Sleutelen

 Oom Wil had geen kinderen. Als hij uit Amsterdam overkwam bracht hij altijd iets voor me mee 'om uit elkaar te halen'.

 Dat kon een defecte stofzuiger zijn, een strijkijzer of een snelkookpan. Als het maar kapot was en afgedankt. Geree­dschap deed hij erbij, schroevendraaiers en moersleutels in soorten, een Engelse sleut­el of een bahco. En ik ontsleutelde, tot er niets meer over was dan onderdelen,

 Wat niet eenvoudig was. Ik bezit nog een blikje kruipolie dat hij me erbij gaf. Langzaam kwam alles los, moer­en, bouten en onbegrijpelijke onderdelen die ik uitstalde op een oude krant.

 Weer in elkaar zetten hoefde nog niet. Dat kwam later, toen ik de onderdelen van de fiets leerde. benoemen. De poëzie van voorvork, achtervork en de geheimenissen van de potascrankspiemoer.

 Eens heb ik op een achterplaatsje een mooi meisje de achterband van haar fiets zien verwisselen. Een betoverend schouwspel.