De onzichtbare Apollinaire

 Er niet zijn en toch alles doen. Vanmorgen stond ik in het donker op, douchte en kleedde me, at twee boterhammen. Trok mijn jas en handschoenen aan en vond de nog besneeuwde auto.

 Die ik naar de garage bracht voor een grote beurt en winterban­den. Over ijskorsten liep ik terug, ging zitten en nam Apollinaire ter hand omdat ik me deze zinnen herinnerd had uit zijn gedicht '4 U' (vier uur):

 'Niets te zeggen alles wat ik doe wordt gedaan door een onzichtbare

persoon

 Want met mijn jas dichtgeknoopt van top tot teen in het blauw een

met de hemel word ik onzichtbaar'

 Vrijwel zo verging het mij vanmorgen. Met het verschil dat het winter was, mijn jas zwart als de hemel en dat ik om zes uur was opgestaan.

De onzichtbaarheid heeft me niet verlaten. 

Wat ik doe wordt nog steeds gedaan door een onzichtbare persoon.

 ps. Uit ‘Het raam gaat open als een sinaasappel’, gekozen en vertaald dor Kiki Coumans

Gustave Flaubert (1821-1880) tekent
Guillaume Apollinaire (1880-1918) tekent
Raymond Queneau (1903-1976) tekent ''Het orkest''.

Schrijvers tekenen (1)

In het eerder aangeprezen Museum van Elsene in Brussel draait tot 1 februari ook de uitgebreide expositie 'Meer dan woorden, tekeningen van schrijvers'. Veel gekkigheid, veel seks.

 Vooral van beroemde Fransen als Baudelaire, Proust, Apollinaire, Hugo, Jarry en Maupassant. Want wat hier hangt komt uit de Abdij van Ardenne in Normandië, waar de collectie van het Franse Instituut 'Mémoires de l'édition comtemporaine' (Imec) is gevestigd. Fotograferen zal niemand je beletten, maar er is weinig licht en veel zit achter glas, zodat bijvoorbeeld de malle potloodschetsen van Marcel Proust er niet door komen.

 Schrijvers tekenen toch vooral in de marge van brieven, op briefkaarden, of ze maken de geintjes als ze even niet verder kunnen, die indruk maakt de verzameling. De handgeschreven tekst van Flaubert kan ik niet goed lezen, er wordt een spectacle in de Folies Bergères aangekondigd, maar welk? Wel zijn niet mis te verstane slotkreet: 'Zim boum boum, zim boum boum boum'. Bij Apollinaire luidt het 'Ce qu'on peut s'amuser avec les nombres astronomiques'. De vrolijke krabbelaars komen er in Elsene het beste af. Erg zijn hier en daar die met een (anti-clericale) boodschap als Mérimée of Eluard, of ernstige kunstzinnigen als Burroughs, Günter Grass of Cocteau