Wegwezer

 Is ie er of is ie er niet? Wie?

 Hans Faverey, de afwezige, meester van het o zo precieze on­gewisse. Onthou dat je uitspreekt 'Faverie'. Zoals ik van Hans Vervoort leerde, die hem kende. Zoek! Het laatste woord dat je ziet als je zijn spoor volgt. Loopt het hier dood? En dan ben je al vaak langs de zee gekomen en de Styx, en hebt de eenhoorn meermalen gezien. Dit uit zijn tweede bundel Gedichten (1972), herdrukt in zijn verzameld werk:

 'Word ik ja geroepen,

 

 word ik nee geroepen.

 

 Ik kan hier niet weg.

Mijn wegwezer is hier.

Zonder tegenbericht

 

kom ik straks.'

Tags: 

Hans Faverey

 Voor wie niet of niet meer weet wie Hans Faverey (1933-1990) was, nu zijn vrouw ook gestorven is, dit. Hij werd in Paramaribo geboren, studeerde psychologie en werkte aan de Leidse Universiteit. In 1969 trouwde hij met Lela Zeckovic en woonde in Amsterdam-Zuid. Zijn eerste bundels werden 'onbegrijpelijk' genoemd, maar zijn werk werd later toegankelijker. Klank en ritme doen er veel toe. Hij was een begaafd pianist. Vaak probeert hij de tijd (die alles kapot maakt) stil te zetten. In 1989 bleek dat hij ongeneeslijk ziek was. Dit is zijn gedicht (nr. 2601) uit: 'Hinderlijke goden', 1985.

 'HOE ZIJ RECHT STAAT; DAT IK ZIE

Hoe zij recht staat; dat ik zie

hoe zij dit doet door zo te staan

zoals zij gewoon is: haar voeten

iets uit elkaar, haar armen

 

neerhangend, haar kin iets omhoog;

zo snel denkend, dat haar stem eerst

liever wacht of het de moeite loont

om het te zeggen. Juist zij is het

 

die afkomstig is uit zichzelf. Al

wie haar nadering heeft herkend,

al wie haar stem heeft doordroomd:

die zal zich nooit kunnen vergeten.

 

Hoe onmooi is haar schoonheid.

En hoe welluidend op haar handpalm

alles zal kunnen verstuiven tot het

nooit heeft willen bestaan.

Tags: 

Lapis lazuli

De oude schilder Ben Akkerman leerde me in het Enschedese flatje waar heel z'n oeuvre stond (hij wilde alleen nalaten wat goed was) wat een lapis lazuli was, een blauwe steen uit Afghanistan waar men al eeuwen dure blauwe kleurstof uit maakt. Hij had er een, ik hield hem vast. Van Martin Reints kreeg ik de gelijknamige bundel gedichten van Lela Zeckovic, de vrouw van Hans Faverey (1933-1990), die vorig jaar stierf en in 1936 geboren werd in Zagreb. Tegelijk verscheen een kleine biografie ‘Een straat met kastanjebomen’, ook bij de Avalon Pers. Geboorteland:

 ‘U komt toch terug/ als u oud bent, om hier,/ in uw land te sterven?’

  Het is het sterfbed, Elvira,/ dat ik verafschuw. Waar/ moet zich zoiets afspelen?/ In welke kamer, in welk land,/ in welk huis?

  Ik strek mijn arm uit/ om een braam te plukken;/ en zo voorover gebogen/ over een stenen muurtje/ dat de twee wijngaarden/ van elkaar scheidt, hoor ik/ het geritsel in het hoog/ opgeschoten gras: een slang,/ een muis?

  Liefst sterf ik in een lege coupé/ van een trein die door een winters/ landschap raast.

  Ik zei: 'Ik weet het niet,/ ik weet het bij God niet/ waar ik sterven wil. Schenk ons/ nog wat in.'

Tags: