De sprekende stad

 Het Den Haag waar ik bij mijn grootouders van vaderskant aan de Frankenslag (eindpunt lijn 1) ging logeren leerde ik kennen door de stemmen van de tramconducteurs. Veel Haagse straten, lanen en pleinen in de oude stad waren genoemd naar adellijke personen.

 Dat levert lange namen op die veel plaats innemen op straatnaambordjes. En wanneer een tramconducteur ze bij het naderen van haltes moet afroepen wordt het poëzie. Zeker als de naam gevolgd wordt door een ruk aan het leren koord van de wagenbel, welke werd beantwoord door de voetbel van de wagenvoerder. Zodra ik er zelf woonde verkende ik het lijnennet van de HTM.

 Er waren conducteurs die zich de adel van namen als de Waldeck Pyrmontkade toe-eigenden en ze uitspraken als waren ze een lakei aan het hof die hoog bezoek ten paleize op audiëntie binnenleidde.

 Deftigheid weerklonk in de Laan Copes van Cattenburgh, wat ze soms heel adellijk afkorten tot 'Laan Copes'. Dubbele namen worden in de betere kringen teruggebracht tot het eerste naamdeel. 

 Waldeck Pyrmont, dat was koningin Emma, een Duitse prinses zoals de meeste huwelijkspartners van de oranjes. Maar ook legeraanvoerders als De Constant Rebecque kregen hun halte.

 Een lust voor de conducteurs. Naar welke groothertogin de Groothertoginnelaan vernoemd is heb ik nooit geweten. De Frederik Hendriklaan (onder winkelende de dames de 'Fred') was makkelijk. Net als de goed in de mond liggende lanen Van Nieuw Oosteinde en Eik en Duinen. Maar de geheimzinnigheid van de Schedeldoekshaven of de Stille Veerkade heeft het nooit tot tramhalte geschopt.