Heeroom

 Ging je in Leersum onder de beukenbomen van de Lomboklaan staan dan zag je hem van ver aankomen van de halte van de Blauwe Tram. Dat moest ik de tantes Be en Wies gaan zeggen. Dan konden ze wat meer eten opzetten. Heeroom at nogal veel.

 Heeroom was van de kant van tante Wies, die katholiek was maar 'er niets meer aan deed'. Heeroom at niet alleen mee, maar moest ook extra verwend worden. Hij was een belangrijk man. Er werd een fles wijn voor hem opengetrokken.

 Je herkende hem aan zijn bolle buik, zijn zwarte gewaad met vele knoopjes en vooral zijn omgekeerde witte kraag.

 Zelfs de honden, genaamd Naughty en Roetje zwegen. Tante Wies had in Engeland gewoond en sprak een ratjetoe, zelfs woorden als 'jam' zei ze op z'n Engels en de Maggi soep-aroma werd Engels.

 De honden zwegen eerbiedig als Heeroom binnen was. Alsof je wisten dat hij de sleutel van de hemelpoort op zak had.

 En ja, Heeroom bad aan tafel en ook ik sloot m'n ogen. Was hij familie? Nee, priesters mochten toch niet trouwen. Maar familie van God was Heeroom toch zeker.