Steenwijk

 In november 1942 verhuisden mijn pasgetrouwde ouders naar Steenwijk, waar hij leraar Duits werd en ik geboren ben. De talloze brieven die mijn moeder aan haar moeder schreef zijn bewaard.

 Soms, zoals vandaag lees ik haar. en alle bijzonderheden over het wonen op kamers boven de bakker in de Woldstraat 40. De moed er in houden, als eten en kleren schaars worden en steeds stuk gaan. Het gewone waarin ik graag verkeer. Tussen voed­sel-, schoenen- en tabaksbonnen en een huwelijk dat een hele opgaaf wordt. Op 17 december 1942 schrijft ze:

 'Laatst was ik eens wat moedeloos omdat hij zo vreselijk zwijgzaam is, nu hij zo moe is. Zo uit school pakt hij een boek en verzinkt erin zonder te horen wat ik vraag. Dan eten met afwezige blikken en tot slot als ontspanning weer lezen. 'Waar ben ik eigenlijk voor,' zei ik, 'je ziet me nauwelijks.' Maar hij zei dat het toch altijd heerlijk is dat ik er ben. 'Als ik thuiskom en je bent er niet vind ik het vreselijk. Dus daar doe ik het dan maar mee.'

 Ze houdt de moed erin. En vertelt dat ze met buurvrouw Annie 'kniepertjes' heeft gebakken voor Kerstmis. 'En nu kan ik ze niet meer zien. Anderhalf pond meel, nu je weet van een eetlepel beslag maak je er al twee, dus je begrijpt hoeveel we er hadden. Het moet altijd zo veel hier.'

 Mijn vader heeft een ontsteking in z'n hals - 'zalf, benzine en pleisters, wat dat gekost heeft!' - en moet toch netjes lesgeven: Ik heb van de week een boord gekeerd. Dat is een werk zeg, maar 't is als nieuw geworden en dan heb je er vanzelf plezier in. Er moeten dan ook weer die lipjes aan en ook die sleufjes voor de baleintjes. Jij weet niet eens hoe zo'n modern herenoverhemd in elkaar zit denk ik.'

 ps. ze tekende deze plattegrond van ''kamers''.

Terug naar 2019.