Gaudium?

 'Verdacht,' dat is nog het minste wat je er van zeggen kunt. Eerst abdiceert voor het eerst in eeuwen een Heilige Vader. Dan volgt een concilie en binnen een dag is er witte rook en hebben we een nieuwe paus.

 Vreemd.. De kardinaal van dienst vergat zelfs het 'annunzio gaudium magnum' of sprak onverstaanbaar, zo'n haast was er bij. Verdacht dus. Hoe kon dit? Willem Brakman, in zijn prach­tige roman over een verdachte pausdood in 'De vader­moorders' beschrijft de diepere gronden zo:

 'Weinigen in het Vaticaan zullen weet hebben van de verwoes­tende werking die overladen plafonds, vloeren en zijwanden hebben op het wachten en dit wachten weer op het geloof. Er ontstaat een sufheid en een ijle tuut in het hoofd van het maar niet uitgedund rakende sacramentum. De mond wordt on­houdbaar droog, een lichte oneerbiedige hoofdpijn ontbreekt nooit, geeuwen, wroeten om de kaken, handen en voeten worden de eigenaar zeer vreemd...'.

Tags: 

Zout

 Zoon Steven bericht me dat hij zijn vader in 2006 fotografeerde in Bad Rothenfelde: 'Je moet daar zoute lucht inademen. Die wal is een heg waarlangs zout­water druipt en verdampt'.

 Joost Scholtsz schrijft: 'Het wonderlijke bouwwerk op de foto bij het bericht van 5 maart over Willem Brakman is een zogenaamd "Gradierwerk". Ooit werden ze gebruikt voor zoutwinning.' Ja, zout was eens geld, leerde ik in de Franse 'salines'. De bewoners noemen ze hier ook wel 'Salinen'.

Joost: ‘Later schreef men er ook positieve effecten voor de gezondheid aan toe, ivm. de kunstmatige zeelucht. Er zijn er nog een paar in Duitsland, o.a. in de buurt van Osnabrück. Zelf kwam ik er een paar jaar geleden toevallig één tegen in Bad Kösen in voormalig Oost Duitsland.'

 En die nabij Osnabrück, daar stond Willem Brakman dus. Niet ver van zijn woonplaats Boekelo, eens bij scholieren bekend om de zoutwinning. Schrijft Steven: 'Hij voelde zich rot en een week of wat later bleek er iets met zijn hart te zijn (ziekenhuis etc.). Het was erg koud en daar had hij last van (wat hem als arts had moeten waarschuwen).'

Tags: 

Brieven

 In de weer met een selectie uit de briefwisseling met Willem Brakman. Wat was nu het verschil met mail? Minimaal. Willem stond erop altijd onmiddellijk te antwoorden. On the spur of the moment. We beoefenden het kattebelletje. Van regels aan een deurpost tot haastige woorden op de envelop toegevoegd voor het pos­ten. Deze kaart is een wonder van samenhang. Inclusief Willems regie en enscenering. De bijgesloten foto een raadsel.

 Beste Wim,      29/10.98

  Gezegende knorrepot, maar gelijk hedde ge! De middag was een hel. demonterende muziek. mond op mond gesprekken en liplezen. Resultaat toch niet gering. Ik wil beslist niet de esoterisch afgekeerde zijn., er zijn, en overeind blijven. Zoiets als weten waar je over praat. Dat geeft toch meer diepte dan de man (ik ken hem goed) die opzettelijk en met groot genoegen een Wagneriaanse punt opzoekt op een bekend eiland daar op zijn hurken gaat zitten, luistert naar heel, ja héél oude dingen zoals de wind in de kruinen. de ruis der zee. en dan veel verlatens in het fysiek. een keutel draait vanwege de vele onachterhaalbare verstrengelingen en dan fluistert. "hier woont God." Zo iets wil verdiend zijn. Ondergaan tot het uiterste en de distantie niet verliezen. 'Et filius. et spiri­tus sancti et cave et ave W.

Tags: 

Vervelen

 Nooit eerder was ik in het Louis Couperus Huis aan de Haagse Javastraat. En dat terwijl ik al op school z'n werken las en door de statige Couperusbuurt fietste.

 Nu was ik er, en lees 'Zoo ik ièts ben, ben ik een Hagenaar'. En zeg 't hem na. Hagenaars ver­laten hun stad, hij ook. Wat mankeert er? Het is er vervelend: 'Den Haag maakt mij slaperig en suf, er hangt iets soezigs in de lucht...'. staat in Eline Vere, verpersoonlijking van Den Haag. Je moet Hagenaar zijn om gevoel te hebben voor de grote aantrekkingskracht van ver­veling. Hagenaar Willem Brakman kon lyrisch worden over deze nu vergeten kunst.

 Vriend Frans Netscher beschreef Couperus in zijn altijd op­geruimde kamer aan het Nas­sauplein: 'Het leek wel dat hij, er nooit iets aanraakte, zoo was en bleef alles op zijn plaats. 's Zomers lag hij meestal op een rustbank, een vouw­been in de hand, een boek te lezen, en hij keek dan uit zijn ven­ster het lage, verlaten Alexanderveld op. 't Was soms broeie­rig warm in zijn kamer, bijna niet om uit te houden, zoodat de benauwing op de longen sloeg. Maar dit was juist waar hij naar verlangde; dán voelde hij zich lekker, in zijn element, gezelligjes, gestoofd, als liep zijn bloed warmer en luier door zijn lichaam.' 

 Tijd voor een Ver­velingsnummer van het tijdschrift Extaze, dat toch zijn naam dankt aan Couperus.

Handschrift (2)

 Vanmiddag in Nijmegen bij Gerrit Jan Kleinrensink, biograaf van Willem Brakman. De research is afgerond en na veel tegenslag in z'n leven is hij aan het schrijven.

 Ik kreeg de mappen met brieven terug die Willem me schreef. Raakte aangetast door het vertrouwde handschrift. Zoveel eerste blikken die weerkeerden.

 Wat verwacht ik van die biografie? Brakman - ik herlees nu zijn vaderboek 'Late vereffening' - is in zijn latere meesterstukken terechtgekomen in vormen van associatie waar op een heel natuurlijke manier alles met alles te maken krijgt. Hoe meer je weet over de grondstof, het ruwe materiaal dat daaraan ten grondslag ligt hoe meer lichtjes je opgaan. Maar er is zo veel, ijselijk veel. Ja, hij oefende kogelstoten in eenzame duinpannen.

 En hij zat drie jaar op de zeevaartschool, hoewel hij panisch was voor water en niet kon zwemmen.. Of juist daarom. Ik wist dat niet. Ben met hem gaan varen in een roeiboot. Heb gezien hoe hij z'n angst overwon en zich letterlijk voorover in de boot stortte.

 Alles in zijn werk komt 'ergens vandaan'. Die plaatsen van herkomst verwacht ik in een biografie. Voor Brakman geldt net als voor Gerard Reve 'ik verzin niks' (behalve alles).

Handschrift

 Wanneer een schrijver sterft rest ons zijn handschrift. Zoon Steven stuurde me de eerste twee pagina's van 'Staren in het duister', het laatste - onuitgegeven - boek van Willem Brakman (1922-2008).

 Wat staat er? Hoe staat het er? Ik kreeg 176 brieven van Willem en leerde zijn dokterspootje ontcijferen. Doktershandschriften neigen naar het geheimschrift, waren ooit louter bedoeld voor collega's en apothekers. Handgeschreven woorden komen tot leven. Je gaat naar hun bedoeling, hun gevoelswaarde raden. Staat hier werke­lijk 'een gekookte barbaar met een boterham'? En 'donderruil'?

Lees: 'Als ik terugblik naar mijn jeugd, dan is dat het beste in de regen, het plein, de kerk, dan is 't maar het beste een gekoo­kte barbaar met een boterham met mayonaise. Hoe dan ook leefde daar een oude brief met een zuster die veel knisperde. Terecht zat zij aan de kade en riep honende terechtwijzingen. Al dit was gepaard met een kauwen achter in de keel. Ik ken een wezen dat geen menselijke trekken vertoont - voor 't geval dat, maar dat het vooral moet hebben van de deur, de kalk van de deur, een terug naar de mensen, een kat en mevrouw Van de Broek d'Aubrenant. Een donderruil. (...)'

Tags: 

Staren in het duister

 Is de titel van het onvoltooide laatste boek. Ik lees een begooche­lend manuscript. Dat reikt naar achter het duister.

 Willem Brakman heeft de wereld altijd herschapen naar zijn even­beeld. In het gezicht van de dood, schiep hij zijn hiernamaals. De wereld als wil en voorstelling, in een kijkdoos. Wat hier gebeurt is niet af. Zoals Kafka's Amerika niet af is omdat het continent met elke stap van Karl Rossmann groter wordt.

 Zo heeft Willem van jongsaf de dood de buurt, het huis zien binnenkomen; zijn grootvader, een buurvrouw. Huizen, winkels, de Julianake­rk waar men tenslotte wordt uitgedragen. Het riekt er. En zeg nu zelf, de dood is overal, kijk om je heen. Of lees zijn roman Inferno. Een compleet ingericht en gestoffeerd hier­namaals, per bus berei­kbaar, zij het enkele reis.

 Een heilige vrees, tegelijk met de wil te doorgronden. Starend in het duister doet hij juist dat. Hij reikt en reikt. En daar ontstaat zijn andere wereld. Maar weet dan wel, dit boek is zonder eind, het kan nooit voltooid worden.

 

Tags: 

Mannenbenen

 Steven Brakman, zoon van de schrijver Willem, bericht dat hij vorige week een handschrift van de vroege verhalenbun­del 'Water als water'­ van zijn vader in handen kreeg.

 Ergens rond 1965 was een student bij hem langsgekomen met belangstel­ling voor zijn werk, en uit en­thousiasme had Brakman hem meteen het hele handschrift mee gegeven. Nu is het terecht. Hier een pagina van het militaire dienst-verhaal 'Herfstmaneuver', waarvan de eerste zin in de boekversie luidt:

 'Misschien bestonden er maar twee soorten mannenbenen, overwoog Carp terwijl hij slaperig naar zijn dikke dijbenen staar­de, die de treden afgingen en bleek afstaken tegen het donke­re trapgat; de bloedwarme, rolronde en gespierde, en de magere pezige.'

 Maar de pagina werd doorgehaald en in Willems doktershandschrift herschreven. Ik probeer hem nu te ontcij­feren. Over de mannenbenen staat er nog dat Carp meent 'dat hij tot de groep mannen behoorde wier benen in de dijpartijen vrouwelijke rondingen vertoonden (..)'. Een angst die je bij mannen vaker tegenkomt - help ik Willem postuum een handje - maar die op een misverstand berust. Wie z'n eigen dijbenen van bovenaf bekijkt ziet altijd meer ronding dan er werkelijk is.  

Tags: 

De afhangende hand

 Natuurlijk hebben muren oren. Wat mag, wie een huis bewoont, eigenlijk verwachten? Ik denk ziek worden. De huisziekte krij­gen. Met een mond die kleppert als een brievenbus.

 Wat me blijft achtervolgen: in zijn laatste boek 'Gesprekken in huizen aan zee' verwijst Willem Brakman (1922-2008) naar een roman van hemzelf die 'De afhangende hand' zou heten. Ik zag hem meteen, die hand. Het dadenloze van een pols, ongedwongen over de leuning van een fauteuil neergelegd, het spel van de mee afhangende vingers. Vingers zijn rusteloos. Voor je het weet maken ze speel­se, kleine gebaartjes, plukken ze ‑ schijnbaar in gedachten, schijnbaar verstrooid ‑ aan iets, of iemand. Iets of iemand in de verbeelding van de hand. Ach, verkeerde ik één kamer met die afhangende hand. Maar het boek bestaat niet.

ps. Zie zijn juist verschenen postume stukjesbundel ‘Voltreffer’

Tags: 

Brakmans Zeeland

Vanmiddag lag daar in Concordia in Enschede Willem Brakmans 'Voltreffer'. Nagelaten werk met foto’s, prenten en bijschriften van oa. Jan Mulder, Winnie Sorgdrager, Helga Ruebsamen.

'Zeeland bestaat niet' is hem op en top. Zijn familie kwam er vandaan, zijn jeugdvakanties lagen er. Dit speelt In de Donzevisserstraat in Terneuzen: 'Daar zat ik dan op mijn knieën op de grond, zacht wiegend door de klop der slagaderen in de knieholten, in een te stil kamertje en bestudeerde de platen van Gustave Doré.'

Hij ging nogeens terug naar 'dat land waar heel ver en heel lang geleden elkaar raken'.

Maar, het 'overleed ter plaatse bij de eerste stap aan wal'.

En hij besluit: 'Nee, mijn Zeeland bestaat niet; het is ner­gens anders te vinden dan in mijn hoofd. Kijk niet achter verhalen; ge vindt er niets. Gustave Doré was een groot man, maar het hiernamaals bestaat ook niet.’  

Tags: 

Pagina's