Onwoorden

 Vriend Dave, de schilder in Goes, kreeg de opdracht 'iets' te doen in de pas gerestaureerde watertoren aldaar. Daar begon het mee. De toren ligt vlakbij zijn atelier. En hij wilde iets met woorden die hem ergerden. Woorden die je steeds om de oren vliegen.

 Zoals passie, uniek of verrassend. Een gezelschap zou de toren beklimmen, waar de gewraakte woorden op koptelefoons moesten klinken met uitzicht over heel Zuid‑Beveland. Hoe verder wist hij nog niet. Hij verzamelde onwoorden. Ik vertelde hoe ik een wekelijkse ver­gadering had verzocht het woord uitstraling niet meer te gebruiken waar ik bij was.

 Woorden als onoverkomelijke struikelblokken. Ik herinnerde me de onenigheid die ik had met Johnny van Doorn bij het nakijken van het manuscript van zijn verhalenbundel Gevecht tegen het zuur (1984). Daarin staat het verhaal Gevangenisdirecteur aan zee. Op zekere avond maken Yvonne en hij het gezellig in het huisje in Bergen waar ze bivakkeren. Rond de lamp komt rood crêpepapier zoals je toen op feesten deed. 'Subtiel' noemde hij dat.

 De procedure was als volgt: we corrigeerden aan de keukentafel op Het Laagt 145 in Amsterdam-Noord. Johnny droeg de tekst hardop voor, ik las mee in mijn kopie op schoot. Als het me niet beviel moest ik 'stop' roepen en mijn bezwaar kenbaar maken. Daar kwam het woordje 'subtiel'.

 'Stop.' Waarom, hoezo, wat mankeerde eraan?

 'Versleten woord John, beetje kwasideftig ook. Een onwoord.'

 Hij begreep het niet. Onenigheid aan de keukentafel. 'Als dat woord erin blijft is je boek dood,' riep ik tenslotte. Hoe sterven woorden?

 Wie helpt vriend Dave aan onwoorden voor in de watertoren?