Zelfportret

 Als ik zo'n kop had ging ik er naast lopen, zeiden de jongetjes bij mij in de straat. Het hebben van een uiterlijk blijft een loden last. Lees de bladen. De indruk die je op anderen maakt is een halszaak. Dat was wat ik van thuis meekreeg.

 Daaraan dacht ik vanmiddag in Arnhem bij Spiegeloog, zoals het museale zelfportrettencircus (1900 tot heden) daar is gedoopt. Meteen rezen de hoofdbrekens die ik met meester-zelfportrettist Philip Akkerman meermalen besprak. De man die sinds 1981 zelfportretten schildert.

 Wil je een zelfportret maken dan kan dat niet zonder zelfbeeld. Iedereen herbergt een idee van hoe ie eruit ziet. En een vermoeden van wat voor indruk dat maakt op anderen. Er wordt oneindig veel werk gemaakt van het uiterlijk voor men zich ermee op straat waagt.   

 In Arnhem hangt veel blufpoker, branie, maar ook verlegenheid.

 Probeer het maar, met je spiegel, je cameraatje. Temidden van anderen die zo oneindig veel meer van je te zien krijgen dan jij. Hoe ook, er ontstaat een vertoning. Bedoeld om te beantwoorden aan wat gewenst wordt. Zover je dat raden kunt. Daarmee moet je de wereld door.

 Het is het vraagstuk dat William James rond 1900 al aanroerde. De bedenker van de stream of consciousness. Wie ben ik? De onbeantwoordbare vraag waarop in Arnhem de antwoorden van alle muren als vraagtekens op je afkomen.

 Philip hangt er ook tussen, die al jaren wijselijk niet in spiegels kijkt en zegt dat hij 'uit verf bestaat'.