Afloop

 Veel eindigt voorgoed in deze jaren. Daarover gaat Oostende 1936, Sommer der Freundschaft. Emigreren of sterven. De Oostenrijkse, joodse vrienden Stefan Zweig (1881-1942) en Joseph Roth (1894-1939) zien elkaar nog een keer, in Parijs, in 1938. Irmgard Keun heeft Roth dan al verlaten.

 Hij was op het eind volkomen afhankelijk van haar, schrijft Volker Weidemann. Panisch jaloers, ze kon de deur niet uitgaan zonder dat zijn wantrouwen haar volgde. Ze ontsnapte aan deze fatale omstrengeling door met een Franse Marine-officier naar Nice te vluchten. Bijna twee jaar waren ze samen geweest. Hij meer dan tien jaar ouder. Allebei aan de drank. En Roth had gewonnen, Irmgard dronk en dronk en kon het weldra tegen de meesterdrinker opnemen. Daarbij bleef ze toch alert op mogelijkheden in de schrijverij en inkomsten voor hun beiden. Roth klampte zich aan haar vast met zijn laatste kracht.

 Nooit had ze zo van een man gehouden, schrijft ze later. 'Mijn huid heeft meteen 'ja' gezegd.'

 Het afscheid was kort. Ze vreesde uit medelijden samen met hem onder te gaan. Over hun laatste samenkomst: 'Het was zoals altijd. Het was het eind.' 

 Roth maakt namens zijn vriend, de Oostenrijkse troonopvolger Otto van Habsburg in 1938 nog een wanhoopsreis naar Wenen, waar de Anschluss voor de deur staat. Hij wordt niet toegelaten bij kanselier Schuschnigg. Het advies van diens assistent luidt: maak dat u het land uit komt, uw leven is in gevaar. Een dag later, 12 maart 1938 marcheren de Duitsers Oostenrijk binnen. In 1939 sterft Roth in Parijs na het bericht van de zelfmoord van zijn vriend Ernst Toller in New York. Zweig ontkomt naar Rio en pleegt daar zelfmoord na het voltooien van zijn meesterlijke Welt von Gestern. 

 Goed in deze dagen te lezen over mensen die werkelijk geen kant meer op kunnen. 

Oostende 1936

 Joseph Roth uit Lemberg (geboren in Brody)  kon nog beter vertellen dan schrijven. Bovendien, zei de ook uitgeweken Duitse schrijfster Irmgard Keun, die hem in 1936 in Oostende ontmoette en met wie hij anderhalf jaar optrok, 'dat ze eerder of later nooit een man had ontmoet met een zo grote seksuele aantrekkingskracht'.

 Het Café Flore waar emigranten als Egon Erwin Kisch en Roths vriend Stefan Zweig elkaar ontmoetten bestaat niet meer, evenmin als het Hotel de la Couronne waar ze bivakkeerden. Van het Oostende waar Duitse en Oostenrijkse schrijvers in de jaren '30 neerst­reken is door de geallieerde bombardementen van 1944 weinig over. Volker Weidemann beschrijft ze in 'Ostende, 1936, Somme der Freundschaft'.

 Zweig probeerde Roth van de drank af te houden, Keun was minsten zo'n ervaren drankkunstenaar als hij. Ervaren ook in de rechtvaardiging. Waarom drinken nodig was om te kunnen leven en schrijven. De wereld wegdrinken, daar kwam het op aan. Die was al te erg, zeker in die jaren. Dan pas kwam je aan schrijven toe.

 Roth was een eind heen. Zijn benen en voeten gezwollen, hij kon nauwelijks meer schoenen aan. Sinds jaren moest hij elke ochtend overgeven, soms urenlang. Hij at bijna niets.

 Ze hielden van elkaar in wederzijdse eenzaamheid. Irmgard 'houdt van zijn eenzaamheid en treurigheid en zijn wens haar altijd bij zich te hebben'. 's Nachts, als ze naast elkaar liggen woelt hij soms diep in haar haren als uit angst dat ze plotseling in het donker zou verdwijnen. En 's ochtends, als ze haar haren uit zijn handen bevrijd heeft houdt ze zijn hoofd vast als hij moet overgeven. Ze kent al zijn boeken. Hij van de hare geeneen. Later schreef ze over hun tijd samen het prachtige Kind aller Länder.