Osdorp

 Lang heb ik geaarzeld met terug gaan, uit angst plotseling oog in oog te staan met een bekend gezicht. Toen ik eindelijk door de Haagse straat liep waar ik opgroe­ide was mijn eerste gedachte na wat rondspieden in de onherkenbaar geworden erkers van de rijtjeshuizen 'ze zijn allemaal dood'.

 Huizen blijven, mensen gaan. In de geest blijven mensen en plaatsen onverbrekelijk verbonden. Dat merk je bij het lezen van 'Tussen Andreasplein en Zwarte Pad', het jaarboek dat Fred Martin en Jan-Paul van Spaendonk nu al voor de vierde keer samenstelden over Amsterdam Nieuw-West. Met onder vele anderen verhalen van David Endt, Cathelijn Schilder, Henk Spaan en nota bene Wim Kok. En mijn verslag van het bezoek dat ik Gerard Reve in zijn Osdorpse flatje bracht.

 Ingrid Hoogervorst schrijft: 'Tot de jaren 60 diende de broekgulp slechts een functie. Om geen onnodige tijd te verliezen stak de eigenaar van het kledingstuk zijn geslacht door de geopende rits of knopenrij en plaste. Hups. Hij schudde de laatste druppel uit, veerde even dor de knieen en sloot de gulp. Klaar. Wat moest een vrouw in een broek met een gulp? Haar ogen zwaar opgemaakt stiefelde mijn zuster in haar zwarte broek met gulp door onze straat in Amsterdam-West. Ze zal een jaar of zeventien geweest zijn, haar hele verschijning zag er prettig verloederd uit, conform de kledingvoorschriften van het existentieel zijn. Van het existentie uitdrukken, van ja wat eigenlijk?' (...)

 Uitgave Stichting De Driehoek, Cor Hermusstraat 41, 1065 HK A‘dam www.driehoek.amsterdam