Roberta Petzoldt

 Je bent een lichaam, onthou dat. Niet iets dat je hebt, je bent het. Zo las ik het tijdens een slapeloze nacht in een Zwitsers hotel. En nu denk ik daaraan bij 'Vruchtwatervuu­rlinie' van Roberta Petzoldt. Gedichten die de afstand tussen jou en de wereld, de anderen kleiner maken. Zoals 'Nageslacht':

 'Op een dag liep ik door een veld afgekeurde alikruiken/ een fluisterde een toonaard.

 Elk had iets achter zich gelaten/ de wangzak van een kolibrie/ de suggestie van blindelings geboren worden/ de grap met de stofzuiger.

 Een dagdeel kwam aangezet, bang om herkend te worden/ deed het een hert na./ Het was de achternaam die uiteindelijk aan zichzelf deed denken.

 Antieke koebellen die geveild werden, lagen/ geluidloos op het glas en niemand stond op om flauw te vallen./ Kieuwslak koos zeven/ de alarmstem verslikte zich in de zandverstuiving.

 Het wolkendek verdeelde zich in schaapjes die liefelijk/ afdreven naar de denkbeeldige herder./ Anders dan het stampij van de branding waar vlokken schuim/ zich van de kustlijn afscheurde en koortsachtig over het strand draafde.

 Wil je en baby? vraagt de man, terwijl hij mijn sigaret uit/ een pakje trekt.'