Verloren tijd

 Kun je iets verliezen dat je nooit hebt gehad? Dat is het raadsel dat sphinx Marcel van Eeden me opgeeft.

 De andere Marcel, Proust, hoefde maar een Madeleine cakeje te eten of hij liep door Combray, aan de hand van z’n tante.

 Deze pagina uit Van Eedens verzamelde 'Tales of murder and violenc­e', nu verschenen bij het Haagse Stroom, geeft me twee van zijn Madeleines in de geest: de stoomtrein en de hoornen bril. Stoomtreinen die rijden naar een hiervoormaals waar hij thuis is, al was hij er nooit. En een bril die hij nooit op zijn neus heeft gehad, zelfs niet, wed ik, heeft zien dragen door een man in een pak.

 Terwijl ik - wat doe ik in zijn droom? - voetbalde met zo'n bril op, die na een mislukte kopbal in tweeën in het gras lag. Gebroken glas. Bloed op m'n voorhoofd, het lit­teken is nog zichtbaar. En met een vriendje wachtte op de loopbrug bij station Zutphen tot de stoomlocomotief kwam, die ons even onzichtbaar zou maken in witte, of zwarte rook.

 Niet vermoedend dat Marcel van Eeden verderop zat, met z’n negro-potlood en z'n tekenblok. 

 Morgen in de Avonden meer.

Marcel van Eeden (2)

 Vanmiddag in Den Haag me ondergedompeld in de Sammlung Boryna van Marcel van Eeden.

 Marcel van Eeden leidt in de kunst meerdere levens, net als Fernando Pessoa. In de projectenzaal van het Haags Gemeentemuseum is die 'schizofrenie' zo mooi. Soms kiest hij de vorm van 'Outsider kunst' zoals je die ziet in het Gentse Dr. Guisl­ain, dan weer laat hij de karakters in zijn levensroman kunst maken uit musea van de jaren '50. Kunst als tijdsverschijnsel. Maar ook als onderwerp, waarover later meer.

 De zwart-witte 'nieuwsfoto's' zijn er, ook het stadsgezicht: naoorlogs horizon­taal beton, lege winkelstraten in de avond, waar het voor altijd november is.

 De tijdgeest van rond 1960 beheerst deze Sammlung. En je gaat mee naar dat verleden - dat hij zelf nooit meemaakte. Onontkoombaar ga je denken 'ja, zo was het'. En zo heeft Marcel van Eeden mijn Den Haag - heel de wereld wordt Den Haag - vervan­gen door het zijne. Dat hij nooit met eigen ogen aanschouwd heeft.

 De catalogus behelst veel meer dan de Sammlung Boryna. Die maar een van de vele hoofdstukken is in een verhaal dat al maar verder gaat. Steeds nieuwe vormen aanneemt, in woord en beeld. Ik koester hem.

Marcel van Eeden (1)

 Krijgt de tweejaarlijkse Ouborg-prijs. In Den Haag, waar anders. Vrijdag opent in het Gemeentemuseum een expositie van zijn raadselachtige project 'Sammlung Boryna'.

 Als bekend tekent hij de wereld voor zijn geboorte (1965).

 Naar bestaand beeldmateriaal, vaak uit oude tijdschriften, boeken of kranten. Toenemend in flarden. Zo doet het gemiste verleden zich kennelijk aan hem voor. Wees niet verbaasd als er ook kunst uit die verloren tijd bij zit.

 Ik moest even slikken toen eergisteren in een flatje in München een schat aan 'ontaarde' kunst uit dat verleden opdook. Zo werd Marcel zijn 'Sammlung Boryna' - 60 tekeningen en twee sculpturen, die door het museum zijn aangekocht - opeens een tot nu toe verloren gewaande, plotseling teruggevonden kunstverzameling.

 Het beste lijkt me daarom de werken bij de opening symbolisch terug te geven aan de wettige erfgenaam van de door hem zelf bedachte psychiater en kunstverzamelaar uit de jaren ’20 Matheus Boryna: Marcel van Eeden.

Amsterdam Drawing

 Echt tekenen doen er niet zo veel, zei Emo Verkerk, die nieuwe tekeningen heeft hangen in het bouwsel op het NDSM-terrein waar het vanmiddag opende.

 Wat doen ze dan? Er wordt nogal gepoetst. Maar toch niet door Marcel van Eeden, Jantien Jongsma in haar panoramische stads­gezichten of Jakub Ferri met z'n eigentijdse discarding imag­es. 

 Emo is een lezer. Hij tekent veel schrijvers. Nu kwam ik weer een heel raadselachtige Joseph Roth tegen (hij raakt niet uitgetekend op Roth), Nietzsche was er, Edgar Allan Poe.

 We ontmoetten elkaar ooit omdat we allebei Gerard Reve ken­den. Toen ik eens op het Waterlooplein dump-legertentjes voor Gerard had gekocht bracht Emo die naar het Geheime Landgoed in Frankrijk. En nu zijn er portretten te zien van de meester-meubelmaker Paul Beckman met wie Gerard en Joop in Schiedam bevriend waren en die kortgeleden overleed. Zo teken je een meubelmaker.

 Tekenen en schrijven liggen dicht bij elkaar. Een pen of een potlood is al wat je nodig hebt. En dan, een denkwereld en wat in beide dis­ciplines heet 'een handschrift'.

Bierviltjes

 Op een Haagse zomeravond in Pulchri, waar de nieuwe Extaze - het meest Haagse aller tijdschriften - werd gedoopt bleek de Binckhorstlaan het middelpunt van de wereld. Den Haag is overal.

 Een eerbetoon aan autosloperijen, stuifzand, het Schenkviadu­ct, waar Kees 't Hart 's nachts de frontale botsingen hoort, want hij woont er onder. De ouders van Wilma Marijnissen hadden een pompstation aan de Binckhorstlaan, ze maakte een requiem, Toon Tellegen schreef het gedicht 'Het middelpunt van de wereld'. En meer.

 De sloperij is gesloten, de Binckhorst moet­ weg.  

 De avond eindigde met bierviltjes, betekend door de meest Haagse aller fotogra­fen, mijn held Gerard Fieret. Honderden tekende hij er. Redac­teur Cor Gout vroeg Haagse kunstenaars van nu om meer. Iedereen deed mee. Hier Philip Akkerman en Marcel van Eeden.

idem - Dorpshuis in Vierhouten (1953)
J.W.C.Boks - hotel Britannia, in Vlissingen aan de Boulevard (1955)

Wederopbouw (2)

Vrijwel lege straten, nieuw geplaveid. Maar een enkele auto. Huizen en gebouwen die eruitzien als nieuw. Pas geplante boompjes met canvas kraagjes.

 Zo zie je het op de foto's in het boek van Hans W. Bakx over architect Boks. Of op de tekeningen van Marcel van Eeden. De wereld van voor 1965.
Het surrealisme van de wederopbouw. Griezelig als de mannen en vrouwen in series als 'Mad men'.
Ook ik ben opgegroeid tussen de bouwputten van een buitenwijk, de houten steigers. En ik weet: er was geen esthetiek, alleen vanzelfsprekendheid. En daarvan heel veel.
De decoraties van smeedijzer, de overhangende betonranden, de uitstekende balkons die de vlakken moesten doorbreken.
De mozaïeken met gevelornamenten van iets te vrolijke schoolkinderen. De kleuterscholen gemaakt van hout en afgedekt met goedkoop persstro.
Nu, nu veel ervan gesloopt is, zie je de achteloze, haastige charme. 
 

er bleef genoeg water over..
twee keer licht = Hollands licht

Hollands licht

 Ton van der Neut schrijft me over het 'Haagse licht' dat Marcel van Eeden gisteren noemde. En verwijst naar de fameuze theorie over de teloorgang van het 'Hollands licht' van Joseph Beuys.

 De weerkaatsing van het zonlicht op het zeeoppervlak en het vervolgens verdwarrelen van deze weerkaatsing in onze waterige luchten, zo, volgens Beuys, kreeg je Hollands licht. Je zag het op de schilderijen van al onze meesters. De gedeeltelijke drooglegging van de Zuiderzee, één van onze grootste weerkaatsende wateroppervlakken, had dat licht voorgoed bedorven. Daarmee was een eind gekomen aan een visuele cultuur die terugging tot de 17de eeuw. De Zuiderzee was een grote lichtreflecterende spiegel. Met de inpolderingen hadden de Nederlanders 'zichzelf verblind'.
Een mooi verhaal. Maar hoe bewijs je het? Nooit zullen we het licht van 1900 met dat van 2000 kunnen vergelijken. Is het Hollandse licht niet gewoon een uitvinding van onze schilders?

 De oplossing lijkt me eenvoudig. Zit je te schilderen in de buurt van water, dan heb je door het spiegelen van de zon in het wateroppervlak, twee keer zoveel licht. Handig voor een schilder. Ook al maakt ie alleen een wandeling, hij neemt de indruk mee naar huis.
Zoals filmers en fotografen met spiegels werken om hun sterren van alle kanten uit te lichten, zo kenden schilders al eeuwen de natuurlijke reflectoren. En betrok de lucht, of zat je binnen? Geen nood, de tubes geel en wit waren er ook nog. Maar die reflectie tegen het wolkendek dan? Hm, niet te ver landinwaarts gaan, lijkt me. Okee, Den Haag.  
 

Cor Gout

Extaze (1)

 Op 28 april as. wordt het 0-nummer van het 'Haagse' literair tijdschrift Extaze gepresenteerd. Een blad dat vernoemd is naar de roman van Couperus en voortkomt uit het hoogsteigene van Den Haag.

 Op dit zelfde moment zijn eindredacteur Cor Gout en vormgeefster Els Kort bezig de kopij klaar te maken voor uitgever In de Knipscheer.
Ik weet dit omdat ik net een verhaal heb ingeleverd over m’n mede-Hagenaar, de tekenaar Marcel van Eeden, die in Berlijn werkt. Het is bekend: Hagenaars trekken weg.
Met hem sprak ik oa. over 'Haags licht', want dat bestaat.
Marcel: 'Een soort vitrage van wolken hangt hier over de stad. Schaduwen zijn lang en sterk, maar niet hard. Je krijgt een droomachtige sfeer door die sluier.'
Dat - veronderstelt hij - komt door de reflectie van de zee op de wolken. Waardoor extra diffuus licht wordt toegevoegd. Dat als vanzelf uitmondt in zijn tekeningen.

'Misschien denkt iemand in Arnhem wel waar hebben die mensen het over. Vreselijke stad. Maar je gaat altijd terug.'
 

Marcel van Eeden onlangs in Kunsthal KAdE, hier met Frank Halmans

Marcel van Eeden

 Morgen tegen kwart voor twaalf bekijk ik voor de weekendeditie van De Avonden de tentoonstelling ‘Sammlung Boryna’ van Marcel van Eeden, die nog tot 14 februari te zien is in Kunsthal Kade in Amersfoort.

 De ‘Encyclopedie van mijn dood’ die Van Eeden (Den Haag, 1965) maakt ontwikkelt zich. Na het tekenen van beelden van voor zijn geboorte ging hij een jaar of vijf geleden geleidelijk over op een verhalende vorm, nog steeds met de zelfde tekeningen, maar nu rond fictieve karakters als de botanicus Karl McKay Wiegand, de archeoloog Oswald Sollmann en de psychiater Matheus Boryna. Alledrie zijn ze kunstkenner/liefhebber en maken ze zelf ook kunst. 
Vandaar deze ‘Sammlung Boryna’.
 De figuur Matheus Boryna is gebaseerd op de Duitse psychiater Hans Prinzhorn, die in de jaren twintig van de vorige eeuw een verzameling aanlegde met kunstwerken van zijn patiënten. Hij was de eerste die zich bezig hield met 'outsider art'.
Nieuws: na een tussenpoos van een paar jaar heeft Marcel zijn tekenlog weer opgevat. Hij maakt nu ook objecten die in het verhaal passen (een trein, een schip, een museum).

Sigmund Freud
Marcel van Eeden, die me het citaat stuurde

Freud (2)

 Freuds vroege carrière was een reis van de biologie naar psychoanalyse. Van een neuroloog, gespecialiseerd in het zenuwstelsel werd hij een therapeut die hysterie en neurosen behandelde. Zie de afbeelding van hysterie-patiënte met een boogvormige samentrekking van de ruggengraat.

 Noteerde Freud:
'In zekere zin bleef ik trouw aan de lijn van mijn oorspronkelijke werk. Het onderwerp dat Brücke me had voorgesteld voor mijn onderzoek was de centrale zenuwbaan van een van primitiefste vissoorten (Ammocoetes Petromyzon);  en nu ging ik over naar het centrale zenuwstelsel bij de mens.' (Freud, An Autobiographical Study)

 In 1885 kreeg Freud een beurs om in Parijs te gaan studeren bij de wereldberoemde Jean-Martin Charcot, directeur van de Salpêtrière-kliniek, die toen gold als 'een museum van levende pathologie' vanwege de veelsoortige patiënten en afwijkingen die je er aantrof. Charcot's presentatie van gevallen van hysterie maakte indruk op hem.
'Een leek vindt het zonder twijfel moeilijk te begrijpen hoe pathologische aandoeningen van lichaam en geest kunnen worden geëlimineerd door 'alleen maar' de woorden van de dokter.
Hij zal de indruk krijgen dat hem gevraagd wordt in wonderen te geloven. En zo ver zal hij er niet naast zitten, want de woorden die we in het alledaagse taalgebruik hanteren zijn niets anders dan een restant van magie.'
(Freud, 1890)

 Onthou het: wat wij tegen elkaar zeggen is niets anders dan een restant van magie.

Pagina's