Ongesigneerd

 Hans Heesen is directeur en suppoost van het Zutphense 'Museum voor ongesigneerde en vlooienmarktkunst'. Ik bezoek de site vaak. Hij is vol raadselen.

 Mensen schilderen. Zolang er doeken, stukken hout, kartonnetjes en verf zijn proberen ze vast te leggen wat om ze heen is, familie, stadsgezichten. Waarom? Niet omdat ze denken kunstenaar te zijn, al droomden ze dat misschien ooit. Het is hun manier van met de wereld omgaan.

 Nu heb ik zelf een onbestemd schilderijtje. Geërfd van de Antwerpse tante, die ik telkens zei 'wat is dat toch een leuk schilderijtje'.

 'Dat met dat roze wolkje?' Ze had het van de markt. Waar het vandaan kwam, geen idee.

 En nu hangt het bij mij, 25 bij 22 cm. Geen idee van maker, herkomst, jaar van vervaardiging. Ik schat zo'n 50 jaar oud.

 Het is de schilderende hand die ik erbij zie. Het raadselachtige samenspel tussen oog en hand, het uitspoelen van kwasten, het kijken en nogeens kijken, en dan nog een accent aanbrengen. Ik ken het. Van een oude schilder die dagelijks  zo werkte aan doeken die me aanspraken. Ik vroeg waarom hij niet exposeerde. Hij zei 'onvoldoende kwaliteit' en ging door. Hij leeft niet meer. Signeerde nooit. Zijn werk wacht bij mij op zolder, op Hans Heesen.

 ps. Vanaf 8 oktober is er een expositie van Heesens 'Museum' in het Atrium in Zutphen..

Tags: 

Tantes

 Het zal het seizoen zijn. Tantes gedijen in schemering. En het meest in de dagen voor kerst. Waar zijn ze gebleven? Tante Fré die voor haar dwergachtige vriend Lo steeds maar platen van Eartha Kitt opzette, terwijl ze een grote ossentong bereidde.

 In mijn jeugd traden tantes op als het levend bewijs dat de getrouwde staat en het gezin niet de enige manier van leven waren. Wie anders dan de tantes brachten licht in donkere dagen.

 In Zutphen, mijn tantestad bij uitstek, logeerde ik met kerst bij tante Karin, die onder de Drogenapstoren haar leven improviseerde in een groen fluwelen jurk. Ik was twaalf en sliep er op een grote lege zolder met als kruik een verhitte, geglazuurde steen. Tegen etenstijd keken we in de ijs- en provisiekast wat er was en besloten dat bami met cervelaatworst en een blikje soepgroente voldoende waren voor een kerstmaal. We vonden nog een potje zure augurken ook. Tante Karin zong voortdurend.

 De volgende ochtend bleken er nog boterhammen te zijn. Pietsje beschimmeld, maar dat snee je er af. Koffie was er. Nu nog kopjes. Die stonden overal in de kamer.

 'Welk kopje had jij gisteren.'

 Makkelijk, dat met lipstick was het hare. Ze leerde me tekenen. Ze tekende mij. Op kasten stonden overal opengeslagen fotoboeken tegen de muur. 's Middags vervolgden we ons kerstproject: met rollers de deuren knalrood schilderen. Maar tegen mijn druipers bleek niet op te rollen. Daar moest tante Karin vreselijk om lachen.

 ps. Avondlog gaat dagelijks door, maar zal niet meer op de Avonden-site te vinden zijn omdat de Avonden ophoudt. Makkelijk te vinden is is www.Avondlog.nl

Tags: 
het roze wolkje..

Roze wolkje

 Niet meer dan een paar minuten verdraag ik de begerige blikken waarmee televisie-aandacht wordt geconsumeerd in stij­gende of dalende hoop op rijkdom. Kunst of kitsch?

 Nu heb ik zelf een onbestemd schilderijtje. Geërfd van de Antwerpse tante, die ik telkens als ik het - boven het dres­soir - zag hangen in haar Middeleeuwse huisje aan de Par­a­dijss­traat zei 'wat is dat toch een leuk schilde­rijt­je'.

'Dat met dat roze wolkje?' Ik zei dat het wolkje (was het een wolkje?) me deed denken aan het fameuze roze wolkje op een vroege Mondriaan. Ze had het van de markt. Waar het vandaan kwam, geen idee.

En nu hangt het bij mij, in een minder donkere hoek. Omschrijving: het is 25 bij 22 cm groot. En bestaat uit een stukje beschilderd linnen. Het is gever­nist. Geen idee van maker, herkomst, jaar van vervaar­diging. Ik schat zo'n 50 jaar geleden geplakt op een stuk hout. Op de achterkant een etiket­je: 'Kunstinlijstingen Fr. De Leeuw, Wijngaardbrug 6, Tel. 335169 Antwerpen.'

'Als ik dood ben krijg jij het.' Voor het eerst van mijn leven stond ik in een testament. Op de achterkant staat een kloeke, onderstreepte letter W

Tags: 

Tante

 Vanmiddag in Antwerpen voor de nalatenschap van de tante die in mei stierf. Ze werd 87. Gelukkig in de Paradijsstraat, in haar eigen huis.

 Hoewel aangetrouwd belde ze me veel, vooral 's avonds laat. Tekenen kon ze, maar op haar best was ze met stoffen. En nu kreeg ik vanmiddag mijn erfstuk 'De bushalte' waarvoor ze een Tokkie-gezin in elkaar zette, Onslow-achtige vader, wulpse doch­ter en broeiend broertje met hond. Ze stonden op de kast.

 En nu staat het gezin opeens bij mij, ik kan ze in hun abri van De Lijn zo neerzetten als ik het wil. En zien hoe ze gemaakt zijn. Hoe de vaderbroek gemaakt is, op de heup met riem, de rode laarsjes, de met eindeloos geduld verzamelde stofjes en materialen.

 Als ik in Antwe­rpen kwam kreeg ik toelichting op nieuwe details. Alles moest kloppen. Toen ik eens vroeg hoe een keurige dame als zij - ongehuwd gebleven - erbij kwam zo'n sexy gezin uit te willen beelden bloosde ze en zei 'Ja, je ziet ze op straat, zo zijn ze hè..'.

Tags: 
..gemaakt uit stukjes vilt..

Paradijsstraat

 In de tweede helft van de jaren '60 stak de in Norwich docerende, van oorsprong Duitse schrijver W.G.Sebald vaak voor twee, drie dagen over naar België.

 In zijn roman Austerlitz wandelt de hoofdpersoon al op de eerste pagina door Antwerpen en - niet ver van het monumentale station naast de dierentuin - door de oude buurt, de Jeruz­alemstraat, de Nachtegaalstraat, de Pelikaanstra­at en de Paradijsstraat.

 Vannacht stierf mijn verre tante (87) die sinds jaar en dag het Middeleeuwse huis 'De koning Achab' op de hoek van de Katten­straat en de Paradijsstraat bewoonde. Ze tekende portretten die leken, maakte viltsculpturen en sneed poppen van Antwerpse figuren - hoeren met korte rokjes en streepkousen die ze zelf maakte. Haar bushalte met een wachtende, geheel aangeklede familie Flodder is een meester­werkje.

 Sebald liep hier langs. Misschien zag hij haar bezig.

Tags: