Knalgetuigen

 'Een kreet is de ramp niet' is de titel van de nieuwe bundel essays van Tonnus Oosterhoff. Wat me onmiddellijk bracht naar een nooit verschenen boek dat ik 'De knalgetuige' had genoemd. In een politieverslag had ik gelezen over de twee soorten getuigen van ongevallen die ze daar onderscheidden: zij die werkelijk iets gezien hadden en zij die alleen de knal van een botsing hadden gehoord, waarna ze de ravage hadden waargenomen. 

 Toch konden ze tot in details beschrijven wat zich had voorgedaan, Die kwam van links en gaf geen voorrang en die ander.. etc.Tonnus Oosterhoff begint een essay met een beschrijving van de omgang met het hedendaags informatiebombardement:  'Was onze kennis van de wereld nog maar zoals die nooit geweest is: ordelijk, hiërarchisch. Vandaag de dag loopt het de spuigaten uit: sociale media en andere internetbronnen, ook tv, krant, boek en medemens storten zonder ophouden informatie in oog en oor. Interpreteren, filteren, een betrouwbare ordening aanbrengen, dat wordt aan de ontvanger overgelaten.'

 Kortom, iedereen weet alles en heeft overal verstand van. En dan begint wat men 'het debat' noemt. De Babylonische spraakverwarring van alledag, waarin elke spreker even veel gelijk heeft als de volgende.

 Waarna een beschouwing volgt van het collage-achtige gedicht N30 van Jeroen Mettes (1978-2006), dat 200 pagina's telt. Oosterhoff zegt: 'Het gigantische gedicht leest makkelijk weg, nergens krijg ik het gevoel dat de tekst de leessnelheid wil hinderen, integendeel! Ik herken talloze zinnen uit de wereld om me heen, bijna alle woorden, registers, toontjes, kleine afwijkingen in die toontjes; het ritme is, ik weet geen beter woord, lekker.'

 Zo wil ik lezen. Of doe ik dat al?

Tonnus Oosterhoff

 Op donderdag 23 april 2009 was ik in de bibliotheek van de Brusselse deelgemeente Elsene (Ixelles), waar Els Moors de dichters Tonnus Oosterhoff en K. Michel had uitgenodigd. Ik maakte deze foto.

 Met - zag ik opeens - Michel in de rol van Stan Laurel en Tonnus in die van Oliver Hardy. Ik liet ze de foto zien. Ze stemden in. Nu aan Tonnus Oosterhoff de P.C.Hooftprijs is toegekend (vermijd toch het woordje 'winnen', dichten is iets anders dan hardlopen) een eerste strofe:

 "Ik ben de dwerg van gemiddelde lengte.

Mijn weefgetouw wordt als ik droom groter. Ik droom:

'Als ik niet uit weven ga, dan zwaait er wat!'

De wereld is in het getouw,

ik zie de bodem doorgrond

en het naweven.

Maar word ik niet kleiner?

(...)" 

Op weg naar Elsene (2).

De omgang met woordenmensen blijft mooi maar lastig. Wie zich voortdurend afvraagt of wat hij aan het zeggen is wel verantwoord kan worden heeft kans te verdrinken in zenuwtrekjes en onbegrijpelijkheid.

Zouden krantenschrijvers zo zijn, de krant bleef erg leeg. Terwijl we toch alle vier, daar in Elsene, vonden dat er geschreven moest worden.
'Ware grootte' van Tonnus Oosterhof bevat deze strofe:

'Was schaatsen maar een woord als ik,
wat zou ik schaatsen op mijn podiumpje,
en wat zou ik de dames en weinige heren vervoeren.'

Els Moors had ons uitgenodigd eigen tekst te lezen en hield een exposé over het woordje 'ik' in het werk van haar drie genodigden.
Waar ging het over? vroeg ik achteraf.
'Eigenlijk over de liefde.'

Een aantekening bij een zeereis uit 'In een handpalm' van K.Michel:
'Ik moest de zee zien, ik moest de bewegingen van het schip kunnen relateren aan de horizon, anders begreep ik niet wat er met mijn lichaam gebeurde en werd ik ziek.'
En dan: 
'Grote woorden zijn ook schepen, zoek altijd het dek op.'

Eigenlijk kan het niet. Maar het gebeurt en blijft gebeuren. Nu weer in de Nederlandstalige bibliotheek van Elsene (Ixelles), even buiten de Naamse Poort in Brussel, afgelopen donderdag.

Op weg naar Elsene (1)

Morgenavond sta ik - als God het wil - op het podium in de bibliotheek van de Brusselse deelgemeente Elsene (Ixelles), waar Els Moors de dichters Tonnus Oosterhoff en K.Michel heeft uitgenodigd voor een voorstelling die ze 'Een nocturne, op weg naar Elsene' heeft gedoopt. Ik ben uitgenodigd als Alex Mol, om stukjes te lezen uit de bundel 'Is daar iemand' (1999). Michel publiceerde pas nog prozastukjes, 'In een handpalm' (2008) en Tonnus gedichten 'Ware grootte' (ook 2008).Wat heeft Els Moors in de zin? Hoe en waarom ze ons op een Brussels podium zet zullen we morgen ontdekken, al zijn er al wel aanwijzingen op haar weblog, over de aanloop naar Elsene. Ook zijn we intussen door haar op video gezet, welke gesprekken in de Bibliotheek van Elsene te zien zullen zijn.

Wat hebben de schrijfsels van deze drie Nederlanders in de ogen van Els met elkaar te maken? Ik lees in de bundel van Tonnus Oosterhoff. Een eerste strofe:

"Ik ben de dwerg van gemiddelde lengte.
Mijn weefgetouw wordt als ik droom groter. Ik droom:
'Als ik niet uit weven ga, dan zwaait er wat!'
De wereld is in het getouw,
ik zie de bodem doorgrond
en het naweven.
Maar word ik niet kleiner?"

(...)

Ik moet giechelen. Kan alleen maar denken 'ja, zo is het'.