Litteken

 In het 'Over de grens'-nummer van het Internationale Tijdschr­ift Terras vind ik werk van Filippijns-Amerikaanse dichter Jon Pineda, vertaald door Jeske van der Velden. En zie, een Lit­teken, zeldzaam onderwerp, onder 'Samenleven':

 'Bruce Denbigh stak een stok tussen/ de spaken van mijn wiel, en daar vloog ik,/ 'voor heel even, over het trottoir'./ Onder de douche tilt hij zijn kin op en vertelt haar/ het verhaal achter dit litteken. Zij legt/ de plek bloot waar een steen haar hoofd raakte.

'Ik was nog zo klein', zegt ze, lachend,/ 'Ik herinner me alleen dat ik verdwaasd naar huis liep',/ en heel even stroo­mt/ het water in de holte/ van zijn hand als hij er met zijn vinger langs strijkt,/ dan haar lippen aanraakt. 'En deze?' vraagt ze,/ legt haar nagel op de maansikkelvorm die op zijn schouder rust.

'Mijn zus,' zegt hij. Hij vertelt er niet bij/ dat ze al bijna zijn halve leven dood is.

Dat is onnodig, al wil hij bij het afdrogen zeggen/ dat dit litteken de herinnering aan haar stem heeft/ overleefd. 'We hadden ruzie,/ maar ik weet niet meer waarover./

Ze wrijft met haar handdoek over zijn schouder, precies hoe/ zijn zus de gestolde snee depte met een doekje,/ hem een boodschap stuurde boven al zijn gegil,/ die jaren later hier aankomt, als hij voor het eerst hoort/ hoe ze hem wilde troos­ten zonder woorden.'

 Ja, mekaar je littekens vertellen. Ook ik vloog, van mijn fiets af, hoog boven het Valkenbosplein en dit is prikkeldraad, in de duinen.