Arie Visser

 Het slepend-nadrukkelijke stemgeluid van de dichter Arie Visser (1944-1997) zal me altijd bijblijven.Een van de eerste keren dat ik hem trof was op een zonnig terras bij het 'Literair café' aan de Kloveniersburgwal. We kwamen te spreken over de Franse 19de-eeuwers.Maar ken je dan niet Benjamin Constant? Hij veerde op, beende zonder iets te zeggen naar de overkant en dook een antiquariaat binnen. Even later duwde hij me 'Adolphe' in m'n handen. Soms ontmoette ik hem bij onze wederzijdse vriend Johnny van Doorn. Yvonne van Doorn belde dan tevoren wat zorgelijk op: 'Arie komt eten, dus ik heb ik maar een hele grote pan boerenkool gemaakt dan kunnen we later altijd nog zien.'

 Arie was junk en vergat te eten. Ik kwam en trof een etende Arie. Tot de bodem at hij de pan leeg. Daarna maakten we plannen. Hij zou voorpublicaties lezen op de radio uit z'n grote werk 'Arabia felix'. Dat gebeurde voor het eerst in 'Radiotheater' (1981), daarna in 'Pandemonium' in 1984, daarna stokte de productie al snel. Hij was toen met Chadia getrouwd en hield niet op de Arabische cultuur uit te dragen. Kreeg trouwens nog regelmatig problemen met de ambtenarij die hem er van verdacht alleen te zijn getrouwd om haar tot Nederlandse te maken. Zijn gedenkwaardigste radio optreden was zijn laatste, op 29 oktober 1996. Hij droeg gedichten voor, zo ziek dat zijn stem amper meer over zijn lippen kwam. Maar hij was woord voor woord te verstaan. Zelden was het zo stil bij Music-Hall in Studio Amstel. Op 5 september wordt zijn verzameld werk (zijn gedichten, zijn roman 'Het vangen van de draak' en vele documenten) aangeboden aan Chadia.Radioarchivaris Nienke Feis vond uit 1984 (Pandemonium) drie voordrachten. Hierbij.

Arie Visser - Lachspiegel (1984)
Beluister fragment
Arie Visser - China (1981)
Beluister fragment
Arie Visser - Afrika (1984)
Beluister fragment
).

Gelukkige doden (2)

 Met mijn vriend Johnny van Doorn zit ik op de Hoge Veluwe. Hij is midden in een gloedvol betoog over de zandgronden van zijn jeugd en wijst extatisch naar de toppen van de sparren: 'Ginder ligt Duit-se-land!'En dan zie ik hoe over het terras van De Koperen Kop een mannetje komt aangezet, hij beent recht op Johnny af.

 'Van Doorn, Van Doorn,' roept hij, 'ik krijg nog een tientje van je. 'Ontsteld roept Johnny: 'Man scheer je weg. Even ontstegen aan het stadse gewoel en dan komt daar zo'n snuiter om een tientje.' Zijn taalgevoel bereikt archaïsche hoogten.Heel Nederland krijgt nog een tientje of een geeltje van Johnny.

 Een dag later moeten we naar de Bezige Bij. De boenwaskraaktrap op. Achterin boven huist de redacteur van Johnny, die zo bang voor die man is dat hij me mee wil hebben bij het inleveren van drie nieuwe verhalen. We noemden hem onder mekaar het ijskonijn, kortweg 'het konijn'.Daar zitten we, als twee schooljongens. De alcoholist Van Doorn -altijd in geldnood- durft daar niet om drank te vragen op dit uur! Het konijn weet het en zegt op lijzige toon: 'Wat willen jullie drinken, cola, Sprite, appelsap...?'

 Johnny drinkt 's middags om half vier een flesje Sprite. De redacteur leest ter plekke de drie verhalen, terwijl wij zwijgend toekijken en Sprite drinken. Johnny knapt bijna. Eindelijk, eindelijk doet het konijn de velletjes terug in het mapje. 'Mum, aardig, moet nog wel wat aan gebeuren.'Johnny heeft z'n voorschot. Zelden is iemand zo snel van de Van Miereveltstraat naar Bodega Keyzer gekomen. Nooit heb ik het konijn meer gezien, Johnny daarentegen ontmoet ik nog bijna dagelijks in de stegen van wat hij zo graag noemde het 'spookslot Amsterdam'.

Pagina's