Vlugzout

 Of er nog veel flauwgevallen wordt weet ik niet. Mij overkwam het tijdens de plechtige dodenherdenking in de hal van het Gymnasium met de gipsen afgietsels van de Venus, Socrates, de Auriga, de Diskobolos en wie niet.

 Je wist wat er ging gebeuren als de tekenleraar klei liet aanrukken voor een les beeldhouwen. Opeens stond daar de gewoonlijk geslachtloze diskuswerper met een fors or­gaan van klei. Het Vaticaan heeft nogal huisgehouden onder de klassieken. In Rome schijn een enorme berging te zijn met afges­lagen lullen. Eddy de Jongh heeft erover geschreven in Kustschrift.

 Maar nu de dodenherdenking, in mijn eerste jaar. Liederen en toespraken, oneindig veel. En opeens voelde ik het bloed uit mijn hoofd wegtrekken en ik viel. Als een pilaar recht voorover op mijn voorhoofd. Zonder een hand uit te steken om mijn val te breken.

 Even werd ik nog wakker van de klap. Het eerste daarna was de afschuwelijke geur van wat vlugzout bleek te heten.

 Het was juffrouw Klink, lerares Frans, die me in haar Fiat 600 naar huis bracht. Maar zelfs de geur van haar parfum kon het vlugzout niet overstemmen.