Bohumil Hrabal

 Bij Pegasus verschenen zeven brieven die Bohumil Hrabal in de jaren '70 schreef aan zijn vriend, de musicus Karel Marysko (1915-1988), vertaald door zijn Nederlandse schutsengel Kees Mercks. Grote drinkers, allebei.

'Beste Karel,

En omdat het verleden dreigend is en de toekomst eeuwig bekend, rest ons het heden dat niet bestaat en heb ik door te praten de uiterste drempel van de stilte bereikt, en nu komt het me voor dat we jarig zijn geweest, maar ik weet niet of we elkaar hier nu mee moeten feliciteren of condoleren. Het komt me soms voor dat me eigenlijk alles alleen maar is voorgekomen, en dan voel ik absoluut geen lust meer om nog meer teksten te stamelen en dan heb ik ook absoluut geen lust meer mijn best te doen om na te denken over dingen die in categorieën besloten liggen die tot dusver niet geboren zijn. Het komt me ook voor dat jij niet in Noorwegen bent, ook niet in Praag, en dat je eigenlijk al lang gestorven bent of zojuist geboren. (...)'

Een brief later gaat het over bier:

 '(...) Als ik een dochter had zou ik willen dat ze geboren werd uit het schuim van bier, net zoals Aphrodite op Cyprus geboren werd uit het schuim van de zee, dat ontstond toen het zilte element in beroering raakte door de val van het afgehakte geslacht dat de Olympische goden bij vader Kronos hadden afgehouwen. Maar ik ben geen halfgod, ik ben een mens, iemand die als hij een dochter had gehad haar tenminste in een badje met bier had gebaad (...)'

Tags: 

Berkel

 Berkel is de naam van een wereldwijd bekende fabriek in weeg-en snij­machines. In de literatuur alleen terug te vinden.. bij wie anders dan Bohumil Hrabal.

 De sierlijk gebaren waarmee de rechterhand van de slager de zwengel draait - dit speelt voor ze elektrisch worden aangedreven - en de linker de plakjes opvangt in tot op de gram afgepaste stapeltjes op een vetvrij papiertje - waren voor mij van­zelfsprekend tot ik deze passage bij Hrabal las. Waarin een zeer gezette vertegenwoordiger van de firma Berkel bij het Prager hotel 'De Gouden Stad Praag' een demonstratie geeft waarbij hij als jongste bediende ademloos toekijkt:

 '...en daar stond me een prachtig rood toestel, een platrond, glanzend snijblad dat op een as ronddraaide en aan het einde van die as zat een zwengel met een handgreep en verder was er nog een draaiknop... en die dikzak glimlachte nu geheel verzaligd naar dit toestel en sprak, welaan dan, de grootste firma ter wereld is de katholieke kerk, die handelt ergens in wat nog nooit iemand heeft gezien of aangeraakt en wat niemand zolang deze wereld deze wereld is, is tegengekomen...'

 Dan noemt hij als tweede ter wereld de firma International van de kasregisters en als derde op de wereldlijst komt Berkel. En zijn demonstratie, waarbij blijkt dat de machine van Berkel per ons zeven en een halve gram bespaart. Zodat de Berkel op een weekverbruik van tien kilo Hongaarse salami driekwart worst overhoudt. Zo staat het in 'Ik heb de koning van Engeland bediend'. 't Is waar, Berkel benadert de Roomse kerk.

 ps. De mooiste slageres die ik ooit zag werkte in Vinaroz, Spanje. Mannen kwamen alle dagen van heinde en ver om haar gespierde blote armen te zien hakken en snijden.  

Tags: 

En toen?

 Je vertelt een verhaal. En tegen het eind merk je aan de gezichten van de toehoorders dat de aandacht verslapt, dat ze iets missen: een 'pointe'. Zodat er een stilte valt, waarna iemand zegt 'en toen?'

 Terwijl je toch zeker weet, dit moét ik vertellen. Zoals Bohumil Hrabal in 'Ik heb de koning van Engeland bediend' niet kan ophouden over de handelsreizigers die hun vuile  onderbroeken uit de wc-raampjes van het badhuis gooien, tegenover het huisje van zijn grootmoeder, bij wie hij logeert, aan de watermolen:

 'En oma was dan zo handig om ze met een haak in hun vlucht op te vangen nog voordat ze in de diepte op de natte en blinkende schoepen vielen (...), maar niettemin verheugde ze zich steeds op elke dag en met name op de donderdag en vrijdag wanneer de reizigers van overhemd en onderbroek wisselden, en omdat ze geld verdienden kochten ze nieuwe sokken en onderbroeken en overhemden en gooiden ze de oude uit het raam van het Karelsbadhuis naar beneden, waar oma op ze loerde met haar haak. En dat goed waste ze dan en verstelde ze en vouwde ze netjes op en legde het in de keukenkast, en daarna trok ze ermee de bouwplaatsen langs en verkocht het aan metselaars en knechts, en zo kon ze daar bescheiden maar goed genoeg van leven om voor mij elke dag verse puntbroodjes te kunnen kopen en melk voor koffie verkeerd...'.

 Zo - je merkt, hij kan niet ophouden - en nog veel uitvoeriger, staat het verhaal in dat prachtige, oeverloze boek dat ook verfilmd is (2006). Maar deze scene is erin weggelaten, als ik raden mag vanwege een dreigend 'en toen'. (vertaling Kees Mercks) 

Tags: 

De bloedmooie Julinka

 Het Boekenweekgeschenk - thema reizen - wordt komend jaar niet geschreven door Bohumil Hrabal. Waarom niet? Gerard Reve zou zeggen: 'Te goed, mag niet meer gemaakt worden.'

 Pegasus bracht zijn 'Legende over de bloedmooie Julinka' uit 1968 opnieuw uit, in een oplage van 200. Ik bezit nummer 124. Waarin Julinka ons vertelt:

 'Ik heb mijn intrek in het Palace Hotel genomen. Tegen middernacht, nauwelijks lig ik in bed, stel ik vast dat er boven de toegang naar de badkamer een elektrische klok tikt. Ik, Julinka Krim, die niet eens tegen het tikken van een polshorloge kan en zo'n horloge dan altijd met een sjaal omwond en vervolgens in een koffertje wegborg, en dat koffertje met de tikkende tijd sloot ik dan in een kast op...'.

 En, wat doet Julinka Krim? Ze haalt een veter uit haar rijglaarsje en strikt de grote en de kleine wijzer met een strop aan elkaar vast. De tijd geeft zich gewonnen: 'het jammerde in de klok, reutelde en daarna werd het stil.' 

 En dan zeg ik nog niets over de stalknecht, met z'n bloed­mooie mannenbenen, die ze zo leuk vindt dat ze hem meteen op zijn falie wil slaan, want zo is ze. Als ze in haar Galaxy 500 rijdt 'wordt zelfs het saaiste landschap bloedmooi, elk landschap wordt bloedmooi door mij en ik word nog bloedmooier door het bloedmooie landschap.'

Tags: 
aardlagen..
Simon met glossies

Hans Jürgen Simon (1)

 Oude kranten, daar gaat het over bij Simon (1940). Vanaf morgen is zijn werk - sinds 1991 uitsluitend bestaand uit de materie bedrukt papier, vooral krant - te zien in Galerie 59 in Amsterdam.

 De oude krant werd de kunst binnengebracht door de kubisten, kort na 1900 maakten Picasso en Braque collages met krantensnippers, later de Dadaisten en Schwitters.
Waarom eigenlijk?
Ik vermoed dat het raadsel van de krant ze aantrok. Het heilige avondblad van je vader. En dan, hoe een krant een dag later al z'n waarde verliest, en een oude krant wordt, niets erger dan dat. In die tijd veegde je je gat ermee af. 
Als kind kun je niet begrijpen hoe zoiets waardevols - beslissend, van levensbelang - na een dag opeens waardeloos kan zijn. 
Hans Jürgen Simon laat zien hoe de oude krant, als puur voorwerp een nieuw leven kan beginnen. Zijn stapels en bundels krantenpapier worden gerimpelde aardlagen, geplooide korsten. Hier en daar is nog het restant van een woord of zin te lezen, meer niet.

 Oud papier is ook de voornaamste grondstof voor nieuw papier.
Oud papier is mooi.
Dat wist Bohumil Hrabal, die jarenlang in een kelder in Praag door de communisten werd tewerkgesteld om onwelgevallige boeken en tijdschriften te vernietigen. Lees zijn 'Al te luide eenzaamheid'.
Hij laat zijn hoofdfiguur eindigen in een samengeperste baal oud papier. 

 Morgen, in de Weekendeditie van de Avonden meer.
 

Bohumil Hrabal
hotel De Gouden Stad Praag
de piccolo uit 'I served the king of England'

Bohumil Hrabal weer verfilmd

Hij viel op 3 februari 1997 in een Praags ziekenhuis uit het raam, bij het voeren van duiven. Onduidelijk is of hij sprong of viel. Onder de communisten werkte hij eerst in een ijzergieterij waar hij een ernstig ongeluk kreeg. Daarna (1954) in een oudpapierdepot waar de wereldliteratuur tot balen oudpapier werd geperst. Lees daarover 'Al te luide eenzaamheid' (1976).

Opeens is er weer een boek van mijn held verfilmd. De Tjechische schrijver Hrabal werd geboren in 1914 in Brno. Zijn 'Zwaarbewaakte treinen' werd verfilmd door Jiri Menzel en kreeg een Oscar in 1967. En nu is er 'Ik heb de koning van Engeland bediend' (1982) weer door Menzel. Hoe de film is weet ik morgen. Nu het boek op schoot. Het prachtige droef-vrolijke verhaal begint met de eerste schreden van van de piccolo Jan in het onduidelijke hotel De Gouden Stad Praag. Zo'n hotel waar altijd geld is en alles kan. Eerste onderkop 'Glazen grenadine', eerste zin: 'Let op wat ik u nu ga zeggen'. En zo beginnen ook alle hoofdstukken.En dan heel veel meer hotels, mooie meisjes, drank en sterke verhalen. Als je niet van dat soort boeken houdt, ga niet naar de film. Misschien had mevrouw Linssen van NRC-Handelsblad ook beter thuis kunnen blijven. Die ergert zich vanavond aan de 'eendimensionaliteit van de karakters', vooral die van de vrouwen: 'Hop daar gaat er weer eentje uit de kleren, terwijl de hele wereld sensueel om het liefdesbed dwarrelt'. De buitenlandse recensies zijn heel lovend. En opeens herinner ik me de onderbroeken. De onderbroeken van de zwarte zakenlieden, die ze gewoon uit het raam gooiden als ze vuil waren. Geld genoeg. Je hoefde ze als piccolo maar op te pikken en te wassen en je kon ze zo doorverkopen. Waar staan ze? Ik blader. Hoe het personeel leeft van de bijverdiensten rond zo'n hotel, de kliekjes, al wat aan de strijkstok blijft hangen, daar gaat het over.Verdomd, de onderbroeken, op pagina 42. En morgen de film.Lees ook het stuk van Oliver Kerkdijk in de VPRO-gids van deze week.

Tags: