salzburg, die eindigt in Wertach. 'Vragen er weleens mensen naar een schrijver?' informeerde ik. 'Dit jaar één keer, een paar Engelsen. Vorig jaar vreemd genoeg binnen één week opeens drie keer. Nee, verder niet.' Kijkend naar mijn foto's zie ik wat Sebald al vaststelde. De oude boerenherberg is van top tot teen onherkenbaar verbouwd en geworden tot: 'Eine Stätte gepflegter Gastlichkeit' in de 'neudeutsch-alpenländischer Stil'.

Tags: 
Tommy Wieringa in Music-Hall

Tommy en het toeval

 Tommy Wieringa was, met Hélène Gelèns, Wim de Bie en L.H. Wiener in de voorlaatste Music-Hall van dit seizoen.

 In februari 2006 bezocht ik Tommy op zijn Werkplek achter Weesp. Een bezoek dat mij en hem door drie stappen van het toeval leidde. Dat ging zo.Eerst vroeg ik hem of hij W.G. Sebald las. Het antwoord was nee. Ik ried hem dat aan.Daarna vertelde hij dat hij op het punt stond te vertrekken naar Engeland, waar hij een stacaravan had gehuurd op een vreemde plek aan zee, aan de rand van een klif. Een plaats die geleidelijk in zee stort. Er begon mij iets te dagen en ik vroeg hem waar dat was.

 Het bleek Dunwich. Ik zei dat komt voor in het boek 'De ringen van Saturnus' van Sebald, die woonde vlakbij, in Norwich.Er sluipt nu een merkwaardig toeval in dit gesprek, zei ik. En wat nog mooier is, een deel van de Amerikaanse kritiek is hard gevallen over de rol van het toeval in Sebalds werk. Hij heeft zich daartegen verdedigd. Hij zei dat zulke toevalligheden voor hem heel gewoon waren. Ik zei, dat geldt voor mij ook. Ik ken het 'al te toevallige'. En ik kijk er niet meer zo van op. Dinsdag sprak ik Tommy weer. De stacaravan was net niet in zee gestort. Groot enthousiassme over Senald. Hij had de 'Ringen van Saturnus' meegehad.We besloten dat het toeval, mits goed beschouwd en gehanteerd, de wereld groter kan maken.

Pagina's