Keerpunt 1961

 Steeds kom ik weer terecht op het kantel­punt. Het jaar waarin de oude tijd voorgoed overging in de nieuwe, moet wel zijn 1961.

 Een jaartal dat het zelfde blijft als je het op z'n kop zet. Zodat de tijd stilstaat, zoals in de film Marienbad van Resnais uit dat zelfde jaar. Het jaar waarin mijn Indische overbuurman - een beminnelijke kantoorman die in een Rover reed met veel hout van binnen en die zijn gitaar - hij was de enige vader in de straat met een gitaar - aansloot op zijn radiotoestel en me betoverde met fluwelen klanken.

Niet wetend dat in dat zelfde jaar in Liverpoolse keldertjes Engelse jongens de blues van Muddy, Howlin' Wolf en Hubert Sumlin probeerden na te spelen.

Ik zag in Den Haag de Indische gitaarband René and his Alligators in de aula van een katholieke school. Indische meisjes liepen als eersten in petticoats. Indië, dat ze ontvlucht waren lag nu eenmaal dichter bij Amerika. Indische mensen waren modern. Lagen voor.

Elke maandagochtend reed een busje de straat in, volgestouwd met Hoover-wasmachientjes, waarmee ook mijn moeder waste. Tegen zessen werden ze weer opgehaald. En dat was nog maar het begin.