NadePiep (1)

 'Ja met mij.'Voor de voicemail was er het antwoordapparaat. Misleidende benaming, het apparaat antwoordde niet, het nam boodschappen op. Op grote en kleine geluidscassettes. Ingesproken 'na de piep'.

 Die cassettes werden meestal steeds opnieuw gebruikt, van de boodschappen rest weinig. Toch, een enkeling bewaarde de ingesproken boodschappen. Ik ben zo iemand. Het heeft geduurd tot midden jaren '90.
Toen ik vorig jaar hoorde dat Annemieke Houben dit soort cassettes verzamelde, met het doel er een website mee te maken heb ik haar de mijne gegeven.

En nu opeens is er nadepiep.nl
Wat gebeurt hier. Je hoort stemmen uit een verleden. Die doen denken aan de spookverhalen over radioprogramma's van lang geleden die soms uit de stratosfeer in ontvangers terecht komen.
De vorm van de site onderstreept die ongrijpbaarheid. De stemmen zijn bewaard, maar in wat voor werkelijkheid klinken ze? Onder hen die van Gerard Reve, Johnny van Doorn en A.Moonen.
Op wie nog antwoordapparaatcassettes bezit wordt een dringend beroep gedaan.
 

kuil? Karin Hasselberg: ''Het is hier eb, hij blijft nog even.''

Gaten graven (2)

 Gatengraafster Karin Hasselberg maakte nogal wat los.Vragen. Allereerst over het woord gat. Gaat het hier niet eerder om kuilen? En wat is eigenlijk het verschil?

 Annemieke Houben schrijft: 'Een gat gaat overal doorheen, een kuil is maar een hoogteverschil. Eigenlijk kan je geen gaten graven. Tenzij je gat wil opvatten als kuil. Net als hole.'En dan het motief. Waarom graaf je gaten? In de filmpjes van Karin zie ik een schijnbaar doelloze landerigheid. Ik denk daarbij, ja, dat is toch geen graven, netjes afsteken die randen.

 Annemieke: 'Je kunt een gat graven om een legitieme reden te hebben om ergens te zijn. Spade in de grond: "Ik ben waar mijn gat is." Of graven omdat je heel boos bent. Uit wilde, roekeloze ambitie gaten graven.' Ik peins verder over mogelijke motieven. Ingehouden graafdrift? Maar de rituele aankleding duidt op betekenis. De onderneming krijgt iets aangrijpends. De kuil, het gat wordt een graf, maar een mislukt graf. En ze moet het ook nog allemaal zelf doen, alleen, zich kleden en graven.Wat vindt Karin Hasselberg zelf? Ik sprak haar kort op de eindexamententoonstelling van de Rietveld Academie. Ze reageerde uitgewogen, rustig. Wat ze zei ging vooral over wat je teveel kunt zeggen op dit soort vragen. Maar eind augustus zal ze antwoorden

Etalage (2)

 Annemieke Houben vond deze. En schrijft: 'De etalagejongen heeft teentjes. Dingen wijzen op toekomst en verleden: jeugd en oma, en kaligheid maar met kruik en papegaai. Ik krijg mijn vinger er niet achter. Een etalage is een plek waarnaast vaak een portiek waar je je sigaret rustig kan opsteken. Een etalage houdt zich aan de menselijke maat. Een etalage vindt de vroege ochtend maar niets. Hier nog een etalage.

Annemieke Houben

Brakmans hink-stapsprongen

 De voorlaatste Brakman 'Naar de zee, om het strand te zien' wordt vandaag in de Volkskrant (10 nov. 2006) onder de kop 'Paleistuin met schapenlucht' door Arjan Peters geprezen om zijn onverklaarde 'vreemdsoortige beelden' waarin 'alle mysterie behouden blijft'.Het laatste woord is lang niet gezegd. Steeds weer raken (andere) boekbesprekers geërgerd door het ontbreken van een 'verhaal'. En niet minder door zijn 'van de hak op de tak springen'.

 Vreemd blijft dat. Je zegt toch bij een schilderij van Magritte ook niet dat 'het niet te volgen is'. Je verwijt Lucebert geen 'gebrek aan samenhang'? Er bestaan andere samenhangen dan plotlijnen en causaliteiten. Zou er dan op Brakmans boeken niet 'roman' moeten staan? Andersom eerder, lijkt me. Geerten Meijsing heeft vastgesteld dat de roman als genre alle andere literaire genres heeft opgeslokt. Zeer waar. Bovendien blijkt Brakman in een eeuwenoude traditie te staan. Dat laatste leer ik uit de bachelorscriptie van de Neerlandica Annemieke Houben, getiteld: 'Van 't een op 't aer, soo word men niet dol', contextualisering van de onsamenhangendheid in het genre 'Van de os op de ezel'. Met dat uit het 16de eeuwse Frankrijk afkomstige genre - tegenwoordig zou je zeggen het 'hak op de tak-genre' - heeft de Neerlandistiek nooit veel raad geweten. 

 Toch was het in onze 16de en 17de eeuw vrij bekend. Schijnbare ongerijmdheid is het kenmerk, het ontbreken van een verhaallijn. Wat je leest zijn 'losse flarden gesprek, handelingen en spreekwoorden'. En 'doordat de fragmenten achter elkaar geplakt zijn wordt echter de suggestie van een doorlopend verhaal gewekt.' Over hoe die fragmenten met elkaar verband houden valt veel te zeggen. Associatieketens waren er nog niet, maar het woordje 'absurd' duikt al in 1549 in Frankrijk op. In vrijwel dezelfde betekenis als nu. Wat is sindsdien veranderd? Ik denk dat 'van de os op de ezel' zich - tegen de draad in - blijft emanciperen. In poëzie en in proza. .

Abma (1)
buiten mededinging (2)
Abma (3)
buiten mededinging (1)
Abma (2)

Mug (slot)

 Op 7 juli raakte de redactie de Boekensite (Nadja Cohen en Annemieke Houben) opeens geweldig geïnteresseerd in het boek als gebruiksvoorwerp. Meer precies als slagwapen. Er waren visioenen van bladzijden met bloedvlekjes en de restjes van een mug of een mier, een wespenvleugel op een omslag. En vandaar in het boek als gebruiksvoorwerp.Kortweg, de mug als komkommer. Een prijsvraag dus.

 Sitebezoekers stuurden foto's en beschrijvingen. Nu zijn de zwaluwen weg en de insecten komen. Maar de prijsvraag is gesloten. Winnaar werd Henk Abma, die uit Frankrijk berichtte over een Aulapocket van de eens zeer bekende psycholoog F.J.J. Buytendijk. Hij schreef: "Het boek 'De vrouw' opent met de regel: 'Het uitgangspunt van deze studie is geweest, dat de vrouw een mens is.' Ik heb het binnenwerk daarom verwijderd en in de fluwelen ruimte een reproductie van Gustav-Adolf Mossa (Nice 1883-1971) geplaatst. De titel van het schilderij is: She (1905)."Hij wint een boekenpakket (te gebruiken naar eigen inzicht). Hierbij ook de inzendingen van de redactrices zelf, die zich Stendhals 'Chartreuse van Parma' aantrokken. Buiten mededinging vanzelfsprekend.

Torentjes (3)

 Nora Schadee, die in het Haagse Statenkwartier opgroeide, heeft een groot aantal zinloze maar daardoor des te mooiere torentjes in het hoofd, maar noemt ook de Rotterdamse Heemraadssingel, waar er een stuk of vier zijn: 'zo klein dat je er nog niet eens een torenkamertje van kan maken (zoals Addy in de Couperus' Kleine Zielen aan de Kerkhoflaan heeft). Het enige wat in zo'n torenkamertje kan wonen is de geest van een heel dun meisje. De torentjes zijn voor mij alleen leuk als ze op of in een echt woonhuis zitten.'

 Gerrit Jan Kleinrensink schrijft: "Veel huizen met zo'n torentje hebben ook één of meer blinde vensters, maar de regel 'waar een blind venster, daar een torentje' geldt veel minder." Kleinrensink verzamelde eens foto's van blinde vensters, en gaat ernaar op zoek in zijn ongearchiveerde dozen.En dan de vraag wat doe je in zo'n torentje. Annemieke Houben: 'Jaren geleden heb ik ze mij allemaal al gedachtelijk toegeeigend, omdat er toch nooit iemand in lijkt te zitten. (Nog nooit in mijn leven heb ik iemand in een torentje gezien.) Ik zou er altijd (áltijd) in lezen. Geen komen of weggaan in die torentjes (hoofden stoten, trappen afvallen, hortende luiken), nee; ik zou het torentje bestegen hebben zonder er erg in te hebben, er zouden zuiver leesmijmeringen zijn, met fauteuil en witte jurk en uitzicht opnemend via mijn oren.'

 Arjen Lubach: 'Hierbij het torentje in Amsterdam waar ik de afgelopen jaren op uitkeek, terwijl ik schreef aan mijn debuutroman. (Het boek heet: ‘Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend’ en verschijnt bij Meulenhoff in augustus). 'Mijn volgende boek hoop ik IN een torentje te voltooien, maar vooralsnog denk ik dat ik genoegen moet nemen met het uitzicht.'

Pagina's