Geur van vijvers

 Als ik een vijver zie, zoals vanmiddag in de tuin van het Voorschotense landgoed Berbice denk ik aan mijn jeugd in het Huis te Eerbeek, waar toen de vijver en de voormalige slotgracht werden leeggeschept door mannen in dienst van de DUW. Ik herinner me de kolenfornuizen waarop voor 50 man gekookt werd.

 De Dienst Uitvoering Werken was kort na de oorlog een methode om werklozen bezig te houden. En de grachten en vijver van Eerbeek lagen vol in de loop der eeuwen afgevallen blaren. Zo reden mannen in overall op kaplaarzen uit de drooggelegde grachten kruiwagens vol dood blad over wiebelende planken naar de kant.

Sindsdien ben ik gefascineerd door vijvers, met hun ringslangen. En de eenden en zwanen die ik vanmiddag niet zag.

In Eerbeek vergaten eenden vaak hun nesten zodat je in een stinkende eierschalenberg trapte.

Berbice dateert van de 17de eeuw, het oorspronkelijk Middeleeuwse Huis te Eerbeek uit de 18de, de barokke Buitenplaatsen zijn stilistisch verwant in hun restanten van Engelse tuinen. Die buitenplaatsen hebben een heel aparte geur, die van vocht, schimmel en kromtrekkend hout vol schilfers.