Ongeluk

 Wat me bij is gebleven en altijd, heel hoorbaar, zal bijblijven is het geluid van autobanden die in het ritme van het verkeer over glasscherven heenrijden. Knerps knerps, kadunk, knerps. Dit is de avondspits in het weekend, in Siena, waar ik in een buitenwijk heb geprobeerd tegelijk op de kaart en de rich­tingaanwijzers te kijken.

 En nu staan naast mij de carabinieri, een meisje en een jongen en moet ik mijn papieren opdiepen. rij- en kentekenbewijs, groene kaart en dan komt het invullen van het pechformulier, waar ook de gegevens van de andere partij, de rustige bestuurder van een FIAT-busje op moeten.

 En dan een garage. in de dichtstbijzijnde blijkt de chefmonteur een verzamelaar van schilderijen te zijn. Overal tussen de wieldoppen en onderdelen hangen ze. Meest namaak-klassiek. Ik zeg bij een landschapje 'Ottocento?' 'Possibile.'

 Meteen is het goed.

 De auto is overmorgen klaar. In een hotelletje waar uitspelende voetbalelftallen logeren is nog plaats.

 Ik heb vaak geluk.