Frank Koenegracht (2)

Donderdag verschijnt de nieuwe bundel van Frank Koenegracht 'Lekker dood in eigen land'. Waarin dit 'epigram'. Opgedragen aan z'n vriend Rudy Kousbroek.

Voor Rudy
 
Als je dood bent op een dag
blijven de lampen rustig in hun fittingen
en ook de wc kan je gewoon doortrekken.
Wel voorzichtig want
het vlottertje werkte al niet goed.
Alles doet het nog: bijvoorbeeld
de overdrijvende wolkenvelden
en de matige tot krachtige tijdelijk harde
tot zeer harde wind uit uiteenlopende richtingen.
 
Vrijdag in de Avonden meer.
 

foto Serge Ligtenberg, in de damp het silhouet van Sarah Hart

Rudy Kousbroek kookt

Rudy Kousbroek wist niet alleen alles, hij kón ook alles. Z'n lezers is ‘t bekend: op het Internaat werd hij in z'n jeugd IWA (Ik Weet Alles) genoemd, maar zijn handvaardigheid is minder bekend. Hij heeft me leren schieten met een perfecte, zelfgemaakte katapult.

In het nieuwe nummer van tijdschrift De Gids dat - een jaar na z'n dood - aan hem gewijd is heeft z'n vrouw Sarah Hart zeven foto's van Rudy toegelicht. En daar zie je het meteen: altijd in de weer. Hij wist van oude auto's, speelde piano, bouwde zelf z'n boekenkasten (op de gewenste maten), hij heeft zelfs een heel huis gebouwd. En, hij kon koken, Indisch natuurlijk. Zonder recept, dus steeds anders.
Dat had hij uit het Jappenkamp, je kookte wat er was.
Sarah verhaalt hoe hij tijdens een demonstratie op de Pasar Malam in Den Haag een gezelschap uiterst deskundige Indische dames verbijsterde door in z'n schotel corned beef en jackfruit te verwerken. Interrupties duldde hij niet. En waarachtig, toen ie klaar was stonden de dames in de rij om te proeven.

Verder mooie stukken van K.Schippers en Tijs Goldschmidt, die de Kousbroeklijn inzake religie kundig doorzet tegen Bas Heijne en Willem Jan Otten. 
 

Köln, Neumarkt, jaren '20, tijdens de voorbereiding van het Carnaval

Irmgard Keun (2)

 'Precies de weg weten in een huis dat niet meer bestaat,' luidt het Rudy Kousbroek-cliché.

 Lezend in 'Gilgi, eine von uns' het debuut van Irmgard Keun. wandel ik door het Keulen van 1932, een stad die niet meer bestaat, zoals de meeste Duitse steden. Na de door de geallieerden in de laatste oorlogsfase aangerichte vuurstormen bleef weinig over.
Toch, samen met de kwaaie Gilgi ontvlucht ik het beroemde Kölner Karneval, over de natte kasseien van de Neumarkt, Mittelstrasse, Rudolphplatz en Aachener Strasse om te landen in de Konditorei waar straks opeens.
Het had gisteren geschreven kunnen zijn. Behalve dat de ongelooflijk preciese détaillering in straatbeeld, interieurs, kleding en al die van een andere tijd is. Ik ben in Keulen, in 1932. Onmogelijk.
 Niet alleen is het een boek, iedereen dood, en ook heel de oude stad is verdwenen. 
Toch lopen er in het Duitsland van nu mensen rond in niet meer bestaande steden waar zij precies de weg weten.
Je hoort er nooit iemand over.
 

de zingende honden
In z'n tuinhuis

Rudy Kousbroek

Binnen een uurtje verdween vanmorgen bij de uitzending van Wim Brands heel de boekenweek in een enkele afwezige: Rudy Kousbroek.

Een jaar na z'n dood begint door te dringen wat met hem verloren is gegaan. Ik herinner me een gesprek bij hem thuis over de werking van de hersenen. Rudy wees tenslotte met z'n vinger op z'n schedel en zei: 'En dan te weten dat alles wat hier ligt opgeslagen straks verdwenen is.'
Je kon moeilijk zeggen ''t zal wel meevallen.'
Wat ik mis: z'n associatievermogen. Hij kon de meest uiteenlopende onderwerpen met elkaar in verband brengen. Neem de Zingende Honden (Don Charles and his Singing Dogs) die mij de radioman en hem bijeenbracht. We deelden een onbegrijpelijke ontroering om de geknipte blafjes waarmee deze onbestaanbare dieren hun liedjes zingen.
Ik kon Rudy vertellen hoe het wonder - eind jaren '40 -
tot stand kwam: Don Charles nam talloze hondenblafjes op, op magnetofoonband. Rangschikte ze op toonhoogte. Waarna hij de blafjes op de plaats van de muzieknoten monteerde. Tenslotte draaide hij het resultaat af en liet een orkestje meespelen. 
Rudy in tranen, telkens weer.
Wat ons allebei het meest bleef verbazen was de ontroering die de honden steeds weer bij ons teweegbracht.  
En wat ik zag was hoe in de Zingende honden heel de Rudy Kousbroek-thematiek samenkwam: poëzie en techniek reikten elkaar de hand, mens en machine.. In een niet te stuiten menselijke ontroering om dieren.
Rudy Kousbroek: iemand die poëzie en natuurwetenschappen in zich verenigde, en ze met elkaar wist te verzoenen.

 

Tags: 
Rudy Kousbroek op de weranda in z'n achtertuin

Het meer der herinnering

Vrijdag na zevenen komt Evelien van 't Wout in de Avonden praten over haar verzameling teksten van 'ooggetuigen' uit het oude Griekenland. Vragen te over.

Zo zijn er dunne gouden blaadjes gevonden met instructies voor wat te doen als je na je dood de onderwereld betrad. Er werd ook daar vrij snel een onderscheid gemaakt tussen goeden en slechten, maar dan.
Pasgestorvenen hadden een verschrikkelijke dorst. Onder de goeden kon je je onderscheiden door juist niet van de eerste de beste bron te drinken. Je moest wachten met drinken tot je wat verderop kwam bij het 'Meer der Herinnering'.
Daar staan bewakers bij die vragen wat je komt doen. De instructie zegt dat je moet antwoorden 'Ik ben een zoon van de aarde en de sterrenrijke hemel. Geef mij snel koud water te drinken uit het meer van de Herinnering'.
Dan kom je goed terecht.
Want, staat er, 'daarna zul je heersen met andere heroën'.
Maar hoe gaat dat in z'n werk? De tekst breekt af. Er staat nog 'Dit is het werk van de herinnering (...) omwikkeld in duisternis...'.

Nu kom ik iets dichter bij de titel van de vijfde bundel Anathema's van Rudy Kousbroek, 'Het meer der herinnering' (1984).
Maar.. Maar?
 

Tags: 
Carl Michael Bellman (1740-1795)
Rudy Kousbroek (1929-2010)

In Memoriam Rudy Kousbroek (3)

Gisteren, op Nieuw Eykenduinen in Den Haag, waar Rudy nu begraven ligt, werd een lied gespeeld van de Zweedse zanger en liedjesschrijver Carl Michael Bellman (1740-1795).

Kousbroek heeft in 2001 in onze Music-Hall een voordracht gehouden over Bellmann en toen ook dit lied - uitgevoerd door Cornelis Vreeswijk - laten horen. De tekst staat nu in z’n bundel ‘Restjes’.
Bellman, nog steeds de grote man in de Zweedse liedtraditie.
Zijn belangrijkste werk zijn de 'liederen van Fredman' en de 'Epistels van Fredman', waaronder veel caféliederen. Seks en drank staan bij Bellman altijd in het licht van de eindigheid.

Fredmans Epistel No 81 (1789 of '90).
Fredman en Movitz begraven een herbergierster.

Kijk Movitz, mon frère, kijk hoe onze schaduw
Zich oplost in het donker,
Hoe het goud en paars op de spade, daarginds,
Verandert in gruis en vodden.
Charon wenkt ons van over zijn bruisende stroom,
En dan, driemaal, de doodgraver zelf;
Nooit zul je je druiven meer persen!
Daarom, Movitz, help mij tillen
Deze grafsteen over onze zuster.

Ach, schuur van verlangen, verscholen
Onder de ruisende takken,
Waar de tijd en de dood mooi en lelijk
Tot één stof verenigt!
De afgunst, die weet tot jou nooit de weg,
Het geluk, anders zo snel en gewiekst,
Dwaalt nooit tussen de graven.
Zelfs de vijand met al zijn geweld, denk je in,
Ontdoet zich daar vroom van zijn pijlen.

De kleine klok luidt door het gedreun van de grote,
De Cantor staat bij de groenomkranste poort,
En onder het snerpende bidden van de jongens,
Heiligt deze plek.
Een pad naar de tempelstad, met graven versierd,
Wordt getreden in de vergeelde bladeren van de rozen,
Tussen vermolmde planken en draagbaren;
Totdat de lange rij in het zwart
Diep zich buigt, in tranen.

Zo ging ter ruste, van vechten en feesten,
Ruziemaker Löfberg, je vrouw;
Daar in het gras, met je lange hals en mager,
Sta je nog terug te kijken.
Van de Bomen van Danto nam zij afscheid vandaag,
En met haar, al de vrienden van vroeger.
Wie zal nu over de fles bevelen?
Van dorst verging zij en verga ook ik,
Van dorst vergaan we allemaal.

Tags: 
in 2007 in de tuin..
deze niet

In Memoriam Rudy Kousbroek (2)

Onze grootste essayist sinds Multatuli is gestorven.Iemand die je las en leest om z'n mening. Omdat die mening altijd gebaseerd was op inzicht en feitenkennis.

En dan, de Zingende Honden. Ik kon hem vertellen hoe het wonder - eind jaren '40 - tot stand kwam: je neemt talloze hondenblafjes op, op magnetofoonband. Je rangschikt ze op toonhoogte.
Daarna monteer je de blafjes op de plaats van de muzieknoten. Tenslotte draai je het resultaat af en laat een muzikant of een orkestje meespelen.
En dat geheel leg je dan weer vast.    
Wat ons allebei het meest bleef verbazen was de ontroering die het resultaat - steeds weer - bij ons teweegbracht. 
En wat ik zag was hoe in de Zingende honden heel de Rudy Kousbroek-thematiek samenkwam: Poëzie en techniek reikten elkaar de hand.. Mens en Machine.. En dan: de zo merkwaardige, maar niet te stuiten menselijke ontroering om dieren.

De grote strijd die Rudy Kousbroek onafgebroken heeft geleverd was die met de 'de ongecijferdheid'.
In zijn woorden: 'De zwakte van onze samenleving is het mislukken, in zekere zin, van de wetenschappelijke revolutie - te veel mensen begrijpen eenvoudig niet wat wetenschap is en hebben geen idee van de manier van denken die eraan ten grondslag ligt.'
Die strijd is nog maar net begonnen.
En waar is de nieuwe Rudy Kousbroek die we nu zo nodig hebben?
Iemand die poëzie en natuurwetenschappen beide kent, en die ze met elkaar weet te verzoenen?

Morgen na 20.00 is hij te horen de Avonden.
 

I.M. Rudy Kousbroek
Beluister fragment
Rudy demonstreert een zelf gemaakte katapult  (2007) 

In Memoriam Rudy Kousbroek (1)

Vorige week kwam met post een exemplaar van Restjes, Anathema's 9. Voorin staat geschreven 'op de valreep - van hun toegewijde vriend...'. En de datum, 25 maart 2010.Dat het echt op de valreep geschreven was bleek vandaag.

Rudy Kousbroek is gestorven.
Verdriet. Het begon er lang geleden mee dat we aan de praat raakten over De Zingende Honden (Don Charles and his Singing Dogs).
We deelden een onbegrijpelijke ontroering om de geknipte blafjes waarmee deze onbestaanbare dieren hun liedjes zingen.

Dinsdag in De Avonden meer.
 

Tags: 

Rudy Kousbroek

 Eerste zomerse dag. Zou er zoiets bestaan als een parallel universum? En hebben de dieren daar veel makkelijker toegang toe dan wij? Ik zat bij Rudy Kousbroek in de tuin, niet om over Marianne Thieme te praten maar over het derde boek in zijn Fotosyntese serie 'Het raadsel van de herkenning'.

 Foto's en teksten over die foto's. Nog weer mooier. Je leest, kijkt en moet mee. Wat de foto's gemeen hebben is, zegt hij: 'Het onmogelijke, het mysterie, iets dat niet kan, een geheim.' En dan: 'Het geheim is meestal au fond het geheim van de dood.' Na de radio-opname (maandag na 21.00 te horen in De Avonden) laat hij me de katapult zien die hij heeft gemaakt van een waterpomptang, elastiek, ijzerdraad en een leren riempje. Het wapen is bedoeld om mee op reigers te schieten die het regelmatig op de vissen (oa. karpertjes) in z'n vijver hebben gemunt. En paar welgemikte steentjes en weg is zo'n reiger, geen verwondingen, echt niet. Rudy had als kind in Indië al een katapult. 'Gek, je verleert het nooit.'Ik mocht hem proberen. Lekkere katapult.

interieur
veldhospitaal

Nissenhut

Er zijn weinig bouwsels die instant een zo peilloze melancholie bij me oproepen als de Nissenhut. Toegegeven ik weet nog maar net dat ze zo heten en waarom ze zo heten, die halfcylindervormige bouwsels van golfijzer die je ziet op - liefst verlaten - kazerneterreinen, autosloperijen en vliegvelden.

De boogloodsen ontroeren denk ik omdat zo 'basic' zijn. Niet meer dan het allernoodzakelijkse om manschappen of materaal onder te brengen. Het is de ontroering die ook de Citroën 2CV teweegbrengt of de Baileybrug. De ontroering door vernuft. Goedkoop, handig, niet te verbeteren. Wat daar weer achter zit weet Rudy Kousbroek beter dan ik.Techniek en emotie. Hij is degeen aan wie ik meteen denk bij het zien van een Nissenhut.Ik zag ze voor het eerst op de vliegvelden Ypenburg en Valkenburg bij Den Haag, waar mijn Oom Bob, de marinevlieger me als kind heen bracht. Hoogzomer, trillende lucht boven de betonnen startbanen, en daarachter een groepje Nissenhutten. Wie bedacht ze? Het was een Engelse Luitenant-kolonel Nissen, in de Eerste Wereldoorlog. Hij ontwierp de simpele, niet geïsoleerde variant. De Amerikanen maakten in de aanloop naar WO II een verbeterde versie, de Quonsethut. Je ziet de stapelbedden. Je ruikt de paardendekens.Nissenhutten worden nog steeds gebouwd.

Tags: 

Pagina's