Zomer

Een stilte waarin je eens – heel in de verte – de bel van Jamin, de eerste gemotoriseerde ijskar met zijn ‘dubbeldik’  hoorde naderen. Misschien ook een drumband. Straks zouden de moeders met hun portemonnees in de hand naar buiten komen.

Achter zo ’n drumband  heb ik meermalen de Duinenmars uitgelopen, de Rode Kruis mars, de Sint Jorismars.  Strak in het gelid, zodat je niet de groep uit mocht om te gaan pissen en het moest laten lopen.

Waar bleef de zakdoek met vier knopen aan de hoeken als hoofddeksel? Ach, er zijn weinig zakdoeken meer. 
Mijn laatste kreeg ik van Els Moors en die heb ik altijd in hun doosje bewaard. Aan de overkant vliegt een koolwitje tussen de brandnetels en het is stil.

it bij wijze van oefening. Later meer.