De Ronde

 Nog zit ik bij te komen van de Ronde van Vlaanderen. Hartkloppingen. Het naar binnen duwen van neurose-nootjes. Zou Mathieu van der Poel dan toch nog? In zijn eerste seizoen als wegrenner, na zoveel gewonnen ritten door de modder?

 Kort voor de eindstreep bleef hij langs de weg staan met een kapotte fiets. En haalde de achterstand niet meer bij. De Ronde van Vlaanderen in de zon, dat feest van wielertaal, kleurige shirts, kasseien, betonplaten en landschappen met z'n kerkjes, kerkhoven en kasteeltjes waarin heel het land elk jaar zichzelf viert.

 Koeien springen door de weiden terwijl de heilige plaatsen voorbij komen. De Oude Kwaremont, de Paddenstraat en de Berendries. Levende legenden voeren het woord, als Eddy Planckaert, Eddy Merckx en Patrick Lefevre, ook de rennersnamen zijn pure poezie: Tiesj Benoot, Tom Boonen, Briek Schotte. Wat doen ze tijdens de koers? 'Ze denken.' Dat samenspel van natte vingers, banddikten en schattingen van elkaars graad van uitputting.    

 Geen land waar je mooier met een camera overheen kan vliegen, om nog eens goed te zien hoe lelijk en dwaas rechtlijnig het onze is. Maar 'Een pak kleiner' natuurlijk, door al die landjes achter de huizen voor de patatten en tomatten op een roe' die Ivan Heylen bezingt in zijn 'De werkmens'.

 Een onbekende Italiaanse beginner won. Matthieu, de 'halve Belg' werd vierde.