Brakmans brieven

 Van de vele honderden brieven die ik met Willem Brakman wisselde zijjn een paar fragmenten te vinden in de trefzekere biografie van Nico Keuning. De regels waren: 'Meteen terugschrijven, over wat er maar in je opkomt of voor je voeten rolt.' Veel Den Haag. De hak is altijd nader dan de tak. Maar ook televisie, 'Keeping up appearancies' met de onvergetelijke, zeer Haagse Hyacinth.

 Ik blader terug en lees ons op 7 februari 2001: 'Dank voor je weer zo opmerkelijke brief. Om de zo vaak misbruikte dichter Achterberg te citeren: 'De Haag, je tikt er tegen en het zingt' (of snikt?) Ik stel voor om nog eens samen naar het Binnenhof te gaan en daar, luid en duidelijk te roepen "poep!". Men was zelfs van plan de Nieuwe Uitleg te dempen, een en ander in verband met de lastenverlichting (...).

 Oja, die Hyacinth is mij dierbaar. Zo opgewekt en ontembaar nog Den Haag vertegenwoordigen. Ik liep krom van de eerbied langs de deftige huizen, schuw, donker van oog, krom. Dat valt op ik, met mijn blik dus mee, bonnetjes verkopen voor de Jamboree. Op de Kranenburgerweg werd ik woest naar binnen gesnokt en heen en weer gerammeld als nog nooit beschreven. Een in razernijen verpakte whiplash. Wat er allemaal tegen mij (niet in padvindersuniform, want dat had ik nog niet) werd gebruld was verschrikkelijk. IK had ook geen papier bij mij dat mijn onschuld kon bewijzen, maar wel kwam de kopman op het lawijt af en legde alles it. DE vrouw van de man zei alsmaar ach God en zo kregen wij hem klein. IK zal je de plek wijzen, er staat een monument, een klein knaapje, ruggelings voor stenen voeten van de man met bolhoed en dreigende sigaar Je kunt het bij Freud opzoeken. Ook waarom mijn eerbied niet heeft gelden, waar toch menige minusvariant zou zijn gaan haten. (...)

 Je stuk nu. 'Angst hecht zich aan je weet niet wat' etc. is superbe, laat je dat gezegd zijn. (...)

Als steeds oprecht en egelantierlijk, W.

Tags: 

Een ongeneeslijk heimwee

 Heet het 478 pagina's grote boek dat Nico Keuning schreef over 'Leven en werk' van Willem Brakman (1922-2008) Waar gaan de pakweg 175 brieven over die Willem en ik wisselden? Altijd volgens zijn strikte regel 'komt er een brief, dan schrijf je meteen terug'. Zijn doktershandschrift op de mat onderaan de trap wenkte. Ik daalde af en begon meteen te pennen.

 Niet zozeer als antwoord, nee, over alles ging het bij ons, over Johan Cruyff net zo goed als koningin Astrid van België op wie hij levenslang verliefd was. Ons beider credo was: 'brieven schrijf je over alles.'

 En zo kwamen we eens op juffrouw Vernède, zijn lerares Frans op de MULO, die ik kende al passante in ons Haagse straatje. Op en top een Parisienne, op hakken, in een grijs pakje met een hoedje met voile, en make-up waaraan rouge niet ontbrak. Ze woonde om de hoek. Mijn vader kende haar ergens van en zei dan 'Kijk daar heb je Francoise’.

 Ook in het meeslepende boek van Nico Keuning ontbreekt ze niet: ' In een adem door schrijft hij euforisch over het Scheveningse Bosch. De Bataaf! De ruiterpaden, de geur, het licht. (...) In een andere brief keert hij terug naar de mulo in de Paulus Buysstraat,' waar wij onder leiding van Madame Vernède 'Le petit homme lazen van Alphonse Daudet. Het was donker in de klas, sneeuw hing in de lucht, de klas boog zich in de schemer over het boekje en ik het diepst. En o wonder! Mad­ame liet het licht niet aandoen en de grote, grote kachel 'liet zijn kooltjes in de asklep korrelen op een mystieke wijze.' (...)

 De wereld van Willem Brakman, je kunt hem zo betreden.

Tags: 
Ik was er even niet uit reden van ziekte... nu gaa het beter. Intussen deze Madd

Maddalena

Ziek zijn blijft een wonderlijke ervaring. Er zijn en tegelijk ook niet. Kunnen denken, maar niet echt. Nico Keuning bericht me dat de Willem Brakman biografie wordt aan geboden in Enschede en Den Haag. En stuurde me een drukproef. Een verbazend opgewekt levensverslag. Zeer leesbaar en allerminst ''literair'', net als Willem het zelf wenste. 

 Zijn humor ontbreekt niet. Integendeel. Wat hij zichzelf toestond in de latere boeken komt er mooi uit. Hierbij een blonde Maria Magdalena (anoniem ca. 1300) die ik kreeg als beterschapswens. 

Later meer.. 

Tags: 

Vechtvriendschap

 'Een ongeneeslijk heimwee', de biografie die Nico Keuning schreef van Willem Brakman verschijnt in januari bij Querido, waar ook zijn andere boeken uitkwamen.

 In dat boek zal de bijna levenslange 'vechtvriendschap' van Willem met Nol Gregoor een weerkerend thema zijn. Geen boek van Brakman of er komen wel twee heren in voor die mekaar de loef proberen af te steken. Gregoor, de dichter van wie nauwelijks iets verscheen, ondanks zijn hoog van de literaire toren blazen, en Brakman, de jongen van mindere komaf die tegen de literatuur opzag en veel te lang wachtte met debuteren, maar daarna losbrandde in zo'n vijftig titels.

 Door radiowerk en fietstochtjes raakten we bevriend en 'Nollebol' bleek een weerkerend onderwerp, ook als komische pendant in de romans. Denk aan 'De Graaf van Den Haag' of 'De reis van de douanier naar Bentheim'. Brakman, zoon van een verpleegster en een wisselloper uit het Haagse Duindorp had de verwaten Gregoor nodig als onderwerp.

 Nico Keuning schreef eerder: 'Tijdens een gezame­nlijk bezoek aan de door beiden bewonderde Vestdijk in Doorn steekt de rivaliteit en animositeit bij Gregoor geregeld de kop op. Het komt zelfs bijna tot een handgemeen als Gregoor zijn vriend in het gesp­rek met Vestdijk voor de zoveelste keer naar de achtergrond dwingt. (...) Brakman: 'Ik had zelfs mijn jasje uitgetrokken en maakte in een wit overhemd brede en woedende gebaren. Na afloop krijtwit en uitgeput, hoorde ik Vestdijks commentaar: 'Prach­tig! Net de Franse Revolutie.'

Lazarus

Hallicunante dromen, elke nacht op mijn zg. ziekbed. De lichtval van de vele huizen waarin ik niet kon slapen. Waarom verhuisden mijn ouders toch steeds? Krakende balken op de zolder naast me waar gerimpelde appels lagen.

 En nu heb ik de grootste moeite me los te maken uit Duitse speelautomalen met drie cirkels wentelende citroenen. Het woord ‘Gewinnzahl’. Einwurf 10 Pf. Dit moet Winnngen am Mosel zijn. De smaak van Johannisbeeren Süssmost. Maar ik lig in mijn eigen bed en heb pijn in mijn blaas die niet ophoudt, in welke houding ook. Eindeloos pissen.

 Het hotel heette Zum Rebstock, met Bundes Kegelbahn. Ik mocht de houten ballen in de goot terug laten rollen naar de mannen met witte petten. Dat geluid! Maar even later ben ik op de Nürborgring en rij onder reuzen autobanden door.

 Als ik eindelijk licht zie is het zes uur. De pijn is gebleven. Er is een briefje van Steven Brakman over de reis van zijn vader naar Israel, het, graf van Lazarus. Met het bordje ‘Wil de laatste bezoeker het licht uitdoen?’ Voor de biografie.

Tags: 

Brakmans perron

 Nu eind dit jaar Nico Keunings' biografie van Willem Brakman verschijnt zou ik wensen dat een paar van zijn mooiste romans herdrukt werden. Zoals bijvoorbeeld 'Een heiligverklaring'.

 Waarin de onaanzienlijke 'Oom Sjaak' van het Weigeliaplein door het Vaticaan wordt uitverkoren. De schrijver wisselt er brieven over met een Eminentie, onbetrouwbaar als altijd. Tussen leven en dood kom je onvergetelijke beschouwingen tegen als deze, over het perron:

'Wat het perron betreft, dat zie ik als een oord van begin en eind, van een eerste en een laatste. Op de borden heeft het er veel van of men daar ongedwongen van hot naar her vervoert, maar dat is schijn, want achter al dat klein vertrekken en ook achter het klein aankomen schemert de grote afreis met al zijn onzekerheden. Ik had er staan wachten met de zoon van oom Sjaak, was weer alleen en kon door deze overgang niet helpen daar een ogenblik bij stil te staan. Het spoorwegwezen beschikt over zeer veel ruimte en veel daarvan is gebruikt voor de hallen en de perrons, zoveel dat ik niet aarzel de grote suggestieve kracht en het onthullend vermogen daarvan te noemen. (...)

En dan gaat het over het wachten: 'Wachtenden staan onder hoge druk, zij worden gereduceerd tot zij die heel ergens anders horen, er evengoed niet hadden kunnen zijn, er in ieder geval spoedig niet meer zouden zijn, maar dan zo of ze er ook no­oit waren geweest...'

En verder en verder. Willem hield niet zo van treinreizen. Altijd bang dat de zijne midden in het weiland langdurig zou blijven stilstaan. Hoe verder op het perron? Raadpleeg Boekwinkeltjes voor 'Een heiligverklaring'.

Duitse eigenheid

 Met Willem Brakman, die er een groot liefhebber van was bezocht ik eens een tentoonstelling van Duitse expressionisten in Munster. Daar drong tot me door hoezeer zijn credo in het schrij­ven overeen stemde met wat we daar zagen. En met hoe hij zelf schilderde, want dat deed hij ook.

 Je schildert of schrijft de wereld zoals jij hem ziet. Hij ging daarin zo ver dat sommigen hem onbegrijpelijkheid ver­weten en anderen er van alles achter zochten. Maar het was Willem.

Nu in Singer in Laren een uitgelezen collectie expressionisten te zien is had ik de kans buiten mezelf te treden en met de ogen van Willem en met de vingers van Archipenko, Macke of de mij onbekende Otto Mueller te kijken en te tasten. Navoelen. Natasten. De ontaarde kunst die de Nazi's begrijpelijk genoeg in de ban deden. Zoveel eigenheid was ze onverdraaglijk. Henri Laurens was overigens een Fransman.

Tags: 

Omsk, Tomsk, Irkoetsk

Mijn vriend Willem Brakman stierf in 2008. Vanmiddag komt zijn biograaf Nico Keuning langs om de laatste map brieven van hem op te halen. De biografie verschijn rond de jaarwisseling. Waarom konden wij het zo goed vinden. Willem en ik schreven elkaar veel. Bric-á-brac. Op 22 juli 2006: 

 'Ja, je bent een begenadigde briefschrijver, nog een van de oude garde kan ik het niet noemen, het was een 'omgang' met de taal die zo veel dragelijk maakte. Zo was het bij een bijeenkomst soms zo dat de binnenkomer de vrienden omstrengelde met een fors Omsk! Tomsk!! Irkoetsk!!! Vestdijk vroeg zich af wat dat betekende en wij konden het niet uitleggen. Ons huis bestaat uit latwerk van taal.'

 Over een logeerpartij in zijn jeugd in het voorvaderlijke Zeeland: 'Zo kwam ik op een zaterdagavond na de wasbeurt, innig tevreden en behaaglijk weer de huiskamer in. Tot aan mijn haarwortels van behaaglijkheid vergiste ik mij en kroop op de divan met een luide en duidelijke uitspraak: 'En nou een fijn potje neuken!' Ik bedoelde natuurlijk behaaglijk kroelen maar werd afgeranseld door moeders vader. Zo schalde de uitspraak tot over heel Zeeland tot België toe.

 Het is warm en nu weet ik wel dat er onder u zijn die niet warm zijn, maar ik zeg u het is warm. De bladen van mijn boek plakken over mijn hele lijf, dringen echter niet tot mij door. Ik las de Zauberberg.. van ene Th. Mann. Plotseling vond ik het niet meer zo 'goed'. Lusteloos bladerde ik wat verder en begon te verlangen naar de kaft. Heiligschennis? Ik dacht van niet. Ik geloof het nu wel en val terug op de altijd afgrondelijke Kafka.'

Witte Jurken

 Er is een tijd geweest, in de jaren '20, dat meisjes levensblij rondfietsten in witte jurken. De fiets, het symbool van emancipatie. Isaac Israels heeft ze geschilderd aan de oude pier van Scheveningen, ze waren afgebeeld op de koektrommels van de Bahlsens Cakes.

 Willem Brakman - dit najaar komt zijn biografie door Nico Keuning - laat in zijn meesterwerkje De reis van de douanier naar Bentheim twee heren in dat kuuroord steeds weer opkijken van langsfietsende meisjes, die hij dan ook 'De Bahlsen Cakes' noemt. Mijn moeder was geabonneerd op het meisjesblad 'Zonneschijn' waarin ze werden afgebeeld.

 Ik had ze verwacht in de biografie van Cissy van Marxveldt, met de tekeningen van Hans Borrebach, maar Monica Soeting heeft weinig oog voor hoe de tekeningen van Borrebach een wereld opriepen en een stijl neerzetten. Brakman des te meer:

 'Schaduwen gleden over hun witte bloesjes en de zon vonkte nu en dan in een fietsbel gelijk een vrolijke knipoog. Het waren de Bahlsen cakes, wit en gesteven, rok bijna tot op de fietslaarsjes, de mouwen breed en smetteloos, en hun strooien hoedjes zeilden hoog, kuis en koel door de zomer (...) De banden ruisten voorbij, even nog de geur van nergens meer te krijgen zeep en de heren hadden het nakijken.'

Tags: 

Onder water

 Dat Willem Brakman bang was voor wat er onder het wateroppervlak leeft ontdekte ik tijdens een roeitochtje over de Scheveningse 'Waterpartij'. Hij was daar als jongen vaak heen gelopen - op weg naar de tennismeisjes op De Bataaf - en wist er alles van.

 Aan de 'Waterpartij' ligt nu het Indische oorlogsmonument, waar eens per jaar de slachtoffers van onze koloniale aanwezigheid herdacht worden. Het hele jaar door liggen er verse bloemen. Een ziekenhuis employé vertelde me dat er een afspraak was met de Haagse ziekenhuizen om de overgeschoten bloemen van het ziekenbezoek daarheen te brengen.

 Willem, opgegroeid in Duindorp, vlak aan zee, legde me uit dat hij nooit verder dan zijn kuiten in zee had gedurfd. Uit angst voor wat er onder de waterspiegel leefde. Zeedieren met scherpe tandjes die het op de geslachtsdelen van argeloze zwemmers hadden voorzien.

 Ik roeide voort over de waterpartij, terwijl hij uitlegde dat het daar zeer diep was door de zandwinning voor het ophogen van de veengrond in de grote stadsdelen waar gebouwd moest worden.

 Zand is geld, veen is minder soort. De scheidslijn die de stad langs de Laan van Meerdervoort in tweeën deelt. Zo zit het in Den Haag. En zo was ik niet verbaasd toen buurtgenoot Wim de Bie me belde terwijl hij bezig was zijn ouderlijkhuis te ontruimen. 'Ik was hier in de kruipruimte en je raadt nooit wat ik daar vind: zand.' Tja, onze buurt grensde aan de tuinderijen van het Westland, je zou hier veen verwachten. Zand was meteen een stuk chiquer. Maar ik moest hem teleurstellen: 'Dat zand is er op gebracht voor ze gingen bouwen', wist ik van Brakman.

Pagina's