Vervelen

 Nooit eerder was ik in het Louis Couperus Huis aan de Haagse Javastraat. En dat terwijl ik al op school z'n werken las en door de statige Couperusbuurt fietste.

 Nu was ik er, en lees 'Zoo ik ièts ben, ben ik een Hagenaar'. En zeg 't hem na. Hagenaars ver­laten hun stad, hij ook. Wat mankeert er? Het is er vervelend: 'Den Haag maakt mij slaperig en suf, er hangt iets soezigs in de lucht...'. staat in Eline Vere, verpersoonlijking van Den Haag. Je moet Hagenaar zijn om gevoel te hebben voor de grote aantrekkingskracht van ver­veling. Hagenaar Willem Brakman kon lyrisch worden over deze nu vergeten kunst.

 Vriend Frans Netscher beschreef Couperus in zijn altijd op­geruimde kamer aan het Nas­sauplein: 'Het leek wel dat hij, er nooit iets aanraakte, zoo was en bleef alles op zijn plaats. 's Zomers lag hij meestal op een rustbank, een vouw­been in de hand, een boek te lezen, en hij keek dan uit zijn ven­ster het lage, verlaten Alexanderveld op. 't Was soms broeie­rig warm in zijn kamer, bijna niet om uit te houden, zoodat de benauwing op de longen sloeg. Maar dit was juist waar hij naar verlangde; dán voelde hij zich lekker, in zijn element, gezelligjes, gestoofd, als liep zijn bloed warmer en luier door zijn lichaam.' 

 Tijd voor een Ver­velingsnummer van het tijdschrift Extaze, dat toch zijn naam dankt aan Couperus.

Handschrift (2)

 Vanmiddag in Nijmegen bij Gerrit Jan Kleinrensink, biograaf van Willem Brakman. De research is afgerond en na veel tegenslag in z'n leven is hij aan het schrijven.

 Ik kreeg de mappen met brieven terug die Willem me schreef. Raakte aangetast door het vertrouwde handschrift. Zoveel eerste blikken die weerkeerden.

 Wat verwacht ik van die biografie? Brakman - ik herlees nu zijn vaderboek 'Late vereffening' - is in zijn latere meesterstukken terechtgekomen in vormen van associatie waar op een heel natuurlijke manier alles met alles te maken krijgt. Hoe meer je weet over de grondstof, het ruwe materiaal dat daaraan ten grondslag ligt hoe meer lichtjes je opgaan. Maar er is zo veel, ijselijk veel. Ja, hij oefende kogelstoten in eenzame duinpannen.

 En hij zat drie jaar op de zeevaartschool, hoewel hij panisch was voor water en niet kon zwemmen.. Of juist daarom. Ik wist dat niet. Ben met hem gaan varen in een roeiboot. Heb gezien hoe hij z'n angst overwon en zich letterlijk voorover in de boot stortte.

 Alles in zijn werk komt 'ergens vandaan'. Die plaatsen van herkomst verwacht ik in een biografie. Voor Brakman geldt net als voor Gerard Reve 'ik verzin niks' (behalve alles).

Handschrift

 Wanneer een schrijver sterft rest ons zijn handschrift. Zoon Steven stuurde me de eerste twee pagina's van 'Staren in het duister', het laatste - onuitgegeven - boek van Willem Brakman (1922-2008).

 Wat staat er? Hoe staat het er? Ik kreeg 176 brieven van Willem en leerde zijn dokterspootje ontcijferen. Doktershandschriften neigen naar het geheimschrift, waren ooit louter bedoeld voor collega's en apothekers. Handgeschreven woorden komen tot leven. Je gaat naar hun bedoeling, hun gevoelswaarde raden. Staat hier werke­lijk 'een gekookte barbaar met een boterham'? En 'donderruil'?

Lees: 'Als ik terugblik naar mijn jeugd, dan is dat het beste in de regen, het plein, de kerk, dan is 't maar het beste een gekoo­kte barbaar met een boterham met mayonaise. Hoe dan ook leefde daar een oude brief met een zuster die veel knisperde. Terecht zat zij aan de kade en riep honende terechtwijzingen. Al dit was gepaard met een kauwen achter in de keel. Ik ken een wezen dat geen menselijke trekken vertoont - voor 't geval dat, maar dat het vooral moet hebben van de deur, de kalk van de deur, een terug naar de mensen, een kat en mevrouw Van de Broek d'Aubrenant. Een donderruil. (...)'

Tags: 

Staren in het duister

 Is de titel van het onvoltooide laatste boek. Ik lees een begooche­lend manuscript. Dat reikt naar achter het duister.

 Willem Brakman heeft de wereld altijd herschapen naar zijn even­beeld. In het gezicht van de dood, schiep hij zijn hiernamaals. De wereld als wil en voorstelling, in een kijkdoos. Wat hier gebeurt is niet af. Zoals Kafka's Amerika niet af is omdat het continent met elke stap van Karl Rossmann groter wordt.

 Zo heeft Willem van jongsaf de dood de buurt, het huis zien binnenkomen; zijn grootvader, een buurvrouw. Huizen, winkels, de Julianake­rk waar men tenslotte wordt uitgedragen. Het riekt er. En zeg nu zelf, de dood is overal, kijk om je heen. Of lees zijn roman Inferno. Een compleet ingericht en gestoffeerd hier­namaals, per bus berei­kbaar, zij het enkele reis.

 Een heilige vrees, tegelijk met de wil te doorgronden. Starend in het duister doet hij juist dat. Hij reikt en reikt. En daar ontstaat zijn andere wereld. Maar weet dan wel, dit boek is zonder eind, het kan nooit voltooid worden.

 

Tags: 

Mannenbenen

 Steven Brakman, zoon van de schrijver Willem, bericht dat hij vorige week een handschrift van de vroege verhalenbun­del 'Water als water'­ van zijn vader in handen kreeg.

 Ergens rond 1965 was een student bij hem langsgekomen met belangstel­ling voor zijn werk, en uit en­thousiasme had Brakman hem meteen het hele handschrift mee gegeven. Nu is het terecht. Hier een pagina van het militaire dienst-verhaal 'Herfstmaneuver', waarvan de eerste zin in de boekversie luidt:

 'Misschien bestonden er maar twee soorten mannenbenen, overwoog Carp terwijl hij slaperig naar zijn dikke dijbenen staar­de, die de treden afgingen en bleek afstaken tegen het donke­re trapgat; de bloedwarme, rolronde en gespierde, en de magere pezige.'

 Maar de pagina werd doorgehaald en in Willems doktershandschrift herschreven. Ik probeer hem nu te ontcij­feren. Over de mannenbenen staat er nog dat Carp meent 'dat hij tot de groep mannen behoorde wier benen in de dijpartijen vrouwelijke rondingen vertoonden (..)'. Een angst die je bij mannen vaker tegenkomt - help ik Willem postuum een handje - maar die op een misverstand berust. Wie z'n eigen dijbenen van bovenaf bekijkt ziet altijd meer ronding dan er werkelijk is.  

Tags: 

De afhangende hand

 Natuurlijk hebben muren oren. Wat mag, wie een huis bewoont, eigenlijk verwachten? Ik denk ziek worden. De huisziekte krij­gen. Met een mond die kleppert als een brievenbus.

 Wat me blijft achtervolgen: in zijn laatste boek 'Gesprekken in huizen aan zee' verwijst Willem Brakman (1922-2008) naar een roman van hemzelf die 'De afhangende hand' zou heten. Ik zag hem meteen, die hand. Het dadenloze van een pols, ongedwongen over de leuning van een fauteuil neergelegd, het spel van de mee afhangende vingers. Vingers zijn rusteloos. Voor je het weet maken ze speel­se, kleine gebaartjes, plukken ze ‑ schijnbaar in gedachten, schijnbaar verstrooid ‑ aan iets, of iemand. Iets of iemand in de verbeelding van de hand. Ach, verkeerde ik één kamer met die afhangende hand. Maar het boek bestaat niet.

ps. Zie zijn juist verschenen postume stukjesbundel ‘Voltreffer’

Tags: 

Brakmans Zeeland

Vanmiddag lag daar in Concordia in Enschede Willem Brakmans 'Voltreffer'. Nagelaten werk met foto’s, prenten en bijschriften van oa. Jan Mulder, Winnie Sorgdrager, Helga Ruebsamen.

'Zeeland bestaat niet' is hem op en top. Zijn familie kwam er vandaan, zijn jeugdvakanties lagen er. Dit speelt In de Donzevisserstraat in Terneuzen: 'Daar zat ik dan op mijn knieën op de grond, zacht wiegend door de klop der slagaderen in de knieholten, in een te stil kamertje en bestudeerde de platen van Gustave Doré.'

Hij ging nogeens terug naar 'dat land waar heel ver en heel lang geleden elkaar raken'.

Maar, het 'overleed ter plaatse bij de eerste stap aan wal'.

En hij besluit: 'Nee, mijn Zeeland bestaat niet; het is ner­gens anders te vinden dan in mijn hoofd. Kijk niet achter verhalen; ge vindt er niets. Gustave Doré was een groot man, maar het hiernamaals bestaat ook niet.’  

Tags: 

Brakmans schik

Zondag, in Enschede, bij de doop van 'Voltreffer', nagelaten stukken van Willem Brakman (1922-2008), zal ik 'iets zeggen'.

 Over de humor in z'n werk, dat is afgesproken. Nu hadden Willem en ik veel schik. Maar humor? Wat een raar begrip is dat toch. Iets als slagroom, die je over de werkelijkheid heen spuit om hem verdraaglijk te maken. Goed, we waren Hagenaars, en geen van beiden 'het slachtoffer van een gelukkige jeugd'. Was er iets dat daarop zou wijzen dan verzette hij zich met hand en tand. Zoals bij het zien van deze strandfoto waar hij denk ik vier jaar oud is:

'Hoewel een groepsfoto ben ik de hoofdpersoon: gezeten op de schoot van mijn vader, die beide armen om mij heen heeft geslagen, wat al met al een innig en lijfwarm tafereeltje oplevert. Kinderlijk geluk, aan het gemis waarvan ik een leven lang heb geleden, is hier echter niet betrapt, ik herinner mij het gefotografeerde moment in 't geheel niet en dat is ook juist.'

Denk dus nooit - als het begint te sneeuwen - dat Gerrit Hiemstra daar de hand in heeft. Het is Willem Brakman die uitmaakt of, waar en wanneer het zal sneeuwen. In Enschede, in Münster of in Den Haag. Wat men ernst en humor noemt zijn in z'n boeken onscheidbaar vervlochten. Hij is het zelf.

Tags: 

Brakmans waterangst

Op 18 december as. wordt in Enschede een boek met nagelaten teksten van Willem Brakman gedoopt: 'Voltreffer'. En ik ben een van degenen die iets zal zeggen. Omdat Brakman nog steeds voor moeilijk doorgaat moet het over 'de humor in het werk van' gaan.

Willem en ik hadden veel schik, dat is zo. Maar humor? Wat een raar begrip is dat toch. Iets als slagroom, die je over de werkelijkheid heen spuit om hem verdraaglijk te maken.
Toen wij eens over de Scheveningse waterpartij roeiden gebeurde er veel ongerijmds. Om te beginnen: we huurden aan de Haringkade een bootje. Ik bood hem bij het aan boord gaan mijn arm, maar die sloeg hij af. Wat er gebeurde was eerder dat hij zich halsoverkop in de boot liet vallen.
Hij krabbelde op. Ik nam de riemen ter hand, hem gaf ik de radiomicrofoon, zeggende 'de waterpartij, vertel', hopend op een van de vele verhalen uit zijn werk die zich hier afspelen.
Er gebeurde heel iets anders. In een breed getrokken kader dat het 19de-eeuwse spelevaren en de waterkleur diepgroen omvatte begon hij over wat zich onder wateroppervlakken afspeelt. Daar leefden diersoorten, vertelde hij, die het op de geslachtsdelen van argeloze zwemmers hadden voorzien. Je voelde ze langs je benen glijden, gereed om toe te happen...
Lachkriebels bekropen me, maar ik hield ze binnen. Goddank, later vernam ik - wat ik niet wist - dat hij doodsbang was voor water.
Wat men ernst en humor noemt zijn in de boeken van Brakman onscheidbaar vervlochten. Hij is het zelf.
 

Tags: 
de familie Brakman op hun vaste plek, Willem bij z'n vader op schoot: 'Hoewel een groepsfoto ben ik de hoofdpersoon: gezeten op de schoot van mijn vader, die beide armen om mij heen heeft geslagen, wat al met al een innig en lijfwarm tafereel
het eind van golfbreker 38 is weer zichtbaar geworden!

Delflandse Hoofden (3)

Vanmiddag aan het strand wist ik wat ik had: de zomerziektevan wekenlange vakantie. Den Haag, een uitgestorven stad, je hoorde de ijsmannen stratenver aankomen.

Willem Brakman redde me van een sluipende melancholie. Ik zat te lezen in zijn 'Naar de zee om het strand te zien' (2006), bij de tweede strandtent voorbij het verversingskanaal, dat er niet meer is, tegenover pier 38, die er ook niet meer is.
Dit was de vaste plek van de familie Brakman, die in Duindorp woonde. Hier zaten - jaren later - Willem en ik naast onze huurfietsen van 't station.

Het Stille Strand is opgehoogd, maar de basalten golfbrekers zijn blijven liggen, onzichtbaar onder het opgespoten zand. Toch, op sommige plekken zie je opeens iets.
Hier vertelde Willem me van de drenkelingen die hij aan land had zien brengen.
En ik las: 'Een bodemloze afgrond is het lichaam, het vermoeide lichaam, het slapende lichaam, het zich overgevende lichaam, het zieke lichaam, het dode lichaam.' (...) 'Ik liep graag en veel langs de vloedlijn en bekeek de stenen van de golfbrekers met grote aandacht en met een gevoel of de steen en de verdronkene hetzelfde waren en dat ik daarvan wist.'

M'n broekzakken en sokken zitten nog vol zand.
 

Tags: 

Pagina's