Emo Verkerk en de schrijvers

 De vele 'schrijversportretten' van Emo Verkerk zijn meer dan dat, getuigenissen van een lezer die leeft met Gerard Reve, die hij goed kende, de grote drinker Joseph Roth, Slauerhoff, Spinoza, Leopardi of Jerofejev, die altijd drinkt en 'in elke volgende zin een ontsnapping zoekt uit de vorige'.

 Aan Jerofejev (1938-1990, in Nederland bekend van 'Moskou op sterk water') is een heel kabinet gewijd in het Haags  Gemeentemuseum. Naast Verkerks ezel staat de boekenkast waaruit hij Gogol pakt en leest: 'Ga zitten, mijn voerman, klingel, mijn belletje, kringel opwaarts, paarden, en draag mij weg uit deze wereld! Verder, verder, zodat er niets meer te zien is, niets meer.' En zo door, tot je weet hoe Emo Verkerk en Nikolaj Gogol met elkaar verbonden zijn.

 Wat is het verschil tussen zijn beelden - de talrijke vogels die je in Den Haag om de oren vliegen - en zijn schilderijen? Hij vergelijkt zijn uit baksteen, touw, hout en dekzeil gemaakte Zomereend (2000) met zijn portret 'Vincent van Gogh in Londen' (2014): 'Die beelden zijn geschreven taal en die schilderijen zijn gesproken taal, met intonatie en noem maar op. Als ik naar een schilderij kijk dan hoor ik mijn antwoordapparaat. Als ik naar zo'n vogel kijk dan is er gepaste afstand. Dan zie ik wat ik gemaakt heb in het verleden. Die schilderijen zitten nog in de tijd, met alle bijkomende ruis van het maken.'

 De catalogus geeft zijn schildersidee: 'Kijken is een creatief proces. Het heeft niets te maken met waarneming, met het onderscheiden van iets dat buiten ons een eigen bestaan heeft.'

 Waarna hij relativeert: 'Nou natuurlijk heeft het wel met waarneming te maken, maar toch minder dan we vaak denken, snap je, dus in zoverre is alle kijken een illusie. Daarom is schilderen ook zo leuk. We maken al kijkend een wereld.'