Oriëntatie

 Het lichaam wil altijd weten waar het is. Als het in bed ligt wil het weten wat de afstand tot de muur is. Maar in de halfsl­aap komt de onzekerheid. Die vreemde vormen aan kan nemen. Welk huis is dit? Het vorige? Huizen dwarrelen als herfstbladeren.

 Het is een dwang. Altijd moet ik weten waar ik ben, ook overdag . Zonder hulp. Nooit zal ik de weg vragen. Er van overtuigd dat een onbekende me de verkeerde kant op zal sturen.

 In het buitenland klamp ik me vast aan kaarten. Tomtom heb ik nooit vertrouwd. Anderzijds, ik weet op talloze plaatsen, in vele steden haarfijn de weg. Hier ben ik geweest jaren geleden, alleen kwam ik toen van links.

 Verdwaald zijn is een onhoudbare toestand. In Cremona, op de terugwandeling vanuit de binnenstad, het Battistero, naar de auto was ik het helemaal kwijt. Vanuit de binnenstad lopen daar uitvalswegen stervormig alle kanten op. Bij de derde zijstraat moest het zijn. Maar van welke radiaal? Mijn richtingsgevoel was in het niets opgelost. Het logische stratenplan in de Michelin bood geen houvast.

 Het was mijn vriendin die na een lange wandeling zei: 'Daar, die modezaak met die gele jassen. Die heb ik gezien.’