Logies in een landhuis (2)

 De nu vertaalde bundel over zijn lievelingsauteurs begint W.G.Sebald met een overdenking over schrijven: 'die merkwaardige gedragsstoornis die zo nodig elk gevoel in letters moet omzetten en die met verbazende precisie langs het leven heen schiet.'

 Wat hem vooral verbaast is het vaak 'verschrikkelijke uithoudingsvermogen' van de literaten. Schrijven is een verslaving waarmee je vaak nog lang doorgaat als het plezier erin allang verdwenen is. Robert Walser kon zich alleen van de schrijfdwang bevrijden door zich als het ware onder curatele te stellen. Zijn voormalige ziekenoppasser vertelde dat Walser, hoewel hij zich van de literatuur had afgewend, toch altijd een potloodstompje en op maat geknipte papiertjes in zijn vestzak had zitten, en dikwijls wat noteerde. Maar zodra iemand dat zag stopte hij ze snel weg, 'alsof hij was betrapt bij iets verkeerds of zelfs iets schandelijks.'

 Terwijl 'die arme schrijvers die in hun woordenwereld gevangen zitten toch soms perspectieven openen van een schoonheid en een intensiteit die het leven zelf nauwelijks kan bieden.'

 ps. Johnny van Doorn vertelde me graag en vaak over de schrijfdwang van Kerouac, die, teruggekeerd bij z'n moeder maar door bleef tikken op een machine zonder lint. Dat had Sebald er graag bij gehad, denk ik.

Logies in een landhuis (1)

 Heet de nu ook in vertaling verschenen verzameling schrij­versportretten van W.G.Sebald.

 Tegelijk met Jean-Jacques Rousseau, Gottfried Keller en Johann Peter Hebel portretteert Sebald ook zichzelf. Net als in zijn 'reisboeken' en de roman Austerlitz gebruikt hij il­lustraties. Lees wat hij schrijft over zeven bewaard gebleven foto's van Robert Walser: 'zeven heel verschillende fysiono­mische fasen, die je een vermoeden geven van de catastrofe die zich daartus­sen heeft afgespeeld.' Walser eindigde in een Zwitserse inrichting en werd in 1956 dood in de sneeuw gevonden.

 De foto's van 'een van stille zinnelijkheid vervulde jon­ge­ling' tot 'een gebroken man, en ten slotte een volkomen ver­woeste en tegelijk geredde patiënt in een inrichting'. Sebald schetst de tegenstelling tussen Walsers volkomen niet-ijdele, Zwit­sers stijve wezen en de anarchistische, bohème- en dandy-achtige neigingen uit het begin van z'n schrijversloop­baan.

 Zelf vertelt Walser hoe hij van Thun naar Bern wandelde in een 'liederlijk fel­geel hoogzomerpak, lichte dansschoenen' en met een 'opzettelijk wilde, gewaagde, stomme hoed'.

Vlier

 Het voorlopige graf van mijn lievelingsschrijver W.G.Sebald (1944-2001) werd kort na zijn dood gefotografeerd door z'n vriendin Ria Loohuizen.

 Ria, die na de dood van Sebald op het kerkhof van Norwich een vlierstruik plantte. Dit omdat Max en zij allebei de traditie kenden die zegt dat wanneer je dat doet en de vlier gaat in het voorjaar bloeien, de ziel van de gestorvene naar de hemel kan opstijgen. Sebald leerde die verhalen van zijn grootvader, die hem opvoedde en in de hongertijd na WOII eten bereidde van bessen en paddestoelen, waar hij alles van wist.

 Ria nam deel aan z'n vertalers-workshop in Norwich en was bevriend met 'Max'. Ze vertelde me over de 'toevalsclub' die Sebald daar onderhield (elke veertien dagen bijeenkomen en allemaal een mooi toevalsverhaal meenemen, hem ook tussentijds bellen bij een mooi toeval).

 Vandaag kreeg ik van z'n Nederlandse vertaalster Ria van Hengel (Max, een toeval!) bijgaand fotoverslag van een pelgrimage door Sebald-land.  En zie, zo ziet het graf er nu uit. Maar, de struik achter de zerk, is dat wel een vlier?

 ps. Ria meldt dat ze alle nog resterende gedichten en essays van Sebald gaat vertalen. Ze is nu bezig met de gedichten uit Über das Land und das Wasser.

Tags: 

Luftkrieg und Kunst

 W.G.Sebald schreef een vlammend schotschrift over het nagenoeg ontbreken van de vuurstormen in de Duitse literatuur.

 De vuurstormen - Hamburg, Dresden, zoveel meer - vanaf 1942 aangericht door RAF-bombardementen die 600.000 burgers het leven kostten en het einde van de oorlog geen stap dichterbij brachten. Dat was ook niet de bedoeling. Eigenlijk ging het om vergelding, om straf.

 Volgens bevelhebber Sir Arthur 'Bomber' Harris was er een 'poëtische gerechtigheid' aan het werk: 'that those who have loosed these horrors upon mankind will now in their homes and persons feel the shattering strokes of just retribution'. Drieëneenhalf miljoen huizen werden verwoest, de Duitsers ondergingen het en zwegen. Ook de schrijvers, op uit­zonderingen als Heinrich Böll (Der Engel schwieg - pas in 1992 verschenen, te pijnlijk) na. En zo blijft een essentieel stuk Duitse geschiedenis tot op heden vrijwel verzwegen.

 Sebalds 'Luftkrief en Literatur' is in 2004 vertaald als De natuurlijke historie van de verwoesting. Deze zomer komt Logies in een landhuis. Morgen in de Avonden het antwoord dat de Duitse beeldende kunst wél gaf, de kunst van de Trümmerzeit. 

Tags: 

How German is it?

 Vanmiddag in Rotterdam in Boijmans oog in oog met vooral de eerste na-oor­logse Duitse schil­dersgeneratie.

 Wat delen ze? Het moet het lelijke zijn. Waar de Duitse liter­atuur faalde in het verwerken van de oorlog - W.G.Sebald overlaadde de schrijvers in zijn Luftkrieg und Literatur met verwijten - hadden de schild­ers een antwoo­rd. Sigmar Polke, Anselm Kiefer, Gerhard Richter, Markus Lüpertz, Immendorf, Penck en Baselitz vonden in het lelijke hun antwoo­rd op het onbeantwoordbare.

 Lelijk schilderen, de lelijkheid van een wereld van beton en beenderen, van ratten en meloenen (Lüpertz), van een reus die vliegtuigen uit de lucht maait (Dahn en Dokoupil) of een badkuip vol ja wat, gekookte ingewanden (Peter Feiler). En het dan op z'n kop hangen (Baselitz). 

 How German is it? Kijk naar het naoorlogse plaveisel in Saarbrücken of Essen en je weet waar je bent.

..gemaakt uit stukjes vilt..

Paradijsstraat

 In de tweede helft van de jaren '60 stak de in Norwich docerende, van oorsprong Duitse schrijver W.G.Sebald vaak voor twee, drie dagen over naar België.

 In zijn roman Austerlitz wandelt de hoofdpersoon al op de eerste pagina door Antwerpen en - niet ver van het monumentale station naast de dierentuin - door de oude buurt, de Jeruz­alemstraat, de Nachtegaalstraat, de Pelikaanstra­at en de Paradijsstraat.

 Vannacht stierf mijn verre tante (87) die sinds jaar en dag het Middeleeuwse huis 'De koning Achab' op de hoek van de Katten­straat en de Paradijsstraat bewoonde. Ze tekende portretten die leken, maakte viltsculpturen en sneed poppen van Antwerpse figuren - hoeren met korte rokjes en streepkousen die ze zelf maakte. Haar bushalte met een wachtende, geheel aangeklede familie Flodder is een meester­werkje.

 Sebald liep hier langs. Misschien zag hij haar bezig.

Tags: 

De stem van W.G.Sebald

 Eerder hoorde ik W.G.Sebald al eens Engels spreken. Dat ging de jarenlange docent in Norwich goed af. Maar zijn boeken schreef hij toch in het Duits. En zo lees ik ze.

 Nu hebben Jeroen van Kan en ik woensdag in de Avonden een programma ter gelegenheid van zijn tiende sterfdag, waar naast Joris van Casteren en Daniel Rovers ook zijn vertaalster Ria van Hengel bij zal zijn. En zij gaf me een fragment van een Duits sprekende Max Sebald. Hij leest een stukje uit De Emigré's (Die Ausgewanderten). Precies de goeie tekst. Dat Schwabische accent! Ik krijg er tranen van in m'n ogen. Dit is de toon, de melodie, de ernst, de relat­iveri­ng ook aangereikt, waarmee je Sebald moet lezen. Rillingen. Met die stem in m'n hoofd zal ik hem voortaan lezen..

Tags: 

Sebald weer verfilmd

 Opnieuw, na de Tacita Dean-film over W.G.Sebalds vriend Michael Hamburger is er een film, alweer gebaseerd op z'n boek 'De Ringen van Saturnus'.

 Maker Grant Gee ging in zijn 'Patience (After Sebald)' uit van de raadselachtige foto's en prenten die Sebald zelf in z'n boeken gebruikt. Zijn dwaaltocht, in de voetsporen van de schrijver, door heden en verleden van Suffolk, wordt afgewisseld met archieffilm. 

 Sebald had een grote, uitzonderlijke fotocollectie. Vaak fotokopieerde hij de originele afbeeldingen verschillende keren tot de lijnen naar zijn smaak genoeg verdoezeld waren.
Ik wil die film zien, al geven de foto's en Youtube bange vermoedens. Misschien kan museum De Pont in Tilburg, die ook Tacita Deans film kocht, iets doen? 
Hij ging in première op het festival van Snape Maltings in Suffolk, waar nota bene ook de Amerikaanse ster Patti Smith zich ontpopte als een Sebald-bewonderaarster.
Ze had van haar vriendin Susan Sontag, de grote Amerikaanse pleitbezorgster van Sebald diens enige dichtbundel 'After nature' gekregen, waaruit ze voordroeg.

 Bij dit alles wordt het steeds pijnlijker dat er van Sebald (1944-2001) nog steeds geen biografie is verschenen. Ook geen plannen bekend
 

Tags: 
het raam

Michael Hamburger (5)

 In het plaatsje Middleton in Suffolk belandt Max Sebald, na op de hei te zijn verdwaald, toch nog bij zijn oude vriend, de dichter Michael Hamburger, net als hij van Duitse komaf. De tuin waarin hij uitrust laat Tacita Dean zien in haar filmportret van Hamburger.

 De film is niet toevallig gemaakt in augustus. Sebald schrijft in De ringen van Saturnus: 'Augustus, we spraken over, de lege en geluidloze maand.'
Hamburger: 'For weeks there's not a bird to be seen. It is as if everything was somehow hollowed out.'
Ze spreken Engels. 
Volgt de beschrijving van de maand augustus. Alles is uitgegroeid en -gebloeid: 'Alleen het onkruid groeit verder, de akkerwinden wurgen de struiken, de gele wortels van de brandnetels kruipen onderaards voort, het kleefkruid groeit je boven het hoofd, het bruinrot en de mijt breiden zich uit en zelfs het papier waarop je moeizaam woorden en zinnen aan elkaar rijgt, voelt aan of het met meeldauw is overtrokken...'.

 Max kwam 33 jaar na Michael door de Engelse douane.
En meteen bij zijn eerste bezoek aan dit huis lijkt het hem of hij 'er ooit gewoond heeft'.
Het lijken wel zijn spullen, schrijft hij  En dan ziet hij de opeenhopingen van 'in een hoek bij de deur naar de eetkamer opgestapelde en hun hergebruik ongeduldig tegemoetziende verzendcouverts en kartonages' waarvan hij een foto maakt voor zijn boek. Stapels die hij ziet 'als stillevens, ontstaan onder mijn eigen, liefst het waardeloze bewarende hand.'
En hij weet, dit zijn meer enveloppen dan Hamburger in zijn leven ooit nog zal hergebruiken.

 Sebald richtte in Norwich de 'toevalsclub' op, Die zou ik graag heroprichten. Vrijdag meer in de Avonden.
 

Kreek Daey Ouwens (2)

'Wat mooi is blijft altijd bestaan,' daarover waren Kreek Daey Ouwens en ik het vanmiddag eens. Donderdag is ze te horen in de Avonden over haar bundel 'De achterkant'.

 Wie dood is verdwijnt, tegelijk blijft hij of zij onmiskenbaar bestaan. We kunnen het niet rijmen.
Zo gaan we met de doden om, halfhartig.
'Praat je met hem,' vroeg ik Kreek. 'Ja,' zei ze, 'gek genoeg nu veel meer dan toen hij nog leefde.'
In andere culturen dan de onze is leven met de doden vaak gewoon. Arjan Peters schreef zaterdag in de Volkskrant over de verzameling nagelaten stukken 'Campo Santo' van W.G.Sebald, die nu ook vertaald is (weer door Ria van Hengel). Daarin beschrijft hij de dodencultuur op Corsica. Sebald, hoeder van de doden. 

 Aan de overkant van de Tyrrheense zee, in de Italiaanse Cinque Terre beklom ik eens vanuit een kustdorp, een vissershaventje, een steil bergpad, duizelingwekkend hoog boven zee.
Het werd een trap. Het vreemde was, langs de trap waren kabels gespannen, langs katrollen. Het leek een primitief kabelbaantje. Waar zou deze goederenlift heen gaan? Wie woonde daar? Boven gekomen zag ik een klein kerkhof. Begrijpelijk, elk stukje vlakke grond werd hier benut. En toen, het eindstation van het kabelbaantje.
Het was een lift voor doodskisten. Met de hand te bedienen. 
Heel praktisch, hoe zou je ze anders vanuit dorp omhoog moeten krijgen.
 

Pagina's