Rekel

 Zo zit de scene in mijn hoofd: Rekel, de bakvisch die op een landhuis wordt opgevoed, nu ja is ondergebracht bij haar oom, van wie ik nu terugvind dat hij Boudewijn heet, Rekel zit op de poef naast het knappend haardvuur.

 Jaren '20, we zijn in een van de vele Cissy van Marxveldt boeken van mijn moeder die er niet meer zijn. Maar de biografie van Monica Soeting brengt me terug naar het meisje Rekel, de tomboy, ondeugend, tussen meisje en jongedame,  En aan Rekel stelt oom een heel gewone vraag:  'Hoe laat is het Rekel?' Nu moet je weten dat oom op zijn vaste plek zit en de krant leest in zijn fauteuil voor de schouw, waarop de grote pendule staat. Hij zou dus met een enkele blik kunnen zien welke tijd die aanwijst. Maar nee, o nee, Rekel, die op haar vaste plekje op de poef naast de haard zit, moet het hem vertellen. Daartoe moet ze van haar warme plekje opstaan, zich omkeren en omhoog kijken naar de pendule. En dat doet ze, omdat Cissy van Marxveldt ons heeft uitgelegd hoe de rolverdeling tussen de twee is. Elke dag doet ze dat.

Zo heb ik het onthouden. Uit het hoofd dus, hoewel het boek op dbnl staat. De biografie geeft een mooie uiteenzetting over het fenomeen 'bakvisch'. De heldin van vele delen Joop ter Heul. De bakvischroman ontstond rond 1870 en gaat over de fase tussen jongmeisje en vrouw. En deze tomboy is een voorloopster van het geëmancipeerde vrouwentype zonder korset en met kort haar dat tegen de Eerste Wereldoorlog opkwam. Ze bezochten de hbs, tennisten en fietsten. Het andere type, waarop wordt neergekeken, is dan het kwijnende mooie meisje dat hooguit piano speelt.