Met uw welnemen

 Grappigheden leven per generatie, denk ik vaak. Zo bestaat er een Adriaan en Olivier-generatie, waar de Pa Pinkelman generatie naadloos op aansluit. Grapjes en zinsneden waaraan men elkaar herkende. Het sleutelwoord was 'stadhuistaal'.

 Zo hoorde mijn vader tot de Heer Bommel-generatie. Er kon geen eten worden opgediend of het was een 'eenvoudige doch voedzame maaltijd'. En tussenwerpsels als 'met uw welnemen' en 'als ik u niet ontrief' waren niet van de lucht. Altijd begeleid door de luide lach van de maker van het grapje. Waarbij de dames in het gezelschap van harte in haakten.

 Mijn moeder haakte dan bescheiden in, al had ze deze teksten al erg vaak gehoord. Zelf had ze in deze ongeestige komedie de rol van juffrouw Doddel, de buurvrouw van Bommelstein. De laatste keer dat ik met mijn vader in de erker stond zagen we haar aankomen met de boodschappen.

 'Daar komt ze,' zei mijn vader, kwasi-ontroerd 'de goede vrouw.' Maar meestal viel hij tegen haar uit als ze na haar vele tia's weer iets liet vallen en in snikken uitbarstte.

 'Maak me dan maar dood', zei ze een keer.