Onsterfelijke Annie

 Op mijn gymnasium was het werk van Annie Schmidt taboe. Geen literatuur. Wat het dan wel was? Ik wissel soms regels van Annie uit met leeftijdsgenoten.

 En zo kom ik opeens bij 'Amandeltjesrijst met bessensap' en is de vraag hoe het verder gaat met de slaapwandelende koning getekend door Wim Bijmoer. De koning  die in de dakgoot staat. Men houdt z'n hart vast. Alleen zijn lievelingsgerecht kan de koning wekken. Maar hoe loopt het af.

 'Amandeltjesrijst met bessensap,' fluistert de koningin. En opeens weet ik het: 'En dan zei de koning "waar dan?"' Weerkerend thema is bij Annie is benauwenis gevolgd door opluchting.

 Ik bezit de boekjes niet meer. Alles moet nu uit het hoofd. Wat beter is. Was het ook een koning die zo vreselijk moest niezen? Waarop volgt: 'Hèhè zei de koning en toch lucht het op?' Natuurlijk blijft Ubbeltje van de bakker wakker, hoeveel zand Klaas Vaak ook over haar heen strooit. En loopt het met Juffrouw Scholten in de hitte verkeerd af: 'Enkel nog haar tasje lag daar in een plasje. Arme juffrouw Scholten, helemaal gesmolten op de Dam.'

 Het braafste kind dat ik ooit zag de blijft Pieter Hendrik Hagelsl­ag. Zoals de kleine Annabel prikkel­baar blijft. 'Ik zal dat snertkind leren p­rikkel­baar te zijn.'

 Maar bij mij komt de bevrijding met Meester van Zoeten, die zijn voeten wast, zaterdags in het aquarium. Zie hem daar zitten, op zaterdag, want dan is het zoetwaterdag.

 Door Annie heb ik mijn jeugd overleefd.

Tags: