Nico Keuning: Bob den Uyl, Jan Arends, Johnny van Doorn
Yvonne van Doorn en redacteur Alfred Schaffer
vriend Hans Verhagen

Biografieën

 Afgelopen donderdag was de doop van 'Oorlog en pap', de biografie van Johnny van Doorn (1944-1991) door Nico Keuning, aangevuld met het 'libretto' van de 'hoogstpersoonlijke documentaire' die in 1981 door de schrijver op een langspeelplaat werd gezet en een CD met radiofragmenten.

 Zo kun je waardevolle mensen tot leven wekken.
Bij een gelegenheid als deze merk je hoe slordig Nederlanders met hun geschiedenis omgaan.
Anders dan in de Angelsaksische landen of Duitsland hebben we weinig biografen. Nico Keuning heeft in z'n eentje Van Doorn, Jan Arends en Bob den Uyl gedaan en ik zou bij god niet weten wie het anders had moeten doen.
In non-fictie zit het iets ruimer, maar ook daar mag je blij zijn dat Eric Duivenvoorde zich nog tijdens diens leven over Jasper Grootveld heeft ontfermd.

 Die tijdigheid merkte ik laatst ook bij Nop Maas, die verklaarde, nu allerlei getuigen nog leefden, eerst de geschiedenis te willen optekenen. De duiding laat hij graag aan anderen over, later.
Elly Kamp is bezig met Bordewijk en zijn echtgenote. 't Moet over drie jaar klaar zijn. En binnenkort komt de (uitgestelde) monografie over Nijhoff van Niels Bokhove.
Maar wie neemt Dick Hillenius, Frits Hotz of A.Alberts onder z'n hoede? Ik weet, het is sappelen. Ronald Plasterk zou voor weinig geld goede sier kunnen maken met een Fonds Biografieën.
Over Erfgoed gesproken.

 Zaterdagochtend 28 november brengt de weekendeditie van de Avonden een Van Doorn-programma, tussen 10.00 en 12.00 

 ps. NIco Keuning mailt dat Aleid Truijens bezig is met F.B.Hotz (verschijnt in 2010). Zelf deed hij nota bene ook nog Max de Jong!

Roes (2)

 In de aanloop naar het gesprek met Lieven de Cauter over 'De archeologie van de roes' ging ik m'n eigen roeservaringen na. Die met LSD was uitputtend. Het duurde zo'n 24 uur. Na een uurtje zag je de muren golven. Een paarse muur bleek uit rode en blauwe stippen te bestaan die vibreerden. Steeds kon je kiezen uit de binnenwereld, met gesloten ogen en die buiten. Niet dat dat veel uitmaakte. Het brein ging dóór. Zo zat ik een strip te lezen, die zich vanzelf voortzette als tekenfilm. Iemand gaf over op een helderblauw geschilderde vloer en wat ik - omlaagkijkend - zag was een koraalrif in een helderblauwe zee, waarna ik in een vloeiende overgang aan dat strand stond. Het woei er. Achteraf vreemd rook het er niet naar kots, mijn neus was afgeschakeld. Makkelijk kon je verstrikt raken in iets angstaanjagends.

 Mijn ervaringen kwamen merkwaardig overeen met die van mijn vriend Johnny van Doorn. Binnenkort zijn ze te lezen in zijn postuum verschijnende boek 'Oorlog & pap'. Behalve zijn biografie door Nico Keuning bevat dat namelijk ook de tekst van de gelijknamige elpee uit 1980. Daar beschrijft Van Doorn 'Prachtige schaduwpartijen binnenskamers. Delftsblauwe golven, zonnebundels waarin stofdeeltjes als briljanten schitterden. Mijn lichaam leek gewichtloos aan mijn hoofd te hangen. Het huis waar we doorheen zweefden was een sprookjesgrot geworden. We stapten de deur uit. De mensen zagen eruit als stripdieren.
Intenser dan ooit rook je in het voorbijgaan de geuren van Verval, vleugjes parfum, een onverwachte zilte zeebries, benzinedampen, terwijl de oren gespitst waren op de geluiden van de grote stad die - verdomd - een bijna mystieke samenhang vertoonden. Alles wat ik zag kon ik naar believen, vergroten en verkleinen. Bijv. van een tram een dinky-toy tram maken. 
(...)
 De kamer waarin ik zat was een ijskoude duistere spelonk geworden, waarin ik treiterend langzaam gemarteld werd met ontelbare geniepige weerhaakjes. De ene hel volgde de andere op. Monsterlijke kreaturen beten me, en krabden me met hun Klauwen. Of je nou je ogen sloot of niet, deed er weinig toe. In de opeenvolging van hellen stierf je duizend doden. Op een gegeven moment was ik onderin een krocht in het drijfzand geraakt. Ik werd opgeslorpt. Mijn moeder stond aan de kant te gillen. Ze gooide een touw naar me, dat ik net niet kon pakken. Half stikkend vermoedde ik dat DIT best wel eens Mijn Echte Dood kon zijn. Tot ik bovenin de krocht een smal reepje Blauwe Lucht ontwaarde. Dat gaf me houvast. Mijn geest kwam furieus in opstand. God mag weten waar de woorden vandaan kwamen, maar uit alle macht schreeuwde ik: 'Wilskracht! Marsch! Vooruit! Vuur!' 
En ik schóót uit de krochten van de geest. Ik herkende mijn kamer weer. 'Kitscherige hersenspinsels,' dacht ik. 'Het is gewoon het spookhuis op de kermis.'

 Achteraf bleek Johnny een overdosis LSD vermengd met Belladonna te hebben genomen.

Charles Baudelaire (1821-1867)
Lieven de Cauter

Lieven de Cauter (1)

 Daarover gaat 'Archeologie van de kick' van Lieven de Cauter, de Vlaamse filosoof, nu herdrukt.Ik blader. Kijk, daar heb je Baudelaire en Walter Benjamin, het 19de eeuwse Parijs met z'n flaneurs, de vaders van alle nietsnutten. En lees.

 Baudelaire wordt aangehaald: 'Gij zult altijd dronken zijn.' (...) 'Om niet de gemartelde slaaf van de tijd te zijn, bedwelm u zonder ophouden. Door wijn, poëzie of deugd, aan u de keuze.'
En daar komt de vrije tijd en met de vrije tijd de verveling.
'O ja, de tijd is weer verschenen; de tijd regeert nu als een vorst; en met de afschuwelijke grijsaard is heel zijn duivels gevolg van Herinneringen, Smarten. Krampen, Angsten, Benauwdheden, Nachtmerries, Woedeaanvallen en Zenuwziekten teruggekomen.'
De roes als het middel tegen de verveling.  

 En dus, ervaringshonger. En ja, de Spektakelmaatschappij van Guy Debord (1967).
Nog herinner ik me Baudelaire-adept Johnny van Doorn die 'Het Spleen van Parijs' altijd bij zich had in z'n koffertje. We liepen door de Nes, ’s avonds laat en kijk, daar stond het op de muur gekalkt: 'ER MOET WAT GEBEUREN'. Ziedaar, zei Johnny.

 

Johnny op school

Johnny van Doorn (4)

 Bij de biografie door Nico Keuning komt ook het teruggevonden 'libretto' van Johnny's langspeelplaat Oorlog & Pap (1981). Cellist Ernst Reyseger en slagwerker Martin van Duynhoven verzorgden de geluidseffecten. Een fragment van kant twee:

 ('psychedelische' kakafonie van Ernst en Martin)

 't Kabaal gehoord? Jaaa? Zo is het een kleine stap naar de LSD. Halverwege de Sixties kregen we er duchtig mee te maken. Talloze vrijgevochten mensen van mijn generatie gingen het gebruiken, LSD. We wilden weten wie we eigenlijk waren, en wat dat allemaal om ons heen beduidde, we wilden kosmische sensaties ondergaan want zonder dàt leefde je niet echt, dachten we. LSD, het middel van de toekomst, gonsde 't door de Westerse metropolen.
We hebben het geweten. Ik heb er nù nog wel eens pijn in mijn kop van.

 (zoemerige klanken t/m kleurenpracht)

 Zonder flauwekul, in het begin was het best aardig. Het vibreerde er op los. Soms kon je zelfs door de muren heenkijken – erg handig zoiets. Tippen van de sluiers werden opgelicht. GOD HIMSELF die door de verwarmingsbuizen sprak. TIK TIK, zei de verwarming – en inderdaad: the sounds of the Radiator. De geluiden van het Straálende. In morse sprak de Heer tot ons. En wat een licht en kleurenpracht!

 Echter – voor ik me in het jeugdbederf stort, en dat ben ik geenszins van plan – is een Waarschuwend Woord noodzakelijk. Blijf er van af! Ik heb tientallen mensen gekend die in het middel zijn gebléven, de Kluts kwijtraakten en de Kluts niet meer konden terugvinden.
Vleermuizen, wandelende lijken, zwarte gaten.
Voor je het weet, zit je in het gekkenhuis.
Ik heb een persoon meegemaakt die onder LSD niet meer wegwilde uit het portiek van een lingerie-winkel waar hij zich had geposteerd.'

Johnny op het dak van zijn ouderlijk huis in Arnhem
op het omslag van De Parelduiker

Johnny van Doorn (3)

 In het eerstkomende nummer van 'De Parelduiker' laat biograaf Nico Keuning al iets zien van zijn werk aan 'Oorlog & Pap', de monografie over Johnnny van Doorn die in november - mét tekst van Johnny zelf en een CD - bij de Bezige Bij verschijnt. Een citaat: 'Beneden in de stad tussen Roggestraat en Velperplein bevindt zich het Johnny van Doornplein, naast de zij-ingang van Vroom & Dreesmann. Daar, op de tapijtenafdeling, voerde hij tijdens zijn middelbare schooltijd in het openbaar zijn Electric Act op.

 Het plan was ontstaan in Villa des Roses, de dichterstempel genoemd naar de roman van Elsschot. Met vrienden spreekt hij er over poëzie, meisjes, beeldhouwers en schilders. Ze zwepen elkaar op met hun wilde fantasieën. Johnny moet in de stad iets voordragen van zijn 'bezeten geluidspoëzie'. Voor ze het weten staan ze op de tapijtenafdeling van Vroom & Dreesmann. Een paar jongens springen op een stapel Perzen en heffen een onderaards geloei aan. 'Flarden Homerus klonken erdoorheen.'

 'Het publiek stroomt toe en luistert stil. Tot Johnny op de kleine berg perzen springt en 'alle emoties en instincten van het mensdom' eruit schreeuwt. Alle mogelijke teksten, 'Shakespeare, Vergilius & Herr Sigmund Freud', supersonisch versneld, met de gebaren, mimiek en intonatie die het midden houden tussen een op het elektriciteitsnet aangesloten Ko van Dijk en een door versterkers opgeblazen stem van Adriaan Roland Holst. Hij wordt uitgescholden voor gek en idioot. Hij moet zijn bek houden! Zijn act heeft hem totaal van de wereld gebracht. Uitgeput ligt hij achterover op de berg tapijten. Het agressieve publiek wil hem te lijf gaan, maar met hulp van vrienden en omstanders weet hij in de chaos via de roltrap te ontsnappen. Op het plein naast V&D onthulde Yvonne van Doorn op 10 maart 1993 het straatnaambord Johnny van Doornplein, waarmee 'De Stille Hoek' zoals de plek onofficieel werd genoemd een naam kreeg die herinnert aan het roemruchte optreden van de jonge, toen nog onbekende performer, latere dichter en schrijver.'

 'Wonderlijk genoeg zijn de straatnaambordjes een jaar later verdwenen. Ze worden teruggevonden bij een wethouder, die vindt dat Arnhem met het Van Doornplein bepaald geen reclame voor de stad maakt. Gelukkig zijn er genoeg mensen die er anders over denken. De bordjes worden weer tegen de muur geschroefd en het plein wordt in 1994 opnieuw onthuld.'

In Carr'é (1966)

Hoogstaand

 Nico Keuning is bezig met een 'monografie' over Johnny van Doorn. Van Yvonne van Doorn kreeg hij zeldzame documenten. Oa. betrekking hebbend op de gevolgen van Johhnny's optreden op 'Poezie in Carré' (28 februari 1966). Een voorproefje:

 'Vader Van Doorn vraagt in een brief aan uitgever Geert Lubberhuizen of deze goed op zijn zoon wil letten. Dat schiet bij zoon Johnny in het verkeerde keelgat. 'U moet niet denken dat ik een kleine jongen ben, die nog eens extra zijn werkgever aan het woord moet laten om U ervan te overtuigen dat ik toch wel wat kan,' schrijft hij in een brief aan zijn vader. In een p.s. voegt hij in handschrift toe: 'Hoogstaande literaire figuren bestaan niet, het begrip "hoogstaand" is ouderwets. Ik val niet te beïnvloeden! Met de verkalkte generatie van schrijvers (alcoholisten, betweters) heb ik niets te maken. Ik erken de pseudo-autoriteit niet!'"

Johnny van Doorn (1)

 Dezer dagen zijn Nico Keuning - biograaf van oa. Jan Arends en Bob den Uyl - en ik allebei in de weer met Johnny van Doorn (1944-1991), die dit jaar 65 geworden zou zijn. Reden voor de Bezige Bij om zijn werk - dat gebeurt dit najaar - weer onder de aandacht te brengen.

 Nico is bezig met een monografie, waarvoor inmiddels uniek materiaal beschikbaar is gekomen uit de archieven Johnny's vrouw Yvonne (oa. een verzoenende brief aan zijn ouders na zijn tumultueuze optreden op Poëzie in Carré in 1966).
Ik schrijf schetsen van wat ik met hem meemaakte in de vele jaren van onze samenwerking.
En verder het uitbrengen van een nog ongepubliceerde tekst, namelijk het onverkorte 'libretto' van de langspeelplaat Oorlog & Pap, die in 1981 verscheen.
 Een 'hoogstpersoonlijke documentaire' volgens Van Doorn 'over de geschiedenis van een generatie, die tegelijk mijn eigen geschiedenis is'.
Johnny van Doorn als chroniqueur: 'In razende vaart doorkruisen we de jaren veertig, vijftig, zestig en zeventig van het twintigste-eeuwse Nederland'. De tekst bevat ook terzijdes, regie- en muziekaanwijzingen voor cellist Ernst Reyseger en drummer Martin van Duynhoven en zo meer.
Groots denken was Van Doorn eigen. Vandaar dat hij voor de zekerheid op de plaat zette: 'deel 1'.Wat tot op deze dag de vraag naar een deel 2 oproept.
Later meer.  

Robert Jasper Grootveld (3)

 Robert Jasper Grootveld maakte ik oa. mee toen hij in 1995 met een vlammende speech het boek van historicus Hans Righart 'De eindeloze jaren '60' ten doop hield. Ik had tussen de twee bemiddeld. Ze leven geen van beiden meer. In die tijd gaf Jasper me deze foto van zijn vroegere kompaan Johnny van Doorn (1944-1991). We spraken veel over deze wederzijdse vriend. De foto kwam uit zijn archief en is gemaakt door Cor Jaring, ergens in de jaren '60. Wat Johnny voor act uitvoert in dit vreemde kostuum weet ik niet.

 Jasper heeft de foto in plastic geplakt om hem te versturen. De post bezorgde hem piekfijn. Er staat op: 'in vriendschap geplastificeerd door R.J.Grootveld op 30 sept. 1995'.
Als vaak, ik zocht heel iets anders, vond deze foto.

 In de Grootveld-biografie van Eric Duivenvoorden wordt het verhaal verteld van de marsen die Robert Jasper en Johnny in de jaren '60 een week lang maakten op de stad Weesp, die immers eigenaar was van de toen nog volkomen groene Bijlmermeer.
Eric ontdekte dat ze mekaar niet heel goed begrepen: Johnny dacht dat Jasper tegen de bebouwing van de Bijlmer was, maar als vaker keek Jasper ver vooruit. Hij verwachtte zoveel toeloop naar het Magisch Centrum Amsterdam dat er nieuwe huizen bij gebouwd moesten worden. 

Johnny (+1991)
Maarten

Maarten Biesheuvel (2)

Maarten Biesheuvel leerde Johnny van Doorn kennen bij de radio optredens in oa. Het Pandemonium. In mijn ogen hadden ze nogal wat gemeen. Beiden beschrijven een harmonisch ouderlijk huis, een gelukkige jeugd. Kostbaar voor een angstlijder.

 De dag plukken, de zon in het water zien schijnen. Literaire taboes, maar in hun werk zie je de waarde ervan. Een keer haalde Maarten een prachtige grap uit met Johnny. In Eik & Linde, jaren '80, begon hij een verhaal te vertellen over een mooie zomeravond waarop een vader piano speelde bij opengeslagen balkondeuren. De vader kreeg applaus uit de buurtuintjes voor zijn recital. Hij trad aan de balustrade en nam buigend het applaus in ontvangst.Johnny, die naast me zat, luisterde met open mond. Stootte me aan, piepend: 'Maar dat is mijn verhaal! Die Bies vertelt mijn verhaal!'Zeker, dat verhaal stond in Johnny's bundel 'Mijn kleine hersentjes'. Even later richtte Maarten vanaf het podium rechtstreeks het woord tot hem: 'Ja Johnny, maar het is ook een erg mooi verhaal. Daarom heb ik het nogeens geschreven.' Bij Maarten thuis afgelopen week. Met het Verzameld Werk op tafel. Hij vertelt hoe hij Wouter van Oorschot belde. De oude Geert van Oorschot had 'In de bovenkooi' indertijd niet gewild: 'Een gereformeerd rommeltje'. Maar later zei hij op de tv 'ik heb spijt als haren op mijn hoofd'. Nu bood Maarten zijn Verzameld Werk aan Wouter aan en die nam het met beide handen aan. Niet alles staat erin. Ongeveer 120 verhalen uit de begintijd niet. 'Eva legde ook weleens iets terzijde?

 ''Ja, als het aan Eva had gelegen had ik 6000 bladzijden meer gehad. Dan had ik nou 9000 bladzijden gehad.' Ik heb in die 17 jaar dat ik echt als en gek schreef 9000 bladzijden bij elkaar geschreven. En 3000 is er nou over. Nou ja 2800.'Ik vraag: 'Wat vertelt het me?' 'Het is een banale, vreselijke wereld. En het is een godswonder, een godsgenade, dat ik uit die wereld toch al die verhalen heb weten te trekken.' Zijn manier van werken, beaamt hij, ging 'Aus einem Guss'.'Ik had altijd de eerste en de laatste zin en alles ertussen in mijn hoofd, alleen de grapjes kwamen erbij tijdens het rammelen.''Wat nu,' vraag ik. 'Niks doen. Mezelf lezen en Heine, Tsjechov, Nabokov, Tolstoj, Toergenjew. Josef Conrad.' 'Lezen gaat je goed af?' 'Behalve als ik droevig bent, en ik ben vaak droevig, dan lees ik echt niet. Dan lig ik in bed, dan ga ik pas om vier uur naar bed. Ik word om vier uur 's middags wakker, en laat ik het hondje uit. Dan zit ik alleen maar Eva aan te kijken en zeggen we haast niks tegen mekaar. Af en toe doet muziek wel goed.' Hij concludeert: 'Het is Gods genade. Als je zo 17 jaar hebt kunnen werken. Er is gerechtigheid.maandagavond 2 juni, van 20.00-22.00, Maarten Biesheuvel in De Avonden.

Maarten Biesheuvel, deel 2
Beluister fragment
Maarten Biesheuvel
Beluister fragment
rustig moment in de keuken in Amsterdam-Noord (jaren '80)
'denk aan Theo Eerdmans'

Oudjaar bij Johnny en Yvonne

 Hoe het kwam, geen idee, maar plotseling stond de warrige haardos van Johnny van Doorn in lichterlaaie. Een aureool van vuur was ontbrand rondom zijn gezicht. Gek genoeg had hij het zelf niet in de gaten.

 Dat vuurwerk had ik in de Van Woustraat gekocht, met mate, maar toch. Johnny was er doodsbenauwd voor. Prevelde al doende af en toe flarden van zijn beroemde Vuurwerkgedicht, zijn eerste klankpoëzie uit de jaren '50. En riep bij herhaling 'Oppassen, denk aan Theo Eerdmans'. Waarmee hij doelde op het legendarische vuurwerkongeluk dat de grote quizmaster uit onze jeugd was overkomen.Eerdmans stond met oudjaar op straat met z'n kinderen vuurwerk af te steken. Hij gebruikte daarvoor een brandende sigarenpeuk. En toen, ach, wat deed de ongelukkige?

 Hij stak een rotje aan bij de lont, en in plaats van het vervolgens van zich af te gooien, wierp hij per ongeluk de sigarenpeuk weg en stak het rotje in z'n mond. Te laat bemerkte hij zijn vergissing. Denk om Theo Eerdmans!Met vereende krachten blusten we Johnny's haar - het viel mee - en gingen terug naar binnen. In de jaren voor hij plotseling stierf (1991) bracht ik menige oudejaarsavond door bij Johnny, zijn vrouw Yvonne en zoon Sindbad, in hun flat in Amsterdam-Noord. Freek de Jonge deed zijn conference, voortdurend luidop geïnterrumpeerd door Johnny. En dan werd er gekookt. Een soepje, een romige puree (spreek uit 'piree') en een salade of eigengemaakte bitterballen. Johnny kon voortreffelijk koken.

Pagina's