De dood van Kuifje

 Tekenaar Hergé stierf in 1983, tijdens het maken van Kuifje en de Alfa-kunst, zijn vierentwintigste, onvoltooide. In de bewaard gebleven schetsen zit hiervan een niet mis te verstane aankondiging.

 Het gaat over eigentijdse verdwazing, vooral in kunst. Er duikt een kunstenaar op die de letters van het alfabet in perspex giet. Haddock, die net opgehouden is met drinken treft de letter H (niet toevallig ook het initiaal van Hergé).

 Hergé wilde in zijn jonge jaren zelf kunstschilder worden, maar zag daar van af. Toen hij striptekenaar werd deed hij dat onder een pseudoniem: Hergé (Remi, Georges). Kunst verzamelde hij, in Kuifje vind je komische pastiches van 'moderne kunst'.

 De keren dat ik bij hem was op zijn studio aan de Brusselse Avenue Louise zaten we in een kantoor vol moderne kunst.

 Zo eindigde zijn strip-oeuvre in de Alfa-kunst bij kunst. Ook heel letter­lijk. Een bende van kunstvervalsers (vervalsingen van Gauguin, Renoir, Modigliani, Monet, Picasso) neemt Kuifje te grazen als hij ze dreigt te ontmas­keren. 

 De bedoeling is Kuifje dan in Perspex te gieten, zoals in die jaren mode was met voorwerpen in de kunst. Einde verhaal. Einde van Kuifje.

 De superieure ironie van Hergé.

Tags: 

Hardhorend

 Over doofheid ging het, en hoe weinig daarover in de literatuur te vinden is. Nu wordt me David Lodge aangereikt. De Engelsman die onder de iets te grappige titel 'Deaf sentence'­ zijn ervaringen opschreef.

 Doofheid is niet dodelijk en valt onder de grappige ziekten, als de bof of de schijn-kwetsuren van helden van de slapstick.

 Mijn jeugdheld was Hergé's professor Zonnebloem die doofheid paarde aan verstrooidheid. Beroemde passage: Haddock: 'Mijn hoofd bonkt.' Zonnebloem: 'Roodvonk? Maar dat is een heel besmettelijke ziekte.' Wat hem niet belet na aanschaf van een hoorapparaat een maanraket te ontwerpen.

 Lodge bespreekt ook de zg. Lombard Reflex die ook mij in reflecterende ruimten teistert (steen, glas), en die ik leerde kennen als de 'staande golf', die maakt dat geluid weerkaatst tegen muren en ramen en zich tenslotte als 'white noise' verzamelt op halve hoogte. Zodat radiotechnici zeggen 'het geluid kan niet weg'.

 Intussen kijk ik veel naar de ondertiteling op teletekst, die in ons land door randdebielen wordt verzorgd, zodat ik vaak potsierlijke apekool lees bij wat politici - onverstaanbaar - zeggen.

 Als steun denk ik vaak aan mijn oude vriend, de dichter Louis Lehmann, die formuleerde: 'Waar de mensen ook naar toe gaan, de voornaamste reden blijft toch altijd het horen van hun eigen stem'.

Have a nice day

 De titel vat de film perfect samen. De nietszeggende afscheidsformule waarin heel de Chinese omgangsvorm is samengevat, met knipogen naar Amerika. Of je het volgende moment dood bent doet er niet toe.

 Wat doet er wel toe in deze bijzondere Chinese filmstrip? Die de wereld tot stilstand brengt en alleen hoognodige beweging laat zien zoals een regendruppel die op een oog valt of een auto die voorbij raast. Het gaat om de stilstand. De - meest avondlijke - striplandschappen zijn prachtig van kleur en uitgevoerd in een Chinese variant van de klare lijn. Het gaat om de details, die in deze nu eens tergend trage dan weer vliegensvlugge omgeving alle aandacht krijgen. En de spanning maken. Er wordt geciteerd uit de filmklassieken. De handeling is kapstok en houdt de spanning vast maar meer ook niet.

 Er is een tas met geld van criminele oorsprong die een lieve jongen achterover drukt om de cosmetische operatie van zijn verongelukte vriendin te bekostigen. Aan het eind is iedereen dood behalve hij en de tas staat op straat.

 Hoe het Jian Liu lukt om je vast te houden bij dit spektakel waarin niets gebeurt moet hem zitten in hoe hij met de media speelt. Hergé en Japanse prenten, tekening en film ontmoeten elkaar op een nieuwe manier.

Tags: 

Thorsten en Sponge Bob

 Striptekenaars en kunstenaars blijven uit elkaars buurt. Georges Rémi had schilder willen worden maar toen hij striptekenaar werd noemde hij zich veiligheidshalve Hergé. Nog pas kreeg Robert Crumb eindelijk een tentoonstelling in Boijmans. Maar eerder waren er Dis­ney, Herriman anderen die dieren en voorwer­pen tot levende karakters maakten.

 Van de Duitse kunstkant komt nu Thorsten Brinkmann, die schem­erlampen en broodtrommels beentjes geeft en schoenen aantrekt. En die de woordspelige titel 'Life is funny my deer' meegaf aan zijn expositie in het Haagse Gem. Kunst mag bij hem grappig zijn.

 Ik durf ook te wedden dat hij net als ik een liefhebber is van 'SpongeBob Squarepants'. De sprekende spons die op de oceaanbodem leeft. Een spons moet wel een vierkante broek dragen, dat spreekt. Ook verder gaat hij keurig gekleed. Hij werkt in een onderzees restaurant voor seafood en zijn beste vriend is een zeester.

 Disney heeft eens geprobeerd een echte kunstfilm te maken met zijn 'Fantasia'. Dat mislukte. Wanneer wordt zo'n fantasie kunst, wanneer niet? Toch waarschijnlijk wanneer de tragiek z'n intree doet. SponsBob is niet tragisch, Buster Keaton wel. Omdat hij zijn lot onverstoor­baar blijft ondergaan.

 Hij deed alle stuntwerk in z'n films zelf, las ik. Zijn lichaam was een slagveld van littekens.

Tags: 

De trede

 In de trap van het Zutphense Luxor Theater zit een kapotte tree. Fotograaf Fran van der Hoeven zag het en vroeg naar mijn hernia, en ja, het was lastig beklimmen daar. Hem deed die tree onmiddellijk denken aan Kuifje en De juwelen van Castafiore waarin precies zo'n tree een sleutelrol vervult.

 De tree - le marche - komt steeds weer in beeld waardoor de spanning opbouwt. Iedereen valt er een keer over, of bijna, Nestor als eerste. Je wacht op de volgende val. Meneer Bollemans - in het Frans M. Boullu - zal de tree komen repareren, maar dat schiet niet op. Volgen legendarische plaatjes van meneer Bollemans die z'n krantje leest en zich afvraagt waar de mensen zich zo druk om maken.

 Haddock belandt in een rolstoel.

 Meesterlijk is de Nederlandse vertaling van Bob de Moor - ik heb de hele equipe ontmoet aan de Avenue Louise 162.

 Bij Hergé zie je hoe uit een kapotte traptrede binnen 62 pagina's eerst een running gag en vervolgens een strijd met het noodlot kan ontstaan.

 Wat gebeurt er? Meneer Bollemans komt nog even terug naar Molensloot om te zeggen dat de cement onder de nieuwe tree nog nat is. Te laat.

 Hoeveel valpartijen de traptree van Luxor al heeft opgeleverd is onbekend.

Tags: 

Moderne kunst

 Wat is en blijft er zo grappig aan moderne kunst? In cartoons komt het onderwerp altijd weer terug. Het begon in Amerika bij Steinberg en anderen, en werd een standaard onderwerp. Marcel van Eeden weet er weg mee en laatstelijk vooral Gummbah.

 Die van geen ophouden weet. In zijn meta-cartoons. vol gezwijmel van kunstenaars en adepten. 

 Ooit was het 'dat kan m'n zoontje ook', wat veranderde in 'je mag er in zien wat je wilt'. Rorschach-vlekken doemden op. Wat je erin zag zei iets over jou. Daarna kwam de openlijke agressie, die zich bij VVD en PVV-politici uitte in het schrappen van subsidies.

 Een verhaal apart is Hergé. Ik was bij hem in Brussel op de Avenue Louise 162 en daar, in zijn werkkamer aan de achterkant hingen de moderne schil­derijen en beeldhouwwerken die hij verzamelde. Ooit wilde hij zelf kunstenaar worden. Toen het strips werden veranderde de schilder Georges Remi zijn naam in Hergé (Remi, Georges).

 In zijn laatste, unvollendete 'Kuifje en de alfa-kunst' (1987) is een kunsthandelaar van plan Kuifje te doden,  in polyester te gieten en als kunstwerk te verkopen. Strip en kunst ineen, heel letterlijk. De schetsen en wat dialoogregels werden later uitgegeven. De trekst bij het plaatje, waarop Jansen en Jansens binnenkomen terwijl Haddock de letter H (van Hergé, lijkt me) in handen heeft: 

JANSEN: Nee maar! Waar komt dat vandaan? Waar dient het voor?

HADDOCK: Het is een H. Het dient nergens voor!!! Het is Alfa-kunst, dat is het! En het dient nergens voor!

JANS(S)ENS: Aha! Ah ja! Ah! Ha, ha, ha, Ja, ja.

De wraak van Raskar-Kapak

 De Inca-mummie Raskar Kapak uit Kuifje en de Zeven Kristallen Bollen en het vervolg De Zonnetempel (1946-1948) achtervolgde me. Wat ik niet wist reikt Henk Beentje me aan. Het verhaal van de laatste Incakoning. Zoals in 1959 opgerakeld in een BRT-jeugdserie, waar hij Manko Kapak heet.

 Bij Hergé wordt zijn graf ontdekt door de Sanders‑Hardmuth expeditie, waaraan ook professor Zonnebloem deelneemt. Zij vinden de schat van Raskar-Kapak.

 Dan volgt de wraak van de Inca 'hij‑die-het‑vuur‑van‑de‑hemel‑ontketent'. De ontdekkers worden getroffen door een geheimzinnige ziekte. Zijn mummie wordt bewaard door Hippolytus Bergamot maar komt 's nachts tot leven als hij kristallen bollen met een magisch gas erin gooit naar de geleerde grafschenners.

 In De Zon­netempel blijkt dat Zonnebloem moet sterven omdat hij zijn armband van Raskar Kapak draagt. Hij wordt ontvoerd naar Peru door de laatste Inca-sekte.

 De namen van de expeditie zijn vintage Hergé: Anton Sanders (1908‑1961), Hippolyte Bergamot (1893‑1955), vriend van Zonnebloem, Jacques Clairmont (1905‑1968), Felix Cantonneau (1898‑1948), Marc Charlet (1900‑1999), Armand Laubepin (1898‑1953) en Bruce Hornet (1893‑1983). We treffen ze, geslagen door waanzin in een kliniek, elke dag op het zelfde uur.

 Dan komen Haddock en Kuifje bij de Zonnetempel waar Zonnebloem moet sterven. Tot Kuifje een zonsverduistering voorspelt en daarmee de Inca's overtroeft. Vreemd, de Inca's wisten alles van zonnestanden, maar dat wist Hergé ook wel. Haddocks confrontaties met de spuwende lama's blijven onvergetelijk. 

 Waar bleven de ontdekkingsreizen? Het Meten van de Wereld van Daniel Kehlmann was een laatste eerbetoon. Blijft over Peter Kuipers Munnike op een gesmolten Noordpool.

Hergé en het detail in 1977

 Gisteren bracht de postbode - die altijd tweemaal belt - een nieuw nummer van het tijdschrift Furore van Piet Schreuders, dat bij nader bekijken veertig jaar oud blijkt en gedateerd op april 1977. Waarom?

 Een zeer lezenswaard nummer, met onder veel meer een stuk over Pulp boeken en hun makers en illustratoren, een gesprek met Ringo Starr over wat te doen na de Beatles en vooral een bezoek aan Kuifje-tekenaar Hergé en zijn kompaan Bob de Moor, door Joost Swarte, Ernst Pommerel en Schreuders.

 Waarom? Op de dag dat de Fransen op het verleden zullen stemmen, net als eerder de Amerikanen en de Engelsen heeft Schreuders haarfijn aangevoeld: wie niet weet hoe verder, gaat terug. Hergé en zijn kompaan Bob de Moor leggen uit hoe hun pagina's ontstaan. Hergé half in Brussels-Vlaams - hij komt uit Etterbeek, zijn vader was Franstalig, zijn moeder Vlaams - en Frans, wat onweerstaanbaar werkt.

 Dit gaat over het detail. Hergé: 'Natuurlijk, wij zijn Van Eijk niet. Dat zal ik u direct zeggen. Ge moet het goed zien. Maar als u dat tafereel van Van Eijk ziet, ziet ge eerst alles tezamen. Als ge voor bij komt, ziet ge de klein-klein-klein dingskes, kleine bloemekes en van alles. En de details van de kleine bloemekes. Wel dat is, ik denk, in onze tekeningen het zelfde ding. 't Is te zeggen: het is leesbaar. Ge kunt eerst alles in een oogopslag zien, en ge kunt nabij komen en de details zien. Maar ge moet eerst de ambiance zien om te kunnen lezen! Eh, Bob? De details moeten in de tweede rang komen. Eerst den ensemble, dan de details.'

 En verderop: 'Si vous donnez la même importance a tous les details ca devient illisible. Ge kunt het niet lezen; waar moet ge beginnen? Ge weet het niet 't Is toch : ge vertelt een histoorke - een histoorke! - dus, ge moet klaar zijn, klaar, eerst en vooral.' En zie, daar heb je de klare lijn..

 De enige stijlbreuk is de prijs op het omslag: 10 euro. In de erkende handel natuurlijk.

Paul d'Ivoi

Mijn recept voor lichte koorts. Het mist in Londen, je kunt je uit een zeppelin laten zakken aan een lang touw en binnendringen in een ambassade, zonder gehoord te worden. Je zeppelin blijft geluidloos boven je hangen in de mist.

 D'Ivoi kende ik van m'n grootvader. Een vergeten Jules Verne-pendant die reeksen jongensboeken schreef. Beelden van de wereld van vlak voor WOI. De luchtoorlog is op komst. Gevechtszeppelins worden vertoond voor de Duitse keizer en verongelukken.  En dan nadert het geheime wapen van de Engelsen, 'Miss Widow', het Spookluchtschip (1910):

 'Neen, de hemel boven hen is niet meer eenzaam. Een zwarte stip verplaatst er zich met onberekenbare snelheid in de seconde. Het voorwerp nadert, neemt grooter afmetingen aan. Vaag kan men het onderscheiden. Het heeft naar het schijnt de gedaante van een sloep waar bovenop afdeelingen zijn geplaatst, die den vleugelslag regelen naar de kracht van den wind.

- Wat is dit voor een machine?

Het snelt voort met de snelheid van een meteoor, honderden kilometers per uur zullen later de specialisten zeggen van de aviatuur.'

 Met Hergé heb ik nog over Paul d'Ivoi gesproken. Ook hij had ze als jongen gelezen en in z'n Kuifjes gebruikt.

Ma Loute

 Wat slapstick vermag! Net zag ik Ma Loute, de uitzinnige film van Bruno Dumont, waarin Hergé Fellini ontmoet, terwijl zich tegelijk gruwelen afspelen. Aan zee, de kust bij Calais. Waar rond 1900 nouveaux riches villa's bouwen en straatarme vissers proberen in leven te blijven.

 Het toerisme is nieuw in die jaren. Men zwijmelt om het natuur­schoon, de geneeskrachtige zeelucht. Maar o die rauwe visserslui. Er verdwijnen toeristen. Het politieduo dat ze moet opsporen blijkt een uitvergroting van Jansen en Jansens. De slapstick ontaardt, de idioot dikke commissaris blijft vallen. Als zo iemand vaak genoeg valt wordt het weer leuk. Op de goeie manier over the top.

 In Nederlandse kritieken werd gezeurd over de 'typetjes' die de film bevolken. Ik ben zo vrij dat anders te zien. De rijke familie Van Peteghem uit Tourcoing die de 'Egyptische' villa aan zee liet bouwen is zeer Belgisch en bestaat uit uitgekiende stripfiguren. Dumont is kennelijk een stripkenner.  De zomerkledij is geheel in stijl.

 De vissersfamilie komt dan weer uit Haagse school schilderijen van Mesdag. En als ze kannibalen blijken verbaast je dat niet, waar zouden die toeristen anders blijven. En dan is het niet grappig meer.

 Dumont is een kenner van het vroege toerisme, de vrijetijdsbesteding van de stadse rijken rond 1900 en ook de levensstijl van de kustbevolking sinds overoude tijden. Die twee botsen. in Ma Loute - de naam van de vissersjongen die het drama draagt. Noem het gruwelslapstick.

Tags: 

Pagina's