De Mitford-wereld

 Waarom voelt Nancy Mitford lezen als luieren, nietsdoen? Het zou kunnen omdat de meisjes, heren en dames uit de Engelse upperclass in de jaren '20, '30 en '40 in haar boeken ook nietsdoen. Al zouden ze dat ten stelligste ontkennen.

 Ze hebben het immers erg druk met mogelijke huwelijken, kleren en vooral eten. Ernstige zaken als de jacht en bruidsmeisjes. Overwegingen betre­ffende gastenlijsten. Wie nodig je uit, wie niet.

 Ik geniet van de manier waarop gesproken wordt over wie er niet bij is als 'poor', wat niets met armoede te maken heeft want op de twee landgoederen in de boeken is iedereen rijk - maar met 'beklagenswaardig'. Ieder ander dan spreekster is beklagenswaardig, dat is de toon.

 Het waren zes zusjes. Een meisje Mitford dronk thee met Hitler. Nancy was de schrijfster. Haar familiegeschiedenissen zijn weer te krijgen in Penguin en ik lees ze. 

 Die upper class leeft voort in televisieseries zonder eind. 

 Het is alles een kwestie van stijl, van de juiste woordkeus.

 In Downton Abbey gebeurt dat trouwens heel verkeerd, zoals Sarah Hart pas nog tegen me ver­zucht­te onder een kopje thee. Daar vallen dingen voor die absoluut niet kunnen. Zoals eigentijds gepraat over gevoelens.

 IK lees nu Nancy Mitford's in 'Love in a Cold Climate'. Het commentaar op Linda Alconleighs voorgenomen huwelij­k met een bankierszoon:

 'Poor Alconleighs, 'she went on, in tones of deep satisfaction. 'No wonder they don't like it! What a silly girl, well, she always has been in my opinion. No place. Rich, of course  but banker's money (...).'

 In mijn hoofd begin ik mee te praten. 

Spilliaert & aspidistra's

Aspidistra

 In de VPRO-gids schreef ik over kamerplanten. Late overblijfsels van de gobelins, waarmee men eens buiten naar binnen haalde. In het gras liggen bij een vijvertje en het toch niet koud krijgen. Zo kwam ik op de tentoonstelling van de schilder Léon Spilliaert (1881-1946) in Brussel.

 Daar zie je eerst de zeezichten bij nacht en de vrouwen aan de waterlijn, starend in de oneindigheid. Maar tot slot is er een zaaltje met louter zelfportretten van de rossige jongen met het melkboerenhondenhaar, altijd gemaakt voor de zelfde, vaak mee geschilderde spiegel in het atelier in Oostende. Een uitbouw overhuifd met glas. En naast de kop van de jongen met de stijve boord, in een koperen pot, staat altijd dezelfde kamerplant. Lang gezocht maar weet het nu: het is een aspidistra.

 Aspidistra! Uit mijn rijtje George Orwell komt nu de Penguin van 'Keep the aspidistra flying', het enige boek waarin een kamerplant een doorslaggevende rol speelt. En op het omslag, ja zeker, staat een foto van deze zelfde plant. In een koperen pot. De aspidistra, inderdaad een erg Belgische plant. Meteen telefoon en mail. Hoe ziet een aspidistra eruit? Hier, kijk.

Tags: