Onbegeleid

 'Tell me how it ends' heet het boekje dat de Mexicaanse, in de VS werkende schrijfster Valeria Luiselli schreef over haar werk als tolk voor de rechtbank in New York. Waar ze illegaal de grens overgekomen jongens en meisjes uit Guatemala, Honduras etc. moest ondervragen.

 Een 'essay in veertig vragen' is de ondertitel. De 'onbegeleide' kinderen worden gesponsord, hun smokkelaars - 'coyotes'- betaald, door familie, vaak de moeder, die jaren eerder al de VS binnenkwam en geld spaarde om ze te laten overkomen. Ze komen alleen.

 Eerst raken ze in hun thuisland verstrikt in de praktijken van de gangs, met wie ze moeten meedoen of sterven, dan rest de vlucht. Twee grenzen over. Een grootmoeder in Tegucigalpa, Honduras, naait moeders telefoonnummer in de kraag van een jurkje omdat ze de tien cijfers niet kunnen onthouden. Het jurkje mag nooit uit. Zodra ze de Amerikaanse grens over zijn moeten ze dat bellen.

 Ook in de VS zijn gangs, die jongens dwingen mee te doen en meisjes exploiteren. Wie ze verraadt sterft. De kinderen zijn doodsbang voor ze. Vraag 35, over de bedreiging door gangs in het thuisland is cruciaal, die rechtvaardigt voor de rechter immers hun vlucht.

 De Amerikanen, eerst Obama en nu Trump zijn bezig deze immigratieroute af te sluiten. De gangs hebben het laatste woord.

Topomanie (2)

 Valeria Luiselli voert me langs omwegen waar ik al eens dwaalde. Jij hier? Zeker, ik trok met Hannibals olifanten over de Alpen. En zocht de plek waar Lord Byron, zittend bovenop de Simplon Pas, een gedicht schreef. Dat hij toen niemand keek onder een grote steen verstopte. Waar het nu nog ligt.

 Valeria staart zich blind op de plattegrond van het gefragmentariseerde Venetië en tenslotte weet ze het: 'Meer dan wat ook lijkt Venetië op de fragmenten van een gebroken knie'. En ik antwoord haar dat ik als kind landkaarten uitvouwde op de vloer en er languit op ging liggen. Zodat de Donau onder me door stroomde. Landen zijn lichamen.

 Ze leest en leest, wil Portugees leren, om Pessoa. en haalt Louis Wolfson aan, de Amerikaan die de Engelse taal niet verdroeg. Hij had er tenslotte nooit voor gekozen, wilde hem vergeten, 'getiranniseerd door een schreeuwlelijke moeder met overgewicht, en verstikt door een moedertaal die hij verfoeit' komt hij z'n kamer niet meer uit en schrijft in het Frans 'Le schizo et les langues'.   

 Sleutelbegrip is bij Valeria Luiselli de saudade, de Portugese muziekvorm waarin je gemis, verlies, heimwee en melancholie uitdrukt, nog het meest rakend aan blues. En ze geeft een korte geschiedenis van de melancholie. In de 17de eeuw beschreven door de Zwitserse legerarts Johannes Hofer die bij soldaten die in den vreemde dienden steeds deze symptomen vond: hoofdpijn, slapeloosheid, benauwing in de borststreek, het horen van stemmen en het zien van geesten. Ze kregen een grauwe huidskleur en meer nog, ze verwarden het verleden en het heden. Zo kwam hij tot het ziektebeeld 'nostalgie'.

 Valeria keert terug naar de saudade, die: 'is als de korstjes op je knieën waaraan we krabben tot ze weer bloeden'. En: 'Saudade is de aanwezigheid van het afwezige: fantoompijn; de ondergrondse rivieren en meren van Mexico stad; de lakens nadat we de liefde bedreven hebben.'

 En ik denk aan Rudy Kousbroek die zo precies de weg wist in het huis dat er niet meer was. En die Valeria zo graag gelezen zou hebben.

Topomanie (1)

 Er zijn boeken in de kantlijn waarvan je meteen je eigen versie begint te schrijven. Zo'n boek is Valse Papieren, het debuut van de achtentwintigjarige Mexicaanse Valeria Luiselli.

 Flaneurs aller tijden - Baudelaire, Walter Benjamin en wie nog - komen samen in de door Mexico-stad fietsende, Valeria. De flaneur wordt een fietseuse die haar stad doorgrondt. Een flaneur op twee wielen, zegt ze, 'heeft de goede a­fstand om zowel medeplichtige als getu­ige van de stad te worden'.

 En van daar de wereld in. Vliegtuigkijken of -denken blijkt anders dan autoden­ken of wandelkij­ken. Brakmans denkfietsen en Niets­ches wandel­f­ilosoferen doemen op.

 Valeria is kaartengek - topomaan - net als ik. Ze bezoekt het kaartenarchief van Mexico, ziet de ernstige heren van de Mexic­aanse 'Commissie voor Begrenzingen'. En ontdekt dat de grens met Guatem­ala in 1882 nog een wit gebied is, in een kaartenboek van ander­half bij een meter, wit gebied dat pagina's lang doorloopt, doorkru­ist door enkel een blauwe strook die een grensrivi­er moet zijn die steeds anders heet. Kwikzilverig hinkstapspringt ze door de geschiedenis.

 Hoe voor de hand liggend is het zo te kijken. Als kind vroeg ik me af waarom rivieren overal de zelfde naam dragen. Terwijl toch in het diepe verleden de oeverbewoners overal 'hun' rivier een eigen naam gaven. Resten daarvan vind je nog terug. Duitsers worden boos als wij hun mystieke Rijn opeens Lek noemen, Nieuwe Maas of Merwede.

 Als Valeria uitwijdt over vorm in plattegronden en de Italiaanse laars aanhaalt wil ik haar de appel met als steeltje de Amstel toeroepen die Jasper Grootveld in Amsterdam op de muren tekende.

 Zo komt ze terecht bij de gevolgen van verplaatsing, in de literatuur en in het landschap. Exotisch eerst en vol poëzie maar later voerend naar de melancholie en tenslotte de depressies van landverhuizers, zoals in de Ausgewanderten van W.G.Sebald. Morgen meer.