Al Galidi

 De gedichten van Rodaan Al Galidi zijn onvergelijkba­ar. Ze kunnen dus geen prijs, ook niet de VSB-prijs krij­gen, waarvoor hij genomineerd is.

 Het gaat om het onuitsprekelijke, dat tussen zijn regels heerst. Allereerst zijn aanklacht tegen kou en al wat kou is. Lees het tweede uit de cyclus 'In de koelkast'. Waarvan je nooit zult weten of het lichtje binnen blijft bran­den als je hem sluit. Maar bij Al Galidi ging het anders. Hij liet de koelkastdeur op een kier en bij dat licht schreef hij:

 De tijd om te gaan en ik/ ben te laat. Mijn ziel/ heeft het zeil al gehesen/ en wacht/ tot mijn lichaam de wind is. 

 Maar ik durf hen/ die mij vanbinnen opeten/ niet/ te doden.

 Hopeloos, bekneld,/ zoals een harde herfst een dromende boom beveelt/ om zijn tijd te wurgen en naakt in de kou te staan./ Ik heb de eeuwigheid, zoals een schip een gat./ Neem mijn hand, ik ken de weg/ van universum naar universum,/ maar niet die/ van hier naar mijn leven.