Gerard Reve en het volk

 Gerard had een hekel aan intellectuelen, zoals zijn gelee­rde broer Karel of de com­munisten die bij zijn ouders over huis kwamen en die hoog opgaven over het volk. Hij zou niets nalaten om ze te treit­eren met politiek incorrecte grappen. 

 Zoals over negers die maar op de tjoe­kie tjoeke stoom­boot terug moesten naar takki-takki oerwoud.

 Het volk was heilig bij communisten en intellectuelen. En dus moest je 'de wijken in, je oor te luiste­ren leggen'. Wat hij zelf trouwens wel degelijk deed, in Schiedam, in Weert, in Veenendaal praatte hij veel met de gewone man.

 Eigenlijk wilde hij ook geen omroeptaxi naar Hilversum voor de opnamen van De Avonden, maar toen hij een keer in de trein tussen demonstranten terecht was gekomen die op weg waren naar het Binnenhof gaf hij toe.

 De chauffeurs werden in Schiedam wel altijd mee naar boven genood en kregen g­esignee­rde boeken mee. Zei de man dan dat hij geen boeken las dan kreeg hij ze toch 'Je kan ze altijd nog cadeau geven.'

 Zijn laatste vriend was ook een volksjongen. Hij vertelde mij vol trots dat Joop niets moest hebben van wat hij noemde 'goddienst, wijsgeerde en troep'. Gerards omgang met Joop was een schop onder de gordel van de intellectuelen.

 Toch bewonderde hij Rudy Kousbroek 'omdat hij zoveel wist', het was kortom 'heel dubbel'.

Tags: 

Wijken

 Engeland heeft zich verstrikt in de wil van het volk. Ernstige, ervaren mensen als Michael Heseltine waarschuwen dat Brexit een stommiteit is waar generaties nog last van zullen krijgen. Maar alweer gaan er stemmen op voor een nieuw referendum.

 Terwijl ieder verstandig mens weet dat je referenda alleen moet houden over simpele kwesties waarover 'het volk' een mening kan hebben die hout snijdt. En die niet geleid wordt door goedkope patriottische sentimenten.

 Helaas de 500 pagina's van het onderhandelingsakkoord met de EU zijn niet eenvoudig. Wat is verstandig? Wat zou de volkswil nog kunnen bijdragen?

 Het referendum, de doodlopende steeg waarin de democratie terecht komt als het populisme z'n zin krijgt. Opgejut door volksmenners als Boris Johnson die er garen bij spinnen.

 En ik raadpleeg Gerard Reve:

 'Ze willen dat ik schrijf/ voor de vooruitgang./ Maar ik kan niet schrijven zoals zij,/ al stam ik van hen af./ Ik moet de wijken van het volk in/ en mijn oor te luisteren leggen:/ zo hoor je nog eens wat./ Wat wil het volk?/ Niet veel goeds, dat is zeker./ Dus ga ik de straat op,/ met mijn eigen vaandel/ Waarop geschreven staat:/ Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!/ Lang leve de dood!'

Dromen

 In gedichten komen nog wel eens dromen voor, verder lees je ze zelden meer. Ik droom vrijwel elke nacht, altijd langs de zelfde lij­nen. Zoals Gerard Reve het een keer noteerde uit de mond van een jongen die droomde van een huis dat ook weer geen huis was in een stad die ook weer geen stad was etc..

 Waar zou die passage staan?

 Bij mij is het stramien eenvoudiger en altijd eender. Ik moet iets oplossen dat ononplosbaar is. Zoals een adres vinden in Rotterdam dat ook weer niet Rotterdam is. In een buurt die ontstaat terwijl ik zoekend de ene na de andere straat in rijd, me verstrikkend in een opgebroken omgeving.

 Er is altijd haast bij. Er moet iets worden opgelost en het is mijn verantwoor­delijkheid.

 Met romans lezen overdag vergaat het me vaak net zo. Ik begin te lezen, maar val al lezend in slaap. Dat geeft niet want ik lees in mijn slaap gewoon door, zij het dat het boek gaandeweg verandert. Maar terwijl ik doorlees bedenk ik dan vaak 'dit kan nooit', Nescio is nooit in Amerika geweest en ik was daar ook niet bij.

 Soms denk ik in zo‘n droom: 'Ik droom dit dan misschien, maar zo is het boek wel beter'.

Tags: 

Klein gebrek geen bezwaar

 Wim Brands, die het best wist, had er plezier in mij in gezelschap te jennen met mijn doofheid. Ik verstond hem in een vergadering soms niet en dan riep hij 'versta je me nou? zie je hij verstaat me niet!'. In triomf want ik was zijn chef.

 Mijn onaangename vader was de eerste die zei 'je wordt doof, daar moet je wat aan laten doen'. Het hinderde hem./ Of ik er last van had interesseerde hem niet. Doofheid kan op weinig mededogen reken­en.

 Hoorapparaten zijn ondingen omdat het microfoontje achter het oor veel te ver van de sprekers vandaan is. Er komt allerlei vertroebelend geluid tussen de spreker en mij.

 Als je slechthorend bent moet je de mensen vragen te articuleren, maar dan gaan ze vaak tegen je loeien en dat helpt niet. Bovendien vergeten ze het na vijf minuten weer. Ik ga daarom zo dicht mogelijk bij sprekers staan, als het kan. Vergaderingen mijd ik. Ik heb zeer veel bijenkomsten met sprekers en voordrachten uitgezeten zonder iets te verstaan. Dan ga je naar achterhoofden en gezichten kijken of je laat je gedachten gaan. Mijn doofheid brengt ook een vervorming van het geluid mee, zodat ik muziek slecht kan volgen.

 Het is in mijn hoofd niet stil, integendeel, de buitenwereld komt heel gevarieerd binnen. Het hoge register, zwaluwen en merels doet het goed, het bouwen van stellingen en sirenes ook. Eigentijdse Hollandse brabbelspraak op radio of tv is nauwelijks te volgen. Ik zet de Belgen aan.

 Bij ons thuis in Zutphen kroop ik als vijfjarige onder het buffet (zoals een dressoir bij ons thuis heette) als de tante langskwam met haar 'koperen luistertrompet' zoals  Gerard Reve hem omschreef. Wij spraken ook over de ovalen plaatjes achterop de fietsspatborden van vroeger met SH erop. 'Ja, dat was ook mooi!'

Andere tijd

 Kleine Geschiedenis. Gisteren, bij de presentatie van het jubileumboek van het studentengezelschap 'Baart' waar ik toe behoorde bleek dat de sleutel tot wat de leden rond 1970 hadden geschreven.

 De woordkeus, wat ons bezighield, heel de tijdgeest komt bij lezing levendig terug. Ondertitel: 'Hoe zestien Amsterdamse studenten vanaf 1963 wel even de media zouden veroveren'.

 En, ze schreven. Alles werd overhoop gehaald in krantjes als Hitweek, Propria Cures en het eigen blaadje Bikkelacht. Zo namen er een paar deel aan een linkse groepsreis naar Cuba, werden er twee maar liefst drie weken opgesloten voor hun blaadje met een pornofoto van Beatrix en maakten ze een tentoonstelling over de jaren '50, om de voorbije tijd van hun jeugd te gedenken, waar zelfs Harry Mulisch en Louis Lehmann kwamen kijken.

 Gerard Reve was beschermheer omdat ie ze wel leuke jongens vond. We mochten bijeenkomen in z'n huisje in de Rozendwarsstraat toen ie zelf al in Greonterp woonde.

 De Amsterdam University Press geeft het boek uit.

Tags: 

Rudy en Gerard (2)

 Waarom schreven Rudy Kousbroek en Gerard Reve elkaar brieven? Rudy's aandeel is er. Van dat van Gerard nog maar gedeelten. Bijna iedereen, man of vrouw, werd verliefd op Gerard. Het is ook tussen Rudy en hem een liefdesgeschiedenis, anders kan ik het niet verklaren.

 Rudy bewonderde in Gerard vooral de romanschrijver die hij zelf niet was, al deed hij veel pogingen. Hij bekende me eens dat hij over de Japanse bezetting de roman 'The enemy' schreef die door Amerikaanse uitgevers werd geweigerd. Het leek wat op Ballards 'Empire of the sun', waarin een Engels jongetje in Shanghai de Japanse bezetters bewondert, zoals Rudy dat deed op Sumatra.

 Wat Rudy tegenstond was Gerards bekering tot het katholicisme. Hij ziet denk ik niet hoe bij Gerard geloof en literatuur een geheel vormen en gaat er met de traditionele argumenten tegenin. Vroeg of laat zou volgens Rudy het mysterie, het wereldraadsel wel door de wetenschap worden opgelost.

 Toch was Rudy, in Reviaanse termen, wel degelijk 'katholiek'. Zijn irrationele dierenliefde getuigt daarvan en zijn karper die zich liet liefkozen was in Gerards termen zeker een 'katholiek dier'.

 Veelzeggend is dan Rudy's brief van 11 februari 1979, in de tijd dat Reve psychotherapie onderging bij Jan Groothuyse. Waarom? 'Ik zou zo met je willen ruilen, jij mijn gevoelens en ik de jouwe. Zo lijkt het mij tenminste, maar mijn gevoel voor eigenwaarde is op zijn laagst en ik weet eigenlijk niet met wie ik zou willen ruilen.' 

Rudy en Gerard (1)

 De brieven van Rudy Kousbroek aan Gerard Reve zijn er, Gerards aandeel in de briefwisseling is bij Joop en komt nog wel. Rudy was een bewonderaar. Hij vond Bezorgde Ouders Gerards mooiste boek.

 Ik heb veel radioprogr­amma's met ze gemaakt. Rudy deed onder meer mee met Music-Hall en zijn deel­name aan de lange afsluiting van de serie over Phil­ips-Holland Indië was memorabel. Met Gerard nam ik De Avonden op, en een keus uit zijn gedichten met toeli­chting.

 Rudy en ik kregen het over 2CV's, R4's en sloperijen. Toen ik eens moest bekennen dat ik een nieuwe kleine Peugeot had gekocht zei hij 'laten we afspreken dat jij altijd in een 2CV rijdt.

 Ons eerste contact ging over de Zingende Honden. Hij had geschreven over de diepe ontroering die hem beving. Ik kende Don Charles and his Singing Dogs en stuurde hem een kopie van het epeetje. Daarbij moest ik uitleggen hoe Charles een verzameling hondenblafjes op verschillende toonhoogten had vastgelegd op geluidsband en aan elkaar geplakt, waarna hij een orkestje het resultaat had laten begeleiden. Dan hoorde je Oh Susannah gezongen door een hondenkoor. Weer schoten Rudy de tranen in de ogen. Die combinatie van techniek en emotie was hem ten voeten uit. 

 Het zelfde gebeurde toen hij mij zijn katapult, gemaakt van een Bahco, demonstreerde. We schoten ermee op bomen in zijn Leidse tuin. En raak. Goeie katapult.

 Toen Gerard eens tijdens een nachtelijke wandeling in Frankrijk pesterig vroeg 'waarom zingen de vogels zo mooi, denk je?' en Rudy de vogelzang haarfijn uitlegde zei Gerard 'Welnee, om zijn Schepper te loven natuurlijk'. 

 ps. Dit laatste uit het hoofd, waar stond het ook weer? ps2. Het gesprek wordt vermeld in een brief aan Rudy, opgenomen in 'Zondagmorgen, zonder zorgen' en in ''Het boek van Violet en Dood'. 

Reve en foto's

 'Ja met mij, niks bijzonders hoor. Gooi je niet in de zenuwen om iets, het leven is toch prachtig. Nou dag.'

 Deze op het antwoordapparaat ingesproken boodschap van Gerard Reve vat het goed samen. Je kon gewoon met hem praten. En dat deden we telefonisch veel als hij in Frankrijk aan zijn landgoed bouwde ('Ja die deur is gekomen, maar er is iets raars, hij zit onderstebov­en'). Joop sprak geen Frans en kwam niet mee, dus hij zat 's avonds alleen.

 Ik kreeg de uitgave van het Rijks 'Between Ad and Allegory: marketing Portraits of Gerard Reve'. Een studie van Hinde Haest over het kunstenaarsportret door de eeuwen heen, speciaal dat van Gerard. Rembrandt was de eerste die zich als de kunstenaar in zijn atelier afbeeldde. Als visitekaartje, een demonstratie van zijn kunnen. De schilder was niet langer ambachtsman. De geboorte van de kunstenaar als creatief individu.

 De foto bracht de 'cartomanie'. Fans konden ansichten van Baudelaire en Hugo kopen. Gerard had het goed in de gaten: 'We hebben een winkel.' Liet zich fotograferen met attributen uit z'n werk, het wijnglas, Mariabeeldjes, teddyberen. Op brieven maakte hij expres afdrukken van de voet van zijn wijnglas en schreef erbij 'Dan is het meer waard als je het aan Johan B.W. (Polak) verkoopt'. De eeuwige vraag 'meent ie het nou' wordt in de foto's niet beantwoord. Integendeel. Mij zei hij: 'Als ik een voorstelling geef doe ik het goed.'

Tags: 

Spijker

 Een timmerman, die daar ook gedichten over schrijft, dat is de Amerikaan Mark Turpin. Zijn bundel heet Hammer (2003, sindsdien geen nieuwe). In wat ik van hem ken, uit de vertalingen van Mischa Andriessen in Tijdschrift Terras rijst al vlug de kromgeslagen spijker op.

 En daaruit Gerard Reve, die net als ik krathout ging halen op de Oudeschans, in de pakhuiskelder van de firma Granaat. Hij timmerde er de 'britsen' van die je in Bezorgde ouders vindt, ik deed in die tijd het zelfde voor mijn bed op zolder op Kattenburg. Simpel: vier kisten en daaroverheen een plaat gaatjesboard met schuimplastic. Gerard woonde tegenover Artis, ook vlakbij.

 Die kratten waren verpakking geweest, er zat nog houtwol in. Zeer ruw hout vol splinters, met metalen banden erom.

 Buiten op de stoep voor onze huizen zaten hij en ik kromme spijkers recht te slaan. We hebben het er later nog over gehad. Ik zal er Teigetje naar vragen als ik hem weer zie. Gedichten kwamen er niet van. Zoals Turpins 'De kist':

 'Als ik ingeslagen spijkers zie, denk ik aan de hamer en de hand/ zijn humeur, het weer, de tijd van het jaar, wat hij meebracht/ voor de lunch, hoe het huis, de buurt was/ opgebouwd. Zag hij vandaar een andere baan?

 En waar was het hout opgeslagen, in welke kast/ stonden de spijkerbakken, waar vouwde de baas/ zijn plannen uit, welke kamer was gekozen voor de lunch? En waar/ kwam de zon het eerst op  Welke muur ving de wind?

 Wat was het beeld in zijn hoofd als de hamer/ de spijker raakte? Een gesprek? Nog een grap, een sigaret/ of vrijdag, dronken worden, een meisje, zijn vrouw, zijn jongste/ kind of een bijbaan die hij overwoog om rond te komen?

 Misschien verbeeldde hij alleen de spijker/ de fijne werveling in het midden van de kop en hief hij/ de hamer en bracht die neer met woede en met kunde/ en verzonk hem met maar een klap.

 

 (...)

Geloof

 Nogeens Maria. Altijd aan voorbijgelopen uit afkeer van de zoetelijkheid van moeder en kind. Op kindfoto's met moeder probeer ik altijd me los te rukken, mijn eigen weg te gaan. Het kruis wacht, zegt het verhaal.

 Hoe kon een bescheiden bijrol in het Bijbelverhaal - ze komt 49 keer eventjes voor - uitgroeien tot de draagster van het katholieke geloof?

 Het verhaal waarin God als verteller, onbereikbaar boven alles zweeft en Christus de bovenmenselijke held is. Die net als Socrates sterft voor zijn gelijk. Maar dan die moeder. Ze was na 1500 even weg, het brave meisje met haar moeder en vele halfzussen, maar in de bigotte 19de eeuw keerde ze glorieus terug. Jongens kregen als tweede voornaam Maria, geen muziekkorps van mijnwerkers ging voorbij zonder vaandel met de beschermvrouwe erop. De moedercultus zit er in het Zuiden des lands diep in.

 Het zou mooi geweest zijn als Maria behalve oppassende moeder ook meer geweest was in de kerkelijke hiërarchie. Maar de kerk blijft een mannenbastion, celibaat en al. Vrouwen mogen kinderen baren en de kerk stofzuigen. Het duo Venus en de kleine Amor hebben waarschijnlijk model gestaan voor Maria en haar zoontje.. Maar ach.. 

 Gerard Reve heeft me met zijn Mariaverering zelfs nog naar Kevelaer gejaagd. en in Scherpenheuvel zal ik altijd een kaarsje branden voor de madonna, al heb ik mijn auto daar nooit laten zegenen door de priesterploeg die alle dagen klaarstaat.

 Het heeft lang geduurd voor ik dat durfde, ik ben immers niet katholiek en het zou schijnheilig zijn. Waarom dan toch? Ik geloof in geloof. In kathedralen met flakkerende vlammetjes. In kitsch. En een lieve moeder had ik ook. De rest is bijzaak.

 Ps. Een half pond Mariakaakjes in de week, voor ons ongelovige gezin met drie kinderen, dat was het.

Tags: 

Pagina's