Honderd jaar radio

 De radio bestaat honderd jaar en oud radiochef Jan Westerhof schreef het grote boek dat daar bij hoort: 'We waren erbij'. Vanmiddag wordt het gepresenteerd.

 Toen ik in 1966 in Hilversumse kwam werken heeft Peter Flik mij rondgeleid door alle gebouwen en studio-villa's waar de omroepen toen nog zaten. Wat het tot een geheel smeedde was de technische dienst van de Nederlandse Radio Unie, die alles beheerde, van de micro­foons tot het gaatjesboard aan de wanden en de asbakken: alles eigendom NRU.

 Sinds de geluidsband was weinig meer live. Een rigide DDR-achtig systeem met veel bonnen zorgde dat het nooit stil was op de radio en alles onder controle. In Eindco­ntrole­kamers (ECK) keken verveelde technici op een metertje, startten soms een band of schoven een omroepster open die weer een lang band-programma aankondigde. Pien Koolschijn, heeft veel gebreid in al die uren. Maar ook Annemarie Oster wist ervan.

 In de ECK's werd gewaakt. Een potloodje registreerde op voorbijdraaiende strook ruitjespapier de geluidssterkte. Aan het eind van de dag controleerde de studiochef of het stil geweest was en werd de technicus op het matje geroepen. Eens na een montage van ons jongerenprogramma was een doos met overgebleven broodjes blijven staan. Die werd weken later met verschimmelde inhoud en een woedend briefje aan onze directie gestuurd: 'Wij vertrouwen erop.. '.. 'In het vervolg..'. etc.

 En nu? Nu zijn de meeste technici verdwenen en doen programmamakers het o zo goedkoop zelf en zelden meer op band. Live, net als honderd jaar geleden, in de tijd van Idzerda. Leve de achteruitgang!