Volume

 De grote bek is al een tijdje een onderwerp. In de oude tijd, toen mijn tante Martha uit Verviers nog kon zeggen 'qui se fache a tort', was stemverheffing uit den boze. Nu is lawaai een wapen. Het Lagerhuis! En vergeet Nigel Farage niet.

 Het begon in de popmuziek. Omdat ik betrokken was bij opnamen leerde ik dat volume geld was. De platenindustrie kwam er achter dat op de radio, waar hits werden gemaakt en de single met net wat meer volume het won.

 Limiting, compressie, dat waren de toverwoorden. Alle geluid optrekken naar het hoogste niveau, mooi of niet. De elektrische gitaar kon opeens vooraan op het podium, zoals Eddy Christiani me uitlegde. Niet langer grotere klankkasten en dikkere snaren. Hij importeerde als eerste in 1940 een Gibson. Heel de oorlog lang was dat het enige exemplaar in Nederland. Veel uitgeleend. Hoor je een elektrische gitaar op een plaat uit '40-'45 dan is het die van Eddy.

 Ik sprak er Muddy Waters over, die vertelde hoe hij zijn gitaar met elementje voor het eerst achter in zijn radiotoes­tel plugde. Maar daarna kwam 'all that cat crying'. Hij hield er niet van, maar hij moest mee.

 Zelfs de stadsvogels van nu maken in de lente meer lawaai om gehoord te worden. En de hoorapparaten-industrie is booming business.

 Ach de onderwijzer die in een rumoerige klas gedempt ging praten, en waarachtig, het werd stil.

Blues

 De meidagen naderen, het verleden loeit aan. Vanmorgen beloofde ik te zullen opschrijven wat ik meemaakte met Tina Turner en Janis Joplin. Maar de eerste aan wie ik in het muziekverleden dacht was Mr. Martin.

 Martin van Olderen, de politieman die 's nachts bluesartiesten bij elkaar belde voor zijn jaarlijkse festivals in de Meervaart. Harry Muskee presenteerde, ik maakte radio.

 De bluesmannen voor wie Europa een vreemd continent was. Zong niet Sonny Boy 'I've been all over the world, to the Gulf of Mexico'. Een wereld die ophoudt bij de Golf van Mexico. Mr. Martin van de Nederlandse Blues en Boogie Organisatie was hun toeverlaat. Niet dat hij van blues hield, hij hield van snelle Boogie Woogie op de piano.

 Ze kwamen uit de States, uitgedost in feestpakken bedoeld voor dansende menigten en troffen zwijgende, devoot applaudisserende studenten in truien die op de vloeren bleven zitten. 'They'd rather sit down and listen than get op and dance,' zei Muddy Waters. Je voelde je niet goed, je had de blues.

 Verhalen. Big Joe Williams die zelf een negensnarige gitaar had geknutseld kwam volgens een van de sterke verhalen van Martin met kiespijn aan in Groningen. Mr. Martin vond, zei hij zelf, in het weekend een tandarts. Toen die Joe's mond had geopend zei hij: 'Maar die man heeft een kunstgebit.' Het werd gelijmd. Toen het weer zat moest Big Joe toch echt wat eten. Wat? Chicken. Zo zaten ze in een snackbar. Joe met een hele gebraden kip voor z'n neus. Toen Martin even niet oplette was het bord schoon leeg. Met botten en al had Joe de kip opgegeten. Dat was hij zo gewend. 'En toen naar de hoeren,' zei Martin me, 'hij wou alleen de dikste.' Wat er van Martins verhalen klopte wist je nooit. Volgens blueskenner Guido van RIjn, die Martin meemaakte, zijn dit broodje aap-verhalen.

 Vanavond opent de tentoonstelling van fotograaf Cor Jaring waarvoor ik de audiotour insprak. Maar liever nog had ik dat gedaan voor de grofkorrelige jaren '60-schatten van Lon van Keulen, die nog op de plank liggen. Hippies en blues in duizendvoud. Het verleden is niet meer te stoppen.

André Hazes

 Vanmorgen fietste ik over de lege Albert Cuyp langs André en dacht aan de radionacht die we deden. Het honorarium was een meter bier. We draaiden platen, van middernacht tot zes uur in de ochtend, vooral blues. En Gianni Morandi, van wie ik hem mijn elpee cadeau gaf.

 Wat de technicus (wie, jongens?) en ik al snel merkten was dat André de bluesnummers bijna allemaal kende. Van ‘The things that I used to do (I won’t do no more)' tot ‘Last night I lost the best friend I ever had’, van ‘Tell me what I’ve done’ tot ‘Nine below zero’. En dat ie ze luidkeels meezong. Zodat de technicus (wie toch?) al meteen besloot André’s microfoon permanent open te houden.

 Hij vertelde ook verhalen. Hoe hij het concert van Muddy Waters - waar ik ook was - had bezocht in het Concertgebouw in 1972, als klein jongetje, zo klein dat ie onder de jas van z’n broer was meegeslopen langs de kaartcontrole. Nee, die zes uren zijn niet opgenomen..

Tags: