Twijfel

 Met een afgebroken studie op zak en geen geld van thuis meer, zocht ik een onderkomen. Het was 1966, ik schreef in krantjes en werd gelezen door Peter Flik, hoofd Jeugduitzendingen bij de V.P.R.O.. Hij redde me. 'Doe eens wat voor de radio,' zei hij. 'Iets leuks, daar mankeert het bij ons nogal aan.'

 Mijn sollicitatie gesprek met het hoofd van de radiodienst was kort. Hij knikte op alles, vroeg alleen nog bij de deur: 'O ja, heb je een geloof?' Ik aarzelde, en zei tenslotte naar waar­heid 'dat weet ik eigenlijk niet.' 'Ah,' zei hij, 'je twij­felt'.

 'Schot in de roos,' meende Peter toen ik verslag uitbracht. 'De Twijfel is de kern van het Vrijzinnig Protestantisme.'

 Bij de eerste landdag die ik meemaakte zongen koren en spraken vele dominees. En jawel, het woordje ' twijfel' keerde telkens terug. Peter begaf zich naar de telefooncentrale en zei tegen de dienstdoende dat hij dringend iets wilde laten omroepen in de zaal. En even later klonk daar: 'Telefoon voor de heer Twijfel’. Er werd gelachen. Dat kon daar dus ook.

 In de villa waar ik kwam te werken stonden overal merkwaardige lage bankjes met een kamerplant erop. Toen ik vroeg waar die toch vandaan kwamen vertelde Cor Galis, chef propaganda: 'Nog van het Zondagshalfuur voor de kinderen, van mevrouw Spel­berg.'

 Volgde het verhaal van de prinsesjes die met moeder uit Soestdijk kwamen gefietst om er bij te zijn, terwijl majesteit boven met de dominee theedronk.

 De laatste dominees werden vervangen door mensen die het allemaal veel beter wisten. De Twijfel verdween van de gever­niste ovalen vergadertafel. Er kwamen nieuwe stelligheden en zeker­heden. En nu is het geloof weer een beetje terug in de krant en op tv. Dat heb je met epidemieën, zoals eertijds de Pest. Het geloof vaart er wel bij. De twijfel ook.

Tags: 

De uitvinding van het mobieltje

 Gisteren werd ‘We waren erbij’ ofwel 'De eeuw van de radio' van Jan Westerhof gepresenteerd. Maar dit verhaal staat er niet in. Het speelde zich af, lang voor de uitvinding van de mobiele telefoon.

 We zaten op Scheveningen, Radiopionier Peter Flik en ik, jaren ’70. De radiowagen stond naast het Kurhaus. En Peter had op het strand, boven op een zandhoop een telefoontoestel laten zetten. Zonder snoer. Nu kwam het. Hij vroeg aan twee dames, duidelijke badgasten, waar ze vandaan kwamen. Ik stond terzijde met de microfoon, we waren live in de uitzending.

'Aus Wuppertal.'

'Schön,' zei Peter en wees op het telefoontoestel. 'Wollen sie nach Hause anrufen?'

 Verbazing bij de dames. 'Aber das geht doch nicht,'

'Aber doch! 'Versuchen sie es mal.'

 Voorzichtig pakte de ene de telefoon op. En jawel, een kiestoon.

'Wählen sie doch eine Nummer. Wissen sie eine?' 'Ja doch, meine Freundin.'

 Ze draaide een nummer in Duitsland. Op mijn koptelefoon hoorde ik het overgaan. Een vrouwenstem.

'Thilde, wo bist du denn?'

'Am strand, in Scheveningen'

'Am strand? Wo denn? Wie ist das möglich?'

 Klaterend gesprek. Op dat moment kwam een agent van de strandpolitie zich mengen in onze uitzending, niet merkend dat hij werd uitgezonden.

'Komt u maar es mee.'

 En daarna ontwikkelde zich het voorspelbare gesprek. Of we een vergunning hadden etc. We wezen op de radiowagen naast het Kurhaus. Ah.. Zo ging de uitvinding van het mobieltje.

Tags: