..gemaakt uit stukjes vilt..

Paradijsstraat

 In de tweede helft van de jaren '60 stak de in Norwich docerende, van oorsprong Duitse schrijver W.G.Sebald vaak voor twee, drie dagen over naar België.

 In zijn roman Austerlitz wandelt de hoofdpersoon al op de eerste pagina door Antwerpen en - niet ver van het monumentale station naast de dierentuin - door de oude buurt, de Jeruz­alemstraat, de Nachtegaalstraat, de Pelikaanstra­at en de Paradijsstraat.

 Vannacht stierf mijn verre tante (87) die sinds jaar en dag het Middeleeuwse huis 'De koning Achab' op de hoek van de Katten­straat en de Paradijsstraat bewoonde. Ze tekende portretten die leken, maakte viltsculpturen en sneed poppen van Antwerpse figuren - hoeren met korte rokjes en streepkousen die ze zelf maakte. Haar bushalte met een wachtende, geheel aangeklede familie Flodder is een meester­werkje.

 Sebald liep hier langs. Misschien zag hij haar bezig.

Tags: 

De stem van W.G.Sebald

 Eerder hoorde ik W.G.Sebald al eens Engels spreken. Dat ging de jarenlange docent in Norwich goed af. Maar zijn boeken schreef hij toch in het Duits. En zo lees ik ze.

 Nu hebben Jeroen van Kan en ik woensdag in de Avonden een programma ter gelegenheid van zijn tiende sterfdag, waar naast Joris van Casteren en Daniel Rovers ook zijn vertaalster Ria van Hengel bij zal zijn. En zij gaf me een fragment van een Duits sprekende Max Sebald. Hij leest een stukje uit De Emigré's (Die Ausgewanderten). Precies de goeie tekst. Dat Schwabische accent! Ik krijg er tranen van in m'n ogen. Dit is de toon, de melodie, de ernst, de relat­iveri­ng ook aangereikt, waarmee je Sebald moet lezen. Rillingen. Met die stem in m'n hoofd zal ik hem voortaan lezen..

Tags: 

Sebald weer verfilmd

 Opnieuw, na de Tacita Dean-film over W.G.Sebalds vriend Michael Hamburger is er een film, alweer gebaseerd op z'n boek 'De Ringen van Saturnus'.

 Maker Grant Gee ging in zijn 'Patience (After Sebald)' uit van de raadselachtige foto's en prenten die Sebald zelf in z'n boeken gebruikt. Zijn dwaaltocht, in de voetsporen van de schrijver, door heden en verleden van Suffolk, wordt afgewisseld met archieffilm. 

 Sebald had een grote, uitzonderlijke fotocollectie. Vaak fotokopieerde hij de originele afbeeldingen verschillende keren tot de lijnen naar zijn smaak genoeg verdoezeld waren.
Ik wil die film zien, al geven de foto's en Youtube bange vermoedens. Misschien kan museum De Pont in Tilburg, die ook Tacita Deans film kocht, iets doen? 
Hij ging in première op het festival van Snape Maltings in Suffolk, waar nota bene ook de Amerikaanse ster Patti Smith zich ontpopte als een Sebald-bewonderaarster.
Ze had van haar vriendin Susan Sontag, de grote Amerikaanse pleitbezorgster van Sebald diens enige dichtbundel 'After nature' gekregen, waaruit ze voordroeg.

 Bij dit alles wordt het steeds pijnlijker dat er van Sebald (1944-2001) nog steeds geen biografie is verschenen. Ook geen plannen bekend
 

Tags: 
het raam

Michael Hamburger (5)

 In het plaatsje Middleton in Suffolk belandt Max Sebald, na op de hei te zijn verdwaald, toch nog bij zijn oude vriend, de dichter Michael Hamburger, net als hij van Duitse komaf. De tuin waarin hij uitrust laat Tacita Dean zien in haar filmportret van Hamburger.

 De film is niet toevallig gemaakt in augustus. Sebald schrijft in De ringen van Saturnus: 'Augustus, we spraken over, de lege en geluidloze maand.'
Hamburger: 'For weeks there's not a bird to be seen. It is as if everything was somehow hollowed out.'
Ze spreken Engels. 
Volgt de beschrijving van de maand augustus. Alles is uitgegroeid en -gebloeid: 'Alleen het onkruid groeit verder, de akkerwinden wurgen de struiken, de gele wortels van de brandnetels kruipen onderaards voort, het kleefkruid groeit je boven het hoofd, het bruinrot en de mijt breiden zich uit en zelfs het papier waarop je moeizaam woorden en zinnen aan elkaar rijgt, voelt aan of het met meeldauw is overtrokken...'.

 Max kwam 33 jaar na Michael door de Engelse douane.
En meteen bij zijn eerste bezoek aan dit huis lijkt het hem of hij 'er ooit gewoond heeft'.
Het lijken wel zijn spullen, schrijft hij  En dan ziet hij de opeenhopingen van 'in een hoek bij de deur naar de eetkamer opgestapelde en hun hergebruik ongeduldig tegemoetziende verzendcouverts en kartonages' waarvan hij een foto maakt voor zijn boek. Stapels die hij ziet 'als stillevens, ontstaan onder mijn eigen, liefst het waardeloze bewarende hand.'
En hij weet, dit zijn meer enveloppen dan Hamburger in zijn leven ooit nog zal hergebruiken.

 Sebald richtte in Norwich de 'toevalsclub' op, Die zou ik graag heroprichten. Vrijdag meer in de Avonden.
 

Kreek Daey Ouwens (2)

'Wat mooi is blijft altijd bestaan,' daarover waren Kreek Daey Ouwens en ik het vanmiddag eens. Donderdag is ze te horen in de Avonden over haar bundel 'De achterkant'.

 Wie dood is verdwijnt, tegelijk blijft hij of zij onmiskenbaar bestaan. We kunnen het niet rijmen.
Zo gaan we met de doden om, halfhartig.
'Praat je met hem,' vroeg ik Kreek. 'Ja,' zei ze, 'gek genoeg nu veel meer dan toen hij nog leefde.'
In andere culturen dan de onze is leven met de doden vaak gewoon. Arjan Peters schreef zaterdag in de Volkskrant over de verzameling nagelaten stukken 'Campo Santo' van W.G.Sebald, die nu ook vertaald is (weer door Ria van Hengel). Daarin beschrijft hij de dodencultuur op Corsica. Sebald, hoeder van de doden. 

 Aan de overkant van de Tyrrheense zee, in de Italiaanse Cinque Terre beklom ik eens vanuit een kustdorp, een vissershaventje, een steil bergpad, duizelingwekkend hoog boven zee.
Het werd een trap. Het vreemde was, langs de trap waren kabels gespannen, langs katrollen. Het leek een primitief kabelbaantje. Waar zou deze goederenlift heen gaan? Wie woonde daar? Boven gekomen zag ik een klein kerkhof. Begrijpelijk, elk stukje vlakke grond werd hier benut. En toen, het eindstation van het kabelbaantje.
Het was een lift voor doodskisten. Met de hand te bedienen. 
Heel praktisch, hoe zou je ze anders vanuit dorp omhoog moeten krijgen.
 

Hamburger

Michael Hamburger (1)

 Vanaf 27 november wordt in het museum De Pont in Tilburg dagelijks een film van Tacita Dean vertoond over Michael Hamburger (1924-2007), die ik ken als een monumentale figuur uit 'De ringen van Saturnus', de Engelse pelgrimstocht van W.G.Sebald.

 Waarom ik zo nieuwsgierig ben naar die film?
De foto's die Sebald maakte van het huisje van zijn Duitse dichtersvriend zijn onvergetelijk, net als de weergave van hun conversatie en de citaten uit wat Hamburger schreef over zijn vooroorlogse Berlijnse jeugd .
Twee Duitse schrijvers, Ausgewanderte in Suffolk. Sebald is net verdwaald op de hei. Dan komt hij eindelijk bij z'n vriend terecht.
En tja, waarom schrijven?
Uit gewoonte? Geldingsdrang? Omdat je niks anders geleerd hebt? Hamburger weet het niet. 'Net zo min als je weet of je er verstandiger van wordt of juist gekker.'
Misschien, denkt hij, verlies je het overzicht, terwijl je, naarmate je voortbouwt aan je werk, ertoe neigt de toenemende ingewikkeldheid van wat je verzint te verwarren met een voortschrijdend inzicht. Terwijl je tegelijk al vermoedt dat je de onweegbaarheden die je leven bepalen nooit zult begrijpen.
Bij hem voelt Sebald zich thuis.
Sterker nog: 'Meteen bij het eerste bezoek aan Michael kreeg ik de indruk dat ik daar woonde, of ooit had gewoond, in zijn huis. En dat wel in alles net als hij...'. 
 

Tags: 
regendag

Ria Loohuizen (1)

 Vanmiddag bij Ria Loohuizen in Surhuizum, ver voorbij Drachten. In haar tuin, die nog maar twee jaar groeit, staan het nuttige en het mooie dwars dooreen.

 Ria ken ik doordat zij samenwerkte met de schrijver W.G.Sebald in Norwich, aan het vertaalinstituut dat hij daar stichtte. Ze heeft een Sebald-archiefje.
Ook Sebald wist van eetbare wilde planten. Zijn grootvader hield de familie ermee in leven in het naoorlogse Duitsland, in Allgaü.
Een thema dat terugkeert in haar pas verschenen 'Van nature', (uitgave Athenaeum) over het verzamelen en bereiden van planten, vruchten, noten en paddestoelen. Een boek vol wetenswaardigheid, en zonder natuurgedweep.
In haar verantwoording citeert ze Louise Fresco: 'Er is geen intiemere manier om met de natuur om te gaan dan ervan te eten.'
Ria eet heel de zomer uit deze tuin. Ik kreeg onder meer kleine paarse aardappelen, die 'truffelaardappelen' heten. 

Morgen wieweet de 'aardappel-brandnetelquiche'. Eerst de brandnetels onder de hete kraan wassen, dan gaat de prik eraf. 
 

Tags: 

Foto's

 Iedereen fotografeert. Ik zie op internet foto's, die je de wereld van bizarre, nabije, gruwelijke en totaal onverwachte kanten laten zien. Wat een rijkdom. Maar wat gebeurt er als je mensen serieus gaat opleiden om te fotograferen? Ik vrees het ergste.

 Vandaag werden de winnaars bekend van de Fotoprijzen van het Nederlands Fotomuseum.
Ze zijn bedoeld om jong talent te stimuleren. De prijs staat open voor alle studenten aan een fotografieopleiding en wordt gesponsord door het Verbond van Verzekeraars, Nikon Nederland, de Steenbergen Stichting en het Nederlands Fotomuseum.

 Er waren 207 inzenders, in totaal werden 1.377 foto's ingestuurd. 
De jury voor de categorieën 'thema' en 'vrij werk' bestond uit Wim van Sinderen - voorzitter (curator Fotomuseum Den Haag), Rob Hornstra (fotograaf) en Kim Knoppers (tentoonstellingsmaker).
En dit zijn twee resultaten. Uitgelichte, dooiige stemmigheid en anekdotiek uit de tijden van Bert Haanstra.
Pijnlijk. Ik zou zo graag een Vrije Fotoprijs instellen, voor ingestuurd en bij elkaar gegraasd werk van internet. 

 Schreef ik gisteren. Maar de prijs bestaat al. Hij heet De Kleine Hans. Kijk maar.

 

Tags: 

Toeval

 Noem het toeval - ik denk aan de 'toevalsclub' die W.G.Sebald in Norwich oprichtte. De leden kwamen veertiendaags bijeen en dronken wat, maar je mocht alleen komen als je een goed toevalsverhaal mee bracht. Maakte je op toevalsgebied iets heel sterks mee dan kon je Sebald ook tussentijds altijd bellen. Dit is een licht geval.

 Het begint bij mijn bezoek aan Jan Mulder in het Oldambt.
Jan vroeg me alsjeblieft nog één keer 'dat ene verhaal over Dick Swidde' te vertellen. Even denken, 't was jaren terug, in Studio Desmet.
O ja.
Dick Swidde, de acteur die beroemd werd als de 'boze buurman' uit Ja zuster, nee zuster. Zo er een oermodel voor de 'valse nicht' bestaat, hij was het. Ik kwam elke week een tekst bij hem opnemen. Bij hem thuis, in het Suykerhofje achter de Prinsengracht, naast café Van Puffelen.
Vaak lag hij in de bedstee van dat eeuwenoude huisje. De zelfde bedstee waarin ie zijn moedertje had verpleegd, tot het einde toe. Nu lag ie d'r zelf maar al te vaak in. Vaak gekneusd of met beenbreuken na valpartijen die voortkwamen uit drankgebruik. Er was geen leuning in dat huisje, alleen een dik touw langs de trapbocht. En bij Van Puffelen kreeg ie veel bessenjenever met Pepsi aangeboden, z'n vaste drankje.
'Eerst de kachel oppoken kind.'
Er stond en kolenkacheltje. En dan, vertelde ik Jan, keken we samen naar het zaalvoetbal op de televisie.
'O ja.'
Dick keek zijn ogen uit naar die mooie voetballers. Zaalvoetbal was voor hem pure seks. Jongens noemde ie steevast 'ze'. 
'O ja,' Jan wist het weer.
'Wat zei ie dan ook weer, precies?'
Hij zei:
'Nou valt ze alwéér.'
En dan met een zucht:
'Net viel ze ook al.'

 En weer moest Jan Mulder zo vreselijk lachen.
Ditmaal heeft ie de zinnetjes van de Boze Buurman precies genoteerd.
En nu het toeval. Thuisgekomen zie ik het nieuwe nummer van 'De Parelduiker'. En kijk, een heel stuk van Wieneke 't Hoen over het Suykerhofje, waar ook Gerard Reve gewoond blijkt te hebben, in 1948.
Maar geen woord over Dick Swidde.

 

W.G.Sebald: het laatste college (2)

 Bij het bespreken van het ingeleverde werk ging Sebald anekdotisch en associatief te werk. Hij was meer de verteller dan de technicus. Zijn droeve oogopslag bracht je in de verleiding hem te vereenzelvigen met de melancholieke vertellers uit zijn boeken, maar daarbij was er ook een wellevende vriendelijkheid en een dwars gevoel voor humor.Drie dagen na het laatste college stierf hij.

* 'Tekenende details' verlevendigen situaties die anders plat zouden blijven. Wat je nodig hebt is intense, genadeloze observatie.
* Eigenaardigheden zijn interessant.
* Karakters hebben details nodig waarmee ze zich in je geest kunnen nestelen.

* Het is goed om niet uitgesproken, niet herkende pathologie in je verhalen te hebben. De provincie is vol van niet uitgesproken pathologie. Anders dan in de stad worden geestelijke aandoeningen daar niet herkend.
* Niets wat je verzint zal de haren zo te berge doen rijzen als wat de mensen je vertellen.
* Luister naar niemand. Ook niet naar mij. Dat is fataal.

 

Tags: 

Pagina's