De Mitford-wereld

 Waarom voelt Nancy Mitford lezen als luieren, nietsdoen? Het zou kunnen omdat de meisjes, heren en dames uit de Engelse upperclass in de jaren '20, '30 en '40 in haar boeken ook nietsdoen. Al zouden ze dat ten stelligste ontkennen.

 Ze hebben het immers erg druk met mogelijke huwelijken, kleren en vooral eten. Ernstige zaken als de jacht en bruidsmeisjes. Overwegingen betre­ffende gastenlijsten. Wie nodig je uit, wie niet.

 Ik geniet van de manier waarop gesproken wordt over wie er niet bij is als 'poor', wat niets met armoede te maken heeft want op de twee landgoederen in de boeken is iedereen rijk - maar met 'beklagenswaardig'. Ieder ander dan spreekster is beklagenswaardig, dat is de toon.

 Het waren zes zusjes. Een meisje Mitford dronk thee met Hitler. Nancy was de schrijfster. Haar familiegeschiedenissen zijn weer te krijgen in Penguin en ik lees ze. 

 Die upper class leeft voort in televisieseries zonder eind. 

 Het is alles een kwestie van stijl, van de juiste woordkeus.

 In Downton Abbey gebeurt dat trouwens heel verkeerd, zoals Sarah Hart pas nog tegen me ver­zucht­te onder een kopje thee. Daar vallen dingen voor die absoluut niet kunnen. Zoals eigentijds gepraat over gevoelens.

 IK lees nu Nancy Mitford's in 'Love in a Cold Climate'. Het commentaar op Linda Alconleighs voorgenomen huwelij­k met een bankierszoon:

 'Poor Alconleighs, 'she went on, in tones of deep satisfaction. 'No wonder they don't like it! What a silly girl, well, she always has been in my opinion. No place. Rich, of course  but banker's money (...).'

 In mijn hoofd begin ik mee te praten. 

Orwells lijstjes

 George Orwell ging na de oorlog op het afgelegen Schotse eilandje Jura wonen. Hij had tbc en moest in zijn eigen levensonderhoud voorzien als een kleine boer. In zijn altijd zeer precieze dagboeken noteert hij gezaaide groenten, voorraden en wat al niet. Plus dagelijks altijd het aantal gelegde eieren. Maar ook zijn gezondheid.

 Precisie kan ons kan redden, dat lijkt zijn overtuiging. En dus houdt hij nauwkeurig de petroleumvoorraad bij, wat er in zijn visnetten zwemt en of het goed zaaiweer is. Wat hij niet opeet verkoopt hij. Het is schrale grond die hij bewerkt.

 Zo wordt Voltaires Il faut cultiver son jardin een levensnoodzaak.

 Orwell schrijft op 12.9.1947:  'Een groot deel van de dag regen. Harde wind tot de avond, voornamelijk uit het zuiden. Zee ruw. Kippenmest verspreid over de plek voor de nieuwe zwarte bessen. Moest stokken zetten bij sommige frambozen die bij de wortels begonnen los te raken. NB: volgend jaar draden spannen. 9 eieren.'

 Toenemend is hij soms te ziek om in de tuin te werken. Zijn zus Avril woont in en helpt. Op 19 april 1948, na zeven maanden in het ziekenhuis - de behandeling wordt dag na dag bijgehouden - keert hij terug naar Jura. 

 Daar werkt hij verder aan '1984', dat hij in december 1948 voltooit. Wat nog volgt in de dagboeken is vaak over de vergeefse - en dure - behandeling van zijn ziekte. Maar er blijven zorgen over de tuin en de kippen:

 'Zal de komende tijd niet veel in de tuin kunnen doen, behalve wat lichte klussen als snoeien.' Als hij even terugkeert na een ziekenhuisverblijf zit hij weer vol plannen en maakt lijstjes want 'veel gereedschap is kwijt. Bestellen: hoezen en verdampers voor Tilly lampen, hamer, leertjes (voor kranen), stop voor de wastafel en lampenglazen. Op 21 januari 1950 sterft hij in Londen.

 Hoeveel eieren vandaag. Een houvast door de jaren heen. Voor Privédomein vertaald, gekozen en toegelicht door Nelleke van Maaren.

Tags: 

Brexit en bloemen

 Stappen de Engelsen uit Europa? Of toch maar niet? Wat ze bezielt moet denkel­ijk komend najaar blijken. Politiek is emotie, meer dan ooit. Ik pak George Orwell erbij, die alles verklaart uit de Britse voorkeur voor bloemetjesjurken en bloemetjesbehang.

 In het net herdrukte  'Why I write'(1946) schrijft hij dat zijn landgenoten niet artistiek begaafd zijn. Niet muzikaal als Duitsers of Italianen. Schilder- en beeldhouwkunst bloeiden in Engeland nooit. Dat ze niet van efficiency houden is bekend, hun denken wordt bepaald door 'een obstinaat vasthouden van alles dat hinderlijk en verouderd is’, zoals een onbegrijpelijke spelling en een onmogelijk systeem van munten, maten en gewichten.

 Beroemd is hun hypocrisie. Ook nu heeft Engeland twee gezichten. Maar, zegt Orwell, er is een trekje dat vaak over het hoofd wordt gezien, dat is hun liefde voor bloemen en extreme kleuren. Een van de eerste dingen die je opvalt als je aankomt van overzee.

 Is dat niet in tegenspraak met hun onverschilligheid voor kunst? 'Niet echt, want ik trof het ook aan bij mensen zonder enig esthetisch gevoel.'

 De vrijheid van het individu wordt beleefd in de pub waar je zo veel bier drinkt als je kan, bij het voetballen, in de achtertuin en aan de haard met een nice cup of tea. In de vrijheid van het individu wordt op een 19de-eeuwse manier geloofd. Dat gaat niet over economie of het recht anderen uit te buiten. Het is het recht op een eigen levensstijl. En daar moet niks tussenkomen, zeker niet van overzee.

 Wat de Engelsen het meest vrezen is een Europees verbod op bloemetjesbehang.

Tags: 

Woordbedrog

 George Orwell zette zijn mes al in de taal van politiek en kunst. In het weer herdrukte 'Why I write' kom ik de televisietaal van nu voluit tegen. Van het 'eerlijk' van Diederik Samsom tot de 'passie' van kunstaanprijzers.

 Die zwendel, zegt Orwell, is van alle tijden. Handel in woorden die niets betekenen. Van 'participatiesamenle­ving', wat vooral blijkt te betekenen dat de overheid haar taken doors­chu­ift naar burge­rs. Tot het gruwelijke 'samen'. Wat ik al niet 'sam­en' doe. Bij wie ik al niet 'op de koffie' ga.

 En dan het woordje 'strijd', te pas en te onpas. Hoe je als patiënt tegen kanker zou kunnen strijden is me een raadsel, je krijgt het en je overleeft of niet. Laat staan dat een paar honderd fietsers een 'strijd' aanbinden als ze na hun toertocht wat geven voor een collecte.

 Onderschat 'daadwerkelijk' niet. Je doet iets pas als je het 'daadwerkelijk' doet. 

 En dan dat 'keihard' of 'kei- en keihard', wat er al niet keihard is aangepakt. Taal maakt papegaaien van mensen. Als iemand dat snapt is het Geert Wilders. Zijn 'te gek voor woorden' zingt al jaren rond. De herhaling komt uit het weer: 'spek- en spekg­lad'. Wanneer was spek nog glad?

 Orwell zag in 1946 al de eenvoudige helderheid van werkw­oorden als 'ophouden' verdwijnen in 'afbouwen', van 'doden' in 'naar de andere wereld helpen'. Een vorm van hulpverlening inderdaad.

 En dan de pretenties: wat kan er nog 'historisch' zijn. Wie kan nog zeggen dat er 'vandaag geschiedenis is geschreven' als dat gisteren en eergisteren ook al gebeurde? 

Tags: 

Orwelliaanse Kerst

 Lange tijd - en nog - was wat je verafschuwde aan bureaucratie Kafkaiaans. Wie het zei had zelden een letter Kafka gelezen. Nu is het Orwelliaans. En met reden, in de surveillancemaatschappij. Lees Orwell met de Kerst.

 Het meest veelzeggende in '1984' is het beeldscherm, dat in alle huizen een wand vult. Het is een tweezijdig scherm. Aan de andere kant zit Big Brother, die alles van je weet. De Gedachtenpolitie waakt.

 En daar ben je bij Edward Snowden, die liet zien hoe de NSA met ons goedvinden precies het zelfde doet. Snowden, die uitlegt hoe de technologie sinds Orwells boek, dat in 1948 verscheen, is voortgeschreden. Iedereen loopt vrijwillig met aftapbare microfoontjes en camera's over straat en is overal traceerbaar, 'terwijl de wereld steeds onvoorspelbaarder en gevaarlijker wordt.'

 Orwell had met de communisten in de Spaanse burgeroorlog meegevochten en was er als een vurige anti-Stalin­ist uit gekomen. De roman 1984 is zijn schrikbeeld van een Stalinistische toekomst. Linkse intellectuelen van toen als Sartre bezochten intussen braaf Moskou.

 En nu, geheel in de traditie, na het vallen van de muur ontstond de surveilance maatschappij opnieuw. Uit de angst na 9/11. En de taal van die beveiligingsmaatschappij met z'n compounds en bewakingsmanie doet denken aan Orwells 'Dubbeldenken' en zijn 'Nonpersonen' – de stilzwijgend uit de bestanden verwijderde mensen. 

 Ik herken dit. Daar staat Kirill Gradov weer voor me. De Rus die naar Amsterdam ontkwam en me als eerste, in de jaren '70 uitlegde wat een 'Sovjet-mens' was: 'Je bent altijd minstens drie mensen tegelijk. En, je bent nooit alleen.' 

Orwells standbeeld

 George Orwell zou een standbeeld krijgen. Bij het nieuwe BBC-gebouw, de organisatie waar hij in 1941-1943 werkte. De bronzen Orwell zou neerkijken op het komende en gaande BBC-personeel, met achter hem citaten uit z'n werk.

 Er is helaas geen radiowerk van hem bewaard. Hij werkte in de Eastern Service, en wat hij naar India uitzond was achteraf pure propaganda. Kennis die hij weer gebruikte in zijn boeken. Net als wat hij opstak in de vergaderkamers van de BBC.

 Een beeld van Orwell als onderzoekende, deelnemende journalist, daar draaide het om. Of ie als nette jongen nou borden waste in Parijs, hop plukte of de mijnen in ging bij Wigan Pier. Een Günter Wal­raff avant la lettre, die zich afbeulde. Zijn vroege dood aan tbc kwam niet toevallig.

 Geld voor het beeld werd bijeengebracht door oa. Rowan Atkinson, Tom Stoppard en Michael Frayn. Maar het ontwerp van Martin Jennings is nu afgekeurd. Geen wonder als je diens al te naturalistische beeld van Philip Larkin ziet. Jennings, werkte aan een twee meter zeventig hoge levensechte Orwell, die in 2016 onthuld zou moeten worden, achter de openlucht BBC-pingpongtafel.

 Hoe nu verder? De Financial Times noemde Orwell al de 'patroonheilige van de journalistiek'. Maar dat zou Orwell hebben afgekeurd: 'Heiligen zijn schuldig tot hun onschuld bewezen is.'

 Intussen komen er nieuwe Hollywoodfilms van 1984 en Animal Farm. Geen wonder, Orwelliaanse regimes heersen overal ter wereld. Hij hield trouwens niet van standbeelden. Vond dat zo'n beeld een heldere blik op het personage in de weg stond. 

Tags: 

Orwells moestuin

 Details uit Animal farm (1945) komen direct uit Orwells eigen tuinierservaring. Hij woonde graag buiten, op het laatst op het eilandje Jura, op de buiten Hebriden. Vooral uit geldnood. Daar kon hij dieren houden en groenten kweken.

 Anders dan Maarten 't Hart puur om het voedsel, want hij was arm. en een uitmuntend tuinier, zoals blijkt uit zijn nu vertaalde dagboeken (1931-1949) waarin hij zijn oogsten en opbrengsten nauwkeurig bijhield. (juli 1948): '...eerste erwtenoogst bijna klaar om te plukken. slakroppen goed, koolraap ook, snijbonen niet. Wat het hier nooit lijkt te doen is alles van de uienfamilie. Twee groepen kuikens, 5 van 10 weken & 10 van 6 weken, goede kuikens en heel gelijk van grootte. Varken geboren in maart, een heel goed exemplaar. is bijna helemaal met aardappels & melk grootgebracht, de kuikens met havermout & melk.'

 En nooit schrijft ie over zijn tbc. Behalve: 'zal de komende tijd niet veel in de tuin kunnen doen, behalve wat lichte klussen als snoeien.'

Op het laatst van z' leven werd hij in het sanatorium nog bezocht door oude kennissen uit Londen. 'Nette mensen' die hij in jaren niet had gezien. Vreselijk. Op 17 april 1949 schreef hij: 'Een soort overvoedheid, een stompzinnig zelfvertrouwen, een voortdurend gerol van lachen om niets. En vooral een soort zwaarte & rijkheid gecombineerd met een fundamentele kwaadwilligheid - mensen van wie je instinctief weet, zelfs zonder ze te zien, dat ze de vijanden zijn van alles wat intelligent, gevoelig of mooi is.'

 Op 21 januari 1950 stierf hij op Jura.

Tags: 

Orwells dagboeken (2)

 In 1931 was hij 28 en zwierf rond Trafalgar Square in Londen ('het lijk van een stad'), waar hij noteerde wat later zou uitgroeien tot 'Down and Out in Paris and London'.

 Orwell die welopgevoed was en op Eton gezeten had wilde als schrijver weten hoe de mensen leefden. Mijnwerkers bijvoorbeeld of zwervers in Parijs en Londen. Hij deed 'participerend onderzoek'. Een koude nacht in augustus:

 'Er is altijd een aantal prostituees op het plein; dat zijn degenen die geen succes hebben gehad en niet voldoende kunnen verdienen voor onderdak. 's Nachts had een van die vrouwen huilend op de grond gelegen omdat een man hem gesmeerd was zonder haar prijs te betalen ‑ zes pence. Tegen de ochtend krijgen ze niet eens zes pence maar alleen een kop thee of een sigaret. Omstreeks vier uur wist iemand een aantal pakken kranten te bemachtigen, en we gingen met zes of acht op een bank zitten en verpakten onszelf tot enorme pakketten papier en dat hield ons betrekkelijk warm tot Stewart's Café op St. Martin's Lane openging. Bij Stewart's kun je van vijf tot negen op een kop thee zitten (soms delen drie of vier zelfs een kop) en je mag met je hoofd op tafel slapen tot zeven uur; daarna maakt de eigenaar je wakker.'

 Daarna probeert Orwell met een groepje van vier wat te verdienen met hop plukken in Kent. Daar komt veel bedelen bij. En zwerversverhalen:

 'Op zondagen wasten we onze hemden en sokken in de beek en sliepen de rest van de dag. Voor zover ik me herinner, heb ik me in al die tijd dat we daar waren nooit helemaal uitgekleed, ook mijn tanden niet gepoetst en ik schoor me maar twee keer per week. Al die tijd heb ik maar een boek gelezen en dat was Buffalo Bill.'

 ps. Scheren deed ertoe bij het krijgen van werk, 's ochtends schoren zwervers zich aan de fontein op Trafalgar Square. 

Tags: 

Orwells dagboeken (1)

 In 1968 was ik in Bush House, het schipvormig BBC-gebouw aan Portland Place, de plek waar George Orwell in 1941-1943 werkte bij de 'Overzeese Dienst', met als opdracht met radio-uitzendingen de bevolking van India en heel Zuidoost Azië te winnen voor de oorlog.

 Op 10 oktober noteert hij: 'Vandaag werd ter ere van de Chinese revolutie de Chinese vlag op Broadcasting House gehesen. Helaas hing hij ondersteboven.'

 Het gebouw zal me heugen. Alle portiers en assistenten waren oorlogsgewonden, niemand van het lagere personeel liep zonder krukken. De technische installaties waren een wonder van eenvoud: er werd maar met een soort microfoons gewerkt. Ging er eentje stuk dan was er vlug een andere bij de hand.

 In zijn dagboeken, nu verschenen in de mooie selectie en vertaling van - juist gestorven - Nelleke van Maaren, doet Orwell verslag van zijn ervaringen met de Engelse en Buitenlandse propagandamachines. Veel daarvan is terug te vinden in zijn roman 1984 (Big Brother!). Zijn studie van het Stalin-regime leidde tot Animal Farm, zodat kamer 200, waar hij zat, de 'Zoo' werd genoemd.

 Orwell, die eigenlijk Eric Blair heette, was geboren in India, had in Birma gediend en was geknipt voor die baan. Lastig, dat wel, de Indiërs wilden juist zelfstandig worden en van de Engelse koloniale overheersing af.

 En dan de omroep. Op 21 juni 1942 staat er: 'Wat je opvalt bij de BBC - en dat geldt duidelijk ook voor verschillende andere afdelingen- is niet zozeer de morele vervuiling en de oneindige zinloosheid van wat we doen als wel het gevoel van frustratie, de onmogelijkheid om wat dan ook gedaan te krijgen, zelfs geen geslaagde schoftenstreek. Ons beleid is zo slecht omschreven, de ontwrichting zo groot, er zijn zoveel veranderingen van plannen en de angst en haat voor intelligentie zo allesoverheersend dat het onmogelijk is wat voor radiocampagne dan ook te plannen.'

 Toch lukte het hem schrijvers als T.S.Eliot en E.M.Forster bij zijn dienst te betrekken. Tot in 1943 bleek dat de dienst te weinig luisteraars trok.

Tags: 

Big brother revisited

 Geen groter angst dan door Big Brother over het hoofd gezien te worden. Dat moet ook weer de drijfveer achter de nieuwe tv-serie Utopia zijn.

 De enige plaats ter wereld waar Orwells 1984 nog echt bestaat, Noord-Korea is voor Westerse filmploegen een verslavend object geworden. Een relict uit de tijden van Hitler en Stalin, een Jurassic Park.

 Tenminste zo lijkt het. Maar wanneer je de drie slagzinnen er bij neemt waarmee Orwells Big Brother regeert kom je opeens angstig dichtbij: 'Oorlog is vrede', 'Vrijheid is slavernij' en 'Onwetendheid is kracht'. Wordt onze vrede hier thuis niet veilig gesteld met oorlogen ver van huis? Zijn wij als consumenten geen slaven van de vrije markt? En is onwetendheid niet langzamerhand iets om trots op te zijn?'

 Big Brother beheerst het amusement en de taal, die zich aanpast aan wat men graag hoort. Het woordje 'vrij' krijgt zo een andere betekenis. Wij denken toch dat we in vrijheid kiezen voor wat wij kopen en doen? Dwang is niet nodig, een gedachtenpolitie evenmin. Zelfs nu we weten dat iedereen afgeluisterd wordt, geen commotie.

 In Orwells 1984 weet je zelfs niet wat voor dag het is. Waarom zou je dat moeten weten? Alles wordt immers voor je geregeld. Het enige dat hij niet voorzag is dat de mensen van nu daar zo innig tevreden mee zouden zijn. Voor je veiligheid lever je wat eigenheid in, so what. Big Brother zit in ons.

Tags: 

Pagina's