Donkere kamers in Gent (2)

 Pas tegen het eind van de 19de eeuw werd het woord depressie gebruikt als aanduiding voor wat heette een ziekelijke 'artistiek-romantische' melancholie. Zwaarmoedigheid kan lamleggen maar ook inspireren, wist men. Aristoteles meende al dat genieën altijd melancholiek waren. Nee, hij had het niet over de genieën die je in cafés ontmoet.

 Toch, het verhaal van genialiteit en waanzin duurt voort.

 Er is eeuwenlang gekletst over hoe het toch kwam. Vooral over de theorie van de vier humeuren, die voortkwamen uit lichaamssappen als zwarte gal - die neerslachtig zou maken, maar door latere medici nooit is aangetroffen.

 Flegmatisch, sanguinisch, cholerisch waren naast melancholisch de andere drie en filosofie is tot op de dag van vandaag het vak waarin je kunt beweren wat je wilt, zonder enige vorm van bewijs. De kunst moest het doen, zodat de prent Melencolia I van Albrecht Dürer eeuwenlang alle wijsheid samenvatte. Muziek, speciaal de luit wekte melancholie op, maar kon hem ook weer bestrijden. Saturnus was de god aan de sterrenhemel der zwaarmoedigen.

 Hoe je te bevrijden van zoveel onzin? De tentoonstelling laat - behalve de kunst - verrassende keus - die melancholie opleverde - zien hoe in de 19de eeuw individuele, medische behandelingen ontstonden. En in de tegenwoordige 'bijbel van de psychiatrie', het DSM 5, gaat het om negen symptomen, waarvan je er op z'n minst vijf moet vertonen.

 Je komt er niet ver mee. Wie iets wil weten over de geestesgesteldheid van een melancholicus kan beter de literatuur raadplegen. En als het om therapie gaat kom ik terecht bij Nietzsche – schrijver en filosoof ineen - die alleen gedachten vertrouwde die in de buitenlucht tot hem waren gekomen. Zie hem lopen in Sils Maria met zijn bekertje, waarmee hij fris bergwater tapte.

 Beweging, nieuwe indrukken, de geest verzetten, dat helpt nogal eens. Zoals de dichter J.J.L. ten Cate - graag geciteerd door Johnny van Doorn - het zei: 'Naar buiten jongmensch!'. Op de tentoonstelling is een mooie afdeling over de wandelaar en het landschap.

Johnny's soep

 Oudjaarsavond nadert en daarmee herinneringen aan de jaarlijkse rituele viering bij Johnny en Yvonne van Doorn op Het Laagt 145 in Amsterdam-Noord. Johnny kookte, op het van zijn moeder geërfde Etna-fornuis. Een meesterkok.

 Eerst zijn fameuze soep, daarna wellicht een 'romige piree' of zelf gedraaide croquetten. Het soeprecept was ‘Een oer-mediterrane soep. De Romeinen waren er verzot op. En ´t was ook goed voor de lever.. Je hele fysieke toestand wordt er door beïnvloed. Een soep waar je hooggestemd van raakt!´ Het recept staat in zijn dagboek ´Door de weken heen´ dat hij voor de radio voordroeg, waarna het in druk verscheen. Als volgt:

 ‘2,5 liter water aan de kook brengen, met daarin (schrik niet!) 30 a 40 teentjes knoflook, van de schilletjes ontdaan, plus 4 middelgrote aardappelen in blokjes. Als ´t kookt 2 bouillonblokjes toevoegen; laten oplossen. ‘Echte bouillon’, getrokken van runderpoulet, kan natuurlijk ook, maar bedenk wel dat de knoflook van zichzelf al een zeer sterk aroma heeft.  Het vuur laag zetten, en vervolgens in de pan: ´n miniem scheutje olijfolie, Italiaanse kruiden, 2 kruidnagels, ´n takje peterselie, ´n laurierblaadje, een paar gekneusde peperkorrels, ´n pietsje salie.

 Alles net zolang laten koken (40 minuten) tot de teentjes en de aardappelblokjes zeer gaar zijn geworden. De bouillon door een zeef in een andere pan gieten. De massa die overblijft in de zeef met een vork of lepel fijnstampen, en volhardend dóór de zeef wrijven, waarbij de onderkant van zeef steeds goed moet worden schoongemaakt.

 Tenslotte de soep op temperatuur brengen, wellicht naar smaak zout en peter uit de molen toevoegen en dan bestrooien met pikante gemalen kaas (beslist geen Parmezaanse-uit-een-pakje). Enfin, met stokbrood en een glas wijn erbij, weet je niet wat je proeft.´

 Wij aten. Werd Johnny gevraagd of hij niet ook een kommetje wilde, dan luidde zijn vaste antwoord: 'De kok eet niet'. En schonk hij zich nog een glaasje in.

 Gisteren bij Kunststof op de radio kreeg ik van Yvonne 'Hou contact' de verzamelde verhalen van Johnny van Doorn. Maar daarin ontbreekt dit recept. Vandaar. 

Geen beer

 Omdat een Verzameld Werk van mijn oude vriend Johnny van Doorn (1944-1991) is verschenen - de chroniqueur bij uitstek van de koude oorlog - zijn vrouw Yvonne en ik uitgenodigd bij Kunststof, morgen op Radio 1

 Zijn verhalen en gedichten zijn er, maar veel kwam ook niet - geen tijd van leven - op papier. Zoals het verhaal over de beer.

 Dat begint met het relaas van een vakantiebaantje in Ouwehands Dierenpark, bij een fotograaf. Waarvoor hij tijdens een hittegolf moest optreden in een berenpak. En zo dag in dag uit op foto moest met de talloze kinderen die de dierentuin bezochten. Een uitputtend baantje, ook al omdat de kinderen er plezier in kregen de beer te pesten en te voeren. Ze kochten bananen en duwden die - voor de foto - naar binnen in de berenmuil.

 Johnny bestierf het daarbinnen van de hitte en moest zich weldra ook voortbewegen in een klotsende hoeveelheid tot moes getrapte bananen. Na een dag werd het hem teveel. Hij kreeg het werkelijk benauwd en vroeg even respijt aan de fotograaf. Dat mocht - even dan - en hij ontweek de drukte naar een stil achteraflaantje in het dierenpark. Daar trof hij een bank waarop hij uitgeput neerzeeg.

 Naast hem zat weliswaar een oud vrouwtje, maar die leek ingedut in de zomerse hitte. Tot ze wakker schrok en naast zich opeens een beer zag zitten. Wat te doen? Johny probeerde haar te kalmeren door voorzichtig, gedempt te zeggen:

 'Ik ben geen beer'.

 Waarmee hij het tegendeel bereikte. Het vrouwtje schrok vreselijk, sprong op en rende in paniek het laantje uit, op de vlucht voor de sprekende beer.

  Het Verzameld Werk is er. En daarmee gaat een wens in vervulling die Johnny zijn schrijversleven lang had gekoesterd. Bij zijn ouders stonden in het boekenkastje achter de glas-in-lood deurtjes maar een paar boeken, waaronder een Omnibus met het werk van Jan Mens. Dat wilde hij eens, ook bereiken: een Johnny van Doorn Omnibus. Hij is er: Droom vrijuit (gedichten) en Hou contact (verhalen). ps. Excuus: de beer is - na de radioversie - wel op papier gekomen, namelijk in het Dagboek 'Door de weken heen'. 

 

Johnny's Oudjaar

 Met Oudjaar waren we jarenlang bij Johnny, Yvonne en Sindbad van Doorn, zoals ik het beschreef in Oorlog en Pap, de biografie van Nico Keuning. Ik nam vuurwerk mee. Eens vloog toen Johnn­y's haar aureools­gewijs in brand. Lees maar. En beluister de CD.

 Johnny kookte, maakte soep of reuzenbitterballen. Maar at nooit: 'De kok eet niet'. Oorzaak: drank. In het blauwe kof­fertje met zijn ijzeren voorraad voor optredens zat het antwoord: Baudelai­res 'Spleen van Parijs' (1869).

 Waar hij ook op het biljart stond en 'Silence!' (Frans), en dan in het Engels 'Silence please' verzocht, het maakte indruk. En dan klonk het in zijn vrije versie: 'Gij zult altijd dron­ken zijn, dronken van wijn, dron­ken van deugd, dronken van poëzie..'

 Of in Baudela­ires woor­den, vertaald door Jacob Groot: 'Wees altijd dronken. Daar gaat het om: dat is het enige. Om niet de afschuwelijke last van de Tijd te voelen die je schouders verbrijzelt en je naar de aarde toe drukt, moet je je onophoudelijk bedrinken. Maar waar aan? Aan wijn, aan poëzie, of aan deugdzaamheid, dat moet je zelf weten. Maar bedrink je.'

 'En als je, een enkele keer. op de traptreden van een paleis, op het groene gras van een greppel, in de sombere eenzaamheid van je kamer, wakker wordt, en de dronkenschap is al verminderd of verdwenen, vraag dan aan de wind, aan de golf, aan de ster, aan de vogel, aan de klok, aan alles wat vliedt, aan alles wat zucht, aan alles wat voortrolt, aan alles wat zingt, aan alles wat spreekt, vraag dan hoe laat het is; en de wind, de golf, de ster, de vogel, de klok, zullen je antwoorden: 'Het is tijd om je te bedrinken!''

 Da capo. In Brussel liep ik Baudelaires stappen na. Hij zou er gestor­ven zijn als zijn moeder hem niet was komen halen. 

Logies in een landhuis (2)

 De nu vertaalde bundel over zijn lievelingsauteurs begint W.G.Sebald met een overdenking over schrijven: 'die merkwaardige gedragsstoornis die zo nodig elk gevoel in letters moet omzetten en die met verbazende precisie langs het leven heen schiet.'

 Wat hem vooral verbaast is het vaak 'verschrikkelijke uithoudingsvermogen' van de literaten. Schrijven is een verslaving waarmee je vaak nog lang doorgaat als het plezier erin allang verdwenen is. Robert Walser kon zich alleen van de schrijfdwang bevrijden door zich als het ware onder curatele te stellen. Zijn voormalige ziekenoppasser vertelde dat Walser, hoewel hij zich van de literatuur had afgewend, toch altijd een potloodstompje en op maat geknipte papiertjes in zijn vestzak had zitten, en dikwijls wat noteerde. Maar zodra iemand dat zag stopte hij ze snel weg, 'alsof hij was betrapt bij iets verkeerds of zelfs iets schandelijks.'

 Terwijl 'die arme schrijvers die in hun woordenwereld gevangen zitten toch soms perspectieven openen van een schoonheid en een intensiteit die het leven zelf nauwelijks kan bieden.'

 ps. Johnny van Doorn vertelde me graag en vaak over de schrijfdwang van Kerouac, die, teruggekeerd bij z'n moeder maar door bleef tikken op een machine zonder lint. Dat had Sebald er graag bij gehad, denk ik.

De foto's van George Breitner (1)

 De mensen op de foto’s die Breitner vanaf 1889 maakte zijn vluchtig. Een dienstbode, een werkman, een heer. Op een haar na ontsnappen ze.

 Het lijkt of Breitner met z'n toes­tel moest rennen om ze nog te kunnen pakken. Ze lopen weg, wijken uit, vervagend, onscherp.

 In de Rotterdamse Kunsthal is een kleine keus te zien uit de foto's van de meester der duisternis. Waarschijnlijk is zijn fotograferen begonnen als het verzamelen van materiaal voor schilderijen, later werd het op zichzelf staand beeldend werk. Donker was zijn stad, de stegen lagen in vochtige schaduw, waar alleen tegen het eind van de dag een straal licht doordr­ong. Zelfs zijn befaamde natte sneeuw bracht nauwelijks licht. Er werd gebou­wd, nieuwe wijken verrezen, maar het resultaat hoefde hij niet. Alleen het slaan van de kraters interesseerde hem.

 Er verscheen in 1989 een boek met Breitner-foto's dat ik in 1991 cadeau gaf aan mijn vriend Johnny van Doorn, op zijn sterfbed in het ziekenhuis in Amster­dam-Noord. Zijn liefde voor de krochten van het ‘spookslot Amsterdam’ indachtig.

deze zie je meestal
de Adler (is dit hem?)

Verloren tempeltje?

 Vanmorgen berichtte de Volkskrant over de literaire nalatenschap van Johnny van Doorn (1944-1991), die weduwe Yvonne afstond aan het Letterkundig Museum.

 Genoemd worden de Adler schrijfmachine die voorkomt in zijn kroniekenboek 'Door de weken heen': 'De man van wie ik het apparaat in '70 voor een spotprijs kocht, zei me dat de Adler uit 1942 stamde. Hij was speciaal ontworpen voor gebruik in bunkers aan de Atlantik Wall. De man had hem indertijd overgenomen van een ex-Obersturmbannführer. 'Onverwoestbaar...'.

 Maar mijn eerste gedachte ging naar Johnny's plee,  zo vaak bezocht op Het Laagt 145 in Amsterdam-Noord. Zijn 'geïllustreerde WC' waarop de wereld in vier muren en een plafond werd samengevat. Langs een Neanderthaler en Napoleon kwam je bij 'een corpulente veertiger in een rolstoel'. Het is Jack Kerouac, die terug bij z'n moeder thuis dag-in-dag-uit als een bezetene blijft tikken op een machine zonder lint. En zo door. Een tempeltje. 'Die plee hoort in het letterkundig museum' meende John.  

 Gelukkig. In de documentaire Een valse lente, die Peter Scholten in 2002 over Johnny maakte komen de 'illustraties' op de toilet regelmatig in beeld.... toendertijd hebben Paul van den Bos en hij alles uitgebreid gefilmd. En ook heeft Peter foto's gemaakt van het gehele toilet. En als kado voor Yvonne drie panelen, met de foto's aan elkaar verbonden per wand in drie collages. En die opgehangen in het toilet van haar nieuwe huis in de Anjelierstraat,
 

NadePiep (1)

 'Ja met mij.'Voor de voicemail was er het antwoordapparaat. Misleidende benaming, het apparaat antwoordde niet, het nam boodschappen op. Op grote en kleine geluidscassettes. Ingesproken 'na de piep'.

 Die cassettes werden meestal steeds opnieuw gebruikt, van de boodschappen rest weinig. Toch, een enkeling bewaarde de ingesproken boodschappen. Ik ben zo iemand. Het heeft geduurd tot midden jaren '90.
Toen ik vorig jaar hoorde dat Annemieke Houben dit soort cassettes verzamelde, met het doel er een website mee te maken heb ik haar de mijne gegeven.

En nu opeens is er nadepiep.nl
Wat gebeurt hier. Je hoort stemmen uit een verleden. Die doen denken aan de spookverhalen over radioprogramma's van lang geleden die soms uit de stratosfeer in ontvangers terecht komen.
De vorm van de site onderstreept die ongrijpbaarheid. De stemmen zijn bewaard, maar in wat voor werkelijkheid klinken ze? Onder hen die van Gerard Reve, Johnny van Doorn en A.Moonen.
Op wie nog antwoordapparaatcassettes bezit wordt een dringend beroep gedaan.
 

de tuintjes

Achtertuintjes

 't Is achtertuintjesweer.. Geuren en geluiden van barbecue en tuinspuit.. Hier en daar bestek. Men eet buiten, in mijn jeugd een betoverende gebeurtenis. De huiskamertafel met z'n balpoten stond in het gras. Binnen was buiten geworden. Zelfs m'n vader had een goed humeur.

 Nu heb ik alleen een balkon, maar dat is genoeg. Ik zie uit en denk - altijd weer - aan het balkon van de familie van Doorn in Arnhem. En het verhaal dat Johnny van Doorn schreef over zijn pianospelende vader. Het slot van zijn debuut 'Mijn kleine hersentjes'.

 'Op een zwoele zomeravond, even na zonsondergang, gaf mijn vader een briljant recital met onder andere een wals van Chopin en 'Melodia' van Rubinstein. De piano stond in de achterkamer. De balkondeuren waren open.'
(...)
'Toen de laatste noot verstierf, was er een moment stilte. De natuur hield zijn adem in. Maar dan richtten de mensen in de tuintjes zich op, en brachten mijn vader een staande ovatie. Een enkeling riep zelfs 'bis! bis!'
Met een welverdiend glas bier in de hand boog mijn vader op het balkon, verlegen.' 

 

Paul van Ostaijen  (1896-1928)

Centra Pats Boem (2)

 'Centra Pats Boem zichtbare knal (...)kijk daar 'n man met een sigaar'. De tekst van Johnny van Doorn doet ook denken aan gedichten van Paul van Ostayen, uit diens bundel Music-Hall. Een gedicht als 'Nachtelijke optocht', dat begint:

 Taptoe oe oe taptoe
stapt al maar toe
zwart van de nacht dat dik drukt de stijve straat
breekt licht logge lucht
en muziekgeschetter

Licht van de laaiende lansen
laaiende stap van de lichtende lansen
lansen van laaiende licht

dansende licht van de laaiende lansen
dansend laaien van de lichtende lansen
laaiende lansendans

 'De onderbewust geïnspireerde poëzie resulteert uit de extase,' schrijft Van Ostayen in 'Gebruiksaanwijzing der lyriek', de tekst die hij in 1925-1926 voorlas in Brussel en Antwerpen.
Je vindt wel Pats en Boem bij Van Ostaijen, maar niet het woordje CENTRA. Daarom terug naar Jacob Groot, die schrijft:
'Ja, hoe stroomt een bron? Die bloemlezing van Rodenko was toen uitermate groovy. Dat kreeg je niet op school te lezen.
Ook zijn Gedoemde Dichters, een bloemlezing uit de POÊTES MAUDITS, vormde zo'n exclusieve vraagbaak. Literaire subcultuur, we hebben het over het Aurora van de jaren zestig.
De reputatie van beide pockets stond ijzersterk bij de lezende voorhoedejeugd in de stadjes en steden van Holland.
En Johnny wilde dichter worden.
Het is bijna ondenkbaar dat hij niet van beide bronnen gedronken heeft.
In Arnhem aan de Rijn.

 En die plastische klankpoëzie van met name Bonset oogde wild and exciting. Stond helemaal voorin het boekje, en daarna kwam Antony Kok.
doemenoemenoemenoem zoemhoen etc. (zeer snel)
Ik hoor hem oefenen.'

 ps. De man met de sigaar in de laatste regel is inmiddels bekend. Dat was de legendarische quizmaster Theo Eerdmans. Met met Oudjaar stond hij op straat rotjes af te steken met een stompje sigaar - zo deden vaders dat in de dagen. In een onbewaakt moment gooide hij niet het aangestoken rotje weg maar dat stompje sigaar. Het aangestoken rotje stak hij abusievelijk in zijn mond. En ach...
Zie 'Oorlog en pap' de biografie van Nico Keuning (foto Rene Alphenaar).

 

Pagina's