Brakmans trapmonument

 Een trap als monument. Willem schreef over trappen zoals hij over zoveel van het onopgemerkte schreef. Zijn monument dat gisteren onthuld werd voor de Enschedese Saxion Hogeschool is een trap, breed als in een theater. Marlene Dietr­ich zou hem kunnen afdalen, een hand aan de satij­nen jurk. Als de diva in Een weekend in Oostende.

 Terwijl het orkest speelde Ich bin von Kopf bis Fusz. Net wat voor Willem, liefhebber van schouwburgen en kijkdozen. Ik was er en dacht hij had dit ten zeerste goedgekeurd.

 Enschede, waar de Haagse jongen zo lang bedrijfsarts was. Een eerbiedwaardige plaats, niet ver van zijn oude woonhuis en het door hem Doodgezegde Park.

 Initiatiefnemer uitgever Paul Abels, samen met vormgever Martien Frijns en architect Marko Matic ontwierpen het. En vermeden al wat mis kan gaan bij zo'n ontwerp. En dat is veel. Geen oude ambachten, geen bronzen bril. Een gebruiksmonument dus, waar je op kunt zitten, staan. Dat je kunt bestijgen en afdalen. De studenten van de Universiteit Twente zullen er bij mooi weer hun kont komen warmen.

 De trap fragmenteert tree na tree een portret en een Brakman-tekst.

 De clan was er, en vrouw, zoon en dochter. Arjan Peters zei z'n tekst 'Naar boven met Willem Brakman.' Waarin oa. dit citaat: 'Alles beweegt, niets is zeker en niets staat stil.'

 En over Brakmans werk: 'Daar heerst de verbeelding, en die spreekt ons niet toe maar voert ons mee; totdat alles beweegt, niets zeker is en niets stilstaat. Geen ongevaarlijke les overigens, vooral wanneer u de trap bestijgt. Maar wie dat aandurft, prijst zich eenmaal boven gelukkig (...)'.

Tags: